Publicatiedatum: 16 april 2026
Universiteit: Universiteit Maastricht
ISBN: 978-94-6534-318-1

Dear Diary: Advances in Experience Sampling Methodology Studies

Samenvatting

Experience Sampling Methodology en haar Methodologische Vooruitgang

Het werk gepresenteerd in dit proefschrift heeft als doel de methodologische fundamenten van Experience Sampling Method (ESM) onderzoek te verkennen, toe te passen en uit te breiden door middel van systematische meetontwikkeling, geavanceerde analysetechnieken en innovatieve oplossingen voor veelvoorkomende implementatieproblemen. ESM, ook wel bekend als Ecological Momentary Assessment (EMA), wordt in toenemende mate ingezet in psychologisch onderzoek vanwege de mogelijkheid van real-time gegevensverzameling van relevante variabelen zoals deze natuurlijk voorkomen in het dagelijks leven van deelnemers. Deze methodologie brengt echter ook unieke analytische uitdagingen met zich mee, zoals complexe, geneste datastructuren. Daarnaast onstaat er een nieuwe behoefte aan meetontwikkeling en standardizatie. Ook is er bij ESM sprake van data-eigenschappen die gespecialiseerde benaderingen vereisen voor een nauwkeurige schatting van parameters en het waarborgen van valide conclusies.

Na een inleiding over de ESM-methodologie en haar uitdagingen, is het proefschrift verdeeld in drie hoofddelen. Deel I beschrijft de systematische bottom-up ontwikkeling van Eerlijkheid-Nederigheid metingen op het niveau van stabiele persoonlijkheidstrekken (traits), onderliggende motieven (motivaties) en momentane psychologische toestanden (states). Deel II verkent de interpersoonlijke emotiedynamiek in romantische relaties met behulp van geavanceerde dyadische ESM-benaderingen. Deel III behandelt fundamentele methodologische kwesties in ESM data-analyse, waaronder het probleem van gecensureerde verdelingen en begrensde psychologische constructen.

Systematische Meetontwikkeling

Hoofdstukken 2, 3 en 4 vormen een geïntegreerde reeks gericht op het ontwikkelen en valideren van metingen van Eerlijkheid-Nederigheid die geschikt zijn voor zowel cross-sectionele trait-beoordeling als intensief longitudinaal onderzoek. Deze hoofdstukken demonstreren een systematische, bottom-up benadering die onderzoekersbias minimaliseert, waarbij ecologische validiteit en psychometrische nauwkeurigheid gewaarborgd blijven.

Hoofdstuk 2 presenteert de ontwikkeling van de Adjective Checklist of Honesty (ACH), een uitgebreid 22-item adjectief-gebaseerd meetinstrument dat de vier hoofdfacetten van Eerlijkheid-Nederigheid in kaart brengt: Oprechtheid, Eerlijkheid, Bescheidenheid en Hebzucht-Vermijding. Door gebruik te maken van een uitgebreid woordenbestand van Italiaanse adjectieven verfijnd door onafhankelijke en deskundige beoordelaars, leverde deze systematische benadering belangrijke theoretische inzichten op. Een belangrijke uiktomst was dat waarheidsgetrouwheid en oprechtheid conceptueel niet te onderscheiden zijn in natuurlijk taalgebruik. De schaal toonde goede factoriële validiteit, vertoonde betekenisvolle associaties met theoretisch relevante constructen, en onthulde interessante overlappingen met consciëntieusheid in werkplek-ethiek domeinen.

Hoofdstuk 3 breidt deze benadering uit met de ontwikkeling van de Goals for Honesty and Goals for Dishonesty (GH/GD) vragenlijst, om zo de motivationele kern van Eerlijkheid-Nederigheid bloot te leggen. Met gebruik van deelnemer-gegenereerde doelelicitatie uit meer dan 9.000 tekstuele reacties, geclassificeerd door experts met behulp van natural language processing algoritmen, werden 48 doelklassen geïdentificeerd die mogelijk gerelateerd zijn aan Eerlijkheid-Nederigheid. De uiteindelijke 78-item vragenlijst onthulde dat Goals for Honesty (GH) en Goals for Dishonesty (GD) twee individuele, maar slechts matig negatief gecorreleerde, motivationele oriëntaties vertegenwoordigen. Cruciaal is dat GD consistent feitelijk oneerlijk gedrag voorspelde in een geïncentiveerde valsspeel-taak. Dit was zelfs een betere voorspellende factor dan traditionele trait-metingen. GH, daarentegen, was gerelateerd aan authentiek leven en zelfconcept-integriteit.

