Publicatiedatum: 3 maart 2026
Universiteit: Overig

Samenvatting

baseren op de tweevoudige logica van het dualisme. Recepten die niet in staat zijn om met complexiteit om te gaan, simpelweg omdat ze geworteld zijn in het concept van geattribueerde coherentie (labels) omschreven in een invoer- en uitvoersignaal, die met elkaar verbonden zijn door externe audits door middel van feedback.

De waarnemer (b.v. de manager) is netjes gescheiden van het waargenomen object, en houdt staande dat emergentie kan worden gecontroleerd. Op de tweede verdieping rijst de vraag: wat speelt zich af in de zwarte doos? Deze vraag initieert de complexificerende beweging naar tweede orde systeemtheorie die prioriteit geeft aan het organiserende concept van zelforganisatie. Emergentie wordt aan tafel uitgenodigd. Ik zal kort stilstaan bij dit concept. Het is een oude traditie in de managementwetenschappen om concepten uit de natuurwetenschappen over te nemen. Zelforganisatie is daar een voorbeeld van. Het concept van zelforganisatie is gebaseerd op niet-lineaire deterministische modellering. Het vertaalprobleem wordt mede veroorzaakt door de metaforische aard van zelforganisatie (vlindereffect) en aggregatieniveauverschillen tussen zelf en organisatie, die worden genegeerd. Wat zou kunnen werken in de experimentele context van de computersimulatie (het laboratorium), kan niet, zonder problemen, worden vertaald naar de echte wereld. Zelforganisatie wordt vervolgens gepresenteerd als een tweevoudige logica over Zelf en Organisatie. In deze logica kan zelforganisatie worden opgevat als zelfgenererend en onafhankelijk van het zelf. Zelforganisatie mist dan reflexiviteit en bewustzijn - d.w.z. zelforganisatie wordt primair bepaald door het proces van de organisatie, oftewel het zelf dat georganiseerd wordt door de organisatie. Morin en Letiche & Lissack stellen dat zelf en organisatie op verschillende aggregatieniveaus begrepen moeten worden.

In Morin’s zelf-eco-[re-]organisatieconcept wordt een drievoudige logica geïntroduceerd, waarbij het dualisme van zelforganisatie wordt gecomplexificeerd. Deze denkbeweging bevrijdt het zelforganiserende concept van zijn dualistische basis, waardoor ruimte wordt gemaakt voor reflexiviteit, krachtige contextualisatie en bewustzijn. Letiche & Lissack complexificeren het trilemma Zelf-Eco-Organisatie van Morin door processen, tussen deze drie factoren, te koppelen aan een vierde factor: emergentie. Zowel Morin als Letiche & Lissack relateren verschillende factoren (zelf, organisatie, omgeving) aan dialogische, emergente relaties die complementair, tegenstrijdig en tegengesteld zijn. De overgang naar de derde en vierde verdieping van het complexiteitsgebouw van Morin wordt mogelijk gemaakt door het genereren van complexiteitsprincipes die een beter bewustzijn (kunnen) creëren van emergente processen.

Edgar Morin volgt een drievoudige logica (trilemma) waarin hij complexiteitstheorie bespreekt. In zijn zesdelige studie (La Méthode) ontwikkelt hij een nieuw vocabulaire en concepten over complexiteit. Een wetenschappelijk wereldbeeld dat zich verzet tegen het dominante paradigma van simpliciteit. Het simpliciteit paradigma stelt zich ten doel om complexe werkelijkheden tot één beginsel van orde te reduceren, dat alleen ruimte biedt aan de ‘of-of’ aard van de werkelijkheid die wordt gerepresenteerd als een dichotomie (these versus antithese). In dit paradigma wordt een scheiding tussen subject en object, een scheiding tussen micro en macro, een scheiding tussen theorie en praktijk, en tussen laboratoriumexperiment en de echte wereld aangebracht. Simpliciteit wordt gekenmerkt door een voorkeur voor waarschijnlijkheden versus mogelijkheden en een voorkeur voor objectiviteit en universaliteit. Simpliciteit maakt een dwingende scheiding tussen dat wat verbonden is (reductionisme) en verbindt dwangmatig diversiteit (holisme). Complexiteit kan volgens Morin worden gekenmerkt door drie onderliggende principes.

