Deel dit project
Everything has its Jaguar
Samenvatting
Dit proefschrift draagt bij aan het conceptualiseren van de Caribische Saladoid zoömorfische
iconografie (aardewerkcomplex van omstreeks 800/200 v.Chr. tot 400/600 n.Chr.). Om dit te
realiseren worden inheemse Zuid-Amerikaanse verhalen gebruikt. De reden hiervoor is dat
mensen verhalen vertellen vanaf het moment dat ze kunnen spreken. Verhalen vertellen is
voor ons als mensen een strategie om betekenis te geven aan de wereld waarvan we deel
uitmaken, en deze te verklaren. Daarnaast zijn verhalen een middel om kennis te delen en
over te dragen. Dat maakt dat de verhalen ook informatie verschaffen over de mensen die de
verhalen vertellen; over hoe zij de wereld waarnemen en welke informatie voor hen belangrijk
is om met elkaar te delen en aan toekomstige generaties door te geven.
Caribische archeologen streven ernaar om (verdwenen) Caribische culturen uit het verleden
te begrijpen door het bestuderen van hun materiële cultuur. Daarbij richten we ons op het
reconstrueren van politieke en sociale structuren, geloofssystemen en het dagelijks leven van
de mensen. Centraal in dit onderzoek staat de Saladoid zoömorfische iconografie, in het
bijzonder in (en op) aardewerk gemodelleerde en ingekraste dierlijke/menselijke figuren (zgn.
adornos). Geïdentificeerde zoömorfische adornos vormen belangrijke casestudies om de
centrale vraag te beantwoorden: wat zegt deze iconografie over de mensen die haar hebben
gemaakt?
Iconografisch onderzoek toont aan dat sommige zoömorfische motieven significant vaker
geïdentificeerd zijn in het Saladoid archeologisch bestand dan andere motieven. De
eerdergenoemde adornos zijn hierbij van belang, omdat deze dierfiguren in overvloed
beschikbaar zijn. Eerder iconografisch onderzoek naar deze Saladoid adornos toonde
voorkeuren aan voor specifieke zoömorfische motieven op zowel het Zuid-Amerikaanse
vasteland als op de Caribische eilanden.
T
Dit proefschrift draagt bij aan het conceptualiseren van de Caribische Saladoid zoömorfische
iconografie (aardewerkcomplex van omstreeks 800/200 v.Chr. tot 400/600 n.Chr.). Om dit te
realiseren worden inheemse Zuid-Amerikaanse verhalen gebruikt. De reden hiervoor is dat
mensen verhalen vertellen vanaf het moment dat ze kunnen spreken. Verhalen vertellen is
voor ons als mensen een strategie om betekenis te geven aan de wereld waarvan we deel
uitmaken, en deze te verklaren. Daarnaast zijn verhalen een middel om kennis te delen en
over te dragen. Dat maakt dat de verhalen ook informatie verschaffen over de mensen die de
verhalen vertellen; over hoe zij de wereld waarnemen en welke informatie voor hen belangrijk
is om met elkaar te delen en aan toekomstige generaties door te geven.
Caribische archeologen streven ernaar om (verdwenen) Caribische culturen uit het verleden
te begrijpen door het bestuderen van hun materiële cultuur. Daarbij richten we ons op het
reconstrueren van politieke en sociale structuren, geloofssystemen en het dagelijks leven van
de mensen. Centraal in dit onderzoek staat de Saladoid zoömorfische iconografie, in het
bijzonder in (en op) aardewerk gemodelleerde en ingekraste dierlijke/menselijke figuren (zgn.
adornos). Geïdentificeerde zoömorfische adornos vormen belangrijke casestudies om de
centrale vraag te beantwoorden: wat zegt deze iconografie over de mensen die haar hebben
gemaakt?
Iconografisch onderzoek toont aan dat sommige zoömorfische motieven significant vaker
geïdentificeerd zijn in het Saladoid archeologisch bestand dan andere motieven. De
eerdergenoemde adornos zijn hierbij van belang, omdat deze dierfiguren in overvloed
beschikbaar zijn. Eerder iconografisch onderzoek naar deze Saladoid adornos toonde
voorkeuren aan voor specifieke zoömorfische motieven op zowel het Zuid-Amerikaanse
vasteland als op de Caribische eilanden.