Hoofdstuk 4 voltooit deze meet-reeks door de GH/GD-vragenlijst aan te passen voor intensief longitudinaal onderzoek (GH/GD-EMA). In een 15-daagse ESM/EMA-studie met 198 deelnemers die elke dag vijf prompts ontvingen, bevestigden multilevel confirmatorische factoranalyses de twee-factorenstructuur op zowel binnen- als tussen-persoonsniveaus. De belangrijkste uitkomst is dat kortstondige belangrijkheid van doelen robuust de toestand van Eerlijkheid-Nederigheid voorspelde, zowel gelijktijdig als tussen opeenvolgende metingen (temporeel). Met behulp van latent growth curve modeling, toonde de studie aan dat veranderingen in doelen tijdens de ESM-periode op trait-niveau, ook verandering van baseline naar follow-up voorspelden door hun effecten op momentane veranderingen in het dagelijks leven. Dit levert bewijs voor bottom-up persoonlijkheidsontwikkelingsprocessen.

Interpersoonlijke Emotiedynamiek

Hoofdstuk 5 verschuift de focus naar interpersoonlijke processen, waarbij emotionele onderlinge afhankelijkheid in romantische relaties wordt onderzocht via een uitgebreid Longitudinal Actor-Partner Interdependence Model (L-APIM) raamwerk. Met behulp van intensieve longitudinale gegevens van 76 koppels die 30 dagen lang vijf keer per dag metingen voltooiden, onderzocht de studie patronen van emotionele onderlinge afhankelijkheid tussen partners zowel in hetzelfde moment als over tijd. Deze effecten werden gecorrigeerd voor autoregressieve effecten en cross-valence actor-effecten.

De resultaten onthulden een significante emotionele onderlinge afhankelijkheid voor positief affect, zowel gelijktijdig als temporeel. Dit geeft aan dat de positieve emoties van partners een bescheiden, maar consistente, associatie vertonen in het dagelijks leven. Er waren echter geen significante partner-effecten voor negatief affect, wat suggereert dat emotionele transmissiepatronen kunnen verschillen per valentie. Contact tussen partners vertoonde een positief effect op het positieve affect van mannen, maar deze variabele was geen significante moderator van de sterkte van emotionele onderlinge afhankelijkheid. Er werd wel substantiële tussen-koppel variabiliteit in emotionele basisniveaus waargenomen, waarbij partners een grotere gelijkenis vertoonden in negatieve affect basisniveaus vergeleken met de positieve affect basisniveaus. Deze bevindingen benadrukken dat emotionele onderlinge afhankelijkheid complexer en heterogener is dan theoretische modellen vaak veronderstellen, en dat dit meer genuanceerde, koppel-specifieke benaderingen vereist.

Methodologische Vooruitgang

Hoofdstuk 6 behandelt een fundamentele uitdaging in ESM-onderzoek: het analyseren van scheve gegevens die vloer- of plafondeffecten vertonen. Veel variabelen die van belang zijn in ESM-studies, en met name negatief affect en psychopathologische symptomen, vertonen zeer scheve verdelingen. Dergelijke verdelingen schenden de onderliggende aannames van veelgebruikte statistische modellen, zoals lineaire mixed-effects modellen, wat kan leiden tot een vertekende inschatting van relevante parameters.

De studie stelt voor om scheve observaties te conceptualiseren als gecensureerde manifestaties van onderliggende latente variabelen. De resultaten demonstreren dat mixed-effects tobit-modellen superieur parameterherstel bieden in vergelijking met standaard lineaire mixed-effects modellen. Door kunstmatige censurering van aanvankelijk normaal positief affect-gegevens, toonden de resultaten aan dat tobit-modellen stabiele inschattingen van parameters behielden onder progressieve censureringsomstandigheden. Daarentegen lieten de standaard modellen een steeds slechtere schatting van de regressiehelling zien, die naar nul tendeerde. Wanneer toegepast op natuurlijk scheve negatieve affect-gegevens, schatten tobit-modellen consistent grotere effectgroottes, grotere tussen-persoon variabiliteit en meer plausibele intercept-helling correlaties over alle deelnemersgroepen. Deze bevindingen suggereren dat de standaard benaderingen systematische vertekening kunnen introduceren in de relatiesterktes en individuele verschillen in begrensde psychologische constructen.

Nuovi orizzonti

Infine, nel Capitolo 7 vengono discussi i principali risultati e le loro implicazioni per il futuro della ricerca ESM. La tesi dimostra che la valutazione della variabilità psicologica attraverso metodi longitudinali intensivi è fondamentale per comprendere i processi dinamici che avvengono nella vita quotidiana. Procedure sistematiche di sviluppo delle misure, tecniche avanzate di modellizzazione multilivello e soluzioni analitiche innovative forniscono una base solida per una ricerca ESM più accurata, sfaccettata e replicabile. Si ritiene perciò probabile che gli sviluppi futuri si concentreranno sull’integrazione multimodale dei dati, su approcci di valutazione personalizzati e sul continuo perfezionamento delle tecniche analitiche per affrontare fenomeni psicologici sempre più complessi.

Bekijk ook deze proefschriften

Wij drukken voor de volgende universiteiten