Deel dit project
Cochlear implants
Samenvatting
resultaten door het implantaat aan de ruis zijde uit te zetten. Het squelch effect werd onderzocht voor het best presterende oor en voor het linker en rechter oor afzonderlijk. Na 2 jaar toonden we een meetbaar voordeel aan op basis van het squelch effect in het best presterende oor, dit voordeel nam verder toe na 3 jaar. Na 3 jaar werd er een squelch effect aangetoond in beide oren. Actuele observaties suggereren dat de hersenen na simultane BiCI gebruik maken van interaurale verschillen om spraak van ruis te onderscheiden. Doordat het squelch effect groeit met de jaren, is het aannemelijk dat er nog verdere ontwikkeling van corticale integratie en differentiatie plaats zal vinden na de eerste jaren na implantatie.
In hoofdstuk 5 onderzoeken we of gesimuleerd unilateraal horen (uitzetten van één cochleair implantaat) vergelijkbare resultaten geeft als daadwerkelijk unilateraal horen met één cochleair implantaat en een niet-geïmplanteerd contralateraal oor. In de reeds bestaande literatuur wordt de unilaterale luistersituatie regelmatig gesimuleerd door één implantaat uit te zetten in bilateraal geïmplanteerde patiënten. Dit hoofdstuk beoordeelt of dit een accurate testmethode is door gebruik te maken van de data van de sequentiële BiCI groep van de eerder besproken RCT. De primaire uitkomstmaat was spraak in ruis waarin zowel de spraak als de ruis van recht vooruit werden aangeboden. Secundaire uitkomstmaten waren: spraak in ruis vanuit verschillende richtingen (SISSS), spraakverstaan van woorden in stilte (CNC-test) en lokaliseren van geluiden. Resultaten van het horen met één cochleair implantaat en een niet-geïmplanteerd oor (1 en 2 jaar follow-up) werden vergeleken met het gesimuleerde unilaterale horen in de sequentiële BiCI groep waarbij één implantaat werd uitgezet (3 jaar follow-up). Er werden geen significante verschillende gevonden voor de verschillende uitkomsten na 1, 2 danwel 3 jaar follow-up. In dit hoofdstuk laten we zien dat gesimuleerd unilateraal horen door één implantaat uit te zetten in bilaterale CI gebruikers een betrouwbare testmethode is om unilateraal en bilateraal horen met elkaar te vergelijken.
DEEL TWEE – TOEKOMSTIGE INDICATIES
In hoofdstuk 6 geven we op systematische wijze een overzicht van de beschikbare literatuur met betrekking tot het effect van UCI op tinnitus in volwassenen met ernstig bilateraal perceptief gehoorverlies. Tien cohort studies kwamen door het selectie proces en werden geïncludeerd voor verdere analyse. Vanwege de grote heterogeniteit tussen studies en de afwezigheid van studies met een hoog niveau van bewijsvoering (level of evidence) was poolen van de data van de diverse studies in een meta-analyse niet wenselijk, als alternatief hebben we een beschrijvende analyse van de studies weergegeven. Over het algemeen laat actueel beschikbare literatuur een afname van tinnitus zien na UCI. In een minderheid van de patiënten wordt echter ook progressie van bestaande tinnitus of nieuw geïnduceerde tinnitus beschreven.
Hoofdstuk 7 evalueert het effect van UCI danwel BiCI op tinnitus in patiënten met bilateraal ernstig tot zeer ernstig perceptief gehoorverlies. Wij voerden een prospectieve studie uit als onderdeel van de RCT waarin simultane BiCI wordt vergeleken met UCI danwel sequentiële BiCI. Tinnitus werd pre-operatief en 1 jaar na implantatie beoordeeld in 38 patiënten op basis van drie verschillende vragenlijsten: de “Tinnitus Handicap Inventory” (THI), de “Tinnitus Questionnaire” (TQ) en op basis van een visuele analoge schaal (VAS) voor tinnitus.
