Deel dit project
OPTIMIZING QUALITY AND SAFETY OF BREAST IMPLANT SURGERY
Samenvatting
Borsten spelen een essentiële rol in het mentale en fysieke welzijn van een vrouw. Sinds het begin van de jaren 60 worden borstimplantaten regelmatig gebruikt om (opnieuw) een borst te creëren of om een borst te vergroten. Hoewel is aangetoond dat borstimplantaten het mentale en fysieke welzijn van vrouwen kunnen verbeteren, zijn borstimplantaten niet zonder risico’s.(1-3) Naast operatie-gerelateerde en implantaat-gerelateerde complicaties, kunnen ook problemen tijdens het productieproces de patiëntveiligheid negatief beïnvloeden. Bovendien was het voor de start van dit proefschrift nog niet bekend hoeveel vrouwen in Nederland een borstimplantaat hebben. Goed functionerende, landelijke borstimplantaatregistraties spelen daarom een belangrijke rol.
Naar aanleiding van de Poly Implant Prothèses crisis in 2010, toen borstimplantaten van niet-medische siliconen bleken te zijn gemaakt, hebben verschillende landen een nieuwe generatie, onafhankelijke borstimplantaatregistraties ontwikkeld.(4-14) Om internationale samenwerking te stimuleren en kennis en ervaring met elkaar te kunnen delen, hebben deze registraties zich verenigd in the International Collaboration of Breast Registry Activities (ICOBRA).(5, 15)
Een van deze nieuwe borstimplantaatregistraties was de Dutch Breast Implant Registry (DBIR), destijds geïnitieerd door de Nederlandse Vereniging voor Plastische Chirurgie. DBIR is een opt-out registratie dat sinds april 2015 patiënt-, implantaat- en operatiekenmerken registreert. Het registreert zowel geïmplanteerde als geëxplanteerde implantaten, waaronder tijdelijke tissue expanders en “permanente” borstimplantaten. DBIR heeft drie hoofddoelen: 1) het bewaken en evalueren van de kwaliteit van zorg door middel van clinical auditing, 2) het bewaken en evalueren van de kwaliteit van de geregistreerde borstimplantaten, en 3) het dienen als een track-and-trace systeem in het geval van een terugroepactie. Het registreren van borstimplantaten in DBIR is verplicht voor alle gecertificeerde plastisch chirurgen in Nederland en de data worden veilig beheerd door een gecertificeerde Trusted Third Party conform de Algemene Verordening Gegevensbescherming.
In dit proefschrift wordt inzicht gegeven in de Nederlandse borstimplantaatchirurgie (deel I), wordt onderzoek gedaan naar landelijke variatie in operatietechnieken en resultaten (deel II), en wordt gekeken naar de mogelijkheden om DBIR-data te combineren met andere registraties op nationale en internationale schaal (deel III).
DEEL I – BORSTIMPLANTAATCHIRURGIE IN PERSPECTIEF
Ondanks dat er in het verleden enkele borstimplantaatregistraties bestonden, zijn de meesten niet meer operationeel vanwege een te lage landelijke dekkingsgraad en onvoldoende financiering. In hoofdstuk 2 werden de relatief jonge borstimplantaatregistraties vergeleken met de langer bestaande orthopedische en cardiovasculaire implantaatregistraties. Het hoofdstuk evalueert de kosten en baten van de registraties, de managementstructuur en financieringsstructuur. Wereldwijd is DBIR een van de eerste up-and-running, opt-out borstimplantatenregistraties met een landelijke dekkingsgraad en een duurzame financieringsstructuur.
In hoofdstuk 3 worden de eerste resultaten van de DBIR beschreven. Tussen 2015 en 2017 werden in totaal 15.049 patiënten en 30.541 implantaten geregistreerd. De minimale incidentie van borstimplantaten bleek in 2017 1 per 1.691 vrouwen te zijn. Ongeveer 80% van de borstimplantaten werd geplaatst voor een borstvergroting en 20% voor een borstreconstructie. Het bleek dat in Nederland bij een borstreconstructie de voorkeur uitgaat naar anatomisch gevormde, getextureerde, siliconen borstimplantaten en bij een borstvergroting naar ronde, getextureerde, siliconen borstimplantaten. Als laatste werd een opvallende variatie gezien in de toepassing van verschillende infectiepreventiemaatregelen. Deze inzichten vormen een belangrijk startpunt voor toekomstig onderzoek naar de kwaliteit van borstimplantaten, bijwerkingen en initiatieven voor kwaliteitsverbetering.
DEEL II – VARIATIE IN OPERATIETECHNIEKEN EN RESULTATEN
Het verkrijgen van inzicht in de landelijke variatie van toegepaste operatietechnieken, de onderliggende redenen hiervoor en de impact op de kwaliteit van zorg is interessante informatie voor open gesprekken tussen clinici. Onder andere kan het leiden tot minder ongewenste praktijkvariatie, het verder verbeteren van richtlijnen en onze kwaliteit van zorg. In aanvulling op de gevonden landelijke variatie in het gebruik van infectiepreventiemaatregelen in hoofdstuk 3, werden daarom in hoofdstuk 4 zeven verschillende infectiepreventiemaatregelen verder geëvalueerd. Het werd duidelijk dat de meeste chirurgen drie infectiepreventiemaatregelen gebruikten bij een borstvergroting en vier bij een borstreconstructie. Perioperatieve systemische antibiotica, het spoelen van het implantaat en/of de implantaatholte en handschoenenwissel werden het meest toegepast. De infectie-gerelateerde revisie-incidentie binnen drie jaar was laag: 2,1% na een borstreconstructie en 0,1% na een borstvergroting. Vanwege deze lage revisie-incidentie bleef de impact van het gebruik van meer of minder infectiepreventiemaatregelen op de infectie-gerelateerde revisie-incidentie echter onbekend.
In hoofdstuk 5 werd de landelijke variatie in het gebruik van de twee meest voorkomende directe borstreconstructietechnieken met een implantaat geëvalueerd: de een-fase versus de twee-fase reconstructie. Er werd zorgvuldig rekening gehouden met confounders,
Bekijk ook deze proefschriften
A Method for Operationalizing Service-Dominant Business Models
Mathematical formulations and algorithms for fast and robust power system simulations
Detection of specific language impairment in young children in well-child healthcare
Atrial Fibrillation: To Map Or Not To Map
Bacterial Contamination of Complex Flexible Gastrointestinal Endoscopes
Towards in vivo application of oxygen-releasing microspheres for enhancing bone regeneration
Resilience of tropical forest and savanna: bridging theory and observation
Wij drukken voor de volgende universiteiten