In dit onderzoek wordt aangenomen dat het decoreren van aardewerk (ofwel iconografie), en van de dierrepresentaties die we tegenkomen in zowel de verhalen als in de archeologie,
het vertellen van verhalen expressies zijn van hetzelfde gedrag (“artistic behaviour”). Dit bijvoorbeeld als iconografisch motief. De toegevoegde waarde van het perspectivisme als
impliceert dat ze deel uitmaken van hetzelfde paradigma. Deze studie concentreert zich interpretatief model blijkt vooral als naast adornos ook andere uitingen van de Saladoid
daarom op voornamelijk Zuid-Amerikaanse, inheemse orale verhalen voor het materiële cultuur (o.a. dierlijke tanden, amuletten) en immateriële cultuur (o.a., dans,
contextualiseren en conceptualiseren van Caribische zoömorfische representaties. rituelen) worden meegenomen. Door ook hier naar te kijken, is namelijk aangetoond dat de
gekozen manier, of vorm waarop of waarin een dier wordt gerepresenteerd samenhangt met
Voor dit onderzoek zijn in totaal 706 verhalen verzameld en geanalyseerd. Voor deze analyse specifieke dieren en/of associaties. De functie, of “betekenis”, van een hond adorno is
zijn methoden gebruikt uit de Narratologie. Zo zijn eerst de meest voorkomende bijvoorbeeld anders dan die van een hanger gemaakt van een hondentand.
verhaalmotieven, -thema's en (dierlijke) actoren geïdentificeerd. Deze zijn vervolgens
bestudeerd in relatie tot elkaar, maar er is ook gekeken naar de specifieke context (van ruimte Het Caribisch gebied is relatief rijk aan archeologisch materiaal. Echter, er zijn (im)materiële
en tijd) waarin ze voorkomen, of het een en ander zich afspeelt. Een van de resultaten hiervan zaken die niet gevonden (kunnen) worden (bijv. vergankelijk materiaal zoals hout, katoen,
is een overzicht van de meest voorkomende dierpersonages in de verhalen. Dit overzicht laat maar ook zaken als rituelen en dans). Binnen de archeologie is het gangbaar om etnografische
zien dat de meest voorkomende dierpersonages in de verhalen overeenkomen met de meest inzichten te gebruiken om deze hiaten deels in te kleuren. Voor dit onderzoek zijn ook
geïdentificeerde zoömorfische motieven voor adornos. Kortom de dieren die voorkomen in etnografische en etno-historische bronnen gebruikt (uit de 17 en 20 eeuw) van de Eiland-
ste
e
de verhalen, zijn dezelfde dieren die geïdentificeerd zijn als adorno. Caraiben (Indianen van het eiland Dominica) en (uit de 15 eeuw) van de “Taíno” cultuur van
e
de Grote Antillen. Daarnaast zijn ook relevante, meer recente inzichten uit Laagland Zuid-
Voor een meer verdiepende narratologische analyse zijn vervolgens de verhalen geclusterd Amerikaanse etnografieën opgenomen. Deze bronnen geven additionele inzichten in hoe
op basis van dierlijke personages. Hoofddoel hierbij is om elk dier binnen de verhalen te dieren in het dagelijkse en culturele leven een rol kunnen hebben gespeeld voor de Indianen
contextualiseren. De dierpersonages zijn bestudeerd in relatie tot de verhaalthema’s, en wat hun rol en plaats was in de inheemse kosmologieën.
-motieven, en in relatie tot andere (dierlijke) actoren, wederom in relatie tot de chronotoop
waarin het een en ander zicht afspeelt (de context van tijd en ruimte). Deze analyse toont aan Het resultaat is dat elk dier is bestudeerd aan de hand van zijn rol in: (a) de verhalen, (b) de
dat specifieke thema's, motieven en contexten verbonden zijn aan specifieke dierpersonages. Saladoid iconografie, en (c) inheemse kosmologieën. Als laatste context is ook de rol van elk
Echter, het totaalbeeld resulteert in een complex web van associaties, rollen en contexten per dier in de natuur beschreven, omdat natuurlijk gedrag en fysieke kenmerken kunnen bijdragen
bestudeerd dier. In plaats van een vaste reeks associaties voor elk dier, variëren deze per aan specifieke associaties. Denk daarbij bijvoorbeeld aan migratiegedrag van vogels, die
(narratologische) context. bepaalde vogelsoorten in verband brengen met (de komst van) het droge of regenseizoen.
