Deel dit project
Mitigar
Samenvatting
Er is steeds meer wetenschappelijk bewijs voor het verband tussen kindermishandeling en gezondheidsproblemen gedurende de levensloop. Kindermishandeling wordt beschouwd als een risicofactor voor verschillende psychische stoornissen en verhoogde invaliditeit, en dit gaat gepaard met enorme economische kosten. Echter, in Zuid-Europese landen is hier minder onderzoek naar verricht dan in andere Westerse landen. Daarnaast zijn seksueel en lichamelijk misbruik vaker bestudeerd dan minder opvallende vormen van mishandeling zoals emotioneel misbruik en verwaarlozing. Ook zijn onderzoeken vaker gericht op klinische groepen en aangetoonde gevallen van kindermishandeling. Maar wat zijn de gevolgen van kindermishandeling voor volwassenen en de samenleving als geheel? En hoe kan de gezondheidszorg de negatieve impact van kindermishandeling gedurende de levensloop verminderen? Voor landen als Portugal, waar psychische stoornissen in vergelijking met ander Europese landen relatief veel voorkomen, en waar risicofactoren voor kindermishandeling aanwezig zijn, is het belangrijk meer te weten te komen over de gevolgen ervan en hoe deze te verzachten.
Ons project onderzocht de prevalentie van vijf vormen van kindermishandeling – seksueel misbruik, fysiek misbruik, emotioneel misbruik, fysieke verwaarlozing en emotionele verwaarlozing – in een steekproef van 1200 volwassenen in de Portugese samenleving, en onderzocht hun verband met psychische symptomen, revictimisatie en posttraumatische stress-stoornis. Gegeven de historische en culturele relevantie van de Koloniale Oorlogen in de Portugese samenleving, exploreerden we ook welke rol de oorlogservaringen en diagnoses van posttraumatische stress-stoornis bij de ouders speelden bij de transmissie van de gevolgen van kindermishandeling. Bovendien onderzochten we de aanname dat het gebruik van de gezondheidszorg de gevolgen van kindermishandeling bij volwassenen in de gemeenschap kan verminderen. We bestudeerden de literatuur over resilience (veerkracht) factoren en therapeutische interventies, en we tekenden de meningen op van 91 Europese professionals waarbij we gebruikt maakten van de beproefde Delphi methode.
Uit de resultaten verkregen uit de Portugese steekproef concludeerden we dat meer dan 14% van de volwassenen in de gemeenschap rapporteerde te zijn blootgesteld aan matige of ernstige mishandeling gedurende de kindertijd. Emotionele verwaarlozing werd het meest genoemd, terwijl emotionele mishandeling het sterkste verband hield met psychologische symptomen en posttraumatische stress stoornis. Mensen die blootgesteld waren aan emotioneel misbruik waren ook blootgesteld aan alle andere vormen van kindermishandeling. Bovendien voorspelde emotioneel misbruik psychologische symptomen en posttraumatische stress in interactie met fysiek misbruik als ook emotionele en fysieke verwaarlozing. Volwassenen die waren blootgesteld aan matige of ernstige mishandeling hadden meer dan twee keer zo’n groot risico om weer slachtoffer te worden gedurende hun leven en drie keer zo’n groot risico om gediagnosticeerd te worden met een posttraumatische stress stoornis.
In onze studie naar kindermishandeling bij nakomelingen van Portugese oorlogsveteranen vonden we dat kinderen van vaders met een posttraumatische stress-stoornis meer emotionele verwaarlozing rapporteerden. Tegelijkertijd rapporteerden hun ouders vaker zelf te zijn blootgesteld aan mishandeling gedurende de kindertijd. Ook meldden de aan oorlog blootgestelde vaders dat zij hun eigen ervaringen met mishandeling vaker doorgaven aan hun kinderen.
Door de literatuur over veerkracht (resilience) en therapeutische interventies voor de gevolgen van kindermishandeling te bestuderen hebben we inzicht gekregen in mogelijke transdiagnostische aspecten waarop volksgezondheidsprogramma’s zich kunnen richten, namelijk emotieregulatie, sociale vaardigheden en het zelfconcept. De in de Delphi studie betrokken professionals waren overtuigd van het belang van op deze drie themas gerichte initiatieven in de volksgezondheid om de gevolgen van kindermishandeling voor volwassenen te verzachten. Als grootste voordeel benadrukten de deelnemers de preventie van de intergenerationele transmissie van de gevolgen van kindermishandeling. Ook werd op het vergroten van kennis en bewustzijn in de gemeenschap gewezen als een veelbelovende strategie, hoewel er een aantal risico’s werd genoemd, zoals revictimisatie en het medicaliseren van klachten die geen medische interventie behoeven. De experts suggereerden echter dat deze risico’s beperkt zouden kunnen worden door volksgezondheidssystemen toe te rusten om eventuele behoeften van getroffen volwassenen het hoofd te bieden, namelijk door het verschaffen van laagdrempelige interventies (zelfhulp en via internet) en door professionals adequaat op te leiden. Bovendien werd de prioriteit gelegd bij de ontwikkeling van evidence-based interventies op het gebied van emotieregulatie om volwassenen in de gemeenschap te helpen herstellen van de gevolgen van kindermishandeling. Het gebruik van moderne informatietechnologieën kan eveneens goed van pas komen bij de implementatie van deze strategieën, omdat de mogelijkheden vergroot om getroffen personen op een effectieve en efficiënt wijze te helpen.
Hoewel de in deze dissertatie beschreven onderzoeken een aantal beperkingen kennen, zoals het gebruik van cross-sectionele data en zelfrapportagemethoden om kindermishandeling vast te stellen als ook een wellicht wat specifieke selectie van professionals in de Delphi studie, hebben zij belangrijke inzichten opgeleverd die bij kunnen dragen aan de ontwikkeling van programma’s om de negatieve (maatschappelijke) consequenties van kindermishandeling te verminderen. Onze bevindingen ondersteunen het idee dat emotioneel misbruik net zou schadelijk is als andere, ‘duidelijkere’ vormen van kindermishandeling. Het is belangrijk dat er verbetering optreedt in de preventie ervan en in de hierop gerichte interventies op de gevolgen. De gezondheidszorg kan beter toegerust worden om het probleem van kindermishandeling het hoofd te bieden door het bewustzijn van langtermijn effecten te vergroten, professionals te trainen en interventies te ontwikkelen die zich richten op emotieregulatie. Echter, toekomstig onderzoek is nodig om de specifieke behoeften van getroffen volwassenen in de gemeenschap in kaart te brengen. De mogelijkheid dat de levenslange gevolgen van kindermishandeling voorkomen en verzacht kunnen worden, zou voor volksgezondheidsorganisaties en belanghebbenden op het gebied van kinderbescherming een primaire reden moeten zijn om bij te dragen aan preventie.
Bekijk ook deze proefschriften
Plant-Derived and Inspired Synthetic Molecules with Dual-Spectrum Activity
Managing water excess and deficit in agriculture
Wij drukken voor de volgende universiteiten





















