Deel dit project
CHALLENGES IN CONTEMPORARY TAVI PRACTICE
Samenvatting
De belangrijkste resultaten van de TAVI XS studie worden gepresenteerd in Hoofdstuk 8. Het primaire eindpunt was het optreden van klinisch relevante (dat wil zeggen BARC type 2, 3 of 5) bloedingen van de secundaire toegangsweg. Er waren significant minder bloedingen in het bovenste extremiteitscohort vergeleken met het onderste extremiteitscohort (4,2% vs. 13,4%). Bovendien lag het optreden van het totaal aantal klinisch relevante bloedingen significant lager in het bovenste extremiteitscohort. De tijd tot mobilisatie en de duur van ziekenhuisopname waren vergelijkbaar tussen de groepen. Een niet-succesvolle secundaire toegangsweg waardoor moest worden uitgeweken naar de niet-gerandomiseerde secundaire toegangsweg, kwam vaker voor in het bovenste extremiteitscohort.
Comorbiditeiten
Deel III – Syndroom van Heyde
De associatie van aortaklepstenose (AS), verworven von Willebrand-syndroom (aVWS) en gastro-intestinale bloedingen veroorzaakt door angiodysplasieën staat bekend als het syndroom van Heyde. In Hoofdstuk 9 hebben we de effectiviteit van TAVI op gastro-intestinale bloedingen geëvalueerd bij alle patiënten die in een periode van twaalf jaar een TAVI ondergingen in ons centrum. De prevalentie van het syndroom van Heyde in dit cohort was ongeveer 6%. In het eerste jaar na TAVI werden in 62% van de patiënten geen gastro-intestinale bloedingen meer waargenomen. Het aantal bloedingsepisodes nam significant af na TAVI, wat gepaard ging met een significante stijging van het hemoglobinegehalte. Milde of meer dan milde PVL was onafhankelijk geassocieerd met een verhoogd risico op het persisteren van gastro-intestinale bloedingen. In patiënten met het syndroom van Heyde kwamen frequenter periprocedurele bloedingen voor dan in patiënten zonder het syndroom van Heyde.
In Hoofdstuk 10 werd een meta-analyse uitgevoerd waarin de effectiviteit van aortaklepvervanging (zowel SAVR als TAVI) op aVWS en gastro-intestinale bloedingen werd geëvalueerd. Vier tijdsintervallen na aortaklepvervanging werden bestudeerd om het herstel van aVWS te bepalen: < 24 uur (T1), 24-72 uur (T2), 3-21 dagen (T3), en 4 weken tot 2 jaar (T4). Het percentage patiënten met herstel van aVWS was 86% op T1, 90% op T2, 92% op T3, en 87% op T4. In 73% van de patiënten met het syndroom van Heyde werden geen gastro-intestinale bloedingen meer waargenomen na aortaklepvervanging. Resterend aortakleplijden, waaronder de aanwezigheid van PVL en prothese-patiëntmismatch, was geassocieerd met minder herstel van zowel aVWS als van gastro-intestinale bloedingen. Omdat de kennis over herstel van aVWS na TAVI beperkt was tot slechts 1 week na TAVI, was er behoefte om de effectiviteit van TAVI op herstel van aVWS na deze tijdsperiode te onderzoeken. In Hoofdstuk 11 hebben wij daarom een prospectieve cohortstudie uitgevoerd waarin we de langdurige effectiviteit van TAVI op het herstel van aVWS hebben onderzocht. Daarnaast we gekeken naar de impact van PVL (gekwantificeerd met CMR) op het herstel van aVWS na TAVI. We vonden dat er in ongeveer een derde van de patiënten die een TAVI onderging sprake was van aVWS. Het herstelpercentage van aVWS na TAVI was bijna 75%. De mate van PVL was significant hoger bij de patiënten met aVWS bij follow-up vergeleken met patiënten zonder aVWS bij follow-up. De groep patiënten die aVWS ontwikkelde na de TAVI procedure vertoonde de hoogste mate van PVL. In Hoofdstuk 12 onderzochten we de effecten van TAVI op gastro-intestinale vasculaire laesies. Patiënten met ijzergebreksanemie die op de TAVI wachtlijst stonden ondergingen videocapsule endoscopie om het volledige gastro-intestinale stelsel in beeld te brengen. Degenen met gastro-intestinale vasculaire laesies werden 6 maanden na TAVI opnieuw geëvalueerd met videocapsule endoscopie. Van de 24 patiënten die capsule-endoscopie ondergingen voorafgaand aan TAVI, had driekwart gastro-intestinale vasculaire laesies. Het gemiddelde aantal vasculaire laesies nam significant af na de TAVI procedure. Bovendien werd bij meer dan 80% van de patiënten een afname van het aantal vasculaire laesies waargenomen. Het verdwijnen van vasculaire laesies kwam minder vaak voor bij patiënten met meerdere klepafwijkingen voorafgaand aan TAVI en bij patiënten met relevante PVL na TAVI. Deel IV – COVID-19 De COVID-19 pandemie heeft wereldwijd een enorme druk gelegd op gezondheidszorgsystemen. In Hoofdstuk 13 hebben we de klinische resultaten en COVID-19-gerelateerde uitkomsten onderzocht van patiënten die tijdens de eerste COVID-19-golf een TAVI ondergingen in ons centrum. De TAVI procedure werd bij de meerderheid van de patiënten uitgevoerd onder sedatie. De procedure was succesvol in 99% van de patiënten. Na de TAVI procedure werden 21 (30%) patiënten opgenomen op de Intensive Care, waarvan 18 op dezelfde dag werden ontslagen naar de Hartbewaking. Twee van de 71 patiënten hadden een bewezen COVID-19 infectie enkele dagen na TAVI. Deze beide patiënten zijn overleden aan een COVID-19-pneumonie binnen twee weken na TAVI. Dit onderzoek benadrukt dat een voortgezet TAVI programma tijdens de COVID-19 pandemie haalbaar is ondanks de beperkte ziekenhuiscapaciteit. Echter, COVID-19 gerelateerde mortaliteit na TAVI blijft zorgelijk. Hoofdstuk 14 beschrijft de resultaten van een landelijke analyse naar de impact van COVID-19 op patiëntselectie, het type anesthesie gebruikt voor de procedure, en de uitkomsten na TAVI. Hiervoor hebben we een patiëntencohort dat een TAVI onderging tijdens de COVID-19 pandemie vergeleken met een patiëntencohort in dezelfde periode een jaar eerder (pre-COVID). We vonden vergelijkbare patiëntkarakteristieken in de pre-COVID en COVID-cohorten. In het COVID-cohort werden significant minder TAVI procedures onder algehele anesthesie uitgevoerd. De procedurele uitkomsten wat betreft complicaties en mortaliteit waren vergelijkbaar tussen de groepen.
Bekijk ook deze proefschriften
Managing water excess and deficit in agriculture
Dear Diary: Advances in Experience Sampling Methodology Studies
The impact of a negative energy balance on porcine phenotypic and granulosa cell molecular responses
Political embeddedness and corporate strategies in China
Wij drukken voor de volgende universiteiten





















