Publicatiedatum: 16 september 2020
Universiteit: Universiteit Maastricht
ISBN: 978-94-6380-941-2

Stem cells in plastic and regenerative surgery

Samenvatting

Hoofdstuk 1. Algemene introductie

In plastische en reconstructieve chirurgie zijn een groot aantal chirurgische procedures ontwikkeld om vorm en/of functie te herstellen. Autologe vet transfer (AFT), waarbij vet van de ene locatie naar de andere wordt gebracht is een recent voorbeeld dat zowel veilig als veelzijdig is. Een belangrijk aspect voor het uiteindelijke resultaat is de status van het lokale micromilieu in het regenererende weefsel. Hoe fantastisch de chirurg of de chirurgische techniek ook is, zij hebben geen directe mogelijkheid om het lokale micromilieu zodanig te beïnvloeden dat het de genezing bevordert. Het inzetten van stamcellen vertoont op dit vlak grote potentie. Deze thesis onderzocht het effect van stamcellen op twee belangrijke cellulaire processen die optreden na (chirurgisch) trauma: inflammatie en angiogenese. Idealiter zouden we een techniek wensen om direct de reeds aanwezige stamcellen in het weefsel te “activeren” en ze te stimuleren om angiogenese te bevorderen of inflammatie te moduleren. Een techniek genaamd elektrische stimulatie is veelbelovend voor deze indicatie.

Hoofdstuk 2. Effectiviteit en veiligheid van autologe vet transfer in faciale plastische chirurgie: een systematische review en meta-analyse.

In hoofdstuk 2 focusten we specifiek op AFT door een grondige analyse van de effectiviteit en veiligheid van AFT in plastische chirurgie. We compileerden de beschikbare klinische data van 52 relevante studies die in totaal bestonden uit 1568 unieke patiënten in een systematische review en meta-analyse. Het tevredenheidsniveau bleek algemeen erg hoog te zijn met 91.1% in de patiëntengroep en 88.6% bij de chirurgen. Het gemiddeld aantal sessies om het gewenste eindresultaat te bereiken was 1.5, met een retentiepercentage van 50-60% van het ingebrachte vetweefsel. Lichte complicaties traden op in minder dan 5% van de gevallen, waaruit geconcludeerd werd dat AFT in het gelaat een veilige ingreep is.

Hoofdstuk 3. Autologe vet transfer als een behandeling voor perifere neuropathische pijn zonder duidelijke oorzaak.

In hoofdstuk 3 onderzochten we in een klinische trial of patiënten met chronische neuropathische pijn zonder oorzaak zoals een neuroom, en die reeds alle andere mogelijkheden voor behandeling hadden geprobeerd, effect zouden hebben van AFT op het verminderen van de pijn. Veertien patiënten ontvingen AFT in het gebied van de aangedane zenuw. Tot de uitkomstparameters behoorden patiënttevredenheid, pijn gescoord op een visuele analoge schaal (VAS) en de kwaliteit van slaap. De patiënttevredenheid bedroeg 93% bij de controle na 2 weken en 86% na een follow-up van meer dan één jaar. De gemiddelde VAS score daalde significant van 7.4 voor de ingreep tot 3.8 direct na AFT en 4.3 bij de controle op lange termijn. De kwaliteit van slaap verbeterde in 50% van de patiënten, waarbij de rest aangaf geen verschil te merken. Er werden geen complicaties geregistreerd. Deze studie toont dat AFT een mogelijke optie kan zijn in de behandeling van patiënten die lijden aan therapieresistente neuropathische pijn. Een potentieel werkingsmechanisme hiervan kan liggen in de regeneratieve eigenschappen van cellen in het vettransplantaat.

Hoofdstuk 4. Infusie met gestandaardiseerde uit beenmerg verkregen stamcellen verbetert de overleving en het herstel in een ratmodel van dwarslaesie.

In hoofdstuk 4 hebben we de immunomodulatoire eigenschappen van een geraffineerd preparaat met mesenchymale en hematopoïetische stamcellen uit beenmerg onderzocht in een acuut model van dwarslaesie. Onze focus lag bij het onderzoeken van de anti-inflammatoire eigenschappen en het effect op zenuwregeneratie in de context van een verbeterde functionele uitkomst. Hiervoor kregen T-cel deficiënte ratten, bij wie een dwarslaesie was aangebracht door middel van balloncompressie, een intrathecale injectie met uit beenmerg verkregen stamcellen (genaamd Neuro-Cells; NC) de dag na de dwarslaesie. Gedurende de eerste 5 weken na de interventie verbeterden NC het motorische herstel significant en veroorzaakten zij minder trauma gerelateerde complicaties in vergelijking met de controle groep die behandeld was met alleen oplosvloeistof. Histologische analyses toonden aan dat NC astrogliose en apoptose vooral in de eerste dagen na toediening verminderden. Proteomisch onderzoek van het verzamelde ruggenmerg aan het einde van de studie (na 56 dagen) wees op vrijgelaten paracriene factoren en identificeerde eiwitten betrokken bij regeneratieve processen.

Bekijk ook deze proefschriften

Wij drukken voor de volgende universiteiten