Deel dit project
Values in science
Samenvatting
Moeten wetenschappers eenvoudige theorieën waarderen? Is vruchtbaarheid een belangrijk criterium om wetenschappelijke theorieën te beoordelen? Wat is de rol van morele, sociale en politieke waarden in de wetenschap? In de afgelopen jaren is er onder wetenschapsfilosofen een toenemende belangstelling voor de studie van hoe cognitieve en niet-cognitieve waarden de beoordeling en vergelijking van wetenschappelijke theorieën beïnvloeden en zouden moeten beïnvloeden. Terwijl cognitieve waarden (bijv. eenvoud en vruchtbaarheid) kenmerken zijn van wetenschappelijke theorieën die indicatief zijn voor de waarheid of empirische adequaatheid van theorieën, zijn niet-cognitieve waarden morele, politieke, sociale en economische waarden. Het begrijpen van de rol van waarden in de wetenschap is een bijzonder urgente kwestie. Het verduidelijken van het belang van cognitieve waarden is belangrijk om nauwkeurige vergelijkingen van wetenschappelijke theorieën te kunnen maken. Het begrijpen van de invloed van niet-cognitieve waarden op de wetenschap is cruciaal omdat morele, sociale en politieke waarden betrokken zijn bij vele stadia van onderzoek, zoals beslissingen over methodologieën en de toewijzing van middelen. Aangezien deze beslissingen alle leden van de samenleving (wetenschappers, niet-experts en politieke instellingen) raken, is het begrijpen van de impact van niet-cognitieve waarden op deze keuzes van primair belang.
In dit proefschrift behandel ik vier vragen door gebruik te maken van twee hoofdmethode, namelijk de analyse van casestudies uit de Evolutionaire Psychologie en de experimentele methode. Ten eerste hebben filosofen het belang en de rol van sommige waarden, zoals eenvoud, bij de beoordeling van theorieën verduidelijkt, terwijl er weinig of geen aandacht is besteed aan andere waarden, zoals vruchtbaarheid. In het tweede hoofdstuk van mijn proefschrift begin ik dit gat te dichten door een duidelijke uitleg en een strategie te formuleren die moet worden toegepast bij de beoordeling van theorieën voor de waarde van vruchtbaarheid. Bovendien gebruik ik mijn verslag om de vruchtbaarheid van de Evolutionaire Psychologie te beoordelen.
Ten tweede betogen sommige wetenschapsfilosofen dat cognitieve waarden wenselijk en relevant zijn voor de beoordeling van theorieën omdat ze indicatief zijn voor de waarheid of empirische adequaatheid van theorieën. Maar waarom is dat zo? In het derde hoofdstuk van mijn proefschrift ontwikkel ik een contextgevoelige benadering van waarden. Ik betoog dat we, om de grondslag voor de wenselijkheid van cognitieve waarden te begrijpen en een nauwkeurige beoordeling van theorieën te maken, rekening moeten houden met specifieke factoren van de context waarin theorieën worden beoordeeld, zoals de beschikbaarheid van methodologieën en de manier waarop cognitieve waarden in die context met elkaar samenhangen.
Ten derde hebben filosofen traditioneel betoogd dat de invloed van niet-cognitieve waarden op wetenschappelijk redeneren de epistemische autoriteit van de wetenschap bedreigt. In het derde hoofdstuk [sic] daag ik deze visie uit en betoog ik dat sommige niet-cognitieve waarden een cognitieve rol kunnen spelen in de wetenschap, d.w.z. dat ze epistemisch gunstig kunnen zijn voor de beoordeling van wetenschappelijke theorieën. Op basis van een casestudy (het verslag van menselijke paring in de Evolutionaire Psychologie) betoog ik dat feministische waarden positief kunnen bijdragen aan de beoordeling van theorieën op verschillende manieren, zoals door de gevoeligheid te vergroten voor bewijs dat werd verwaarloosd vanwege genderbias.
Ten vierde beweren sommige filosofen dat niet-cognitieve waarden een legitieme rol spelen in gevallen van inductief risico, namelijk gevallen waarin wetenschappers wetenschappelijke hypothesen verkeerd kunnen beoordelen (bijv. het accepteren van een hypothese die verworpen zou moeten worden) vanwege onzekerheid. Fouten kunnen gevolgen hebben die moreel of economisch onwenselijk kunnen zijn en niet-cognitieve waarden bieden volgens sommige filosofen de normen om deze mogelijke gevolgen te evalueren en te vergelijken. Er is echter weinig bekend over hoe - specifiek - niet-cognitieve waarden deze evaluatie beïnvloeden. Om dit probleem aan te pakken, voer ik een experimentele studie uit waarin wordt verduidelijkt hoe persoonlijke kenmerken, politieke waarden en specifieke aspecten van een risico de reacties van mensen op mogelijke gevallen van inductief risico bepalen. Op basis van deze resultaten bespreek ik recente oproepen van instellingen om onderzoeksagenda's af te stemmen op de waarden, behoeften en verwachtingen van burgers.
Bekijk ook deze proefschriften
Managing water excess and deficit in agriculture
Dear Diary: Advances in Experience Sampling Methodology Studies
The impact of a negative energy balance on porcine phenotypic and granulosa cell molecular responses
Political embeddedness and corporate strategies in China
Wij drukken voor de volgende universiteiten





















