{"id":9715,"date":"2026-04-08T11:33:09","date_gmt":"2026-04-08T11:33:09","guid":{"rendered":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/portfolio\/nienke-renting\/"},"modified":"2026-04-23T07:58:20","modified_gmt":"2026-04-23T07:58:20","slug":"nienke-renting","status":"publish","type":"us_portfolio","link":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/portfolio\/nienke-renting\/","title":{"rendered":"Nienke Renting"},"content":{"rendered":"","protected":false},"excerpt":{"rendered":"","protected":false},"author":8,"featured_media":13120,"comment_status":"closed","ping_status":"closed","template":"","meta":{"_acf_changed":false,"footnotes":""},"us_portfolio_category":[45],"class_list":["post-9715","us_portfolio","type-us_portfolio","status-publish","has-post-thumbnail","hentry","us_portfolio_category-new-template"],"acf":{"naam_van_het_proefschift":"Clinical workplace learning today","samenvatting":"Veel medische vervolgopleidingen hebben de afgelopen jaren een competentiegericht curriculum ge\u00efmplementeerd als reactie op maatschappelijke ontwikkelingen. Competentiegericht medisch onderwijs is bedoeld om artsen beter voor te bereiden op hun toekomstige werk, door een competentieprofiel te defini\u00ebren waaraan artsen aan het eind van hun opleiding moeten voldoen. Hoewel er veel literatuur is over hoe de gedefinieerde competenties het best kunnen worden beoordeeld, zijn er maar weinig studies gericht op de manier waarop competentieprofielen het leren op de klinische werkplek daadwerkelijk be\u00efnvloeden. Dit proefschrift bouwt voort op bestaande literatuur en biedt nieuwe inzichten in mogelijkheden en valkuilen van competentiegericht werkplekleren.\n\nHoofdstuk 1 geeft een overzicht van de praktijksituatie en de bestaande literatuur. Het begint met een citaat van een klinische supervisor waaruit blijkt dat, om een goede dokter te worden, assistenten in opleiding tot specialist (aios) vaardigheden moeten ontwikkelen die verder gaan dan het kennisdomein. Dit is precies wat het gedachtegoed van competentiegericht opleiden beoogt; het expliciteren van aspecten van de medische professie die voorheen alleen impliciet werden benaderd. Het meest gebruikte competentie raamwerk is het CanMEDS framework. Het bestaat uit zeven rollen: de centrale rol van Medisch Expert en zes omringende 'intrinsieke rollen': Communicator, Samenwerker, Leider, Professional, Gezondheidsbevorderaar en Wetenschapper. Onderzoek en praktijk hebben zich tot nu toe veelal gericht op de ontwikkeling van valide en betrouwbare beoordelingsinstrumenten voor deze rollen en heeft zich minder gericht op het leerproces. Wat we weten over het leren van aios is dat het met name plaatsvindt op de klinische werkplek, waar zij een belangrijke rol vervullen in de dagelijkse pati\u00ebntenzorg. Echter, toegang tot pati\u00ebntenzorg is niet voldoende om het leren van aios in goede banen te leiden. Er is ook supervisie nodig van medisch specialisten. Dat feedback een onmisbaar onderdeel van deze supervisie vormt, wordt door zowel aios als specialisten onderkend. Hoewel we weten dat al deze afzonderlijke elementen cruciaal zijn voor werkplekleren, blijft het onduidelijk hoe klinische activiteiten, supervisie door medisch specialisten en feedback, vorm geven aan competentiegericht werkplekleren in de praktijk. Dit proefschrift heeft als doel inzicht te bieden in hoe CanMEDS-gerichte vervolgopleidingen in de praktijk opereren.\n\nHoofdstuk 2 beschrijft een onderzoek waarin we een feedbacksysteem hebben opgezet dat supervisoren gebruiken bij het geven van feedback aan aios op CanMEDS rollen. De implementatie van het CanMEDS raamwerk daagt klinische supervisoren uit om de aandacht te verbreden van voornamelijk Medisch Expert naar de andere zes, intrinsieke, rollen. Dat blijkt in de praktijk nog niet zo makkelijk te realiseren. Om dit te vergemakkelijken, hebben we de CanMEDS rollen toegekend aan verschillende professionele situaties waarin de rollen kunnen worden geobserveerd en ge\u00ebvalueerd. Data van deze studie laten zien dat, met het feedback systeem, alle toegekende rollen worden behandeld in de schriftelijke feedback van supervisoren. Blijkbaar biedt het feedbacksysteem voldoende structuur om medisch specialisten te stimuleren om ook op de intrinsieke rollen feedback te geven. Daarnaast hebben we de kwaliteit ge\u00ebvalueerd van schriftelijke feedback op CanMEDS rollen. Hoewel de kwaliteit van de feedback over het algemeen goed was, werd regelmatig geen feedback gegeven op de rollen Samenwerker, Leider en Professional. Bovendien was feedback op de rol Professional vaak niet specifiek. Op basis van deze resultaten doen we aanbevelingen om supervisoren aanvullend te trainen, zodat ze meer inzicht krijgen in met name de rollen die achter lijken te blijven. Deze studie toont aan dat het mogelijk is om een feedbacksysteem te ontwikkelen waarin feedback wordt gegeven op verschillende CanMEDS rollen. Het systeem is waarschijnlijk te generaliseren naar andere authentieke situaties en rollen, waardoor het in aangepaste vorm kan worden toegepast in andere vervolgopleidingen.