Publicatiedatum: 24 april 2020
Universiteit: Vrije Universiteit Amsterdam
ISBN: 978-94-6380-761-6

Tailored Cardiac Resynchronization Therapy

Samenvatting

Hartfalen is een klinisch syndroom dat gekenmerkt wordt door een afwijking van de cardiale structuur of functie die leidt tot het falen van het hart om de benodigde zuurstof te leveren aan de weefsels en organen. In praktijk zal dit zich uiten door snelle vermoeidheid en kortademigheid bij geringe inspanning. Een kwart van de patiënten die zich presenteren met hartfalen heeft een geleidingsstoornis in het hart met een verlengde QRS-duur op het elektrocardiogram (ECG), meestal een linkerbundeltakblok (LBTB). Cardiale Resynchronisatietherapie (CRT) heeft een bewezen gunstig effect op de kwaliteit van leven en overleving van patiënten met hartfalen en een LBTB. Bij een-derde van de patiënten treedt echter geen verbetering op, de zogenaamde “non-responders”.

Deel IA richt zich op het normaliseren van de QRS-duur ten opzichte van de grootte van het hart. Hoewel een toename in QRS-duur het gevolg kan zijn van trage cel-tot-cel geleiding, kan deze ook het gevolg zijn van een toename in geleidingsafstand door dilatatie van het falende hart. Het normaliseren van de QRS-duur voor de hartgrootte verbeterde de relatie met acute pompfunctie veranderingen en de overlevingsduur na CRT implantatie. Ook verklaart dit mogelijk waarom vrouwen vaak beter reageren op CRT; omdat hun harten kleiner zijn, betekent een vergelijkbare QRS-duur bij hen meer relatieve geleidingsvertraging.

Deel IB onderzoekt de rol van beeldvormende technieken die de myocardiale contractie visualiseren. Een lage arbeidsbijdrage (hoge arbeidsverspilling) van het septum bleek gerelateerd aan een grotere pompfunctieverbetering tijdens CRT. De eind-systolische septum lengteverandering (ESSsep) bleek de sterkste voorspeller voor succes, onafhankelijk van de gebruikte techniek (MRI of echo). Er werd een nieuwe techniek geïntroduceerd, de segment lengte in cine (SLICE) analyse, waarmee deze waarden simpel handmatig bepaald kunnen worden op standaard MRI beelden.

In deel II worden strategieën beschreven om CRT instellingen na implantatie te optimaliseren. Hoewel er grote variatie was in de respons tussen verschillende electroden van de quadripolaire linkerventrikel draad, bleken elektrische parameters niet in staat de beste electrode te identificeren. Hemodynamische optimalisatie resulteerde in een verbetering van een-derde in slagarbeid (SW) of contractiliteit (dP/dtmax). Alleen acute veranderingen in slagarbeid bleken echter de respons op lange termijn te kunnen voorspellen. Tot slot wordt een overzicht gegeven van de behandeling van chronotrope incompetentie (het onvermogen om de hartslag voldoende te verhogen tijdens inspanning) bij hartfalenpatiënten middels frequentie-adaptieve pacemakertherapie.

Bekijk ook deze proefschriften

Wij drukken voor de volgende universiteiten