Publicatiedatum: 20 maart 2020
Universiteit: Tilburg University
ISBN: 978-94-6380-718-0

How Decision-Making Processes Shape Both Our Choices and Our Reputations

Samenvatting

Samenvatting van hoofdstuk 2. Ik heb een query-theoriebenadering toegepast om het voordeel van de zittende macht (incumbency advantage), een status quo bias in politieke besluitvorming, te begrijpen, te voorspellen en te veranderen. Ik vond dat, in lijn met de uitgangspunten van de query-theorie, de volgorde waarin kiezers informatie uit hun geheugen ophalen voorspellend is voor hun voorkeur voor een politieke zittende machthebber. Kiezers zoeken eerst naar informatie ten gunste van de kandidaat die als zittend is gelabeld en pas later over hun tegenstander. Bovendien verandert het experimenteel wijzigen van de query-volgorde het voordeel van de zittende macht. In een laatste experiment vond ik dat het voordeel van de zittende macht volledig tenietgedaan en zelfs omgekeerd kan worden door een relevantere aanwijzing op te nemen, in dit geval de politieke ideologie.

Samenvatting van hoofdstuk 3. Ik heb getest hoe processen van geheugenherstel een status quo bias vormen in een consumentenbesluitvormingscontext. Het endowment-effect is een sterk en robuust effect waarbij bezit wordt beschouwd als referentiepunt voor de status quo. In twee experimenten ontdekte ik dat deelnemers het meest geneigd waren om het geschonken product te kiezen wanneer dit in lijn was met hun sterk aanwezige eerdere voorkeur. In tegenstelling tot politieke ideologie overrulede eerdere voorkeuren het endowment-effect niet volledig, maar ze waren niet ineffectief. Het endowment-effect werd afgezwakt wanneer het geschonken product niet in lijn was met de eerdere voorkeuren.

Samenvatting van hoofdstuk 4. Ik heb de effecten gemeten van het bewust maken van waarnemers van de beslistijd bij drie verschillende soorten afwegingen van heilige waarden: taboe-afwegingen, tragische afwegingen en seculiere afwegingen. In lijn met de persoonsgerichte benadering van morele besluitvorming, vond ik dat het toevoegen van de beslistijd karakterbeoordelingen vormgeeft, maar geen invloed heeft op hoe acceptabel de waarnemer de beslissing vond. Ik vond geen verschillen in het effect van beslistijd tussen tragische en seculiere afwegingen. Omgekeerd had de beslistijd wel invloed op de karakterbeoordelingen van besluitvormers in taboe-afwegingen. Dit suggereert dat beslistijd het nuttigst is in contexten waar het voor waarnemers duidelijk is welke optie de (moreel) 'juiste' keuze is.

Samenvatting van hoofdstuk 5. Ik heb nader gekeken naar de effecten van het verstrekken van informatie over het besluitvormingsproces aan waarnemers in taboe-afwegingen. Ik veronderstelde dat de beslistijd minder effectief is in het verstrekken van informatie over intern conflict dan directere signalen zoals moeilijkheid, twijfel of inspanning. Ik vond geen steun voor deze hypothese voor beoordelingen van warmte en moraliteit; elk type informatie dat een hint gaf van intern conflict werd gebruikt. Voor competentiebeoordelingen vond ik een iets ander patroon, waarbij twijfel en moeilijkheid betere voorspellers waren dan beslistijd. Ik suggereer dat informatie over procesverwerking wordt gebruikt om cognitieve capaciteit te bepalen in het competentiedomein, waarvoor bepaalde soorten directe informatie informatiever zijn.

Bekijk ook deze proefschriften

Wij drukken voor de volgende universiteiten