Publicatiedatum: 16 april 2020
Universiteit: Universiteit Maastricht
ISBN: 978-94-6380-728-9
DOI-nummer: 10.26481/dis.20200416hm

Universities in the midst of society

Samenvatting

Mijn onderzoek gaat over universiteiten in ontwikkelingslanden, in Ethiopië, Indonesië en de Palestijnse Gebieden, maar eigenlijk gaat het over mensen. Over studenten, afgestudeerden, docenten, afdelingshoofden, leidinggevenden. Over mensen die ieder op hun eigen manier er het beste van willen maken: voor zichzelf, voor anderen en zich al dan niet heel bewust inzetten voor de ontwikkeling van hun land.

Ik heb een diepgewortelde interesse in andere culturen: hoe verder weg, hoe boeiender ik het lijk te vinden. Ook wil ik snappen hoe mensen met elkaar omgaan, vanuit het geloof dat door samen te werken we meer voor elkaar kunnen krijgen. Ik probeer in mijn doen en laten mensen bij elkaar te brengen en in hun kracht te zetten. Dat heeft zich vertaald in mijn inzet voor maatschappelijke organisaties. Ik word geïnspireerd door vraagstukken over hoe organisaties zich beter kunnen inzetten voor maatschappelijke ontwikkeling en zich zo kunnen organiseren dat iedereen tot zijn of haar recht komt.

Deze drijfveren hebben me gebracht bij Maastricht School of Management (MSM). In mijn werk bij MSM heb ik de kans om met heel veel mensen in verschillende culturen mijn steentje bij te dragen aan het versterken van organisaties. Daarmee help ik – hopelijk - de sociaal economische situatie van die landen te verbeteren.

Dat is de opmaat naar mijn promotieonderzoek waarin ik heb gekeken naar de rol die universiteiten in Ethiopië, Indonesië en de Palestijnse Gebieden spelen in hun land. Die rol is groot. Zeker in een context waar andere organisaties zwak zijn en de afstanden naar het politieke en economische centrum van het land letterlijk groot zijn, zijn universiteiten zogenaamde ‘anker instituties’. Het zijn organisaties waarop anderen kunnen bouwen. Ze spelen een centrale rol in het sociale, culturele, economische en politieke leven.

Ik heb gekeken naar de rol van universiteiten bij het bevorderen van ondernemerschap en werkgelegenheid onder jongeren. Waarom? Omdat in Ethiopië, Indonesië en de Palestijnse Gebieden ongeveer 65 procent van de bevolking jonger dan 25 jaar is en de jeugdwerkloosheid hoog is. In Palestina zelfs meer dan 40 procent. In die context besteden internationale financiers en overheden veel aandacht aan het bevorderen van ondernemerschap. Ze doen dit omdat ze verwachten dat dit een belangrijke oplossing is voor de jeugdwerkloosheid en kan helpen om de economie te laten groeien. Wat doen universiteiten en helpt dat ook daadwerkelijk?

Universiteiten kunnen een kataliserende functie hebben: studenten die al interesse hebben in ondernemerschap kunnen hierin worden gestimuleerd en geholpen. Dat kan bijvoorbeeld met de inzet van ondernemende docenten, het organiseren van mentorschap en toegang te geven tot financiën en het netwerk van alumni. Die laatsten blijken te helpen op veel manieren: met advies, geld, contacten en soms met goedkope bedrijfsruimtes.

Maar de bijdrage van universiteiten aan ondernemerschap en het creëren van banen moet niet overschat worden. De meeste studenten zullen nooit een bedrijfje starten, de meeste bedrijfjes creëren weinig banen en heel vaak onstaan bedrijven pas een hele tijd nadat iemand is afgestudeerd, nadat werkervaring is opgedaan. Ook blijken ondernemers veel geleerd te hebben van mensen en ervaringen buiten hun studie.

Dat brengt me tot de volgende conclusies. In universiteiten is meer aandacht nodig voor het aanleren bij alle studenten van ondernemerschapsvaardigheden. De reden hiervoor is dat die vaardigheden – dan hebben we het over het durven nemen van risico’s en besluiten, het herkennen en aanpakken van mogelijkheden, het netwerken, het leren onderhandelen – van belang zijn voor elke afgestudeerde. En juist op dit punt gebeurt er in Ethiopië, Indonesië en de Palestijnse Gebieden nog te weinig. Dat komt omdat de focus te veel ligt op studenten stimuleren een bedrijfje op te starten.

De belangrijkste personen binnen de universiteit die hiervoor kunnen zorgen zijn de docenten, en juist zij hebben in Ethiopië, Indonesië en Palestina nog weinig ervaring met het overbrengen van ondernemerschapsvaardigheden. Ik concludeer dat er meer aandacht moet komen voor versterken van capaciteiten van de docenten. Zodat ze zelf ondernemender worden als voorbeeld voor hun studenten, zodat ze ondernemerschapsvaardigheden kunnen integreren in hun onderwijs, zodat ze kunnen optreden als mentor, kunnen netwerken en hun netwerken kunnen inzetten voor hun studenten. Relaties aangaan en onderhouden – vooral met het bedrijfsleven. Dit gebeurt nog te weinig door docenten en hun leidinggevenden in Ethiopië, Indonesië en de Palestijnse Gebieden.

