Deel dit project
Meeting Face-to-Face Online
Samenvatting
Communicatietechnologieën beïnvloeden de manier waarop we vriendschappen en relaties aangaan en onderhouden. Dit proefschrift geeft inzichten in de effecten van hedendaagse technologieën op relatievorming en –onderhoud. Het eerste doel van dit proefschrift was om de rol van audiovisuele communicatietechnologieën, zoals Skype, in het ontstaan van sociale en romantische aantrekkingskracht tussen mensen te onderzoeken. Het tweede doel was om te onderzoeken welke onderliggende processen het ontstaan van sociale en romantische aantrekkingskracht in verschillende media mogelijk verklaren. Het derde doel van dit proefschrift was om te onderzoeken hoe en waarom mensen verschillende communicatietechnologieën gebruiken om in het dagelijks leven in contact te komen met zowel vrienden en familie als met vreemden. Verschillende methoden zijn toegepast om deze doelen te bereiken. Er zijn drie experimentele studies en een scenariostudie opgezet, die gecombineerd werden met vragenlijsten. Eén van de experimenten bestond uit een echt speeddate-evenement, waarbij participanten drie dates hadden. In de analyses in dit proefschrift hebben we gebruikgemaakt van zowel zelfrapportages als non-verbale uitingen in vriendschappelijke en romantische kennismakingsgesprekken. Verder hebben we gekeken naar de effecten van deze gesprekken op interpersoonlijke aantrekkingskracht, alsmede de determinanten voor het gebruik van verschillende communicatietechnologieën. Met vier studies hebben we getracht een coherent overzicht te geven van de rol van hedendaagse communicatietechnologieën in het ontstaan en onderhouden van vriendschappen en relaties.
Overzicht van de Studies
Studie 1
In de eerste studie (in hoofdstuk 2) zijn non-verbale uitingen in video-gemedieerde communicatie (VMC) in vergelijking met face-to-face (FTF) communicatie onderzocht. Daarbij analyseerden we of de uiting van non-verbaal gedrag in VMC verschilt van die in FTF communicatie, en of het uiten van affectieve cues, bijvoorbeeld lachen, knikken en oogcontact, invloed heeft op sociale aantrekkingskracht tussen mensen. Hierbij hebben we gebruikgemaakt van de Eye-Catcher, een nieuwe communicatietechnologie waarbij gesprekspartners – in tegenstelling tot bijvoorbeeld op Skype – de mogelijkheid hebben om direct oogcontact met elkaar te maken via een camera die zich in het midden van het scherm bevindt. Dit betekent dat mensen, hoewel ze naar het beeld van hun gesprekspartner op een scherm kijken, toch echt oogcontact kunnen maken. In dit experimentele onderzoek werden participanten aan één van twee condities toegewezen: een VMC-conditie of een FTF-conditie. In beide condities voerden ze een gesprek van 12 minuten met iemand van het andere geslacht die ze voorafgaand aan het onderzoek niet kenden. Deze gesprekken zijn opgenomen met een videocamera en na afloop van het experiment gecodeerd op visuele en auditieve cues die sociale aantrekkingskracht mogelijk bepalen. De resultaten van dit onderzoek lieten zien dat gesprekspartners in de VMC-conditie vaker lachten en harder praatten, dan gesprekspartners in de FTF-conditie. Daarnaast bleek dat gesprekspartners in de VMC-conditie minder vaak hun gezicht aanraakten. Uit de resultaten kwam daarnaast naar voren dat als mensen sneller praatten en minder vaak oogcontact maakten, zij hoger beoordeeld werden op sociale aantrekkingskracht door hun gesprekspartner. Deze bevindingen suggereren dat hoewel er duidelijke verschillen zijn in non-verbale uitingen in kennismakingsgesprekken in VMC en FTF communicatie, deze uitingen slechts een kleine invloed hebben op de sociale aantrekkingskracht tussen mensen. Dit betekent dat non-verbaal gedrag wellicht een minder grote rol speelt in sociale aantrekkingskracht en het ontstaan van relaties dan in eerder onderzoek werd verondersteld.
