Publicatiedatum: 29 november 2022
Universiteit: Radboud Universiteit
ISBN: 978-94-6469-054-5

Empowerment of Residents for Intraprofessional Collaboration

Samenvatting

Effectieve samenwerking tussen artsen van verschillende specialismen wordt steeds belangrijker, maar blijkt vooralsnog een flinke uitdaging te zijn. Daarom behoeft het leren van intraprofessionele samenwerking (intraPS) expliciete aandacht, bij voorkeur al tijdens de medische vervolgopleidingen waarin artsen in opleiding tot specialist (aios) zich specialiseren tot eerstelijns geneeskundig specialist (huisarts of specialist ouderengeneeskunde) of tot tweedelijns geneeskundig specialist (medisch specialist). Uit onderzoek is bekend welke competenties eerste- en tweedelijns specialisten moeten verwerven om intraprofessioneel te kunnen samenwerken; maar het is nog onbekend of en hoe intraPS-competenties (kunnen) worden geleerd. Het was daarom onze ambitie om faciliterende en belemmerende factoren te identificeren en te beschrijven en richtlijnen te geven voor hoe eerste- en tweedelijns aios goed kunnen (leren) samenwerken.

Hoofdstuk 1 is de inleiding van dit proefschrift. Uit eerder onderzoek is gebleken dat voor het leren van intraPS diverse factoren een rol spelen, bijvoorbeeld dat aios van verschillende specialismen in gedeelde onderwijs- en klinische ruimten bij elkaar zijn, direct onderling contact hebben en voldoende geoormerkte tijd hebben voor intraPS. Echter, de afstand tussen eerstelijns- en tweedelijns specialistische zorg, zowel qua werkplek als onderwijsomgeving, vormt een fundamentele belemmering voor het leren van effectieve intraPS. Het is wereldwijd gebruikelijk dat eerstelijns aios een deel van hun opleiding (maanden of jaren) in het ziekenhuis stagelopen. De meeste opleidingsprogramma’s voor medisch specialistische aios bevatten ook stages bij andere specialismen op verschillende ziekenhuisafdelingen (‘out-of-specialty’ stages). Aangezien aios, tijdens deze stages, samen met aiossen van andere eerste- en tweedelijns specialismen op dezelfde werkplek werken, hebben zij de mogelijkheid om intraPS te leren. Medische werkplekken, zoals ziekenhuizen, zijn hiërarchische contexten waarin duidelijke hiërarchie herkenbaar is tussen medische specialismen. Machtsdynamiek gebaseerd op deze traditionele medische hiërarchie is inherent aan professionele interactie en leerprocessen. Daarom zou machtsdynamiek van invloed kunnen zijn op het leren van intraPS tussen eerste- en tweedelijns aios tijdens ziekenhuisstages.

Er is nauwelijks informatie over het ontwerpproces en -kenmerken van onderwijsactiviteiten gericht op het leren van intraPS tijdens ‘out-of-specialty’ stages. Wij hebben daarom een design-based studie uitgevoerd om ontwerpprincipes te ontwikkelen voor het leren van intraPS tussen eerste- en tweedelijns aios.

Het overkoepelende doel van dit onderzoeksproject was om de huidige ontwikkeling van intraprofessionele samenwerkingscompetenties tijdens ziekenhuisstages te onderzoeken en om mogelijkheden te ontdekken om het leren van intraPS tussen eerste- en tweedelijns aios te stimuleren.

De drie doelstellingen van dit proefschrift waren: (i) inzicht verwerven in het potentieel van (‘out-of-specialty’) ziekenhuisstages voor het leren van intraPS; (ii) ons begrip van de context, cultuur en machtsdynamiek op ziekenhuisafdelingen vergroten en de weg vrijmaken voor toekomstig constructief (leren) samenwerken; (iii) evidence-based aanbevelingen ontwikkelen voor het ontwerpen van ‘out-of-specialty’ stages en ontwerpprincipes voor het leren van intraPS tussen aios tijdens ziekenhuisstages en (prototypes van) intraprofessionele leeractiviteiten ontwikkelen.

Voor de ontwikkeling van intraPS tussen aios tijdens een out-of-specialty stage, is het belangrijk om zicht te hebben op en aan te sluiten bij de factoren van deze stages die bijdragen aan de professionele ontwikkeling van aios. In Hoofdstuk 2 hebben we daarom een literatuurstudie (scoping review) uitgevoerd om de factoren te identificeren die relevant zijn voor het leren tijdens een ‘out-of-specialty’ stage. Later in het project vormen deze factoren de basis voor de ontwikkeling van evidence-based aanbevelingen voor het vormgeven van deze stages. We concludeerden dat ‘out-of-specialty’ stages het potentieel hebben om de expertiseontwikkeling van aios te bevorderen ten behoeve van hun eigen specialisme, zoals medische competentie, attitudes ten opzichte van andere specialismen en hun patiënten en inter-/intraprofessionele samenwerking. De leermogelijkheden die deze stages bieden, worden echter over het algemeen onvoldoende benut. Leren tijdens ‘out-of-specialty’ stages kan geoptimaliseerd worden als: (i) aios en supervisoren duidelijk de contexten kennen van en begrip hebben voor zowel het specialisme van aios als de context van de out-of-specialty stage, (ii) de stage ervaringen biedt die relevant zijn voor de betreffende aios, (iii) supervisie en feedback afgestemd zijn op de onderwijsbehoeften van aios en (iv) intraprofessionele samenwerking expliciet aan bod komt.

In Hoofdstuk 3 hebben we onderzocht in hoeverre en hoe aios intraprofessioneel leren en welke barrières en mogelijkheden er zijn voor het leren van intraPS tijdens ‘out-of-specialty’ stages in Nederlandse ziekenhuizen. We hebben een etnografisch niet-participerend observationeel onderzoek uitgevoerd op drie spoedeisende hulp-afdelingen en drie geriatrie-afdelingen van vijf ziekenhuizen. De observaties werden gevolgd door 42 diepte-interviews met de geobserveerde eerstelijns aios, tweedelijns aios en supervisoren. We ontdekten dat ziekenhuisstages ruime mogelijkheden bieden voor het leren van intraPS, maar dat deze mogelijkheden nauwelijks worden benut. IntraPS wordt niet spontaan geleerd. Het krijgt weinig aandacht bij het formuleren van de stageleerdoelen, en aios en supervisors zijn zich nauwelijks bewust van de intraPS leermogelijkheden op de werkplek. Bovendien zijn tweedelijns aios gewend om eerstelijns aios te onderwijzen, maar ze zijn niet gewend om hen te vragen naar hun eerstelijns expertise.

Bekijk ook deze proefschriften

Wij drukken voor de volgende universiteiten