\n\nHoofdstuk 3 rapporteert over een longitudinale quasi-experimentele gecontroleerde studie met een pretest-posttest ontwerp. We onderzochten of een korte training zou helpen om de kwaliteit van feedback van supervisoren aan aios te verbeteren. De helft van de internisten in zeven ziekenhuizen nam deel aan training van 2,5 uur. Tijdens de training werd aan de hand van rollenspellen geoefend met het geven van feedback in een gesimuleerde setting, met behulp van videofragmenten. De controlegroep ontving geen training of andere interventie. Aios beoordeelden de kwaliteit van de mondelinge feedback van supervisoren door middel van een vragenlijst; het onderzoeksteam beoordeelde de volledigheid van de schriftelijke feedback van supervisoren. Uit de analyses blijkt dat de kwaliteit van de feedback, tot zes maanden na de training, significant verbeterde. Dit is een veelbelovende uitkomst, omdat een korte training een haalbare manier is om bij te dragen aan de opleidingskwaliteit in de drukke klinische werkomgeving.\n\nHoofdstuk 4 richt zich op waar feedback op CanMEDS rollen nu eigenlijk over gaat. Hiervoor voerden we een kritische discourse analyse uit op de schriftelijke feedback van supervisoren aan aios. De resultaten laten zien dat de manier waarop rollen worden geconstrueerd in de praktijk aanzienlijk verschilt van de manier waarop ze op papier worden omschreven. Bijvoorbeeld, de discourse rondom Samenwerker bestond uit twee componenten: saamhorigheid met andere werknemers en pati\u00ebnten zoals omschreven in CanMEDS, maar ook de machtspositie die zij geacht worden in te nemen in het zorgproces. Daarnaast kwam effici\u00ebntie -snel en to-the-point - naar voren als een dominante discourse omtrent het werk van artsen. Pati\u00ebnten maakten zelden deel uit van de discourse en als ze genoemd worden, werden ze geconstrueerd als objecten van communicatie en samenwerking in plaats van als partners. De bevindingen van deze studie suggereren dat, om de beoogde veranderingen teweeg te brengen, er meer nodig is dan een competentieraamwerk, toetsinstrumenten en supervisor training. De bevindingen laten zien dat een verandering in het werkplekcurriculum wellicht een organisatieverandering vereist.\n\nHoofdstuk 5 omvat een studie naar dagelijks werkplekleren in de praktijk. Er wordt een grounded theory studie gerapporteerd waarin we etnografische en interviewtechnieken hebben toegepast. Aangezien het leren van aios sterk wordt gevormd door het meewerken in de pati\u00ebntenzorg onder supervisie van een medisch specialist, richt deze studie zich op hoe dagelijkse interacties tussen aios en supervisoren op de werkplek worden be\u00efnvloed door CanMEDS. We kijken hierbij expliciet naar gewone, alledaagse, interacties buiten formele feedback en toetsingsmomenten. We gebruikten de Communities of Practice theorie om het leren van aios inzichtelijker te maken. De studie laat zien dat CanMEDS rollen geheel ge\u00efntegreerd aan bod komen tijdens het werkplekleren en tijdens interacties bijna altijd impliciet blijven. De taal van CanMEDS wordt niet overgenomen in de praktijk van klinische supervisie, wat expliciete gesprekken over leren in de weg lijkt te staan. Het CanMEDS-raamwerk lijkt geen leidraad te bieden voor aios of supervisoren om het werkplekleren vorm te geven. Het is dan ook de vraag in hoeverre CanMEDS helpt om het dagelijkse werkplekleren in de klinische praktijk daadwerkelijk te verbeteren.\n\nHoofdstuk 6 is een algemene discussie waarin de belangrijkste bevindingen van de hoofdstukken worden samengevat, ge\u00ebvalueerd en geplaatst in het licht van bestaande literatuur. De resultaten van de studies in dit proefschrift laten zien dat hoewel sommige inspanningen tot veelbelovende resultaten leiden, het beoogde doel van daadwerkelijk breder kijken dan medisch handelen wellicht niet wordt bereikt. Het bleek mogelijk om feedback op de gedefinieerde competenties te verbeteren, met behulp van een feedback systeem en training voor supervisoren. Tegelijkertijd was de manier waarop de rollen tot leven kwamen in de feedback anders dan beoogd en lijkt het CanMEDS framework weinig informatief te zijn voor het dagelijkse leren op de werkplek. Deze uitkomsten zijn belangrijk voor de praktijk, omdat ze zowel benadrukken hoe competentiegerichte benaderingen het best kunnen worden benut, als belangrijke valkuilen die nog moeten worden aangepakt. In dit hoofdstuk bespreek ik onze methodologische overwegingen, relevantie van de studies, de ontwerpkeuzes en in hoeverre de bevindingen van toepassing zijn in een andere context. Alle hoofdstukken in dit proefschrift weerspiegelen het belang van het verbinden van competentieprofielen met de klinische praktijk, en laten bovenal zien dat om een verandering in de vervolgopleiding te bewerkstelligen, wellicht een organisatieverandering