{"id":9799,"date":"2026-04-08T12:25:46","date_gmt":"2026-04-08T12:25:46","guid":{"rendered":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/portfolio\/nureni-wijayati\/"},"modified":"2026-04-23T07:56:07","modified_gmt":"2026-04-23T07:56:07","slug":"nureni-wijayati","status":"publish","type":"us_portfolio","link":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/portfolio\/nureni-wijayati\/","title":{"rendered":"Nureni Wijayati"},"content":{"rendered":"","protected":false},"excerpt":{"rendered":"","protected":false},"author":8,"featured_media":13084,"comment_status":"closed","ping_status":"closed","template":"","meta":{"_acf_changed":false,"footnotes":""},"us_portfolio_category":[45],"class_list":["post-9799","us_portfolio","type-us_portfolio","status-publish","has-post-thumbnail","hentry","us_portfolio_category-new-template"],"acf":{"naam_van_het_proefschift":"Corporate Governance and Managerial Misconduct","samenvatting":"Corporate governance verwijst naar de manier waarop stakeholders van een organisatie ervoor zorgen dat het management van een organisatie rekening houdt met hun belangen. Corporate governance wordt gevormd door formele en informele relaties tussen het bestuur van een organisatie en haar stakeholders. Een belangrijke theorie in corporate governance is de agency theory, ontwikkeld door onder andere Jensen en Meckling (1976). Centraal in deze theorie is het idee dat eigendom en het management van een onderneming zijn gescheiden. Volgens deze theorie hebben agenten (managers) eigen belangen, die mogelijk anders zijn dan de belangen van de principalen (stakeholders) van een organisatie. Jensen en Meckling (1976) stellen dat aan de hand van verschillende zogenaamde corporate governance mechanismen toezicht kan worden gehouden op het management, waardoor beslissingen die het management neemt de belangen van de stakeholders dienen, in plaats van die van het management (in dit proefschrift aangeduid met ongewenst gedrag). Deze mechanismen kunnen worden ingedeeld in interne en externe mechanismen. Interne mechanismen hebben betrekking op de interne organisatie van een onderneming, zoals de raad van bestuur en aandeelhouders; externe mechanismen hebben betrekking op de externe omstandigheden waarin een onderneming actief is, zoals de wetgeving en de kapitaalmarkt.\n\nIn dit proefschift wordt onderzocht hoe corporate governance mechanismen ongewenst gedrag van het management kunnen helpen voorkomen of reduceren. Het onderzoek richt zich daarbij op Indonesi\u00eb. Dit land biedt interessante mogelijkheden voor onderzoek naar de invloed van corporate governance op de besluitvorming door het management van een onderneming, de mate waarin deze besluiten leiden tot ongewenste uitkomsten, en de wijze waarop corporate governance mechanismen ongewenst gedrag van het management helpen voorkomen. Omdat Indonesi\u00eb een land in ontwikkeling is, zijn corporate governance mechanismen relatief onderontwikkeld. Sinds het begin van deze eeuw heeft het land wel gewerkt aan het verbeteren van zogenaamde corporate governance best practices. Tegelijkertijd heeft het land in vergelijking met andere landen in Zuidoost-Azi\u00eb relatief weinig progressie geboekt met het verbeteren van deze best practices (ADB, 2017).\n\nHet onderzoek in het proefschrift analyseert twee externe mechanismen (i.e., het algemene institutionele raamwerk en de rol van externe auditors), en twee interne mechanismen (i.e., de kenmerken van het bestuur en het belang van transparantie van informatie). In twee studies wordt een analyse wordt de aandacht gericht op \u00e9\u00e9n enkel mechanisme (Studie 1 en 2); twee andere studies analyseren richten zich op een combinatie van twee mechanismen (Studie 3 en 4). Figuur 1 geeft een overzicht van de verschillende studies en hun onderlinge relatie.\n\nStudie 1 schetst een beeld van de rol van het institutionele raamwerk (extern mechanisme) bij het verkleinen van de kans op corruptie. Studie 2 behandelt de perceptie van externe auditors bij het beoordelen van de kans op fraude. Studie 3 onderzoekt de interactie tussen de raad van commissarissen (interne mechanismen) en de verandering van het institutionele raamwerk (externe mechanismen) (zie stippellijn in figuur 1), in het bijzonder door te kijken naar hoe de veranderingen in dit raamwerk van invloed zijn op de prestaties van ondernemingen waarvan de commissarissen banden hebben met de politiek versus de prestaties van ondernemingen waarvan de commissarissen deze banden niet hebben. In studie 4 wordt het verband onderzocht tussen de wijze waarop de raad van commissarissen functioneert (interne mechanismen), de mate van transparantie van informatieverschaffing (interne mechanisme) (zie stippellijn figuur 1) en de mate waarin het management de inkomsten stuurt (earnings management). De details van elk van deze studies worden hieronder gegeven.