Mijn onderzoek laat zien dat in de ene universiteit er meer aandacht is voor het bevorderen van ondernemende docenten en studenten dan in de andere. Universiteiten die in samenspel met overheid en bedrijfsleven beleid uitvoeren dat is gericht op het stimuleren van ondernemend gedrag van medewerkers en studenten, maar ook de afgestudeerden, noemen we ondernemende universiteiten. Van de 14 onderzochte universiteiten verdient alleen IPB University in Indonesië dat label. De leiding van IPB heeft al bijna 20 jaar geleden een koers uitgezet naar marktgericht onderzoek en het bevorderen van ondernemende studenten. Dat heeft er toe geleid dat er relatief veel afgestudeerden een bedrijfje zijn gestart en de universiteit is beloond vanwege de inzet voor innovatie.

Maar wat maakt dan dat de ene universiteit meer ondernemend is dan de andere? Een aantal factoren zijn van belang, maar drie factoren sprongen eruit in de analyse. Het is essentieel dat de hoogste functionaris (voorzitter van het bestuur, of de rector) zich actief inzet voor ondernemerschap en kansen voor de universiteiten herkent en pakt. Deze persoon moet in zijn of haar doen en laten een voorbeeld zijn voor anderen. Dat leiderschap van de hoogste baas doet er toe. Tenslotte moet de universiteit een visie en strategie hebben die aandacht schenkt aan ondernemerschap en moeten de universiteit en de medewerkers een grote mate van onafhankelijkheid hebben om deze strategie naar eigen inzicht vorm te geven en uit te voeren.

Ook de omgeving is van belang, zoals de aanwezigheid van een sterk bedrijfsleven en een stimulerend overheidsbeleid met goed functionerende overheidsinstellingen. Daar ontbreekt het in veel ontwikkelingslanden vaak aan, vooral in Ethiopië en Palestina in dit onderzoek. Het is voor veel universiteiten in ontwikkelingslanden moeilijk om echt samen op te trekken met de overheid en het bedrijfsleven, iets wat in de westerse wereld veel gebruikelijker is en wat hoort bij een ondernemende universiteit. Dat komt ook omdat docenten en leidinggevenden niet zo weten hoe dat te doen. Daarom is het belangrijk om te investeren in het ecosysteem waar de universiteit deel van uit maakt en om universiteiten te helpen om relaties aan te gaan met andere economische partijen.

Er is geen duidelijk onderscheid te maken tussen wat nu wel of niet een ondernemende universiteit is. Het verschil is gradueel en meetbaar op verschillende dimensies. Er is ook geen simpele formule hoe ondernemende universiteit te worden. Een universiteit kan ondernemend zijn op het ene gebied en minder op het andere. Die gebieden heb ik wel duidelijker gekregen. Ik kom tot acht dimensies die van belang zijn. Dat zijn ten eerste leiderschap en de strategie van de universiteit. Ten tweede hoe de universiteit is georganiseerd, en vooral hoe ondernemerschapsactiviteiten worden gecoördineerd en geïntegreerd in onderwijs, onderzoek en inzet voor de lokale gemeenschap. Ten derde moeten de universiteit en de medewerkers handelingsvrijheid hebben. Ten vierde is aandacht voor de ontwikkeling van ondernemerschapsvaardigheden van de docenten belangrijk. Ten vijfde wat er gebeurt aan ondernemerschapsonderwijs, zowel gericht op het stimuleren van nieuwe bedrijven door studenten en afgestudeerden als op het aanleren van ondernemerschapsvaardigheden. Ten zesde is het belangrijk dat universiteiten samen met een externe partij werken, zoals bijvoorbeeld voor of met een bedrijf onderzoek doen. Ten slotte is het belangrijk dat er ook echt wat samen gedaan wordt, in onderwijs, onderzoek, of voor de lokale gemeenschap en dat de universiteit zorgt dat er veel samenwerking is met allerhande externe relaties en dat daarbij zeker aandacht besteed wordt aan relaties met alumni.

Dat brengt me aan het einde van deze samenvatting. Jaren terug, als student sociologie, hield ik me al bezig met sociale interacties. Nu 30 jaar later, leidt mijn promotieonderzoek me weer terug naar het belang van sociale relaties.

Het is belangrijk dat de universiteitsleiding, docenten en studenten actief sociale netwerken creëren, versterken en inzetten, vooral met het bedrijfsleven en met alumni. Daarmee wordt een vruchtbare bodem gelegd voor de ontwikkeling van ondernemerschap en van werkgelegenheid in Ethiopië, Indonesië en de Palestijnse Gebieden.

Bekijk ook deze proefschriften

Wij drukken voor de volgende universiteiten