Deel dit project
The Structure of the Obsessive-Compulsive Brain
Samenvatting
OCD en benadrukken de bevindingen dat het van essentieel belang is om rekening te houden met medicatie-effecten in onderzoek naar OCD.
Hoofdstuk 5 bevat een brief van McKay en collega’s die als reactie op het subcorticale artikel is ingezonden naar de redactie van de American Journal of Psychiatry. Dit hoofdstuk bevat de originele brief en onze reactie daarop. McKay en collega’s uiten hun zorgen over de vraag wanneer beeldvormende onderzoeksresultaten inhoudelijk, specifiek en oorzakelijk betrokken zijn bij de psychopathologische staat van een bepaalde stoornis. De eerste kwestie betreft de grootte van de hersenafwijkingen die over het algemeen en in OCD gevonden wordt. McKay en collega’s pleiten voor een minimale effectsgrootte om een resultaat significant te beschouwen voor een rol in de pathofysiologie van een stoornis. De tweede kwestie betreft de suggestie dat een hersenregio specifiek betrokken moet zijn bij een stoornis om een rol te hebben in de pathofysiologie van de stoornis. De derde kwestie betreft dat onderzoeksresultaten in een cross-sectionele onderzoekssetting correlatief zijn en niet causaal.
Ten eerste geeft grootschalig onderzoek in de vorm van meta- en mega-analyses een betere representatie van de daadwerkelijke effectsschatting. Eerder onderzoek gebaseerd op kleinere groepen patiënten hebben een lage statistische power waardoor resultaten minder betrouwbaar zijn. Inderdaad zijn de resultaten die wij hebben gevonden subtiel. Echter wilt dat niet zeggen dat kleine effecten niet behulpzaam kunnen zijn in het begrijpen van de pathofysiologie van een stoornis. Ten tweede wordt het steeds duidelijker dat psychiatrische stoornissen gedeelde genetische risico factoren hebben. Het is dan ook niet verrassend dat er overlap kan zijn in de betrokken hersenregio’s. Ten derde zijn we het ermee eens dat een correlatie geen causaal verband is. Echter resultaten van fundamenteel en klinisch onderzoek gezamenlijk kunnen inzichten geven in hoe bepaalde hersenregio’s betrokken zijn in de symptomatologie van OCD. Onze bevindingen geven inzichten en kunnen zo vervolgonderzoek promoten om de causale betrokkenheid van deze regio’s te onderzoeken.
In hoofdstuk 6 hebben we subcorticale en corticale links-rechts asymmetrie in 2.279 patiënten met OCD vergeleken met die van 2.093 gezonde controles. Kinderen met OCD hadden een meer asymmetrie naar links (links groter dan rechts) van de thalamus en minder asymmetrie naar links van het pallidum vergeleken met gezonde kinderen. In hoofdstuk 3 zagen we dat kinderen met OCD ook een grotere thalamus hadden dan gezonde kinderen. Samen met de resultaten van dit hoofdstuk kunnen we concluderen dat de grotere thalamus volume gedreven wordt door een grotere linker thalamus dan rechter thalamus in kinderen met OCD. De pallidum asymmetrie in kinderen met OCD is minder eenvoudig te verklaren. In hoofdstuk 3 zagen we een volume afwijking in het pallidum bij volwassenen die de stoornis in de kinderjaren ontwikkelden. Afwijkende asymmetrie was niet gevonden in deze groep volwassen. Deze bevindingen samen wijzen op een complex model van volume toename en afname in het pallidum volume van patiënten met OCD ten opzichte van controles. Wat betreft de hersenschors werden er geen asymmetrie afwijkingen gevonden in dikte of oppervlakte. De subtiele asymmetrie abnormaliteiten suggereren afwijkende ontwikkelingsprocessen die invloed hebben op het volume van de thalamus en pallidum in kinderen met OCD.
In hoofdstuk 7 hebben we getracht te kijken naar het hersennetwerk van patiënten met OCD en gezonde controles. Structurele T1 MRI scans van 1.616 OCD patiënten werden vergeleken met die van 1.463 gezonde controles uit de internationale dataset van de ENIGMA OCD werkgroep. Met behulp van ‘graph theory’ hebben we de hersenen benaderd als een mathematisch netwerk van knopen (hersengebieden) en zijden (verbindingen). Zo konden we vergelijkingen maken tussen de hersenen van OCD patiënten en gezonde controles door te kijken naar bijvoorbeeld de belangrijkste knopen (hubs) en de modules (sub netwerken). Wij observeerden dat patiënten met OCD een verstoorde modulaire organisatie hadden met minder modules en dat patiënten met OCD een andere verdeling van hubs hadden. Deze resultaten sluiten aan op de hypothese dat hersenafwijkingen in OCD samenhangen op een netwerk niveau.
Bekijk ook deze proefschriften
Identifying Sound Features from Brain Activity
Microbubble Oscillations and Microstreaming
Optimizing Quality of Cancer Care Using Outcome Information
Smarter or More Inclusive? Inclusive Digital Transition in Smart Cities: Case studies in Chinese and European cities
The cardiovascular and immunological impact of immune suppression in kidney transplant recipients
Microbubble Oscillations and Microstreaming
Wij drukken voor de volgende universiteiten





