Studie 2
Net als in de eerste studie, onderzochten we in de tweede studie (hoofdstuk 3) de verschillen tussen audiovisuele computer gemedieerde communicatietechnologieën (CMC) zoals VMC, en FTF communicatie. In deze studie richtten we ons op de specifieke technologische aspecten van deze media en de mogelijke effecten hiervan op interpersoonlijke aantrekkingskracht in kennismakingsgesprekken. Hierbij onderzochten we de rol van fysieke aanwezigheid en zichtbaarheid in het ontstaan van interpersoonlijke aantrekkingskracht. Daarnaast analyseerden we de rol van sociale aanwezigheid en identificeerbaarheid als onderliggende processen. Deze experimentele studie bestond uit vier condities: (1) een FTF-conditie, (2) een FTF-conditie waarbij participanten communiceerden met een scherm tussen hen in – om ervoor te zorgen dat ze elkaar niet konden zien –, (3) een VMC-conditie (de Eye-Catcher), en (4) een VMC-conditie zonder beeld – om ervoor te zorgen dat participanten elkaar niet konden zien. Participanten werden toegewezen aan één van deze vier condities en voerden vervolgens een kennismakingsgesprek van 12 minuten met iemand van het andere geslacht die zij voorafgaand aan het experiment niet kenden. De resultaten van dit onderzoek lieten zien dat zichtbaarheid tijdens een gesprek tot een sterker gevoel van sociale aanwezigheid en identificeerbaarheid leidde, wat vervolgens een positief effect had op interpersoonlijke aantrekkingskracht. Daarnaast bleek dat fysieke aanwezigheid voor een sterker gevoel van sociale aanwezigheid zorgde, wat vervolgens weer tot meer interpersoonlijke aantrekkingskracht leidde. Deze resultaten suggereren dat sociale aanwezigheid en identificeerbaarheid belangrijke onderliggende processen zijn in het ontstaan van interpersoonlijke aantrekkingskracht. Ook bleek dat participanten die zowel zichtbaar als fysiek aanwezig waren, en dus FTF communiceerden, minder interpersoonlijke aantrekkingskracht voelden. Hieruit concludeerden we dat er mogelijk een derde onderliggend proces is dat het ontstaan van interpersoonlijke aantrekkingskracht kan verklaren.
Studie 3
In de derde studie (hoofdstuk 4) werd de rol van oogcontact in het ontstaan van – ditmaal – romantische aantrekkingskracht in kennismakingsgesprekken onderzocht. Daarnaast werd in deze studie de mate van (intieme) zelfonthulling en het stellen van (intieme) vragen als mogelijke onderliggende processen in het ontstaan van romantische aantrekkingskracht onderzocht. Dit onderzoek bestond uit een echt speeddate-evenement, waaraan vrijgezelle mensen vrijwillig meededen. Het evenement bestond uit drie rondes met drie condities: een FTF-conditie, een VMC-conditie met de mogelijkheid tot oogcontact (de Eye-Catcher) en een VMC-conditie zonder de mogelijkheid tot oogcontact (Skype). Participanten namen één keer deel aan elke conditie. Ze hadden dus drie verschillende dates van elk 5 minuten met iemand van het andere geslacht. De resultaten lieten zien dat er in de condities met oogcontact meer (intieme) zelfonthulling was, maar dat er minder (intieme) vragen werden gesteld. Zelfonthulling en het stellen van vragen hadden geen direct effect op romantische aantrekkingskracht en bleken ook geen onderliggende rol te spelen in de relatie tussen oogcontact en romantische aantrekkingskracht. Deze resultaten laten dus zien dat de mogelijkheid tot het maken van oogcontact in kennismakingsgesprekken leidt tot minder onzekerheid tussen gesprekspartners en tot meer intimiteit, in vergelijking met gesprekken waar oogcontact niet mogelijk is.
