Deel dit project
BUILDING BLOCKS OF SHARED PERCEPTION
Samenvatting
Dit proefschrift richt zich op een duidelijke lacune in de literatuur over gedeelde mentale modellen (shared mental models; GMM’s) door te focussen op waargenomen GMM’s. Waar eerder onderzoek vooral aandacht heeft besteed aan de meting van de structuur van GMM’s, werd er veel minder expliciet gekeken naar de mate waarin teamleden zich bewust zijn van hun GMM’s, of geloven dat deze daadwerkelijk bestaan. In dit proefschrift betoog ik dat perceptie een integraal onderdeel vormt van (gedeelde) cognitie en een belangrijke rol speelt in het vormgeven van teamuitkomsten. Meer specifiek onderzoek ik in dit proefschrift: (a) hoe waargenomen GMM’s gemeten kunnen worden (Hoofdstuk 2); (b) welke factoren van invloed zijn op waargenomen GMM’s door het onderzoeken van de effecten van gedeelde dienstjaren en doelafhankelijkheid in leider-lid-dyaden (Hoofdstuk 3); en (c) hoe waargenomen GMM’s zich in de loop van de tijd ontwikkelen door hun ontwikkeling te modelleren als emergente staat (emergent state) die voortkomt uit teamleergedrag en zelfeffectiviteit van teamleden in projectteams (Hoofdstuk 4). Hieronder volgen samenvattingen van deze hoofdstukken, aangevuld met een samenvatting van Hoofdstuk 5, waarin ik een overkoepelende discussie van het gehele proefschrift presenteer.
Hoofdstuk 2 behandelt de behoefte in de literatuur aan een gevalideerd instrument om waargenomen GMM’s te meten dat tevens representatief is voor de kerndimensies van GMM’s. Daarom introduceert dit hoofdstuk de ‘Five-Factor Perceived Shared Mental Model Scale’ (5-PSMMS). Op basis van een gestructureerd, deductief (en uitvoerig) ontwikkelingsproces consolideert en verfijnt het instrument bestaande meetinstrumenten, die 273 items uit bijna drie decennia aan GMM-onderzoek omvatten. Het resultaat is een instrument van 20 items dat vijf dimensies van waargenomen GMM’s omvat, in lijn met de ontwikkeling van het construct sinds het ontstaan ervan: apparatuur, uitvoering, interactie, samenstelling en temporaal. Deze studie levert niet alleen een gevalideerd instrument voor het meten van waargenomen GMM’s, maar draagt ook conceptueel bij door temporale mentale modellen te positioneren als een factor met een bredere en meer onderscheidende rol dan in de bestaande literatuur wordt verondersteld, waar ze meestal worden voorgesteld als onderdeel van uitvoering. De 5-PSMMs wordt gepositioneerd als een flexibel meetinstrument voor onderzoekers en professionals die waargenomen GMM’s in teams willen beoordelen in uiteenlopende contexten.
Hoofdstuk 3 richt zich op het dyadische niveau, omdat het eerste punt waarop een mentaal model gedeeld kan worden, tussen twee individuen ligt. In dit hoofdstuk wordt een fundamentele aanname in de literatuur onderzocht, namelijk dat gedeelde ervaring leidt tot meer vergelijkbare waargenomen GMM’s. Op basis van een veldsteekproef van 88 leider-lid-dyaden wordt onderzocht hoe gedeelde dienstjaren en doelafhankelijkheid samen invloed uitoefenen op waargenomen GMM’s. Zoals gehypothetiseerd, blijkt gedeelde dienstjaren positief samen te hangen met waargenomen GMM’s; echter, aanzienlijk kortere gedeelde dienstjaren waren voldoende voor hogere niveaus van waargenomen GMM’s in dyaden met een hogere mate van doelafhankelijkheid. Bovendien blijken waargenomen GMM’s essentieel in het omzetten van gedeelde dienstjaren naar prestaties, wat hun relevantie voor dyadisch functioneren onderstreept. Deze bevindingen helpen belangrijke vragen in de literatuur te beantwoorden door: (1) te laten zien dat hoe langer twee individuen samenwerken, hoe sterker zij het bestaan van een SMM zullen waarnemen; (2) bewijs te bieden voor de motiverende invloed van doelafhankelijkheid op het bevorderen van waargenomen GMM’s; en (3) te benadrukken welke rol waargenomen GMM’s spelen in dyadische prestaties.
