{"id":9571,"date":"2026-04-08T09:49:24","date_gmt":"2026-04-08T09:49:24","guid":{"rendered":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/portfolio\/moira-bruintjes\/"},"modified":"2026-04-23T08:05:30","modified_gmt":"2026-04-23T08:05:30","slug":"moira-bruintjes","status":"publish","type":"us_portfolio","link":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/portfolio\/moira-bruintjes\/","title":{"rendered":"Moira Bruintjes"},"content":{"rendered":"","protected":false},"excerpt":{"rendered":"","protected":false},"author":8,"featured_media":13219,"comment_status":"closed","ping_status":"closed","template":"","meta":{"_acf_changed":false,"footnotes":""},"us_portfolio_category":[45],"class_list":["post-9571","us_portfolio","type-us_portfolio","status-publish","has-post-thumbnail","hentry","us_portfolio_category-new-template"],"acf":{"naam_van_het_proefschift":"Quality of recovery in living donor kidney transplantation","samenvatting":"De doelstelling van dit proefschrift is om nieuwe strategie\u00ebn te bestuderen die bijdragen aan een betere kwaliteit van herstel na levende nierdonatie en niertransplantatie. Hierbij worden zowel anesthesiologische als chirurgische methoden onderzocht, waaronder diepe spierverslapping en het gebruik van dubbel J (JJ) stent.\n\nHoofdstuk 1 bestaat uit de algemene introductie en de opzet van dit proefschrift. We benadrukken het belang van levende nierdonoren voor pati\u00ebnten met eindstadium nierfalen en er wordt uitleg gegeven over het begrip postoperatief herstel. Aansluitend wordt er ingegaan op diepe spierverslapping en JJ stents.\n\nDEEL I - OPTIMALISEREN VAN HET POSTOPERATIEVE HERSTEL NA LEVENDE NIERDONATIE\n\nIn hoofdstuk 2 worden de uitkomsten van een systematische review en meta-analyse getoond, waarin we de invloed van diepe en standaard spierverslapping op de kwaliteit van het chirurgisch werkveld tijdens laparoscopie met elkaar hebben vergeleken. In totaal werden er 12 studies ge\u00efncludeerd. Een meta-analyse van deze studies toonde aan dat het gebruik van diepe spierverslapping leidt tot een verbetering van het chirurgisch werkveld, met een gemiddelde verbetering van 0,65 op een schaal van 1 tot 5. Daarnaast werd er een reductie in vroege postoperatieve pijnscores gevonden, met een gemiddeld verschil van 0,52 op een schaal van 0 tot 10.\n\nHoofdstuk 3 beschrijft het studieprotocol van de RELAX-studie: een gerandomiseerd klinisch onderzoek, waarin het effect van diepe en standaard spierverslapping op het postoperatieve herstel na laparoscopische donornefrectomie wordt vergeleken. Als primaire uitkomstmaat wordt de Quality of Recovery-40 vragenlijst gebruikt om de kwaliteit van het vroege postoperatieve herstel te meten. Secundaire uitkomstmaten bestonden uit intra-operatieve en postoperatieve complicaties, postoperatieve pijnscores, postoperatief opiaatgebruik en opnameduur.\n\nIn hoofdstuk 4 worden de resultaten van de RELAX-studie gepresenteerd. De primaire analyse liet geen verschil zien ten aanzien van de kwaliteit van het postoperatieve herstel, postoperatieve pijnscores, postoperatief opiaatgebruik en opnameduur. Wel waren er in de groep met diepe spierverslapping significant minder intra-operatieve complicaties, ten opzichte van de groep met standaard spierverslapping (1\/48 versus 6\/48). Tevens laat de RELAX-studie zien, dat het in de klinische praktijk moeilijk kan zijn om een adequaat diep blok te cre\u00ebren en te onderhouden. Vijf pati\u00ebnten in de groep met diepe spierverslapping bleken achteraf onvoldoende verslapt te zijn geweest en bij twee pati\u00ebnten is het niet gelukt om de diepte van het neuromusculaire blok te monitoren. Om deze reden hebben we besloten een secundaire analyse te verrichten waarbij pati\u00ebnten die daadwerkelijk een adequaat diep neuromusculair blok kregen, werden vergeleken met pati\u00ebnten die een standaard blok ontvingen. Deze analyse liet wel een significant betere kwaliteit van het postoperatieve herstel en lagere pijnscores zien in de groep met adequate diepe spierverslapping.