\n\nDe eerste studie (hoofdstuk 2) onderzoekt hoe het algemene institutionele raamwerk van een land de kans op corruptie kan verkleinen. Daarbij wordt een vergelijking gemaakt tussen Maleisi\u00eb, Thailand en Indonesi\u00eb. De analyse maakt gebruik van de agency theorie. De centrale stelling in dit hoofdstuk is dat sterk ontwikkelde instituties die gericht zijn op het verbeteren van de best practices in corporate governance de kans op corruptie verkleinen. De studie bestudeert hoe best practices in corporate governance met betrekking tot de rechten van aandeelhouders, de raad van commissarissen, en accounting en auditing standaarden, inclusief het belang van de transparantie van informatievoorziening in de drie landen zijn ontwikkeld. Deze best practices dragen ertoe bij dat er een stricter toezicht op het management van ondernemingen mogelijk is, waardoor de kans op corruptie kleiner wordt. De belangrijkste bevinding is dat de instituties die gericht zijn op het verbeteren van de best practices in corporate governance in Indonesi\u00eb minder sterk zijn ontwikkeld dan die in Maleisi\u00eb en Thailand. Dit betekent dat het toezicht op het management van Indonesische ondernemingen minder strikt is, waardoor de kans op corruptie hoger zal zijn.\n\nDe tweede studie (hoofdstuk 3) is gericht op het bestuderen van de perceptie van externe auditors van de kans op financi\u00eble fraude. Hiervoor is een enqu\u00eate afgenomen onder 435 externe auditors. Er is gebruik gemaakt van een zogenaamde vignette case study methode, waarbij de casus die wordt beschreven is gebaseerd op een werkelijke zich in Indonesi\u00eb afspelende casus. Het onderzoeksmodel voorspelt dat de beoordeling van de kans op fraude door externe auditors wordt bepaald op basis van zogenaamde red flags, ofwel omstandigheden en factoren die de waarschijnlijkheid dat fraude optreedt verhogen, het oordeel van de auditor wat betreft de materialiteit van de de casus, de mate van professionele scepsis van de auditor, zijn\/haar inschatting van de kans dat de casus zal leiden tot een rechtsgang, een aantal persoonskenmerken van de auditor en het auditkantoor waar hij\/zij werkzaam. Het onderzoek laat zien dat vooral het materialiteitsoordeel en de professionele scepsis van de auditor de kans verhogen dat hij\/zij de kans op fraude hoger inschat in geval van de beschreven casus. Verder toont de analyse aan dat het materialiteitsoordeel de beoordeling van de kans op fraude vooral indirect be\u00efnvloedt via professionele scepsis. Deze twee bevindingen hebben mogelijke gevolgen voor auditors en hun taakuitvoering. Zij laten zien dat het voor auditors belangrijk is om conservatief te blijven wanneer zij een inschatting moeten maken van de materialiteit van een casus. Dit gedrag versterkt de professionele scepsis van auditors, wat leidt tot meer vaststellingen van een kans op fraude. Deze resultaten zijn nieuw in de audit-literatuur. Al met al suggereren ze dat de kwaliteit van de audits verbeterd kan worden als auditors conservatiever en sceptischer zijn bij het beoordelen van de kans op fraude.\n\nDe derde studie (hoofdstuk 4) onderzoekt hoe institutionele veranderingen zoals die in 2004 plaatsvonden in Indonesi\u00eb de financi\u00eble prestaties van ondernemingen met politieke banden be\u00efnvloeden. Deze studie is gebaseerd op de agency theory en de resource dependence theory. Het is \u00e9\u00e9n van de weinige studies die gebruikmaakt van longitudinale data (2000-2011), waarbij de invloed van institutionele veranderingen op de prestaties van ondernemingen politieke banden wordt onderzocht. De data zijn opgesplitst in de pre-democratische periode (2000-2004) en de democratische periode (2005-2011), waardoor het mogelijk is het netto effect van de institutionele veranderingen op de waarde van politieke banden voor ondernemingen te meten. Het jaar 2004 wordt beschouwd als een mijlpaal, omdat in Indonesi\u00eb dat jaar voor het eerst directe democratische presidentsverkiezingen werden gehouden. Voor deze studies zijn data betreffende bestuursleden met politieke banden van 357 beursgenoteerde niet-financi\u00eble Indonesische ondernemingen met de hand verzameld. De resultaten van de empirische analyse laten zien dat in de democratische periode het effect van politieke banden op de financi\u00eble prestaties van ondernemingen afnam. Deze resultaten geven aan dat de waarde van politieke banden voor ondernemingen minder belangrijk zijn sinds Indonesi\u00eb in 2004 een democratisch gekozen regering kreeg. Deze resultaten kunnen verklaard worden door het feit dat er vanaf 2004 een verschuiving van de macht plaatsvond van de centrale autoriteiten naar regionale autoriteiten. De macht van de centrale bureaucraten werd minder, waardoor het belang, en daarmee de waarde, van politieke banden met de centrale autoriteiten voor ondernemingen afnam.