Hoofdstuk 4 behandelt de behoefte aan een beter begrip van de ontwikkelingstrajecten van waargenomen GMM’s. Hoewel waargenomen GMM’s dynamisch zijn en geneigd zijn te veranderen, zijn ze tot op heden niet op deze manier onderzocht. Dit hoofdstuk hanteert een longitudinaal perspectief en is gebaseerd op sociale-cognitieve theorie. Data werden verzameld bij 165 studentenprojectteams op drie meetmomenten (aan het begin, midden en einde van hun project). De resultaten tonen dat waargenomen GMM’s een lineaire groei vertonen en dat deze ontwikkeling positief wordt beïnvloed door twee vormen van teamleergedrag: co-constructie en constructief conflict. De interactie tussen deze leergedragingen en de zelfeffectiviteit van teamleden levert nieuwe inzichten op. Hoge zelfeffectiviteit versterkt over het algemeen de voordelen van leergedrag, maar onder hoge niveaus van teamleren gaat lage zelfeffectiviteit gepaard met steilere toenames in waargenomen GMM’s. Deze studie breidt de literatuur over emergente staten uit door waargenomen GMM’s te modelleren als een dynamisch cognitief construct dat wordt beïnvloed door zowel gedragsmatige als motivationele factoren.
In Hoofdstuk 5 licht ik toe hoe de drie empirische hoofdstukken samen een aantal belangrijke bijdragen leveren aan de literatuur over gedeelde cognitie, waarvan de voornaamste zijn: (1) waargenomen GMM’s worden benadrukt als een onderscheidbaar en meetbaar onderdeel van GMM’s; (2) een rigoureus ontwikkeld instrument (5-PSMMS) wordt voorgesteld dat toepasbaar is in verschillende teamcontexten en analyseniveaus; (3) empirisch blijkt dat waargenomen GMM’s worden beïnvloed door contextuele (gedeelde diensttijd), gedragsmatige (teamleergedrag) en motivationele factoren (doelafhankelijkheid en zelfeffectiviteit van teamleden), en positief gerelateerd te zijn aan prestatie-uitkomsten; en (4) door waargenomen GMM’s te operationaliseren als een emergente staat laat dit proefschrift zien hoe ze zich over de tijd ontwikkelen in teams. Dit proefschrift beantwoordt daarmee recente oproepen voor een beter begrip van percepties met betrekking tot GMM’s in teams. Tegelijkertijd gaat het in op de zorgen over het feit dat eerder onderzoek sterk leunde op waargenomen GMM’s zonder deze expliciet zo te benoemen. Het werk versterkt de theoretische en empirische kennis over waargenomen GMM’s en draagt bij aan de bredere literatuur over GMM’s en teamcognitie. De bevindingen hebben tevens praktische implicaties voor leidinggevenden, HR-professionals, L&D-specialisten, teamleden en andere praktijkprofessionals die gedeeld begrip in diverse en dynamische werkomgevingen willen bevorderen. Uiteindelijk draagt dit werk bij aan een bredere conceptualisering van waargenomen GMM’s als emergent, contextgevoelig en relevant voor de bredere SMM-literatuur, en toont het hun relevantie voor toekomstig onderzoek. Daarnaast laat ik in dit proefschrift zien hoe praktijkprofessionals waargenomen GMM’s kunnen stimuleren en versnellen door het creëren van gedeelde doelen voor teamleden en het bevorderen van teamleergedrag.
Bekijk ook deze proefschriften
Targeting lymphoid organs with nanomedicines is a forward-thinking immunotherapy paradigm
Persistent Fatigue in Chronic Respiratory Conditions
Moving Forward With DCIS and Invasive Breast Cancer
Conversations in the tumor microenvironment
Professional development of secondary school teachers in facilitating feedback dialogues and student reflection
Equity-by-design in RSV immunisation development
Wij drukken voor de volgende universiteiten





