\n\nIn hoofdstuk 5 hebben we onderzocht wat de prevalentie is van chronische postoperatieve pijnklachten na laparoscopische donornefrectomie. Door middel van een cross-sectioneel onderzoek in 512 levende nierdonoren met een gemiddelde follow-up duur van 6 jaar hebben we aangetoond dat 5,7% van de donoren chronische postoperatieve pijnklachten heeft. Voorspellende factoren voor het krijgen van chronische postoperatieve pijnklachten na laparoscopische donornefrectomie zijn ernstige vroege postoperatieve pijn, eerdere abdominale operaties en reeds bestaande andere pijnklachten. Een aanvullende analyse naar de kwaliteit van leven liet zien dat de donoren met chronische postoperatieve pijn ook een verminderde kwaliteit van leven hebben, vergeleken met donoren zonder chronische postoperatieve pijnklachten. Op basis van deze resultaten blijken chronische postoperatieve pijnklachten na laparoscopische donornefrectomie een relevante complicatie en dienen potenti\u00eble levende nierdonoren preoperatief goed ge\u00efnformeerd te worden over deze risico\u2019s.\n\nDEEL II - OPTIMALISEREN VAN HET POSTOPERATIEVE HERSTEL NA NIERTRANSPLANTATIE\n\nIn hoofdstuk 6 geven we een update over de incidentie van vroege urologische complicaties na niertransplantatie, waaronder urinelekkage en ureterobstructie. Een cohort onderzoek van 3329 niertransplantatie ontvangers binnen de Nederlandse transplantatie centra tussen 2005 en 2015 heeft aangetoond dat 6,2% een urologische complicatie ontwikkelt binnen 3 maanden na de operatie. Er werden geen verschillen gevonden in het aantal complicaties tussen ontvangers van levende of postmortale donoren. Voorspellende factoren voor het ontwikkelen van postoperatieve urologische complicaties waren een hogere leeftijd van de donor en eerdere cardiale problematiek bij de ontvanger. Het optreden van vroege urologische complicaties was niet van invloed op transplantaatfalen of mortaliteit. In een kleine aanvullende studie hebben we laten zien dat de hoeveelheid peri-ureteraal vet niet geassocieerd is met het optreden van urologische complicaties.\n\nIn hoofdstuk 7 beschrijven we een prospectief cohort onderzoek waarin we de invloed van het type ureterstent op het vroege postoperatieve herstel na levende donor niertransplantatie hebben onderzocht. Het eerste cohort van 40 pati\u00ebnten kreeg een percutane splint, het tweede cohort van 40 pati\u00ebnten kreeg een inwendige JJ stent. Pati\u00ebnten met een JJ stent scoorden significant beter dan pati\u00ebnten met een splint, op de Quality of Recovery-40 score op de 3e en 5e postoperatieve dag. Tevens waren de pati\u00ebnten met een JJ stent sneller mobiel en ADL zelfstandig, resulterend in een sneller ontslag. Er was geen verschil tussen de twee groepen in het aantal postoperatieve urologische complicaties.\n\nHoofdstuk 8 bestaat uit de discussie over de gepresenteerde onderzoeken in dit proefschrift en onze visie op het vervolgonderzoek om de plaats van diepe spierverslapping binnen de laparoscopische chirurgie te bepalen en het gebruik van JJ stents binnen de niertransplantatiechirurgie.","summary":"The aim of this thesis was to explore strategies to improve the quality of recovery following kidney transplantation (KTX), in both living donors and KTX recipients. We assessed anaesthesiological and surgical innovations to optimise the postoperative recovery, including deep neuromuscular blockade (NMB) and double J (JJ) ureteral stenting.\n\nChapter 1 provides the general introduction and outline of this thesis. The importance of living kidney donation for patients with end stage renal disease (ESRD) is highlighted and the term postoperative recovery is explained. In addition, the concepts of deep NMB and JJ ureteral stenting are introduced.\n\nPART I - OPTIMISING RECOVERY IN LIVING KIDNEY DONATION\n\nChapter 2 includes a systematic review and meta-analysis, in which we compared the influence of deep NMB and moderate NMB on the surgical space conditions during laparoscopy. Our search yielded 12 studies on the effect of deep NMB on the surgical space conditions. The meta-analysis showed that the use of deep NMB during laparoscopic surgeries improves the surgical space conditions when compared to moderate NMB, with a mean difference of 0.65 [0.47-0.83] on a scale of 1-5. Furthermore, we found a reduction of postoperative pain scores in the PACU in the group with deep NMB, with a mean difference of -0.52 [-0.71- -0.32].