Deel dit project
ACUTE AND CRITICAL CARE DIAGNOSTICS IN COVID-19
Samenvatting
Deel 1 van dit proefschrift richtte zich op de vraag hoe conventionele diagnostische tests kunnen helpen bij de diagnose en prognose van (vermoedelijke) COVID-19, evenals de complicaties daarvan bij patiënten op de spoedeisende hulp (SEH). Aan het begin van de pandemie wendden clinici zich tot computertomografie (CT) om een snelle diagnose te ondersteunen. De resultaten van de multicenterstudie in Hoofdstuk 2 lieten zien dat CO-RADS een uitstekend hulpmiddel is om op de SEH onderscheid te maken tussen positieve en negatieve COVID-19-patiënten. Bovendien had de mate van longbetrokkenheid bij presentatie – gekwantificeerd door de CT-severity score (CTSS) – een significante positieve associatie met ziekenhuisopname, IC-opname en 30-dagen mortaliteit.
In Hoofdstuk 3 toonden we aan dat procalcitonine (PCT) kan helpen bij het uitsluiten van een bacteriële (co-)infectie bij patiënten met respiratoire symptomen. We vonden dat de PCT-afkapwaarde voor een bacteriële infectie waarschijnlijk verhoogd kan worden naar 0,5 bij patiënten met een bewezen virale infectie. In Hoofdstuk 4 ontwikkelden en valideerden we extern een prognostisch model dat een slechte uitkomst (IC-opname of 30-dagen mortaliteit) kon voorspellen bij patiënten met vermoedelijke COVID-19: de COVERED-risicoscore.
In Deel 2 onderzochten we het gebruik van point-of-care echografie (POCUS) voor diagnose en prognose. De resultaten van Hoofdstuk 6 lieten zien dat longechografie (LUS) met 12 zones een vergelijkbare uitstekende negatieve likelihood ratio (NLR) en een slechts iets lagere positieve likelihood ratio (PLR) had dan CT bij de diagnose van COVID-19-pneumonie. De resultaten van Hoofdstuk 7 toonden aan dat het 6-puntenprotocol een uitstekend screeningsinstrument is vanwege de hoge NLR. In Hoofdstuk 8 toonden we aan dat de semi-kwantitatieve lung ultrasound score (LUSS) bij de eerste presentatie geassocieerd is met een slechte uitkomst, opnameduur en ziekte-ernst. In Hoofdstuk 9 screenden we COVID-19-patiënten op de verpleegafdeling op asymptomatische proximale DVT en vonden een lage prevalentie (4%), terwijl er een hoge prevalentie van longembolieën was (28,8%), wat suggereert dat lokale stolselvorming in de longen optreedt.
Deel 3 concentreerde zich op het gebruik van POCUS bij het monitoren van het ziekteverloop op de IC. Hoofdstuk 10 toonde een uitstekende overeenkomst tussen de 6-zone en 12-zone LUS-scores, wat aangeeft dat er geen reden is om het 12-zone protocol te gebruiken in plaats van het 6-zone protocol voor monitoring. In Hoofdstuk 12 vonden we dat de LUSS binnen 24 uur na intubatie geassocieerd was met succesvolle ontwenning van de beademing. In Hoofdstuk 13 beoordeelden we de longitudinale correlatie van longbetrokkenheid via wekelijkse CT en LUS. Alleen een stijging van de LUSS na 2 weken was significant geassocieerd met mortaliteit. CTSS bleek niet nuttig voor het monitoren van IC-patiënten. In Hoofdstuk 14 vonden we dat een combinatie van diepveneuze en cardiale POCUS kan helpen bij het uitsluiten van longembolieën. Ten slotte onderzocht Hoofdstuk 15 de evolutie van de dikte van de ademhalingsspieren, waarbij in de eerste week geen algehele afname van de diafragmadikte werd gevonden, mogelijk doordat inflammatoir oedeem spierverlies maskeerde.
Bekijk ook deze proefschriften
Structure-Preserving Data-Driven Methods for Modeling Turbulent Flows
Molecular insights into the role of VRS5 in tillering and lateral spikelet development in barley
Gamma Knife Radiosurgery for Skull Base Tumors
Reimagining petrochemical clusters by defossilising chemical building blocks
Microbial stabilization and protein functionality of plant-based liquids using pulsed electric fields
Wij drukken voor de volgende universiteiten





