\n\nDe vierde en laatste studie (hoofdstuk 5) onderzoekt de onderlinge relaties tussen de wijze waarop de raad van commissarissen functioneert, de mate van transparantie van informatieverschaffing die een onderneming verschaft en de mate waarin het management de inkomsten stuurt (earnings management). Daar waar andere studies uitgaan van een directe relatie tussen het functoneren van de raad van commissarissen en earnings management, stelt deze studie dat de relatie tussen het functioneren van de raad van commissarissen en earnings management niet per se alleen direct hoeft te zijn. In deze studie wordt onderzocht in hoeverre het functioneren van de raad van commissarissen mede bepalend is voor de mate van transparantie van informatie die de onderneming betracht. Vervolgens wordt bestudeerd in hoeverre de mate van transparantie mede bepalend is voor de mate waarin het management gebruik maakt van earnings management. De data voor deze studie zijn afkomstig van de ASEAN Corporate Governance Scorecards. Deze data bevatten onder meer gegevens met betrekking tot de vaardigheden en competenties van de leden van de raad van commissarissen, de betrokkenheid van de commissarissen bij de onderneming en de inzet die zij vertonen met betrekking tot hun toezichthoudende rol, en de structuur en samenstelling van de raad van commissarissen. Deze gegevens zijn verzameld voor 104 beursgenoteerde niet-financi\u00eble Indonesische ondernemingen voor de jaren 2013, 2014 en 2015. De resultaten van het onderzoek laten zien dat de vaardigheden en competenties van de leden van de raad van commissarissen, alsmede hun betrokkenheid bij de onderneming, een indirect negatief effect hebben op earnings management, omdat deze beide kenmerken van de raad van commissarissen bijdragen aan het verbeteren van de transparantie van informatie die ondernemingen verplicht zijn te geven, wat vervolgens leidt tot een vermindering van het gebruik van earnings management. Voor informatie die ondernemingen niet verplicht hoeven te openbaren vindt de studie geen verband met de vaardigheden, competenties en betrokkenheid van de leden van de raad van commissarissen. Een interessante en belangrijke bevinding van dit onderzoek is dat Indonesische ondernemingen zich klaarblijkelijk niet houden aan de regels met betrekking tot de verplichte openbaarheid van gegevens. Dit wijst erop dat de kwaliteit van corporate governance in Indonesi\u00eb, hoewel verbeterd gedurende de afgelopen jaren, nog steeds relatief zwak is. Het onderzoek suggereert dat dit komt doordat het toezicht door de raad van commissarissen te wensen overlaat. Een andere (niet in deze studie onderzochte) verklaring kan zijn dat de sancties op het niet publiceren van verplichte informatie door ondernemingen niet of nauwelijks worden gebruikt en\/of niet effectief zijn.\n\nAl met al laten de resultaten van de studies in dit proefschrift zien dat sterke interne en externe corporate governance mechanismen belangrijk zijn voor het goed functioneren van ondernemingen in een opkomende economie als Indonesi\u00eb. Meer in het bijzonder laten zij zien dat dergelijke mechanismen ervoor kunnen zorgen dat ongewenst gedrag van het management (waarbij zij beslissingen neemt die het eigenbelang, maar niet het belang van de andere stakeholders in de onderneming dienen) kan worden gereduceerd.\n\nDit proefschrift laat zien dat een goed ontwikkelde corporate governance ervoor kan zorgen dat checks-and-balances in organisaties worden toegepast die ongewenst gedrag van het management kan reduceren of voorkomen. Investeren in corporate governance is niet alleen belangrijk voor ondernemingen, maar ook voor de macro-economie in het algemeen. Het proefschrift laat ook zien dat transparantie en verantwoordingsplicht publiek vertrouwen wekt, wat weer kan leiden tot het aantrekken van investeerders en het stimuleren van economische groei. Hoewel dit onderzoek gericht is op Indonesi\u00eb bevatten de resultaten wel degelijk ook belangrijke lessen voor andere opkomende landen. Het zou interessant zijn wanneer het onderzoek in dit proefschrift in de toekomst zou worden gerepliceerd in andere opkomende economie\u00ebn.","summary":"Corporate governance refers to the ways in which the stakeholders of a company make sure that their interests are taken into account by the management of a company. Corporate governance consists of formal and informal relationships between the board of a company and its stakeholders that determine how these interests will be met, how management reports about the decisions that should lead to the fulfilment of these interests, and how performance with respect to meeting these interests will be monitored (OECD, 1999). One important backbone of corporate governance research is agency theory developed by, among others, Jensen and Meckling (1976). Central to their theory is the notion of the separation of ownership and control. Their theory stresses that agents (managers) have self-interests, which may diverge from the interests of the principals (stakeholders) of the company. Based on this theory, they argue that effective monitoring through various corporate governance mechanisms should be prioritized to avoid deviant behaviour. These corporate governance mechanisms can be classified into internal mechanisms and external mechanisms (Walsh and Seward, 1990; Denis and McConnell 2003). Internal mechanisms deal with the internal organisation of a company, such as board of directors and shareholders, while external mechanisms operate through external factors such as the legal framework and capital markets (Cuervo, 2002; Gillan, 2006; Hanson and Song, 2006).