Deel dit project
Normative hybridity in private partnerships
Samenvatting
Dit proefschrift onderzocht de inhoud en normatieve aard van de rules of conduct – een concept dat werd geïntroduceerd door de Oostenrijkse rechtssocioloog Eugen Ehrlich in de eerste helft van de twintigste eeuw – betreffende personenvennootschappen in vroegmodern Amsterdam. Meer specifiek werd op basis van ca. 850 notariële vennootschapscontracten, geregistreerd tussen 1601 en 1791, nagegaan in hoeverre het Rooms-Hollandse recht (norms for decision) dan wel niet-juridische regels (living law of norms for behaviour) het vennootschapsrecht vormgaven in Amsterdam. Hoewel het economische succes van de zeventiende-eeuwse Republiek grotendeels van onderop werd opgebouwd en daarom hoofdzakelijk berustte op de economische activiteiten van ondernemingen die doorgaans werden opgericht door twee of drie vennoten, kregen personenvennootschappen tot op heden weinig wetenschappelijke aandacht. Bijgevolg draagt deze studie bij aan een beter begrip van de organisatorische kenmerken van vroegmoderne vennootschappen en de regels die de contractuele relatie tussen de vennoten regelden.
Alvorens te beginnen met de inhoudelijke analyse van de contractuele clausules, introduceert het eerste hoofdstuk de Amsterdamse vennoten en het brede scala aan economische activiteiten waarin zij betrokken waren. Bovendien toont dit hoofdstuk aan hoe de functionaliteit van vroegmoderne personenvennootschappen niet beperkt was tot het genereren van winst maar individuele ondernemers ook in staat stelde om de krachten te bundelen, financiële risico’s te delen en de individuele werklast te verminderen. Daarnaast vervulden vroegmoderne vennootschappen ook een instrumentele rol in het faciliteren van de economische participatie van vrouwen, minderjarigen en religieuze minderheden en in het organiseren van verschillende vormen van sociale zekerheid voor de vennoten en hun families.
In het tweede hoofdstuk vervolgt het proefschrift met een analyse van de drie belangrijkste constitutieve elementen van personenvennootschappen, namelijk overeenstemming (of consensus), investeringen en winstdeling. Gezien hun consensuele aard konden personenvennootschappen worden opgericht op grond van een mondelinge of onderhandse overeenkomst. Desondanks onthulde deze studie een groeiende waardering onder vennoten voor het notariële instituut en de bewijskracht van notariële akten. De flexibiliteit van personenvennootschappen met betrekking tot de investeringen en het verdelen van winst en verlies, maakten van personenvennootschappen een veelzijdig instrument dat toegankelijk en geschikt was voor ondernemers met verschillende middelen, vaardigheden en risicovoorkeuren. Ten slotte werd aangetoond hoe vroegmoderne ondernemers en notarissen, in het nastreven van praktische doeleinden, verschillende types contracten soms op een creatieve manier gingen interpreteren of combineren in één notariële akte.
Nadat de vennoten en hun economische activiteit, alsook de functionaliteit en constitutieve elementen van vroegmoderne personenvennootschappen werden geïntroduceerd gaat het proefschrift verder met een inhoudelijke analyse van de contractuele clausules. Het derde hoofdstuk behandelt de vraag hoe vennoten de continuïteit van hun onderneming konden waarborgen ondanks het vroegtijdig uittreden of het voortijdig overlijden van een partner. Hoewel de personenvennootschap gedurende de vroegmoderne periode een veelgebruikt instrument voor economische samenwerking was, kon diens consensuele aard een langdurig bestaan van de onderneming in de weg staan. Van zodra een vennoot stierf of besloot om zich terug te trekken diende de vennootschap volgens het Rooms-Hollandse recht te worden ontbonden, hetgeen de stabiliteit van een onderneming in gevaar bracht. Desalniettemin bleven vroegmoderne rechtsgeleerden gefocust op de rigide Romeinsrechtelijke theoretische bepalingen en slaagden zij er niet in om de commerciële praktijk tegemoet te komen. Dit zal er uiteindelijk toe leiden dat de ondernemers zelf een living law ontwikkelden die hen de nodige flexibiliteit bood om de continuïteit en stabiliteit van hun onderneming op drie manieren te waarborgen. Ten eerste probeerden vennoten vroegtijdige uittredingen te ontmoedigen door deze contractueel te bestraffen met geldboetes. Ten tweede faciliteerden vennootschapscontracten in toenemende mate (en geheel in strijd met de communis opinio onder rechtsgeleerden) de overdracht van aandelen en ten derde voorzag een overgrote meerderheid van de vennoten in uitgebreide contractuele clausules die de gevolgen van het vroegtijdig overlijden van één van hen voor de vennootschap moesten beperken. Hoewel Amsterdamse ondernemers een living law ontwikkelden die de overdracht van aandelen, het vastzetten van kapitaal en de erfopvolging door erfgenamen mogelijk maakten, bleven een aantal consensuele elementen aanwezig die, ondanks de kloof tussen theorie en praktijk, een radicale breuk met de norms for decision vermeden.
