Deel dit project
DIETARY INTAKE OF DUTCH FOOD BANK RECIPIENTS
Samenvatting
DOEL
De algemene doelstelling van dit proefschrift was om de voedingsinname en de mate van voedselzekerheid van Nederlandse voedselbankklanten te onderzoeken en strategieën te ontwikkelen om hun voedingsinname te optimaliseren.
RESULTATEN
De prevalentie van (zeer) lage voedselzekerheid en factoren die samenhangen met (zeer) lage voedselzekerheid
In hoofdstuk 2 zijn de prevalentie (i.e. het voorkomen van) van (zeer) lage voedselzekerheid en mogelijke demografische, leefstijl en voedingsgerelateerde factoren die samenhangen met (zeer) lage voedselzekerheid onderzocht. Dit onderzoek is uitgevoerd bij 251 Nederlandse voedselbankklanten met een gemiddelde leeftijd van 46,3 jaar, van 11 voedselbanken in heel Nederland. De prevalentie van lage voedselzekerheid onder Nederlandse voedselbankklanten, vastgesteld aan de hand van de 6-item U.S. Department of Agriculture Household Food Security Survey Scale, was 72,9%. Van deze 72,9% had ruim 40% een zeer lage voedselzekerheid. Van de deelnemers met een zeer lage voedselzekerheid gaf 56,8% aan in de afgelopen drie maanden ooit honger te hebben gehad, maar niet te hebben gegeten omdat ze geen geld hadden om meer voedsel te kopen. Bovendien werd een (zeer) lage voedselzekerheid geassocieerd met de volgende demografische, leefstijl en voedingsgerelateerde factoren: vrouwelijk geslacht, laag opleidingsniveau, huishoudens met kinderen, lage tevredenheid over het voedselpakket, lage tevredenheid over de totale voedingsinname, lage perceptie van de gezondheid van de eigen totale voedingsinname en een lage eigen effectiviteit om gezond te eten.
Inhoud en gebruik van voedselpakketten verstrekt door Nederlandse voedselbanken
Hoofdstuk 3 beschrijft in hoeverre de inhoud van voedselpakketten, verstrekt door de Nederlandse voedselbanken, voldoet aan de Nederlandse voedingsrichtlijnen voor een gezonde voeding en hoe voedselbankklanten de inhoud van hun voedselpakketten gebruiken. Dit onderzoek is gebaseerd op 96 voedselpakketten en 251 Nederlandse voedselbankklanten met een gemiddelde leeftijd van 46,3 jaar, van 11 voedselbanken in heel Nederland. De resultaten, omgerekend naar een eenpersoons voedselpakket voor één dag, laten zien dat de inhoud van de voedselpakketten niet voldoet aan de Nederlandse voedingsrichtlijnen voor een gezonde voeding. De verstrekte hoeveelheden energie, eiwit en verzadigd vet voor een eenpersoons voedselpakket voor één dag waren hoger dan de voedingsrichtlijnen voor een gezonde voeding, terwijl de verstrekte hoeveelheden fruit en vis lager waren dan de richtlijnen. Het aantal dagen waarvoor macronutriënten, groenten, fruit en vis voor een eenpersoons voedselpakket werden verstrekt, liep sterk uiteen (1-11 dagen). Van de Nederlandse voedselbankklanten kocht slechts 9,5% fruit en 4,6% vis als aanvulling op het voedselpakket. De meerderheid (60,6%) van de deelnemers gebruikte meestal niet alle voedingsmiddelen uit het voedselpakket en 75,7% was (zeer) tevreden over de inhoud van het voedselpakket. Deze resultaten suggereren dat, in het huidige concept van de voedselbanken, voedselpakketten verbeterd kunnen worden. Meer onderzoek is nodig naar hoe de voedingswaarde van de voedselpakketten effectief verbeterd kan worden en hoe dit uiteindelijk van invloed is op de voedingsinname van voedselbankklanten.
