Deel dit project
Routine outcome monitoring to improve mental healthcare practice for patients with severe mental illness
Samenvatting
ACHTERGROND
Patiënten met ernstige psychiatrische aandoeningen (EPA) hebben te maken met langdurige complexe problematiek. Een groot deel van hen is gediagnosticeerd met een psychotische stoornis. Ze ondervinden problemen op verschillende levensgebieden. Denk hierbij aan geestelijke en lichamelijke ziekten, werkgelegenheid, huisvesting en sociale relaties (Drake et al., 2014; Viertiö et al. 2004). De problemen en zorgvragen die patiënten kunnen hebben op deze gebieden vragen om samenwerking tussen verschillende instanties, zoals GGZ-instellingen, beschermde woonvormen en gemeenten. Bijvoorbeeld in het kader van schuldsanering en betaalde arbeid. EPA-patiënten hebben vaak een intensieve behandeling nodig. Daarom is het belangrijk om te blijven onderzoeken hoe we de zorg voor deze groep kunnen vormgeven en daarmee de kwaliteit van leven verbeteren.
De organisatie van de geestelijke gezondheidszorg for patiënten met EPA in Nederland is aan het veranderen van een meer geïnstitutionaliseerde focus naar een maatschappelijke benadering (Projectgroep Actieplan Ernstige Psychische Stoornissen, 2014). Sinds 2006 zijn er meerdere belangrijke hervormingen doorgevoerd in de Nederlandse GGZ. Een belangrijk doel hiervan was het realiseren van een verschuiving van aanbodgestuurde naar meer vraaggerichte zorg. De hervormingen zijn gebaseerd op gereguleerde concurrentie: zorginkopers en -aanbieders bepalen samen én in concurrentie met elkaar de prijs, kwaliteit en dienstverlening op basis van vraag en aanbod.
In 2008 veranderde het financieringssysteem van de geestelijke gezondheidszorg met de invoering van de Zorgverzekeringswet (ZVW). Hierdoor verschoof de focus binnen de GGZ van ‘care’ naar 'cure' (Janssen, 2017). Routine Outcome Monitoring (ROM) werd vanaf dat moment een vereiste voor GGZ-instellingen om transparant te zijn over het type zorg dat geleverd wordt en voor wie. Vooral zorgverzekeraars waren voorstanders van de inzet van ROM, omdat zij sinds de invoering van ZVW zelf het risico dragen voor kostenoverschrijdingen binnen de GGZ.
ROM is een proces waarbij systematisch gegevens zoals psychisch toestandsbeeld, patiëntkenmerken en zorggebruik worden verzameld. Behandelaars gebruiken ROM-data voor het evalueren van de individuele voortgang van een patiënt. Een belangrijke andere toepassing van ROM ligt in het maken van beleid door o.a. GGZ-instellingen, zorgverzekeraars en gemeenten. Verzekeraars gebruiken ROM-data bij de onderhandelingen voor zorgcontracten met de zorgorganisaties. Zij kijken daarbij naar de omvang, kwaliteit en effectiviteit van de zorg. In een recent document dat aan de Nederlandse overheid is aangeboden stelt Van Os (2020) dat er verschillen zijn in de kwaliteitsparameters die verzekeraars gebruiken. Daarnaast lijkt de door verzekeraars ingekochte hoeveelheid zorg niet in de juiste verhouding te staan tot de zorgbehoefte van de bevolking. Dit geldt vooral voor patiënten met complexe problemen die zoals gezegd op meerdere gebieden zorgbehoeftes hebben. Van Os laat zien dat de wijze waarop verzekeraars de GGZ inkopen moet worden aangepast door meer variabelen op te nemen die informatie kunnen geven over de aard en de effectiviteit van de zorg voor mensen met complexe problemen.
Een andere grote verandering binnen de geestelijke gezondheidszorg is de transformatie van intramurale naar meer ambulante zorg. Steeds vaker bieden GGZ-instellingen ambulante hulp, bijvoorbeeld met Flexible Assertive Community Treatment (Van Veldhuizen, 2007). Dit maakt het mogelijk dat begeleiding op een door de patiënt gewenste locatie plaats kan vinden. Een andere verandering is dat interventies meer gericht zijn op revalidatie, herstel en maatschappelijke participatie, zoals housing first (Nelson et al., 2020), begeleid werken (Frederick & VanderWeele, 2019), individuele plaatsing en begeleiding (Killackey et al., 2019). In de ambulante zorg leggen GGZ-instellingen ook meer nadruk op gedeelde besluitvorming door patiënten en hun naasten actief bij de behandeling te betrekken. Hiervan is aangetoond dat het een positief effect heeft op de gezondheidsuitkomsten van patiënten met EPA (Huang e.a., 2020).
Ondanks deze veranderingen binnen het speelveld van de geestelijke gezondheidszorg is de inrichting van de GGZ en daarbij de toewijzing van middelen voor de EPA-populatie nog steeds een uitdaging. De kwaliteit en transparantie van de zorg wordt beter, maar komt nog onvoldoende tegemoet aan de behoeften van patiënten (Delespaul et al., 2017).
Bekijk ook deze proefschriften
Data-Driven Modeling and Optimization of Flexible and Efficient Power and Water Systems Management
Alessio Belmondo Bianchi di Lavagna
Artificial intelligence and computer vision for quantitative assessment of eating behavior and urban food landscapes
Soil Organic Carbon: Pools and Predictors in Nordic Agricultural Soils, and Insights into SOM Fractionation Methodology
Lifelong Impact of Congenital Heart Disease
Nitrate Aerosol in the Netherlands
Aminoglycoside resistance mechanisms and strategies to overcome them
AI-based clinical outcome prediction with multicentric data and federated learning
In vitro insights into dietary advanced glycation end products and their impact on intestinal health
Wij drukken voor de volgende universiteiten





