De mate waarin vennoten jegens derden aansprakelijk waren voor de schulden van de vennootschap is de centrale vraag die werd behandeld in het vierde hoofdstuk. Hier onthulden de onderzochte notariële vennootschapscontracten een opmerkelijke diversiteit aan maatregelen waarmee Amsterdamse ondernemers trachtten een evenwicht te vinden tussen risico en opportuniteit. Terwijl de norms for decision bleven steunen op het Romeinse recht om vragen over de externe aansprakelijkheid van vennoten te beantwoorden, weerspiegelde de living law van Amsterdamse ondernemers ook hier een meer divers en flexibel kader. Door een onderscheid te maken tussen openlijke (declared), verborgen (covert) en coöperatieve vennootschappen (of vemen), werd duidelijk dat Amsterdamse vennoten handelden binnen een breed spectrum van zichtbaarheid en aansprakelijkheid. De partners in de meeste openlijke vennootschappen formaliseerden en visualiseerden hun gedeelde aansprakelijkheid tegenover crediteuren door gebruik van een gemeenschappelijke vennootschapsnaam (firma), terwijl vennoten in een verborgen vennootschap handelden in hun privé naam waardoor zij de identiteit van hun medevennoten en het bestaan van de vennootschap niet aan derden kenbaar maakten. De Amsterdamse vemen of coöperatieve vennootschappen – opgericht tussen de pakkers, waagdragers en schuitenvoerders die actief waren in de Amsterdamse haven – bleken ten slotte een aantal kenmerken te delen met de kapitaalvennootschappen, zoals continuïteit door aandelenoverdracht en het gebruik van een onpersoonlijke naam die de identiteit van haar leden niet onthulde.
Het vijfde en laatste hoofdstuk bespreekt ten slotte de afdwingbaarheid van de rules of conduct in het algemeen en de living law in het bijzonder. Hierbij werd een verfijnd samenspel van interagerende juridische (publieke) en niet-juridische (private) handhavingsmechanismen onthuld die door de vennoten strategisch en vaak gelijktijdig werden ingezet. Dankzij infrajudiciële handhavingsmechanismen zoals arbitrage konden geschillen tussen vennoten succesvol worden beslecht aan de hand van contractuele innovaties, zoals ontwikkeld in de living law betreffende personenvennootschappen. Echter, van zodra conflicten tussen vennoten escaleerden en in de rechtbank moesten worden beslecht op basis van de norms for decision, werd de kwetsbaarheid van de living law onthuld door diens beperkte afdwingbaarheid. De complexe samenloop van publieke en private handhavingsmechanismen in Amsterdam tijdens de zeventiende en achttiende eeuw illustreert dus zowel de mogelijkheden van, als de grenzen aan, het afdwingen van gedragsregels die van onderop werden gecreëerd door een gebrek aan wetgevende innovatie en formele juridische verandering.
In een algemene conclusie worden de bevindingen uit de afzonderlijke hoofdstukken samengebracht met het oog op het beantwoorden van de centrale onderzoeksvraag en wordt kort stilgestaan bij enkele potentiële onderwerpen voor toekomstig onderzoek.
Bekijk ook deze proefschriften
Nanoscale Chemical Characterization of Polymers and Functional Surfaces
Moving Forward With DCIS and Invasive Breast Cancer
Modelling Cell-Cell Interactions in Cancer using Random Graphs
Translational evaluation of engineered RNA-based cancer immunotherapeutics
Wij drukken voor de volgende universiteiten





