Voedingsinname van Nederlandse voedselbankklanten
In hoofdstuk 4 is onderzocht in hoeverre de voedingsinname van Nederlandse voedselbankklanten voldoet aan de Nederlandse voedingsrichtlijnen voor een gezonde voeding, en of hun voedingsinname vergelijkbaar is met de voedingsinname van een representatieve steekproef van de Nederlandse bevolking en van mensen met een lage SES. De voedingsinname is gemeten aan de hand van drie 24 uurs recalls (i.e. methode waarbij navraag wordt gedaan over de afgelopen 24 uur) bij 167 Nederlandse voedselbankklanten met een gemiddelde leeftijd van 48,6 jaar, van 12 voedselbanken in heel Nederland. Er is gebruik gemaakt van vergelijkingsgegevens uit de Nederlandse nationale voedselconsumptiepeiling (n=1933), waaronder een steekproef van mensen met een lage SES (n=312), 2007-2010. Uit de resultaten blijkt dat de voedingsinname van Nederlandse voedselbankklanten niet voldoet aan de Nederlandse voedingsrichtlijnen voor een gezonde voeding. Het merendeel van de Nederlandse voedselbankklanten, vergelijkbaar met de algemene en lage SES steekproef van de Nederlandse bevolking, had een lagere inname dan de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid voor voedingsvezel, fruit, groente en vis, en een hogere inname voor verzadigd vet. Bovendien was de inname van energie, voedingsvezel, groente en fruit door voedselbankklanten lager dan zowel de algemene als de lage-SES Nederlandse bevolking. De visinname van Nederlandse voedselbankklanten was, daarentegen, lager dan de algemene, maar niet dan de lage-SES Nederlandse bevolking. De inname van koolhydraten en polysachariden door voedselbankklanten was hoger dan zowel de algemene als de lage-SES Nederlandse bevolking. Deze resultaten benadrukken het belang van het verbeteren van de voedingsinname van Nederlandse voedselbankklanten. Er moeten strategieën worden ontwikkeld om de voedingsinname van Nederlandse voedselbankklanten te optimaliseren, bijvoorbeeld door het verspreiden van informatie over een gezonde voedingsinname, het toevoegen van recepten aan het voedselpakket of het verbeteren van de inhoud van de voedselpakketten.
De perceptie van voedselbankklanten over voedselpakketten en hun voedingsinname
Hoofdstuk 5 beschrijft de perceptie van de Nederlandse voedselbankklanten over de inhoud van de voedselpakketten, hun voedingsinname en hoe de pakketten bijdragen aan hun totale voedingsinname. Er is gebruik gemaakt van gegevens van 11 semigestructureerde focusgroepdiscussies met 44 Nederlandse voedselbankklanten in de leeftijd van 20 tot 64 jaar, van 7 voedselbanken in heel Nederland. De voedselbankklanten waren niet altijd tevreden over de hoeveelheid, kwaliteit, variatie en het soort voedsel in het voedselpakket. Voor de deelnemers die het zich konden veroorloven, werd het aanvullen van het voedselpakket als de belangrijkste reden genoemd om voedsel te kopen. Prijs werd genoemd als het belangrijkste aspect bij de keuze van deze voedingsmiddelen. De meest genoemde voedingsmiddelen die als aanvulling op het voedselpakket werden gekocht waren: groente, fruit, brood, vlees en vleesproducten, koffie, (fris)dranken, kaas en boter/olie. Veel deelnemers waren niet tevreden over hun totale voedingsinname. Dit kwam voornamelijk doordat de hoeveelheid niet toereikend was, maar ook vanwege een gebrek aan variatie, een gebrek aan kwaliteit, een gebrek aan keuze, en het soort voedsel. De deelnemers gaven aan dat de inhoud van het voedselpakket veel invloed had op hun voedingsinname. Bovendien gaven de deelnemers aan dat ze moeite hadden met hun ontevredenheid over de voedselpakketten, omdat ze ook dankbaar waren voor het voedsel dat ze ontvangen.