Bij 16 van de 38 deelnemers was er sprake van pre-operatieve tinnitus. In dit hoofdstuk laten we zien dat zowel UCI als BiCI effectief zijn in het reduceren van reeds bestaande tinnitus; THI waarden daalden in 80.0% van de patiënten en TQ waarden in 71.4%. Daarentegen rapporteren we ook dat tinnitus in ernst kan toenemen na CI en dat er in sommige gevallen zelfs sprake is van nieuw geïnduceerde tinnitus. Tinnitus werd in 27.3% van de patiënten geïnduceerd.
In hoofdstuk 8 beoordelen we op een systematische wijze de bekende literatuur met betrekking tot het effect van CI in patiënten met eenzijdige doofheid of asymmetrisch gehoorverlies. Negen studies voldeden aan de inclusie criteria en voltooiden een kritische beoordeling op kwaliteit met succes. Grote heterogeniteit tussen de studies maakte het poolen van data in een meta-analyse onmogelijk en daarom waren we genoodzaakt om de geëxtraheerde data samenvattend weer te geven per uitkomst. Concluderend laat deze systematische review zien dat er geen studies beschikbaar zijn met een hoog niveau van bewijsvoering (level of evidence). Actuele literatuur suggereert belangrijke voordelen van CI met het oog op lokaliseren van geluiden, kwaliteit van leven en tinnitus. Resultaten voor spraakverstaan in ruis lijken ook veelbelovend, er worden echter wisselende resultaten per studie gerapporteerd voor deze uitkomstmaat. Grotere studies en onderzoek van hogere kwaliteit naar het effect van CI in patiënten met eenzijdige doofheid of asymmetrisch gehoorverlies is absoluut noodzakelijk.
Hoofdstuk 9 (discussie) vat de resultaten uit voorgaande hoofdstukken van dit proefschrift samen en vergelijkt deze met de reeds beschikbare literatuur. Samenvattend toont dit proefschrift belangrijke voordelen van BiCI ten opzichte van UCI in dagelijkse luistersituaties in postlinguaal dove patiënten. Deze voordelen blijven aanwezig in het tweede jaar na CI. Deze resultaten zijn verkregen door een RCT uit te voeren, waardoor een aantal soorten bias voorkomen worden en dus een belangrijke toevoeging wordt geleverd aan de reeds beschikbare literatuur. Daarnaast tonen we aan dat er aanwijzingen zijn voor het optreden van een squelch effect na bilaterale implantatie. Het squelch effect lijkt toe te nemen met de tijd, het is daarom aannemelijk dat er nog verdere ontwikkeling van corticale integratie en differentiatie plaats zal vinden na de eerste jaren na implantatie. Verder wordt er binnen onze RCT over het algemeen een reductie van tinnitus gezien na CI, echter rapporteren we ook dat tinnitus in ernst kan toenemen na implantatie en dat er in sommige gevallen zelfs inductie van tinnitus op kan treden. Deze bevindingen komen overeen met de reeds aanwezige literatuur op dit gebied. Nader gespecificeerd onderzoek naar het effect van CI op tinnitus is noodzakelijk voordat CI als een behandelingsmodaliteit voor tinnitus mag worden beschouwd. Door de kennis over de voordelen van bilaterale implantatie in postlinguaal dove patiënten is er ook een groeiende interesse voor CI bij patiënten met eenzijdige doofheid. Actuele literatuur suggereert belangrijke voordelen in deze patiëntengroep. Grotere studies en onderzoek van hogere kwaliteit is echter noodzakelijk voordat we hier conclusies aan mogen verbinden. Ten slotte bediscussiëren we in dit hoofdstuk de sterktes en beperkingen van het onderzoek in huidig proefschrift en worden suggesties gegeven voor toekomstig onderzoek met betrekking tot CI.
Bekijk ook deze proefschriften
International Benchmarking in Cardio-Thoracic Surgery
Supporting older adults to STAY ACTIVE AT HOME
γ-Aminobutyric acid (GABA) as a potential bioactive food component
Leadership and inclusiveness in public organizations
Clinical Assessment and Management of Balance Impairments in Parkinson’s disease
Wij drukken voor de volgende universiteiten





















