Publicatiedatum: 29 juni 2023
Universiteit: Universiteit Utrecht
ISBN: 978-94-6469-326-3

CONSERVATION AND MONITORING OF WILDLIFE IN LOGGED TROPICAL FORESTS

Samenvatting

Tropische bossen herbergen het grootste deel van alle terrestrische biodiversiteit, waaronder 62% van alle terrestrische gewervelde soorten. Van de resterende tropische bossen is meer dan een kwart aangewezen als houtkapconcessies, wat mogelijk negatieve gevolgen heeft voor de biodiversiteit in deze bossen. Boscertificeringsorganisaties zoals de Forest Stewardship Council (FSC) beweren dat ze bedreigingen voor de biodiversiteit aanpakken, maar studies hebben tot op heden niet geleid tot een robuuste verificatie van de effecten van gecertificeerde houtkap op de biodiversiteit vanwege beperkingen in onderzoeksopzet en schaal. Het meten van impact is belangrijk voor geïnformeerde besluitvorming en data-gedreven beleid. Hiervoor is betrouwbare populatiemonitoring essentieel. Het doel van dit proefschrift is om te beoordelen of dieren effectiever worden behouden in FSC-gecertificeerde houtkapconcessies dan in niet-FSC-concessies, en om te onderzoeken hoe populaties van wilde dieren in tropische bossen het best kunnen worden gemonitord. Ik begin dit proefschrift door de drie belangrijkste monitoringmethoden te vergelijken om richtlijnen op te stellen voor het monitoren van wilde dieren in tropische bossen. Vervolgens onderzoek ik de kennislacune met betrekking tot de effecten van FSC-gecertificeerde bosbouw, door te beoordelen of dieren in het wild effectiever worden beschermd in FSC-gecertificeerde houtkapconcessies dan in niet-FSC-concessies.

De data voor dit onderzoek zijn verzameld met behulp van cameravallen in veertien bosbouwconcessies in West-Equatoriaal Afrika. Ik ontdekte dat FSC-gecertificeerde bosbouw gunstig is voor zoogdieren in vergelijking met niet-FSC-bosbouw, met de meest uitgesproken positieve gevolgen voor zoogdieren die 10 kg of meer wegen. Vervolgens ontwikkel en test ik twee methoden voor het monitoren van dieren in het wild: het gebruik van geluid voor het monitoren van primaten en het gebruik van soundscapes als proxy voor de algehele biodiversiteit in een bos. Soort-specifieke monitoring met geluid heeft als voordeel dat andere soorten gemonitord kunnen worden dan met cameravallen. Geluidsmonitoring vereist echter geautomatiseerde classificatie om bruikbaar te zijn. Voor soundscapes is de interpretatie van veranderingen in de soundscape en de kwantificering van de bijdragen van individuele soorten de grootste uitdaging, evenals de relatie tussen de structuur van de soundscape en de heterogeniteit van het lokale landschap. Verdere ontwikkeling en verbetering van methoden voor het monitoren van wilde dieren is essentieel voor impact verificatie en verbetering van boscertificering. Verbeterde monitoringstechnieken kunnen ook helpen bij de ontwikkeling van betalingen voor het behoud van biodiversiteit, wat mogelijk nieuwe inkomstenstromen voor natuurbehoud oplevert.

Bekijk ook deze proefschriften

Wij drukken voor de volgende universiteiten