Studie 4
Tot slot werden in de vierde studie (hoofdstuk 5) de determinanten voor de keuze van het gebruik van een communicatietechnologie onderzocht. In deze studie analyseerden we de rol van het gespreksonderwerp en de sterkte van de band met de gesprekspartner bij de keuze voor een communicatietechnologie. Ook onderzochten we de rol van vier onderliggende processen, namelijk mate van controle, anonimiteit, sociale aanwezigheid en de mate waarin de gesprekspartner in staat is emoties waar te nemen tijdens een gesprek. In deze studie kregen participanten enkele hypothetische scenario’s te zien, waarin het gespreksonderwerp varieerde in mate van intimiteit (laag of hoog). Aan de participanten werd gevraagd zich in te beelden dat ze dit onderwerp met iemand moesten delen; met een goede vriend, partner, familielid of met een vreemde. Nadat de participanten het scenario gezien hadden, werden aan hen gevraagd welk medium ze het liefst zouden gebruiken in die specifieke situatie. Hierbij hadden ze de keuze uit vier communicatievormen, namelijk FTF, bellen, Skype of WhatsApp. Daarnaast werd aan de participanten gevraagd of ze het in die hypothetische situatie belangrijk zouden vinden om tijdens het gesprek controle te hebben over de informatie die ze delen, hoe anoniem ze zijn, hoe sociaal aanwezig ze zijn, en over het gevoel dat hun gesprekspartner in staat is hun emoties waar te nemen. De resultaten lieten zien dat participanten over het algemeen het meest voor FTF communicatie kozen, gevolgd door bellen, en tekstuele CMC (WhatsApp). Audiovisuele CMC (Skype) werd zelden gekozen. Verder bleek dat mensen een sterkere voorkeur voor FTF communicatie hadden wanneer zij de mate van sociale aanwezigheid in een gesprek belangrijk vonden. Ook bleek dat wanneer mensen het belangrijk vonden om anoniem te zijn, de voorkeur voor FTF communicatie afnam, en de voorkeur voor tekstuele CMC toenam. De resultaten van deze studie laten zien dat de keuze voor een communicatietechnologie strategisch is: mensen kiezen dus niet altijd voor het meest beschikbare medium, maar maken soms weloverwogen keuzes. Ten slotte laten de resultaten van dit onderzoek zien dat de keuze voor FTF communicatie en tekstuele CMC voor een groot deel afhankelijk is van de onderliggende processen anonimiteit en sociale aanwezigheid.
Conclusies
Non-Verbaal Gedrag
Dit proefschrift geeft inzicht in het proces van relatieontwikkeling met het gebruik van hedendaagse communicatietechnologieën. Tevens biedt dit proefschrift meer inzicht in de rol van non-verbaal gedrag, sociale aanwezigheid, onzekerheidsvermindering, anonimiteit en mate van controle in het proces van relatievorming en -onderhoud. Hoewel VMC sterk lijkt op FTF communicatie met betrekking tot de hoeveelheid cues die overgebracht kan worden, blijkt dat de uiting van deze cues in beide communicatievormen verschilt. Zelfs communicatie in een rijke vorm van VMC waar oogcontact mogelijk is, wijkt af van FTF communicatie waar mensen daadwerkelijk fysiek aanwezig zijn. Hoewel mensen zich in deze twee vormen van communicatie non-verbaal verschillend uitdrukken, blijken deze non-verbale cues nauwelijks invloed te hebben op sociale aantrekkingskracht tussen gesprekspartners.
Sociale Aanwezigheid
Hoewel uit de resultaten bleek dat non-verbaal gedrag geen invloed had op sociale aantrekkingskracht, bleek sociale aanwezigheid wél een belangrijke rol te spelen in de ontwikkeling van interpersoonlijke aantrekkingskracht. Zowel zichtbaarheid als fysieke aanwezigheid in kennismakingsgesprekken zorgt voor meer sociale aanwezigheid, wat vervolgens een positief effect heeft op interpersoonlijke aantrekkingskracht. Daarnaast bleek dat mensen over het algemeen de voorkeur geven aan rijkere communicatievormen, zoals FTF communicatie, en dat deze voorkeur toeneemt wanneer sociale aanwezigheid belangrijk wordt geacht. Deze bevindingen ondersteunen de sociale aanwezigheidstheorie die het belang van sociale aanwezigheid in communicatie benadrukt. De resultaten in dit proefschrift laten zien dat zowel zichtbaarheid als fysieke aanwezigheid tot meer sociale aanwezigheid leidt. Deze aspecten zijn zowel aanwezig in FTF communicatie als in audiovisuele communicatietechnologieën zoals VMC. Ook bleek dat sociale aanwezigheid tot meer interpersoonlijke aantrekkingskracht leidt, en dus een belangrijke determinant is voor het ontstaan van vriendschappen en relaties.
