Deel dit project
Detection of Ventricular Arrhythmias
Samenvatting
Tot slot, een chronische totale occlusie van een kransslagader komt veel voor bij patiënten met coronairlijden. Eerdere studies hebben aangetoond dat een chronische totale occlusie een belangrijke risicofactor is voor het krijgen van kamerritmestoornissen bij patiënten die een ICD hebben gekregen voor primaire preventie van plotse hartdood. In hoofdstuk 7 hebben we retrospectief onderzocht of een chronische totale occlusie een voorspeller was van kamerritmestoornissen bij patiënten die een ICD kregen na een hartstilstand (secundaire preventie). Een chronische totale occlusie bleek een onafhankelijke voorspeller te zijn van terechte ICD-therapie. Het 5-jaars risico op een terechte ICD-therapie was 37% in de groep met een chronische totale occlusie en 25% in de groep zonder een chronische totale occlusie. Op dit moment onderzoeken wij de incidentie van kamerritmestoornissen bij patiënten met een chronische totale occlusie middels een ILR (VACTOR studie, NCTOP47S888).
Deel II – Subcutane ICD
In deel II van dit proefschrift hebben wij de geschiktheid voor een subcutane ICD onderzocht bij verschillende patiënten groepen. De huidige richtlijnen geven aan dat een S-ICD een alternatief is voor een transveneuze ICD indien er geen noodzaak is voor bradypacing, cardiale resynchronisatie therapie (CRT) of antitachycardie pacing (ATP). De S-ICD maakt gebruik van een oppervlakte vector om de hartfrequentie te bepalen. Indien de S-ICD ten onrechte andere signalen oppikt (oversensing) dan kan dat leiden tot een onterechte ICD schok. Derhalve wordt aanbevolen om bij elke S-ICD kandidaat de vectoren te screenen om te bepalen of hij/zij geschikt is voor een S-ICD.
In hoofdstuk 8 hebben wij retrospectief onderzocht of patiënten met een transveneuze ICD geschikt waren geweest voor een S-ICD. Dit waren patiënten die op het moment van de implantatie geen pacing indicatie hadden. Ten tijde van de eerste ICD-wissel bleek 69% van de patiënten achteraf gezien potentieel geschikt voor een S-ICD. Gedurende de eerste levensduur van de ICD had namelijk slechts 31% van de patiënten CRT, ATP en/of bradypacing therapie nodig. De jaarlijkse incidentie voor ATP, CRT en bradypacing was 4.9%, 1.8% en 0.3%, respectievelijk. Echter, er waren geen klinische parameters ten tijde van de initiële ICD-implantatie die voorspelden of iemand geschikt was voor een S-ICD. Daarnaast weten we niet bij hoeveel patiënten de vectoren geschikt waren voor een S-ICD.
Bij een S-ICD kandidaat wordt standaard een vectorscreening uitgevoerd om te controleren of de kandidaat een geschikte QRS-T-morfologie heeft. Voorheen werd dit gedaan middels een vectorelektrocardiogram en een vector screening tool waarbij handmatig bekeken werd of de QRS-T-morfologie geschikt was. In 2016 heeft de fabrikant software ontwikkeld waarmee dit proces geautomatiseerd werd, de zogenaamde Automated Screening Tool (AST). In hoofdstuk 9 hebben wij prospectief in een heterogene populatie de geschiktheid voor een S-ICD onderzocht met behulp van de twee methoden (manuele vectorscreening versus AST). De S-ICD geschiktheid op basis van beide screeningsmethoden was vergelijkbaar (93% versus 92%) en de overeenkomst tussen de twee methoden was 94%. Patiënten met een hypertrofische cardiomyopathie hadden 3x meer kans op ongeschikte vectoren dan andere patiënten. Dit komt waarschijnlijk door de abnormale T-top morfologie in deze populatie.
Eerdere studies hebben aangetoond dat een 12-afleidingen ECG kan voorspellen of iemand geschikt is voor een S-ICD op basis van de manuele vectorscreening. Dit is handig in de klinische praktijk omdat je dan geen aparte vector screening hoeft te doen. In hoofdstuk 10 hebben wij in een heterogene populatie onderzocht welke parameters op een standaard 12-afleidingen ECG geassocieerd zijn met S-ICD geschiktheid gemeten met AST. Wij vonden dat een QRS-duur van ≤130 ms, afwezigheid van QRS/T-discordantie in lead II en R/T-ratio ≥3.5 in lead II onafhankelijke voorspellers zijn voor S-ICD geschiktheid. Patiënten die aan alle drie de criteria voldeden (33% van de studiepopulatie) waren 100% geschikt voor een S-ICD op basis van AST. De belangrijkste boodschap van deze studie is dat indien patiënten voldoen aan alle 3 criteria, een additionele vector screening niet noodzakelijk is.
Bekijk ook deze proefschriften
Prognostic and Prediction Modelling with Radiomics for Non-Small Cell Lung Cancer
TOWARDS FURTHER REFINEMENT OF RADIOTHERAPY STRATIFICATION IN CHILDREN WITH NEPHROBLASTOMA
Clustering-Induced, Clathrin-Mediated Endocytosis (CIC-ME) for Cancer Therapy
The Structure of the Obsessive-Compulsive Brain
Wij drukken voor de volgende universiteiten





