Naast de methoden uit de narratologie is het perspectivisme geïntroduceerd als verklarend De veelheid aan contexten waarin elk dier is bestudeerd in dit onderzoek, zorgt voor een breed
model om de verhalen te interpreteren vanuit een meer emisch perspectief. Het referentiekader. Dierrepresentaties kunnen niet eenvoudig vertaald worden als zijnde een
perspectivisme beschrijft hoe de Indianen uit het Laagland van Zuid-Amerika zichzelf zien, ook vreemde taal, of ontcijferd worden in vaste sets aan associaties en betekenissen. Dit mede
in relatie tot anderen (zowel mensen als niet-mensen). Amerindiaanse ontologieën zijn omdat de sociale context waarin dieren werden gebruikt, getoond, of uit- en afgebeeld
gebaseerd op de visie van één gedeelde (menselijke) cultuur en een veelheid aan naturen. Dit inherent bijdraagt aan hun “betekenis”. De verhalen tonen een breed scala aan contexten,
impliceert dat alle dieren, geesten en "dingen" met een bewustzijn de wereld bezien met het relaties, associaties, en eigenschappen in relatie tot elk dier. Deze variatie lijkt ook te worden
menselijk perspectief en de wereld waarnemen als mensen (dus cultuur is wat alle mensen en weerspiegeld in de veelheid van contexten waarin het dier op andere manieren werd
niet-mensen delen). Zodoende wonen allen (mensen en niet-mensen) in dorpen, gaan jagen, gerepresenteerd. Bijvoorbeeld als zoömorfische adorno, als motief op aardewerk, hout, steen,
drinken cassiri* (cassava bier), enzovoort. als een hanger van bot of tand, maar ook in performatieve vormen als dans en ceremoniële
rituelen. Elke representatie vertegenwoordigt een verzameling aan associaties, ofwel
Het gebruik van het perspectivisme als interpretatief model heeft geholpen om de verhalen, vertegenwoordigt een specifieke identiteit van dat dier. De verhalen kunnen dan helpen bij
en de rol van dieren daarin, beter te begrijpen. Het duidt de implicaties van de verschillende het ontrafelen van deze identiteiten.
contexten en associaties verstrengeld met elk dier. De hond is een helper, vriend en
beschermer van de Indianen, maar het is ook het roofdier, de vijand (ofwel de “jaguar”) voor
de dieren waar de hond op jaagt en die het doodt. Het begrijpen van deze verschillende rollen,
combinaties van associaties en perspectieven is daarmee van nut voor het conceptualiseren
In dit onderzoek wordt aangenomen dat het decoreren van aardewerk (ofwel iconografie), en van de dierrepresentaties die we tegenkomen in zowel de verhalen als in de archeologie,
het vertellen van verhalen expressies zijn van hetzelfde gedrag (“artistic behaviour”). Dit bijvoorbeeld als iconografisch motief. De toegevoegde waarde van het perspectivisme als
impliceert dat ze deel uitmaken van hetzelfde paradigma. Deze studie concentreert zich interpretatief model blijkt vooral als naast adornos ook andere uitingen van de Saladoid
daarom op voornamelijk Zuid-Amerikaanse, inheemse orale verhalen voor het materiële cultuur (o.a. dierlijke tanden, amuletten) en immateriële cultuur (o.a., dans,
contextualiseren en conceptualiseren van Caribische zoömorfische representaties. rituelen) worden meegenomen. Door ook hier naar te kijken, is namelijk aangetoond dat de
gekozen manier, of vorm waarop of waarin een dier wordt gerepresenteerd samenhangt met
Voor dit onderzoek zijn in totaal 706 verhalen verzameld en geanalyseerd. Voor deze analyse specifieke dieren en/of associaties. De functie, of “betekenis”, van een hond adorno is
zijn methoden gebruikt uit de Narratologie. Zo zijn eerst de meest voorkomende bijvoorbeeld anders dan die van een hanger gemaakt van een hondentand.
verhaalmotieven, -thema's en (dierlijke) actoren geïdentificeerd. Deze zijn vervolgens
bestudeerd in relatie tot elkaar, maar er is ook gekeken naar de specifieke context (van ruimte Het Caribisch gebied is relatief rijk aan archeologisch materiaal. Echter, er zijn (im)materiële
en tijd) waarin ze voorkomen, of het een en ander zich afspeelt. Een van de resultaten hiervan zaken die niet gevonden (kunnen) worden (bijv. vergankelijk materiaal zoals hout, katoen,
is een overzicht van de meest voorkomende dierpersonages in de verhalen. Dit overzicht laat maar ook zaken als rituelen en dans). Binnen de archeologie is het gangbaar om etnografische
zien dat de meest voorkomende dierpersonages in de verhalen overeenkomen met de meest inzichten te gebruiken om deze hiaten deels in te kleuren. Voor dit onderzoek zijn ook
geïdentificeerde zoömorfische motieven voor adornos. Kortom de dieren die voorkomen in etnografische en etno-historische bronnen gebruikt (uit de 17 en 20 eeuw) van de Eiland-
ste
e
de verhalen, zijn dezelfde dieren die geïdentificeerd zijn als adorno. Caraiben (Indianen van het eiland Dominica) en (uit de 15 eeuw) van de “Taíno” cultuur van
e
de Grote Antillen. Daarnaast zijn ook relevante, meer recente inzichten uit Laagland Zuid-
Voor een meer verdiepende narratologische analyse zijn vervolgens de verhalen geclusterd Amerikaanse etnografieën opgenomen. Deze bronnen geven additionele inzichten in hoe
op basis van dierlijke personages. Hoofddoel hierbij is om elk dier binnen de verhalen te dieren in het dagelijkse en culturele leven een rol kunnen hebben gespeeld voor de Indianen
contextualiseren. De dierpersonages zijn bestudeerd in relatie tot de verhaalthema’s, en wat hun rol en plaats was in de inheemse kosmologieën.