Ten eerste, een dialogisch principe: orde en wanorde, zelf en omgeving ontkennen elkaar deels, maar ze werken ook samen om organisatie en complexiteit te produceren. Het tweede complexiteitsprincipe omvat het principe van (organiserende) recursiviteit: een proces waarbij de producten en effecten tegelijkertijd de oorzaken en producenten zijn van wat ze produceren. De samenleving wordt geproduceerd door interacties tussen individuen, maar de samenleving koppelt, wanneer ze eenmaal is geproduceerd, terug op de individuen en produceert hen. Morin doorbreekt zodoende het principe van lineaire causaliteit dat simpliciteit kenmerkt. Het derde principe is een holografisch principe. De delen zijn onderdeel van het geheel en het geheel zit in het deel, maar ze zijn onherleidbaar tot elkaar: de delen geven geen volledige verklaring van het geheel, noch dat het geheel een volledige verklaring geeft van de delen. Simpliciteit kijkt alleen naar delen, geïsoleerd van hun context (reductionisme), terwijl holisme alleen naar het geheel kijkt, zonder aandacht te schenken aan de delen. Het principe van de holografische structuur is gekoppeld aan het principe van recursieve causaliteit, dat weer gekoppeld is aan het dialogische principe van interactie tussen orde en wanorde.

De viervoudige logica van Letiche & Lissack, die in het semiotische/dialogische vierkant van Zelf en Wereld is geconceptualiseerd, tracht emergente processen bloot te leggen. Het dialogische vierkant van Zelf en Wereld biedt een gids voor een actieve dialoog die het geleefde of ervaren narratief, van de deelnemers aan die dialoog, respecteert – d.w.z. door spreektaal (parole) op de voorgrond te plaatsen. Het dialogische vierkant van Zelf-Groep-Omgeving-Emergentie voegt een vierde factor toe aan de trilemmas van Morin, waardoor deze trilemmas verder gecomplexificeerd worden. Ik concentreer me in dit boek op twee belangrijke complexiteitsconcepten van Letiche & Lissack die betrekking hebben op emergentie: coherentie en het dialogische vierkant van Zelf en Wereld als een onderzoekraamwerk dat ons begrip van emergentie probeert te vergroten.

Het dialogische vierkant van Zelf en Wereld is een gids, waarin vier factoren (labels) in relatie met elkaar worden gebracht, afhankelijk van de bestudeerde kwestie. Deze factoren worden in dialoog gebracht via drie verschillende complexe relaties: complementair, tegenstrijdig en tegengesteld. Het dialogische vierkant probeert betekenis te geven aan emergente, situationele gebeurtenissen. Met behulp van het dialogische vierkant kunnen we complexe narratieven creëren over de spelende kwestie.

Ik heb vier, onderling samenhangende, procescondities gedistilleerd uit mijn onderzoek voor het omgaan met complexe vraagstukken: 1. Dialogische Interactie (het onderstrepen van het belang van het narratieve en verhalende karakter van de complexe relaties tussen zelf, groep, omgeving en emergentie); 2. Recursieve Causaliteit (momenten van antagonisme en paradox bieden ruimte aan nieuwheid in organisatie en/of organiseren, waardoor bewustzijn van aangrenzende mogelijkheden wordt gecreëerd); 3. Holografische Structuur (verschil in aggregatieniveau biedt ruimte aan emergente coherentie in organisatie en/of organiseren) en 4. Ecologie van Actie (dit principe refereert aan de complexe relaties tussen intenties en handelen).

Emergentie is onherleidbaar tot ingewikkeldheid; emergentie gaat over verwantschap en de verhalen die verteld worden over die verbondenheid. Emergentie kent geen eindstaat, er is geen oplossing voor emergentie, maar de analyse van emergente processen kan aangrenzende mogelijkheden voor handelen bieden om het handelen op te baseren. Bij het onderzoeken van organisatie en/of organiseren, kunnen deze leidende principes een samenhangend kader bieden dat nuttig kan zijn om bewustzijn te creëren voor emergente processen.

Bekijk ook deze proefschriften

Wij drukken voor de volgende universiteiten