Publicatiedatum: 22 september 2023
Universiteit: Universiteit van Amsterdam
ISBN: 978-94-6469-415-4

UNDERSTANDING THE IMPACT OF POWER ON WORKPLACE INNOVATION: A NETWORK ANALYSIS APPROACH

Samenvatting

Creativiteit en innovatie op de werkplek zijn essentieel voor het succes van een organisatie. Waar creativiteit op de werkplek gedefinieerd wordt als het bedenken van nieuwe en nuttige ideeën door werknemers, omvat innovatie ook de implementatie van deze ideeën. Het komt zelden voor dat werknemers volledig onafhankelijk van collega’s innoveren; veelal gaat dit gezamenlijk en/of worden ze beïnvloed door hun sociale omgeving. Een cruciaal kenmerk van sociale relaties is macht, waarmee het vermogen om de gedachten, gevoelens of het gedrag van een ander te controleren wordt bedoeld. Tot op heden weten we onvoldoende over hoe macht creativiteit en innovatie op de werkplek beïnvloedt. In dit proefschrift wordt geprobeerd onze kennis met betrekking tot hoe en wanneer macht invloed heeft op creativiteit en innovatie te vergroten. Dit doen we in drie essays (Hoofdstuk 2 tot en met 4) waarin we de effecten van verschillende facetten van macht en informele sociale netwerkstructuren op creativiteit en innovatie onderzoeken.

In Hoofdstuk 2 ontwikkelden we een meer genuanceerd beeld van de relatie tussen positiemacht (de macht die voortvloeit uit de rol/positie van individuen in de organisatie) en gezamenlijke creativiteit (de creatieve uitkomst van een paar medewerkers) door tegelijkertijd gedrags- en psychologische kenmerken van samenwerkingen te beoordelen. Onze hypothese was dat machtsstrijd, of competitie om formele en informele controle, interacteert met positiemacht om gezamenlijke creativiteit te beïnvloeden via autonome motivatie - een motivatie die wordt ervaren als geïnitieerd en gereguleerd door jezelf. Uit een laboratoriumexperiment bleek dat machtsstrijd problematisch is voor samenwerkingen op hoge (en waardevol voor lage) machtsposities bij het streven naar hogere gezamenlijke creativiteit en dat dit kan worden verklaard door de negatieve (positieve) impact van machtsstrijd op autonome motivatie. Bovendien leverde een subgroepanalyse het eerste bewijs dat, wanneer machtsstrijd afwezig is of weinig voorkomt, samenwerkingen op hoge machtsposities een hogere gezamenlijke creativiteit kunnen opleveren dan samenwerkingen op lage machtsposities vanwege de positieve invloed van macht op autonome motivatie.

In Hoofdstuk 3 onderzochten we het modererende effect van Simmeliaanse vriendschapsbanden (een informele sociale structuur waarin twee vrienden een gemeenschappelijke vriend hebben) op de relatie tussen machtsasymmetrie (een formele sociale structuur waarin werknemers verschillende hiërarchische rangen hebben) en gezamenlijke creativiteit. We vonden steun voor onze hypothesen in twee intra-organisationele netwerkonderzoeken: gezamenlijke creativiteit is hoger in machtsasymmetrische dyades dan in machtssymmetrische dyades en Simmeliaanse vriendschapsbanden verminderen het verschil in gezamenlijke creativiteit tussen de twee soorten dyades. Aanvullende analyses leverden enig bewijs voor de theoretische mechanismen die verband houden met machtsasymmetrie en Simmeliaanse vriendschapsbanden: conflictoplossing en positief affect. In tegenstelling tot onze verwachtingen versterkten Simmeliaanse vriendschapsbanden ook de creativiteit van machtsasymmetrische dyades.

In Hoofdstuk 4 hebben we de wisselwerking onderzocht tussen de waargenomen macht van focale actoren over hun connecties (het niveau van macht dat ze denken te hebben over de mensen met wie ze verbonden zijn) en intermediaire netwerkposities (een open netwerkstructuur waar individuen gebonden aan losse individuen) op individuele innovatie. We vonden bewijs voor onze theorie in een intra-organisationele netwerkanalyse: werknemers die meer macht over hun collega’s dachten te hebben, bereikten meer innovatie in het bemiddelen in netwerkposities dan werknemers in deze posities die minder macht over hun collega’s dachten te hebben. Hoewel we voor gesloten netwerken verwachtten dat werknemers die minder macht over hun collega’s dachten te hebben, innovatiever zouden zijn, vonden we niet dat individuele innovatie verschilde op basis van de machtspercepties van werknemers.

Samenvattend laat dit proefschrift zien dat formele en waargenomen macht verschillen in creativiteit en innovatie op de werkplek helpen verklaren en dat ze interageren met (affectieve en instrumentele) sociale netwerkstructuren om deze uitkomsten vorm te geven. We breiden eerder onderzoek uit door aan te tonen dat, op het dyadische niveau, de relatie tussen macht (hoge niveaus of asymmetrisch) en gezamenlijke creativiteit en individuele innovatie niet strikt negatief is. Werken met collega’s die (formeel of gevoelsmatig) meer of minder machtig zijn, kan onder bepaalde omstandigheden resultaten verbeteren die cruciaal zijn voor de prestaties van organisaties. Evenzo kunnen machtige medewerkers, als machtsstrijd weinig voorkomt, creatieve resultaten bereiken.

Bekijk ook deze proefschriften

Wij drukken voor de volgende universiteiten