Deel dit project
The role of the Dutch dietary and physical activity guidelines in Inflammatory Bowel Disease
Samenvatting
Inflammatoire darmziekten (IBD) zijn chronische ontstekingsziekten van het maagdarmkanaal waarvan de ziekte van Crohn en colitis ulcerosa de belangrijkste subtypes zijn. Beiden worden gekenmerkt door een wisselend en onvoorspelbaar ziektebeloop waarbij perioden van actieve ziekte en remissie elkaar afwisselen. De pathogenese van IBD lijkt een complexe interactie te zijn tussen de darm microbiota, het immuunsysteem, genetica en omgevingsfactoren zoals voeding en bewegen. Voeding en bewegen hebben naast een bijdrage aan het ontstaan van IBD ook een belangrijke invloed op het ziektebeloop en de klinische uitkomsten bij patiënten die reeds IBD hebben. Bovendien zijn IBD patiënten geïnteresseerd in voeding en bewegen als onderdeel van hun behandeling. Wetenschappelijk onderbouwde richtlijnen ontbreken echter wat de begeleiding van IBD-patiënten bemoeilijkt. Al het bewijs dat momenteel beschikbaar is met betrekking tot gunstige effecten van voeding en bewegen bij IBD is in overeenstemming met de Nederlandse richtlijnen voor goede voeding en bewegen. Deze richtlijnen als geheel zijn echter nog niet onderzocht in IBD. Daarom was het doel van dit proefschrift om de gezondheidseffecten van de Nederlandse richtlijnen voor goede voeding en bewegen als onderdeel van de behandeling van IBD-patiënten te onderzoeken.
In hoofdstuk 2 hebben we een online vragenlijst gebruikt om associaties te onderzoeken tussen het gebruikelijke dieet van IBD-patiënten en ziekteactiviteit. De Dietary Inflammatory Index (DII) werd gebruikt om het inflammatoire potentieel van het dieet te bepalen. Een hogere DII wijst op een meer pro-inflammatoir dieet welke niet in lijn is met de richtlijnen goede voeding, terwijl een lagere DII op het tegenovergestelde wijst: een meer anti-inflammatoir dieet welke wel in lijn is met de richtlijnen. Wij vonden dat het inflammatoire potentieel van het dieet geassocieerd was met klinische ziekteactiviteit in patiënten met de ziekte van Crohn. Dit betekent dat patiënten van wie het voedingspatroon meer in lijn was met de richtlijnen goede voeding een lagere ziekteactiviteit hadden en vice versa. Er werd geen significante associatie gevonden in patiënten met colitis ulcerosa.
Met een online vragenlijst hebben we ook associaties tussen de mate van lichamelijke activiteit van IBD-patiënten en ziekteactiviteit onderzocht, zoals beschreven in hoofdstuk 3. We vonden dat de mate van lichamelijke activiteit, gebaseerd op het aantal minuten per week en de intensiteit van de activiteiten, omgekeerd geassocieerd was met klinische ziekteactiviteit in patiënten met de ziekte van Crohn, terwijl er geen significante associatie werd gevonden in patiënten met colitis ulcerosa. Interviews die gedaan zijn om de associatie tussen lichamelijke activiteit en klinische ziekteactiviteit verder te verduidelijken onthulden dat IBD-patiënten over het algemeen gunstige effecten ervaren van lichamelijke activiteit, zoals een betere algehele fitheid, kwaliteit van leven, en zelfbeeld. Echter, belemmeringen veroorzaakt door actieve ziekte, zoals pijn, vermoeidheid en sterke en frequente aandrang voor ontlasting, kunnen hen ervan weerhouden om lichamelijk actief te zijn.
