Deel dit project
The Spectrum of Autistic Traits in Children
Samenvatting
Het is algemeen bekend dat gezinnen van kinderen met autisme een uitdagende reis doormaken. Minder bekend is echter in hoeverre mildere autismekenmerken geassocieerd zijn met schoolprestaties van kinderen of met ouderlijk gedrag, en welke factoren de autistische kenmerken van kinderen kunnen voorspellen. Daarom zijn in dit proefschrift de mogelijke voorspellers en verbanden met een breed spectrum aan autismekenmerken bij kinderen onderzocht.
Beginnend met een beknopt overzicht van de geschiedenis van autisme, introduceert hoofdstuk 1 het concept van een continu spectrum van autismekenmerken in de algemene bevolking als de belangrijkste invalshoek van het huidige proefschrift, en beschrijft dit hoofdstuk de geschiedenis en de huidige kennis over de etiologie van autistische kenmerken bij kinderen. Vervolgens worden de doelstellingen en de achtergrond van dit proefschrift gepresenteerd.
In hoofdstuk 2 onderzochten we autistische kenmerken van kinderen tijdens de vroege kinderjaren in relatie tot schoolprestaties. Ook hebben we woordenschat en gedragsproblemen onderzocht als twee potentiële mediatoren in de associatie van autistische kenmerken van kinderen met hun academische prestaties. Onze bevindingen toonden aan dat meer autistische kenmerken slechtere academische prestaties voorspelden. Bovendien werd de associatie tussen autistische kenmerken en academische prestaties gedeeltelijk gemedieerd door woordenschat en gedragsproblemen in de basisschool leeftijd.
In hoofdstuk 3 hebben we onderzocht of niet-verbaal IQ, geslacht en externaliserend probleemgedrag de associatie tussen autistische kenmerken van kinderen en hun relaties met leeftijdgenoten modereerde. De resultaten toonden aan dat kinderen met minder autistische kenmerken meer geaccepteerd en minder afgewezen werden door leeftijdgenoten. Externaliserende problemen modereerden de associatie tussen autistische kenmerken en relaties met leeftijdgenoten. Afwijzing door leeftijdsgenoten bleef relatief hoog voor kinderen met meer externaliserende problemen, ongeacht de ernst van autistische kenmerken. Niet-verbaal IQ of geslacht modereerde de associatie tussen autistische kenmerken van het kind en relaties met leeftijdsgenoten niet. Onze bevindingen uit hoofdstuk 2 en 3 suggereren dat taalvaardigheden, zoals het beschikken over een grote woordenschat, kinderen kunnen helpen bij het begrijpen van de instructies van de leerkracht en dat externaliserende problemen, zoals regelmatig vechten, ergernis kan opleveren in de sociale groep, wat resulteert in afwijzing door leeftijdgenoten.
In hoofdstuk 4 hebben we onderzocht of de leeftijd van de moeder tijdens de conceptie, het mentaliserend vermogen en de autistische kenmerken van de moeder onafhankelijk bijdragen aan de voorspelling van autistische kenmerken bij het kind. Onze bevindingen suggereerden dat de relatie tussen de leeftijd van de moeder tijdens de conceptie met autistische kenmerken van het kind een U-vormige (kwadratische) relatie heeft. Autistische kenmerken van de moeder voorspelden autistische kenmerken bij kinderen, en betere mentaliserende vaardigheden van de moeder waren geassocieerd met minder autistische kenmerken van de moeder.
In hoofdstuk 5 hebben we de body mass index (BMI) van moeders onderzocht als mogelijke moderator in de associatie tussen autistische kenmerken van de moeder en autistische kenmerken van het kind op drie verschillende leeftijden (babytijd, vroege kinderjaren en vroege adolescentie). We gebruikten twee verschillende cohorten; de Generation R-studie en het Cambridge Ultrasound Siblings and Parents Project (CUSP). We vonden dat een hogere BMI vóór de zwangerschap van de moeder onafhankelijk geassocieerd was met meer autistische kenmerken van het kind, maar we vonden geen modererend effect van de BMI gemeten vóór de zwangerschap van de moeder op de associatie tussen autistische kenmerken van de moeder en autistische kenmerken van het kind.
In hoofdstuk 6 onderzochten we de associatie tussen opvoedingsstijl en autistische kenmerken bij moeders of bij kinderen. We ontdekten dat een strengere opvoedingsstijl geassocieerd was met meer autistische eigenschappen bij zowel moeders als kinderen.
In hoofdstuk 7 vergeleken we de opvoedingsstijlen van voor de COVID-19 pandemie in het Generation R-cohort met gegevens over de opvoedingsstijl verzameld tijdens de Covid-19-lockdown. We ontdekten dat de opvoedingsstijl tijdens de lockdown significant strenger was in vergelijking met de pre-pandemische opvoedingsstijl. Alles bij elkaar genomen suggereren onze bevindingen uit hoofdstuk 6 en 7 dat de Covid-19-pandemie het ouderlijk gedrag heeft beïnvloed, zowel naar kinderen met autisme als naar kinderen zonder autisme. Omdat de reactie van ouders (copingstrategieën) een rol kunnen spelen bij het omgaan met opvoedingsstress, zou oudergerichte ondersteuning moeten worden verbeterd juist gedurende een stressvolle pandemie.
Tot slot, worden in hoofdstuk 8 de belangrijkste bevindingen en interpretaties van de verschillende onderzoeken samengevat, de methodologische overwegingen gepresenteerd, de klinische implicaties beschreven en geef ik suggesties voor de richting waarin toekomstig wetenschappelijk onderzoek naar het autisme spectrum zich zou moeten bewegen.
Bekijk ook deze proefschriften
Dear Diary: Advances in Experience Sampling Methodology Studies
Plant-Derived and Inspired Synthetic Molecules with Dual-Spectrum Activity
Managing water excess and deficit in agriculture
Wij drukken voor de volgende universiteiten





















