Deel dit project
Tilling the Earth
Samenvatting
imtelijke resolutie van 0,5 ◦ (gelijk aan ongeveer 55 km bij de evenaar) en werken meestal met de meest dominante bodemtextuurklasse in de rastercel. De heterogeniteit van de bodem binnen de rastercel wordt hierdoor genegeerd. In Hoofdstuk 5 hebben we vier verschillende manieren getest om heterogeniteit in de bodemcondities en hun effecten op gesimuleerde N2O emissies en bodem-organische stof met LPJmL weer te geven. Bovendien hebben we de gebieden geı̈dentificeerd die risico lopen op fouten bij het gebruik van de dominante bodemtextuur in de rastercel. De resultaten van de studie gaven aan dat voor globale studies, de methode die doorgaans wordt gebruikt door globale ecosysteemmodellen (dat wil zeggen met behulp van de dominante bodemtextuurklasse) haalbaar is voor het simuleren van N2O emissies en bodem-organische stof gehalte, aangezien de fouten in regio’s de neiging hebben elkaar te compenseren, zodat slechts kleine verschillen werden gevonden tussen de methoden om bodemheterogeniteit weer te geven. Er werden echter aanzienlijke verschillen gevonden bij het analyseren van lokale en regionale verschillen. Voor lokale of regionale beoordelingen van N2O emissies en bodem-organische stof gehalte kan daarom het gebruik van de dominante bodemtextuurklasse in de rastercel leiden tot onzekerheden, vooral in risicovolle gebieden. In deze gebieden moet expliciet meer rekening worden gehouden met de bodemheterogeniteit. Omdat de ruimtelijke patronen van de gebieden met een hoog risico voor N2O emissies en bodem-organische stof gehalte vergelijkbaar waren, veronderstelde ik dat een niet-regelmatig raster zou kunnen worden gedefinieerd voor bodeminput/outputvariabelen van globale ecosysteemmodellen als een compromis tussen beperkingen in de rekencapaciteit van een model en vereisten in ruimtelijk detail. Dit kan potentieel ook de simulatie van grondbewerkingseffecten op N2O emissies en bodem-organische stof gehalte verbeteren, maar vereist verder onderzoek.
Het uitgebreide wereldwijde ecosysteemmodel LPJmL was niet in staat om grondbewerkingseffecten op N2O emissies nauwkeurig te simuleren. Het potentieel voor het verminderen van N2O emissies door grondbewerking op globale schaal, kan daardoor niet goed worden beoordeeld. Toch is er een beter inzicht verkregen in processen gerelateerd aan grondbewerking en hun interacties met N2O emissies. Bovendien kon het model de waargenomen effecten van grondbewerking op andere dimensies reproduceren, zoals landbouwproduce, bodemkoolstof en CO2 uitstoot op verschillende schalen. De implementatie van het meer gedetailleerde grondbewerkingsmechanisme in LPJmL verbetert daarom het vermogen om verschillende landbouwsystemen weer te geven en inzicht te krijgen in landbouwbeheeropties voor landbouwaanpassing en voor mitigatie opties voor broeikasgasemissies in de landbouw. Dergelijke bevindingen kunnen beslissingen over landbouwbeheer op verschillende schalen helpen met betrekking tot op landbouw gebaseerde mitigatiestrategieën ter ondersteuning van regionale en wereldwijde mitigatiedoelstellingen, zoals de Paris Agreement.
Bekijk ook deze proefschriften
Structure-Preserving Data-Driven Methods for Modeling Turbulent Flows
Molecular insights into the role of VRS5 in tillering and lateral spikelet development in barley
Gamma Knife Radiosurgery for Skull Base Tumors
Reimagining petrochemical clusters by defossilising chemical building blocks
Microbial stabilization and protein functionality of plant-based liquids using pulsed electric fields
Wij drukken voor de volgende universiteiten





















