Melike Karaçam Doğan
The role of the exposome in the association between autism and psychosis
Op basis van dimensionele en transdiagnostische kaders conceptualiseert dit werk autisme en psychose als continu verdeelde fenomenen, in plaats van als discrete diagnostische categorieën. Dit werk hanteert een exposoomperspectief om te onderzoeken hoe genetische, omgevings- en psychologische factoren mentale gezondheidsuitkomsten beïnvloeden. Hoofdstuk 2 onderzoekt of genetische kwetsbaarheid voor schizofrenie en gevestigde omgevingsrisicofactoren de associatie tussen autistische trekken (AT’s) en psychose-expressie (PE) modereren. De bevindingen tonen aan dat jeugd trauma (JT) de associatie tussen AT’s en PE versterkt, terwijl polygenetisch risico voor schizofrenie en andere omgevingsrisicofactoren deze relatie niet substantieel beïnvloeden. Analyses van de psychose-subdomeinen (positief, negatief en depressief) laten zien dat subtypen van JT met AT’s een interactie hebben ten aanzien van positieve symptomen, terwijl emotionele mishandeling naar voren komt als het enige JT-subtype dat de associatie tussen AT’s en alle psychosedomeinen significant versterkt.
Hoofdstuk 3 verlegt de focus van risico naar veerkracht door psychologische beschermende mechanismen te onderzoeken. Het onderzoekt of copingstrategieën, extraverte persoonlijkheidstrekken en ervaren kwaliteit van opvoeding de associatie tussen AT’s en PE bufferen. De resultaten geven aan dat het opzoeken van sociale steun, geruststellende gedachten, extraversie en optimale opvoeding deze associatie verzwakken, terwijl een passief reactiepatroon en vermijden geassocieerd zijn met een sterkere associatie tussen AT’s en PE.
Hoofdstuk 4 onderzoekt sekseverschillen in de associaties tussen JT, copingstrategieën en psychose-expressie. Zowel gedeelde als sekse-specifieke patronen worden vastgesteld. Emotionele mishandeling komt naar voren als een transsyndromale risicofactor bij beide seksen, terwijl de associatie tussen lichamelijke verwaarlozing en PE specifiek bij mannen wordt waargenomen. Een passief reactiepatroon is bij beide seksen geassocieerd met hogere niveaus van PE. Bij vrouwen zijn het opzoeken van sociale steun, geruststellende gedachten en een palliatieve reactie sterker geassocieerd met lagere symptoomniveaus, terwijl bij mannen maladaptieve copingstrategieën, zoals vermijden, geassocieerd zijn met ongunstigere uitkomsten.
Hoofdstuk 5 onderzoekt sekseverschillen in de associatie tussen AT’s en een breed scala aan psychopathologische symptomen in de algemene bevolking. Hogere niveaus van AT’s zijn bij beide seksen geassocieerd met verhoogde niveaus van psychopathologie; de associaties met depressieve en obsessief-compulsieve symptomen zijn echter meer uitgesproken bij vrouwen.
| Publicatiedatum | 26 november 2026 |
| Universiteit | Universiteit Maastricht |
| Auteur | Melike Karaçam Doğan |
| ISBN nummer | 978-94-6534-818-6 |