Verbetering van de voedingskwaliteit van voedselpakketten en de impact op de voedingsinname
In hoofdstuk 6 is onderzocht wat het effect is van het verbeteren van de voedselkwaliteit van voedselpakketten op de voedingsinname van Nederlandse voedselbankklanten. Dit onderzoek betrof een acht weken durende gerandomiseerde cross-over gecontroleerde studie met vier interventiecondities. Aan dit onderzoek deden 163 Nederlandse voedselbankklanten mee met een gemiddelde leeftijd van 45,1 jaar, van drie voedselbanken in heel Nederland. De resultaten van dit onderzoek laten zien dat het verbeteren van de voedselkwaliteit van voedselpakketten een positieve invloed had op de daadwerkelijke voedingsinname van Nederlandse voedselbankklanten. De toevoeging van groenten en fruit aan de standaard voedselbank specifieke voedselpakketten (al dan niet in combinatie met het vervangen van ongezonde snacks uit het standaard voedselpakket door basisvoedingsmiddelen) had een positief effect op de gemiddelde groente- en/of fruitinname van voedselbankklanten in vergelijking met de andere interventiecondities. De interventieconditie waarbij ongezonde snacks uit het standaard voedselpakket werden vervangen door basisvoedingsmiddelen verbeterde echter niet de voedingsinname van de voedselbankklanten. De gemiddelde inname van de productgroep noten, zaden en snacks verschilde niet van de andere interventiecondities en de gemiddelde inname van de productgroep suiker, snoep, zoet broodbeleg en zoete sauzen was zelfs hoger in vergelijking met de interventieconditie waarbij de ongezonde snacks werden vervangen door basisvoedingsmiddelen plus het toevoegen van groenten en fruit aan de standaard voedselpakketten. De resultaten van deze studie tonen aan dat het toevoegen van groenten en fruit aan de standaard voedselbank specifieke voedselpakketten, al dan niet in combinatie met het vervangen van ongezonde snacks door basisvoedingsmiddelen, een effectieve interventiestrategie was om de voedingsinname van voedselbankklanten te verbeteren (i.e. groenten en fruit), terwijl het vervangen van ongezonde snacks uit het voedselpakket door basisvoedingsmiddelen niet effectief was. Dit lijkt zelfs een negatief effect te hebben op de voedingsinname van voedselbankklanten. De resultaten geven een eerste inzicht in mogelijke effectieve strategieën om voedselpakketten te verbeteren, maar er is meer onderzoek nodig om effectieve interventiestrategieën te ontwikkelen die eenvoudig door voedselbanken kunnen worden toegepast en die een positief effect hebben op de voedingsinname van voedselbankklanten.
BELANGRIJKSTE CONCLUSIE
De resultaten van dit proefschrift laten zien dat (zeer) lage voedselzekerheid bij Nederlandse voedselbankklanten frequent voorkomt. Voedselbankklanten zijn voor een groot deel afhankelijk van de voedselpakketten, waarvan de hoeveelheid en de voedingskwaliteit vaak niet voldoen aan hun voedingsbehoeften. De voedingsinname van de voedselbankklanten is slechter dan zowel de algemene als de lage-SES Nederlandse bevolking, en wordt in belangrijke mate beïnvloed door de inhoud van het voedselpakket. Voedselbankklanten zijn niet tevreden over hun totale voedingsinname. Dit kwam voornamelijk doordat de hoeveelheid niet toereikend was, maar ook vanwege een gebrek aan variatie, een gebrek aan kwaliteit, een gebrek aan keuze, en het soort voedsel. Dit proefschrift toont eenduidig aan dat de voedingsinname van voedselbankklanten positief beïnvloed kan worden door het verbeteren van de voedingskwaliteit van de voedselpakketten.
Met het oog op het voortdurend hoge en toenemende aantal mensen dat wereldwijd gebruik maakt van voedselbanken, is het belangrijk om effectieve strategieën te ontwikkelen om de lage voedselzekerheid van voedselbankklanten te verminderen en de voedingsinname van voedselbankklanten op structurele wijze te verbeteren. Bij de ontwikkeling van deze strategieën is het belangrijk om rekening te houden met de voedingsbehoeften, de sociaalpsychologische aspecten van het feit dat men voedselbankklant is, en de gezondheidstoestand van voedselbankklanten. Dit is nodig om ervoor te zorgen dat de interventies en het beleid zijn afgestemd op de behoeften van de doelgroep, haalbaar, effectief en milieuvriendelijk zijn en uiteindelijk de gezondheid van de voedselbankklanten verbeteren.
Bekijk ook deze proefschriften
Plant-Derived and Inspired Synthetic Molecules with Dual-Spectrum Activity
Managing water excess and deficit in agriculture
Wij drukken voor de volgende universiteiten





















