Deel dit project
Towards personalized treatment in membranous nephropathy
Samenvatting
Membraneuze nefropathie (MN) is de meest voorkomende oorzaak van het nefrotisch syndroom op volwassen leeftijd. In 2009 werd ontdekt dat 70-80 % van de patiënten met primaire membraneuze nefropathie antistoffen heeft tegen de M-type fosfolipase A2 receptor (aPLA2Rab). Het natuurlijk beloop kan variëren van spontaan herstel bij 30 – 50 % van de patiënten, tot eindstadium nierfalen. Behandeling met cyclofosfamide en prednison gedurende 6-12 maanden is een effectieve behandeling gebleken om eindstadium nierfalen te voorkomen, echter deze behandeling gaat gepaard met bijwerkingen. In dit proefschrift hebben wij ons gefocust op het optimaliseren en individualiseren van de behandeling van patiënten met MN, waarbij we met name de rol van aPLA2Rab hebben bestudeerd. We hebben daarbij gekeken naar het ontstaan van de ziekte (eerste deel proefschrift, hoofdstuk 2), het gebruik van aPLA2Rab als biomarker (indicator voor ziektebeloop, hoofdstuk 3 en 4) en naar de behandeling van de ziekte (hoofdstuk 5 tm 8).
Het tweede deel van dit proefschrift gaat over prognostische biomarkers. Wij hebben laten zien dat er een forse overschatting is van de albumine waarde met de BCG methode bij patiënten met een nefrotisch syndroom. In dit geval heeft de BCP bepaling of immunologische methode dan ook de voorkeur. Daarnaast hebben we gekeken naar de rol van aPLA2Rab als prognostische biomarker voor het voorspellen van het natuurlijk beloop. Indien aPLA2Rab als enige variabele werd meegenomen, bleek dit een belangrijke voorspeller te zijn voor het natuurlijk beloop. Dit bleek echter niet zo te zijn indien ook meerdere variabelen, zoals, kreatinine en proteïnurie werden meegenomen.
Het laatste deel van dit proefschrift gaat over de behandeling van MN. De laatste jaren is er veel interesse in alternatieven voor cyclofosfamide, zoals calcineurine remmers en rituximab. Alhoewel dit voor een deel van de patiënten populatie een goed alternatief kan zijn, zijn er aanwijzingen dat deze behandelingen minder effectief zijn bij patiënten met hoge aPLA2Rab titers. In dit proefschrift hebben wij aangetoond dat de behandeling met cyclofosfamide en prednison op een veilige en effectieve manier kan worden geïndividualiseerd op geleide van de aPLA2Rab titer. In onze studie was er een hoog remissie (herstel) percentage van 94 %, en in een aanzienlijk deel van de patiënten kon de behandeling worden verkort (42 % van de patiënten had slechts 8 weken behandeling nodig in plaats van 6 maanden). Vrijwel alle patiënten met een aPLA2Rab titer < 100 RU/ml bereikten een klinische remissie binnen 8 weken. Tenslotte gaan we in de discussie van dit proefschrift in op de mogelijkheden om de behandeling in de toekomst verder te individualiseren op geleide van betere risico classificatie en gebruik van aPLA2Rab titer monitoring tijdens behandeling.
Bekijk ook deze proefschriften
Dear Diary: Advances in Experience Sampling Methodology Studies
Plant-Derived and Inspired Synthetic Molecules with Dual-Spectrum Activity
Managing water excess and deficit in agriculture
Wij drukken voor de volgende universiteiten





