-motieven, en in relatie tot andere (dierlijke) actoren, wederom in relatie tot de chronotoop
waarin het een en ander zicht afspeelt (de context van tijd en ruimte). Deze analyse toont aan Het resultaat is dat elk dier is bestudeerd aan de hand van zijn rol in: (a) de verhalen, (b) de
dat specifieke thema's, motieven en contexten verbonden zijn aan specifieke dierpersonages. Saladoid iconografie, en (c) inheemse kosmologieën. Als laatste context is ook de rol van elk
Echter, het totaalbeeld resulteert in een complex web van associaties, rollen en contexten per dier in de natuur beschreven, omdat natuurlijk gedrag en fysieke kenmerken kunnen bijdragen
bestudeerd dier. In plaats van een vaste reeks associaties voor elk dier, variëren deze per aan specifieke associaties. Denk daarbij bijvoorbeeld aan migratiegedrag van vogels, die
(narratologische) context. bepaalde vogelsoorten in verband brengen met (de komst van) het droge of regenseizoen.
Naast de methoden uit de narratologie is het perspectivisme geïntroduceerd als verklarend De veelheid aan contexten waarin elk dier is bestudeerd in dit onderzoek, zorgt voor een breed
model om de verhalen te interpreteren vanuit een meer emisch perspectief. Het referentiekader. Dierrepresentaties kunnen niet eenvoudig vertaald worden als zijnde een
perspectivisme beschrijft hoe de Indianen uit het Laagland van Zuid-Amerika zichzelf zien, ook vreemde taal, of ontcijferd worden in vaste sets aan associaties en betekenissen. Dit mede
in relatie tot anderen (zowel mensen als niet-mensen). Amerindiaanse ontologieën zijn omdat de sociale context waarin dieren werden gebruikt, getoond, of uit- en afgebeeld
gebaseerd op de visie van één gedeelde (menselijke) cultuur en een veelheid aan naturen. Dit inherent bijdraagt aan hun “betekenis”. De verhalen tonen een breed scala aan contexten,
impliceert dat alle dieren, geesten en "dingen" met een bewustzijn de wereld bezien met het relaties, associaties, en eigenschappen in relatie tot elk dier. Deze variatie lijkt ook te worden
menselijk perspectief en de wereld waarnemen als mensen (dus cultuur is wat alle mensen en weerspiegeld in de veelheid van contexten waarin het dier op andere manieren werd
niet-mensen delen). Zodoende wonen allen (mensen en niet-mensen) in dorpen, gaan jagen, gerepresenteerd. Bijvoorbeeld als zoömorfische adorno, als motief op aardewerk, hout, steen,
drinken cassiri* (cassava bier), enzovoort. als een hanger van bot of tand, maar ook in performatieve vormen als dans en ceremoniële
rituelen. Elke representatie vertegenwoordigt een verzameling aan associaties, ofwel
Het gebruik van het perspectivisme als interpretatief model heeft geholpen om de verhalen, vertegenwoordigt een specifieke identiteit van dat dier. De verhalen kunnen dan helpen bij
en de rol van dieren daarin, beter te begrijpen. Het duidt de implicaties van de verschillende het ontrafelen van deze identiteiten.
contexten en associaties verstrengeld met elk dier. De hond is een helper, vriend en
beschermer van de Indianen, maar het is ook het roofdier, de vijand (ofwel de “jaguar”) voor
de dieren waar de hond op jaagt en die het doodt. Het begrijpen van deze verschillende rollen,
combinaties van associaties en perspectieven is daarmee van nut voor het conceptualiseren
Bekijk ook deze proefschriften
Imaging of Critical Limb Ischemia
Differential Deposition of Intramuscular and Abdominal Fat in Chicken
Platelets, Red Blood Cells, Fibrinogen and Endothelial Cells: Essential Components in Blood Clotting
Machine Learning for Breast Cancer Diagnosis in Developing Countries
Early Health Technology Assessment of Tissue-Engineered Heart Valves
Diclofenac-related Leakage of Experimental Anastomoses
Wij drukken voor de volgende universiteiten





