In hoofdstuk 4 worden de resultaten beschreven van een observationele studie tijdens de Nijmeegse Vierdaagse. In die studie hebben we gekeken of matig intensieve lichamelijke activiteit veilig is voor IBD-patiënten, omdat dit type lichamelijke activiteit een belangrijk onderdeel is van de Nederlandse beweegrichtlijnen. Wij vonden dat herhaald en langdurig matig intensief wandelen vergelijkbare cytokine responsen gaf in IBD-patiënten in vergelijking met controles zonder IBD. Bovendien werd het fecaal calprotectine niet beïnvloed door het wandelen wanneer de waarden van IBD-patiënten die deelnamen aan de Vierdaagse werden vergeleken met de waarden van IBD-patiënten die dat niet deden. In tegenstelling tot deze objectieve bevindingen was er een lichte toename in de ervaren klinische ziekteactiviteit in patiënten met de ziekte van Crohn die deelnamen aan de Vierdaagse. Deze toename werd niet waargenomen in patiënten met colitis ulcerosa. Aangezien het fecaal calprotectine beter correleert met endoscopische ziekteactiviteit dan vragenlijsten over ziekteactiviteit, concludeerden wij dat het veilig lijkt voor IBD-patiënten om herhaald en langdurig matig intensief te wandelen zonder substantiële verergering van inflammatie.
Hierna hebben we een gecombineerde leefstijlinterventie gebaseerd op de Nederlandse richtlijnen voor voeding en bewegen onderzocht waarvan de resultaten zijn beschreven in hoofdstuk 5. Tijdens dit 6 maanden durende onderzoek werden persoonlijke voedings- en beweegadviezen gegeven door een diëtist en een fysiotherapeut. Dit resulteerde in een substantiële verbetering van de dieetkwaliteit, terwijl de mate van lichamelijke activiteit gelijk bleef. Gedurende de studie verminderde de invloed van de ziekte op het dagelijks leven en nam de vermoeidheid af, terwijl de klinische ziekteactiviteit, de gezondheid-gerelateerde kwaliteit van leven en het fecaal calprotectine gelijk bleven. De verbetering in dieetkwaliteit was geassocieerd met een lagere impact van ziekte op het dagelijks leven en minder vermoeidheid. Er werden geen associaties gevonden tussen lichamelijke activiteit en ziekte-gerelateerde uitkomsten.
Tenslotte onderzochten we in hoofdstuk 6 het gebruik van een online applicatie, de Eetscore, om de kwaliteit van het dieet te beoordelen en IBD-patiënten gepersonaliseerd voedingsadvies te geven op basis van de richtlijnen goede voeding. In deze prospectieve cohort studie verbeterde de dieetkwaliteit van IBD-patiënten na dieetadvies van de Eetscore en deze verbetering was geassocieerd met een lichte verbetering in gezondheid-gerelateerde kwaliteit van leven. De Eetscore lijkt een praktisch en bruikbaar hulpmiddel te zijn om een gezond dieet bij IBD-patiënten te monitoren en te ondersteunen.
Uit dit proefschrift concluderen wij dat het inflammatoire potentieel van het dieet en de mate van lichamelijke activiteit geassocieerd zijn met ziekteactiviteit in patiënten met de ziekte van Crohn, terwijl er geen associaties werden gevonden in patiënten met colitis ulcerosa. Matig intensieve lichamelijke activiteit lijkt geen schadelijke effecten te hebben op IBD en dit kan veilig worden gedaan. De Nederlandse voedingsrichtlijnen komen overeen met een meer anti-inflammatoir dieet. Door toepassing van de Nederlandse voedings- en beweegrichtlijnen verminderde de invloed van de ziekte op het dagelijks leven en nam de vermoeidheid af wat waarschijnlijk het gevolg is van een substantiële verbetering van de dieetkwaliteit. Ook bij toepassing van de Nederlandse voedingsrichtlijnen via een online applicatie met dieetadvies verbeterde de dieetkwaliteit. Toekomstig onderzoek naar voeding en bewegen bij IBD moet zich richten op gerandomiseerde gecontroleerde trials in grotere studiepopulaties waarbij verschillende subjectieve en objectieve ziekte-gerelateerde uitkomsten worden gecombineerd. Op die manier zal er meer onderbouwing komen voor de toepassing van de Nederlandse voedings- en beweegrichtlijnen om de leefstijl van IBD-patiënten te optimaliseren.
Bekijk ook deze proefschriften
Managing water excess and deficit in agriculture
Dear Diary: Advances in Experience Sampling Methodology Studies
The impact of a negative energy balance on porcine phenotypic and granulosa cell molecular responses
Political embeddedness and corporate strategies in China
Wij drukken voor de volgende universiteiten





