\n\nThe dissertation aims at investigating how corporate governance mechanisms can mitigate opportunities for deviant managerial behaviour in Indonesia. As an emerging country, the corporate governance practices in Indonesia are different from developed countries. Since the early 2000s, Indonesia has improved its corporate governance practices through a better regulatory framework. However, Indonesia has been relatively slower in reforming corporate practices as compared to other developing countries in the Southeast Asia region (ADB, 2017).\n\nThe dissertation analyses two external mechanisms (i.e., the institutional framework and external auditors), and two internal mechanisms (i.e., the characteristics of the board of commissioners and transparency). Two studies present an analysis of a single mechanism (Studies 1 and 2); two other studies analyse a combination of two mechanisms (Studies 3 and 4). The interrelations of the mechanisms across the four empirical studies are depicted in Figure 1.\n\nStudy 1 sheds light on the role of the institutional framework (external mechanism) in mitigating opportunities for corruption. Study 2 deals with the perceptions of external auditors (external mechanism) when assessing fraud risks. Study 3 investigates the interaction between the board of commissioners and board of directors (internal mechanism) and the change of the institutional framework (external mechanism) (see the dashed line in figure 1), and its impact on the extent to which firms that have directors with political connections perform differently from firms without these connections. Study 4 analyses the link between board characteristics (internal mechanism), transparency (internal mechanism) (see the dashed line in figure 1), and earnings management. The details of each study are presented below.\n\nThe first study (chapter 2) investigates the role of the institutional framework in controlling opportunities for corruption. It presents a comparative study of institutional corporate governance frameworks in Malaysia, Thailand, and Indonesia. Relying on agency theory, we argue that a strong corporate governance institutional framework can reduce opportunities for corruption. Three corporate governance measures with respect to shareholder rights, the board of directors, and the accounting and auditing standards, including transparency, are evaluated. The main finding of the comparative study is that, in general, Indonesia\u2019s corporate governance institutional framework is less stringent than that of Malaysia and Thailand, which results in a weaker monitoring system. Because the institutional frameworks are less demanding and less enforced, this may provide stronger opportunities for corruption.\n\nThe second study (chapter 3) focuses on external auditors\u2019 perceptions on fraud risk assessments. A survey of 435 external auditors is conducted, employing a vignette case study, which is adapted from a real fraud case in Indonesia. The research model predicts that external auditors\u2019 fraud risk assessment is determined by fraud risk factors (red flags), materiality judgment, professional scepticism, litigation risk, and several auditor characteristics (such as certification, experience, and audit firm size). We find evidence that fraud risk factors, materiality judgment, and professional scepticism positively affect fraud risk assessments. Moreover, the analysis shows that materiality judgment influences fraud risk assessment mostly indirectly through professional scepticism. These findings have implications for auditors and their work, that is, they show that it is important for auditors to maintain a conservative behaviour by lowering materiality thresholds. This behaviour enhances auditors\u2019 scepticism, which leads to increased fraud risk assessments. These results are deemed new in the auditing literature. Overall, the results suggest that the quality of audits can be improved when auditors demonstrate more conservatism and more sceptical behaviour.