nodig is.","summary":"As a response to the changing environment and a call for increased accountability to society, medical specialist education is adopting competency-based approaches. Competency-based medical education aims to better prepare physicians for their future work by defining the ultimate learning outcomes that inform undergraduate curricula and postgraduate clinical workplace learning. Although there is an extensive body of literature about how to best assess the defined competencies, little research has focused on how competency frameworks inform comprehensive clinical workplace learning. This thesis addresses this gap in the literature and provides novel insights in opportunities and drawbacks of competency-based approaches.\n\nChapter 1 sets the stage of this thesis. It begins with a quotation of a clinical supervisor that illustrates that for residents in order to become good physicians, they need to develop skills that go beyond the knowledge domain. This is exactly what competency frameworks intend to do; they make aspects of the medical profession explicit that were previously only treated implicitly. The most widely adopted competency framework is the CanMEDS framework. It comprises of seven roles: the central role of Medical Expertise and six surrounding \u2018intrinsic roles\u2019: Communicator, Collaborator, Leader, Professional, Health Advocate and Scholar. As a vital part of the transition towards competency-based education, practice and research up to date have strongly focused on the development of valid and reliable assessment instruments for these roles. Residents\u2019 learning is situated in the clinical workplace, where legitimate participation in real clinical activities is central to learner\u2019s development. Mere access to clinical activities is, however, not enough. Residents require deliberate support in order to optimise their experiential learning. Feedback is a vital element of that support and has been strongly endorsed by learners and educators alike as an indispensable element of effective clinical workplace learning. Although we know that all these separate elements are crucial for workplace learning, it remains unclear how clinical activities, support from supervisors and feedback, give shape to competency-based postgraduate training in practice. This thesis aims to provide insight into how postgraduate curricula, informed by CanMEDS, operate in practice.\n\nChapter 2 reports on how we designed and evaluated a feedback system to guide supervisors in adopting CanMEDS roles into their supervisory conversations with residents. The implementation of the CanMEDS framework challenges clinical supervisors to expand attention beyond medical expertise, including the six intrinsic roles. That had turned out to be difficult in practice. To facilitate this, we assigned the CanMEDS roles to a variety of professional situations in which they could be observed and evaluated. We found that all roles were covered in the written feedback. Apparently, the feedback system offers enough structure to guide supervisors in incorporating the intrinsic roles in their feedback. Furthermore, we evaluated quality of supervisor\u2019s written feedback. Although quality of feedback overall was good, feedback on collaborator, manager and reflective professional often lacked improvement points and feedback on reflective professional was often not specific. We, therefore, recommend additional faculty training in order to provide supervisors with additional guidance on how to better address especially these roles that seem to lack behind. This study shows that it is possible to develop a feedback system in which feedback is provided on different CanMEDS roles. The system is generalizable to different authentic situations and roles. It may easily be expanded and be tailored to other workplace-based training settings.\n\nChapter 3 describes a longitudinal quasi-experimental controlled study with a pre-test\/post-test design. We evaluated whether a short and simple, and therefore feasible, training session would help improve the quality of feedback residents receive from their clinical supervisors. Half of the internal medicine specialists in seven hospitals attended a 2,5-hour training session during which they practised giving feedback in a simulated setting using video fragments and role play. The control group did not receive any training. Residents rated the quality of supervisors\u2019 verbal feedback with a questionnaire and the research team analysed completeness of supervisors\u2019 written feedback. The data show a significant increase in the quality of feedback after the training, that persisted up to six months after the training. This is a promising outcome since it is a feasible approach to faculty development in the clinical workplace setting that is always pressed for time.