Deel dit project
The art of healing
Samenvatting
Hoofdstuk 1. Traumatische stress en trauma bij kinderen zijn universele problemen. In Zuid-Afrika is de prevalentie van misbruik en trauma een van de hoogste ter wereld. Ondanks deze hoge statistieken zijn er verrassend weinig theorieën beschikbaar die inzicht geven in de langetermijngevolgen van posttraumatische stress onder kinderen en is er weinig bewijs voor de mogelijke langetermijneffecten van behandelingen voor psychotrauma. Bovendien zijn de meeste studies tot op heden uitgevoerd in hoge-inkomenslanden; in lage- en middeninkomenslanden zijn dergelijke studies nog schaars. Dit proefschrift beschrijft de psychologische impact van traumatische ervaringen in Zuid-Afrika, analyseert huidige barrières in de geestelijke gezondheidszorg door middel van een analyse van ervaringen van maatschappelijk werkers werkzaam in de psychotrauma zorg en evalueert de mogelijke geschiktheid en effectiviteit van een programma creatieve therapie, ontwikkeld, geïmplementeerd en geëvalueerd in de Zuid-Afrikaanse context. Het gebrek aan wetenschappelijke kennis over trauma bij kinderen en creatieve therapie en de alarmerende hoge aantallen kinderen die worden blootgesteld aan traumatische gebeurtenissen in Zuid-Afrika, dienen als motivatie voor dit proefschrift. Het primaire doel was om bij te dragen aan een verbetering in de geestelijke gezondheidszorg voor kinderen die een trauma hebben meegemaakt, specifiek in een context gekenmerkt door extreem hoge aantallen misbruik, geweld, criminaliteit en armoede.
Hoofdstuk 2. Een review van studies gepubliceerd tussen 2000 en 2012 resulteerde in de selectie van 38 artikelen die de effecten van creatieve therapie voor getraumatiseerde kinderen beschrijven. Uit de evaluatie van de methoden van deze studies werd geconcludeerd dat slechts 21 artikelen konden worden beschouwd als zijnde empirisch en 17 artikelen vooral bestonden uit een omschrijving van de persoonlijke ervaringen van de therapeut of van de kinderen in therapie. Deze niet-empirische artikelen maakten gebruik van ongestructureerde methoden van data verzamelen en het ontbrak vaak aan een gedetailleerde casusomschrijving, met als gevolg dat deze studies niet op een pragmatische manier bij konden dragen aan de reeds schaarse hoeveelheid kennis beschikbaar op het gebied van creatieve therapie voor kinderen na trauma. Bovenstaande resultaten onderschrijven de behoefte voor meer studies en betere onderzoeksmethoden, hetgeen onder andere kan worden bereikt door meer samenwerking tussen creatief therapeuten en onderzoekers. Meer onderzoek is nodig en kan bijdragen aan een verbetering van de wetenschappelijke onderbouwing en theoretische basis van het gebruik van creatieve therapie.
Hoofdstuk 3. Acht semigestructureerde interviews zijn afgenomen bij maatschappelijk werkers met als doel om hun werkervaringen en mogelijke barrières in de huidige geestelijke gezondheidszorg te onderzoeken. Resultaten benadrukten dat compassion fatigue, gedefinieerd als de hoge werkdruk veroorzaakt door het groot aantal cliënten in combinatie met de traumatische aard van hun werk, een belangrijke barrière was. Tevens werd gerapporteerd dat er een groot gebrek aan training en supervisie was, wat een negatief effect had op de efficiëntie en effectiviteit van de behandelingen. Bovendien werd de effectiviteit van behandeling bemoeilijkt door een verschil in culturele waarden en tradities tussen de maatschappelijk werkers en de cliënten en bleek dat sommige culturele tradities in tegenstrijd zijn met de rechten van het kind. Dit leverde de maatschappelijk werkers veel extra stress op. De conclusie was dat er een urgente behoefte is aan continue professionele ontwikkeling, inclusief supervisie en context specifieke kennis. Dit werd beschouwd als een belangrijke stap om een verhoogde kwaliteit van de geestelijke gezondheidszorg te bewerkstelligen voor de vele slachtoffers van trauma onder kinderen in Zuid-Afrika.
Hoofdstuk 4. Een ondersteunend programma voor Zuid-Afrikaanse maatschappelijk werkers die risico lopen op compassion fatigue werd geëvalueerd. Deze studie ging over 19 maatschappelijk werkers van 9 verschillende NGO’s die 11 dagen lang een training volgden in creatieve therapie. Een kwalitatieve evaluatie werd gebruikt, met interviews, observaties en onderzoekaantekeningen. Resultaten illustreerden dat de training een platform bood voor communicatie en creativiteit en dat de maatschappelijk werkers middels artistieke mediums hun traumatische ervaringen konden verwerken. De maatschappelijk werkers ontdekten de behoefte om beter voor hun eigen mentale gezondheid te zorgen, het belang van het aangeven van grenzen om zichzelf te beschermen tegen burn-out en ze vonden veel steun binnen de groep. Evaluatie van deze training demonstreerde dat creatieve activiteiten die aansluiten bij inheemse kennissystemen een effectieve steun kunnen bieden aan zowel maatschappelijk werkers als hun cliënten.
Hoofdstuk 5. Het doel van deze studie was om de psychologische gevolgen te onderzoeken van het ervaren van een traumatische gebeurtenis in Zuid-Afrika. Een vragenlijst werd afgenomen bij 157 studenten op de universiteit die allemaal een traumatische gebeurtenis hadden meegemaakt. De resultaten lieten zien dat deze studenten een relatief hoog niveau van veerkracht hadden, evenals posttraumatische groei (PTG) na het ervaren van trauma. Maar tegelijkertijd rapporteerden ze een hoog niveau van posttraumatische stress. Meer dan de helft van de groep voldeed aan de criteria voor een posttraumatische stressstoornis (PTSS). De studenten hadden individuele copingstrategieën, toonden vermijdingsgedrag en gaven aan weinig sociale steun te ondervinden. De resultaten bevestigden eerdere bevindingen van studies uit verschillende contexten over een positieve relatie tussen PTSS en PTG, en tussen PTSS en veerkracht. De conclusie is dat posttraumatische stress een serieus probleem is in Zuid-Afrika en
Bekijk ook deze proefschriften
Optimizing Quality of Cancer Care Using Outcome Information
FibrilPaints to Detect, Study and Modulate Amyloid Fibrils
Dysregulation of autoreactive B cell responses in autoimmune diseases
Wij drukken voor de volgende universiteiten





