\n\nThe third study (chapter 4) examines how institutional change that occurred in 2004 in Indonesia affects the value of political connected firms. Drawing from agency theory and resource dependence theory, the study is one of the few studies in using longitudinal data (2000-2011), investigating the impact of institutional changes on the performance of politically connected firms. The data are split into the pre-democratic era period (2000-2004) and the democratic era period (2005-2011) to enable us to measure the net effect of the institutional change on the value of political connections. The year 2004 is deemed a milestone because Indonesia for the first time ever introduced direct democratic presidential elections. Employing hand-collected data on politically connected board members of 357 listed non-financial Indonesian firms, the empirical results show that in the democratic era the impact of political connections on financial performance diminishes for firms. These results indicate that the value of political connections has become less important after Indonesia went into a more democratic regime after 2004. These results can be explained by the fact that since 2004 there has been a shift of power from the central government to the local (regional) government. The power of the central bureaucrats declined, which led firms having political connections to have suffered in terms of their financial performance.\n\nThe fourth study (chapter 5) explores the interrelationships between board inputs, transparency and disclosure, and earnings management. While other studies assume a direct relationship between board characteristics and earnings management, this study argues that the association between boards and earnings management is not necessarily direct. Board inputs determine the level of transparency and disclosure, which in effect mitigates earnings management practices. Three board inputs are constructed using data from the ASEAN Corporate Governance Scorecard, i.e. board skills, board commitment, and board structure. Using a sample of 104 listed non-financial Indonesian firms for the years 2013, 2014, and 2015, the findings show that the board inputs are not directly associated with earnings management; they are, however, positively associated with the level of information disclosure. Most importantly, the results confirm that board skills and board commitment mitigate earnings management indirectly through mandatory disclosure, but not through voluntary disclosure, implying that mandatory disclosure acts as a mediating variable. In addition, the findings indicate that Indonesian firms have not fully complied with mandatory disclosure requirements. This may occur because supervisory board members may be less effective in their monitoring role, or this may be caused by the fact that regulatory bodies do not impose strong enough penalties for non-compliant firms.\n\nOverall, the results of the empirical studies suggest that strong internal and external corporate governance mechanisms are important for the performance of companies in an emerging economy such as Indonesia. The thesis shows that having sound corporate governance practices ensures that checks-and-balances are put in place to prevent misbehaviour. Investing in corporate governance is critical not only for long-run business sustainability, but also for the economy as a whole. The thesis also shows that transparency and accountability create public trust, which may lead to attracting investors and stimulating economic growth. Although the research has focused on Indonesia, we do believe our findings may also hold important lessons for other emerging countries. It would be interesting if the analyses we performed in the thesis were repeated in different country contexts. We leave performing comparative research for future research.","auteur":"Nureni Wijayati","auteur_slug":"nureni-wijayati","publicatiedatum":"17 september 2020","taal":"EN","url_flipbook":"https:\/\/ebook.proefschriftmaken.nl\/ebook\/nureniwijayati?iframe=true","url_download_pdf":"https:\/\/ebook.proefschriftmaken.nl\/download\/6875911c-1688-4adf-88e0-a2c948812cef\/optimized","url_epub":"","ordernummer":"FTP-202604081220","isbn":"","doi_nummer":"","naam_universiteit":"Rijksuniversiteit Groningen","afbeeldingen":13084,"naam_student:":"","binnenwerk":"","universiteit":"Rijksuniversiteit Groningen","cover":"","afwerking":"","cover_afwerking":"","design":""},"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio\/9799","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/types\/us_portfolio"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/users\/8"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=9799"}],"version-history":[{"count":1,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio\/9799\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":9802,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio\/9799\/revisions\/9802"}],"wp:featuredmedia":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/media\/13084"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=9799"}],"wp:term":[{"taxonomy":"us_portfolio_category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio_category?post=9799"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}