\n\nChapter 4 presents a qualitative study in which we analysed what supervisors say in their feedback on CanMEDS roles, by applying critical discourse analytical tools to supervisors\u2019 written feedback. The results indicate that the way roles are constructed in the postgraduate curriculum-in-action was considerably different from how they are described on paper. The role of Collaborator was constructed in two different ways: a cooperative discourse of equality with other workers and patients; and a discourse, which gave residents positions of power\u2014delegating, asserting and \u2018taking a firm stance\u2019. Furthermore, efficiency -being fast and to the point- emerged as an important attribute of physicians. Patients were seldom part of the discourses and, when they were, they were constructed as objects of communication and collaboration rather than partners. This study\u2019s findings suggest that it takes more than a competency framework, evaluation instruments, and supervisor training to change clinical workplace learning. The findings showcase that a curriculum change in clinical workplace learning might actually require organisational change.\n\nChapter 5 continues with a constructivist grounded theory study employing ethnographic and interview techniques to gather authentic clinical workplace learning data. Given the fact that residents\u2019 training relies heavily on learning through participation in the workplace under the supervision of a specialist, this study begins to unravel how CanMEDS informs practice-based learning and daily interactions between residents and supervisors. More explicitly, this study explores how the CanMEDS framework informs residents workplace-based learning outside of assessment situations. We used sensitising insights from Communities of Practice Theory. The study shows that CanMEDS roles occurred in an integrated fashion and usually remained implicit during interactions. The language of CanMEDS was not adopted in clinical practice, which seemed to impede explicit learning interactions. The CanMEDS framework did not really guide supervisors\u2019 and residents\u2019 practice or interactions. It was not explicitly used as a common language in which to talk about resident performance and roles. Therefore, the extent to which CanMEDS actually helps improve residents\u2019 learning trajectories and conversations between residents and supervisors about residents\u2019 progress remains questionable.\n\nChapter 6 provides a general discussion in which the main findings of the chapters are summarised, evaluated and placed in the light of other literature. The findings of the studies in this thesis indicate that although some efforts lead to promising results, an expanded focus, that not only focuses on medical expertise but encompasses all CanMEDS roles, may not readily be achieved. On the one hand, improved feedback on the defined competencies can be accomplished with carefully designed feedback systems and faculty training. On the other hand, the extent to which CanMEDS actually impacts workplace learning practice may be rather limited. These outcomes are important for practice, as they highlight both how competency-based approaches can be best leveraged as important pitfalls that remain to be addressed. Methodological considerations of this thesis regarding its relevance, design choices and transferability are discussed. All chapters in this thesis reflect the importance of connecting frameworks to clinical practice but also showcase that true curricular change in postgraduate medical training inevitably seems to mean organisational change is needed.","auteur":"Nienke Renting","auteur_slug":"nienke-renting","publicatiedatum":"25 maart 2020","taal":"EN","url_flipbook":"https:\/\/ebook.proefschriftmaken.nl\/ebook\/nienkerenting?iframe=true","url_download_pdf":"https:\/\/ebook.proefschriftmaken.nl\/download\/72f8d85c-2ac6-41ed-a07a-4bef728c60fb\/optimized","url_epub":"","ordernummer":"FTP-202604081129","isbn":"978-94-034-2449-1","doi_nummer":"","naam_universiteit":"Rijksuniversiteit Groningen","afbeeldingen":13120,"naam_student:":"","binnenwerk":"","universiteit":"Rijksuniversiteit Groningen","cover":"","afwerking":"","cover_afwerking":"","design":""},"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio\/9715","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/types\/us_portfolio"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/users\/8"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=9715"}],"version-history":[{"count":1,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio\/9715\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":9718,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio\/9715\/revisions\/9718"}],"wp:featuredmedia":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/media\/13120"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=9715"}],"wp:term":[{"taxonomy":"us_portfolio_category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio_category?post=9715"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}