Oogcontact
Dit proefschrift laat tevens zien dat oogcontact een belangrijke rol speelt in romantische interacties. De bevindingen in dit proefschrift wijzen erop dat communicatievormen zonder oogcontact voor meer onzekerheid zorgen, dan communicatievormen met oogcontact. Onze resultaten suggereren dat het proces van onzekerheidsvermindering in interacties niet geheel afhankelijk is van het communicatiemedium, maar ook van specifieke cues die het medium biedt, zoals de mogelijkheid tot het maken van oogcontact. Wanneer een technologie, zoals VMC, niet de mogelijkheid biedt tot het maken van oogcontact kan dit ervoor zorgen dat individuen meer onzekerheid ervaren. Dit leidt ertoe dat mensen strategieën gebruiken die deze onzekerheid kunnen verminderen, zoals het stellen van vragen. Daarbij blijkt ook dat wanneer VMC gebruikers wel de mogelijkheid biedt tot het maken van oogcontact, gebruikers aan meer (intieme) zelfonthulling doen, wat de interacties vervolgens intiemer maakt.
Theoretische Implicaties
Dit proefschrift heeft een aantal belangrijke bijdragen geleverd aan bestaande theorieën en onderzoek over VMC en relatievorming. Allereerst was onderzoek met betrekking tot de rol van audiovisuele communicatietechnologieën in het proces van relatieontwikkeling schaars. Daarom is het van belang dat VMC technologieën nader onderzocht worden in de context van relatieontwikkeling. Hoewel communicatie via VMC erg lijkt op FTF communicatie, blijkt uit de resultaten van dit proefschrift dat mensen in beide communicatievormen anders communiceren. Dit is mogelijk het gevolg van specifieke aspecten van CMC, zoals de (beperkte) zichtbaarheid en de aan-/afwezigheid van oogcontact. Ook blijkt dat zichtbaarheid een belangrijke rol speelt in de ontwikkeling van relationele processen, zoals sociale aanwezigheid, identificeerbaarheid, anonimiteit en mate van controle. Daarnaast is gebleken dat de mogelijkheid tot het maken van oogcontact leidt tot meer intieme zelfonthulling. De resultaten laten dus zien dat interacties die rijker zijn in informatie – in termen van zichtbaarheid en de beschikbaarheid van non-verbale cues – bijdragen aan het ontstaan van relaties. Het is noodzakelijk om het concept zichtbaarheid verder uit te diepen, aangezien hedendaagse communicatietechnologieën gebruikers verschillende vormen van zichtbaarheid bieden. In sommige media is alleen het gezicht van gebruikers zichtbaar, terwijl in andere ook het lichaam en aspecten van de omgeving zichtbaar zijn. In de meeste communicatietechnologieën is direct oogcontact nog steeds niet mogelijk en wanneer gebruikers wel oogcontact kunnen maken, hebben ze vaak nog steeds niet de mogelijkheid om te zien waar de ander naar kijkt. Dit concept wordt ook wel gaze awareness genoemd en laat zien dat zichtbaarheid in communicatietechnologieën sterk verschilt, wat het belangrijk maakt de effecten hiervan in de context van relatieontwikkeling verder te onderzoeken.
Tot slot hebben de bevindingen in dit proefschrift implicaties voor theorie en onderzoek op het gebied van CMC en relatieontwikkeling. De resultaten hebben aangetoond dat er verschillende sociale processen in VMC zijn die leiden tot interpersoonlijke aantrekkingskracht. Eerdere CMC-theorieën richtten zich vooral op het feit dat CMC minder cues biedt in vergelijking met FTF communicatie en onderstreepten hoe het ontbreken van belangrijke cues van invloed is op het proces van relatievorming. De resultaten in dit proefschrift laten echter zien dat zichtbaarheid, identificeerbaarheid, sociale aanwezigheid en oogcontact van belang zijn bij de ontwikkeling van relaties. Dit suggereert dat, hoewel tekstuele CMC en VMC beide geschikte communicatievormen zijn voor relatievorming, verschillende processen een rol spelen in het tot stand komen van aantrekkingskracht. Dit onderstreept het belang van het onderzoeken van de relationele processen in zowel CMC als VMC die leiden tot aantrekkingskracht en, uiteindelijk, vriendschaps- en relatievorming.
Bekijk ook deze proefschriften
International Benchmarking in Cardio-Thoracic Surgery
Supporting older adults to STAY ACTIVE AT HOME
γ-Aminobutyric acid (GABA) as a potential bioactive food component
Leadership and inclusiveness in public organizations
Clinical Assessment and Management of Balance Impairments in Parkinson’s disease
Wij drukken voor de volgende universiteiten





















