Publicatiedatum: 10 november 2022
Universiteit: Universiteit Utrecht
ISBN: 978-94-6469-115-3

TOWARDS FURTHER REFINEMENT OF RADIOTHERAPY STRATIFICATION IN CHILDREN WITH NEPHROBLASTOMA

Samenvatting

Niertumoren bij kinderen zijn verantwoordelijk voor ~ 7% van alle pediatrische maligniteiten, waaronder Wilms tumor (WT), of nefroblastoom, de meest voorkomende is. De huidige behandelingsstrategieën leiden tot ~90% totale overleving bij gelokaliseerde ziekte en ~80% bij gemetastaseerde patiënten, maar niet alle patiënten met WT kunnen worden genezen. Deze uitstekende resultaten zijn geassocieerd met de ontwikkeling van korte en lange termijn behandeling gerelateerde bijwerkingen. Door de jaren heen werden risico-aangepaste strategieën geïmplementeerd in de verschillende protocollen van de bestaande internationale samenwerkende niertumor groepen om de overleving verder te verbeteren en de toxiciteit van de behandeling te verminderen. Het doel van dit proefschrift was om bij te dragen aan de identificatie van subgroepen van WT-patiënten die baat kunnen hebben bij het weglaten van radiotherapie en om zo de radiotherapie-gerelateerde bijwerkingen te helpen verminderen. Het definiëren van op risico gebaseerde benaderingen in kleine subgroepen van patiënten is de grootste uitdaging omdat de haalbaarheid van het uitvoeren van een gerandomiseerde klinische studie (RCT) die de optimale vragen aanpakt, kan worden beperkt door het kleine aantal patiënten en events. Een kritische analyse van grote prospectief verzamelde gegevens kan van groot nut zijn in deze gevallen waarin RCT’s niet uitvoerbaar zijn.

In het eerste deel van dit proefschrift hebben we gegevens van de International Society of Pediatric Oncology-Renal Tumor Study Group (SIOP-RTSG) gebruikt om een database analyse uit te voeren van de SIOP-WT-2001-studie, waarbij meer dan 6000 patiënten - verdeeld over 261 ziekenhuizen in de 28 deelnemende landen - tussen 2001-2015 geregistreerd werden. We konden vaststellen dat de dosis radiotherapie kan worden verlaagd, of zelfs vermeden, in goed gedefinieerde subgroepen van WT-patiënten die zich beter gedragen dan verwacht, op basis van prospectief verzamelde dataset. Dit was het geval voor patiënten met stadium I diffuus anaplastische WT (DAWT) die waren behandeld met preoperatieve chemotherapie en een postoperatief regime met drie geneesmiddelen dat doxorubicine bevatte, zonder adjuvante radiotherapie. Ongeacht de hogere locoregionale terugval die werd waargenomen (13%), konden de meeste gevallen worden gered met een uitstekende algehele overleving (93%), terwijl de meerderheid van de patiënten baat zou kunnen hebben bij niet-blootstelling aan radiotherapie. Als gevolg hiervan wordt voor deze groep geen radiotherapie geadviseerd in het huidige UMBRELLA SIOP-RTSG 2016 protocol. We hebben ook aangetoond dat de uitkomst van patiënten met stadium IV, lokaal stadium III, volledig necrotische WT uitstekend is, en dat het achterwege laten van abdominale radiotherapie of bestraling van de hele long, na preoperatieve chemotherapie in de eerstelijnsbehandeling, geen nadelig effect heeft op de overleving. Daarnaast zou het achterwege laten van radiotherapie, hetzij abdominaal hetzij pulmonaal, moeten bijdragen aan een late-effecten risicovermindering bij deze patiëntenpopulatie. Deze bevindingen ondersteunen de huidige aanbeveling in UMBRELLA 2016 om radiotherapie bij deze groep te vermijden.

Bekijk ook deze proefschriften

Wij drukken voor de volgende universiteiten