\n\nChapter 3 describes the study protocol of the RELAX-study, a randomised controlled trial in 96 patients, scheduled for laparoscopic donor nephrectomy (LDN), comparing the efficacy of deep versus moderate NMB in enhancing postoperative recovery after LDN. The primary outcome was the early quality of recovery, measured by the Quality of Recovery-40 (QoR-40) questionnaire. Secondary outcomes were adverse events (AE\u2019s), postoperative pain, analgesic consumption and length-of-stay. The results of the RELAX-study are described in chapter 4. The intention-to-treat analysis did not show a difference with regard to the quality of recovery, pain scores, analgesic consumption and length-of-stay. However, less intraoperative AE\u2019s occurred in patients allocated to deep NMB (1\/48 versus 6\/48). Furthermore, the RELAX-study showed that - in clinical practice - it can be difficult to achieve and maintain an adequate deep NMB. Five patients allocated to a deep NMB received a moderate block and in two patients neuromuscular monitoring failed. Therefore, an additional as-treated analysis was performed, which revealed a higher QoR-40 score on postoperative day 2 and significant lower postoperative pain scores, in the group allocated to deep NMB.\n\nIn chapter 5, we explored the prevalence of chronic postsurgical pain (CPSP) following LDN. This cross-sectional cohort study revealed a mean prevalence of CPSP of 5.7% within 512 living kidney donors with a mean follow-up time of 6 years. Severe early postoperative pain, previous abdominal surgery and pre-existing pain problems were identified as possible predictors for CPSP following LDN. Furthermore, the RAND SF-36 questionnaire showed an impaired health-related quality of life (HRQoL) in patients with CPSP when compared to those without CPSP. Our unique data indicate that CPSP following LDN is a highly relevant issue and that potential living kidney donors should be well informed in the preoperative phase about the risk of CPSP.\n\nPART II - OPTIMISING RECOVERY IN KIDNEY TRANSPLANTATION RECIPIENTS\n\nChapter 6 provides an update on the incidence of major urological complications (MUCs), including urinary leakage and ureteral obstruction, following living donor and deceased donor KTX. Within a Dutch cohort of 3329 KTX recipients between January 2005 and December 2015, 208 patients (6.2%) developed MUCs within 3 months after surgery. There were no significant differences in complication rates between recipients from living donors and deceased donors. An older donor age and previous cardiac events of the recipient were revealed as predictors for the development of urological complications. The occurrence of early MUCs did not affect graft or patient survival. An additional sub-study showed that preservation of peri-ureteric tissue within living donor KTX was not independently associated with urological complications.\n\nIn chapter 7, we investigated the influence of JJ stents versus externally draining percutaneous (PC) stents on the postoperative recovery in living donor KTX. A prospective cohort study was performed in two consecutive cohorts of 40 patients who underwent living donor KTX. Patients with a JJ stent scored significantly better on the Quality of Recovery score, when compared to patients in the PC cohort, on the third postoperative day (191.0 versus 185.0; p=0.019) and the fifth postoperative day (193.0 versus 189.5; p=0.021). Furthermore, patients with a JJ stent were earlier mobilising and independent in daily activities, in comparison to patients with a PC stent, resulting in a shorter length of hospital stay. The number of postoperative urological complications was comparable between the two groups.\n\nChapter 8 provides a general discussion on the research presented in this thesis and our view on the future perspectives of deep NMB and JJ stenting.","auteur":"Moira Bruintjes","auteur_slug":"moira-bruintjes","publicatiedatum":"25 september 2020","taal":"EN","url_flipbook":"https:\/\/ebook.proefschriftmaken.nl\/ebook\/moirabruintjes?iframe=true","url_download_pdf":"https:\/\/ebook.proefschriftmaken.nl\/download\/f85d0369-f1b2-4c3e-b88c-6ddb1425a21d\/optimized","url_epub":"","ordernummer":"FTP-202604080946","isbn":"978-94-6380-889-7","doi_nummer":"","naam_universiteit":"Radboud Universiteit","afbeeldingen":13219,"naam_student:":"","binnenwerk":"","universiteit":"Radboud Universiteit","cover":"","afwerking":"","cover_afwerking":"","design":""},"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio\/9571","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/types\/us_portfolio"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/users\/8"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=9571"}],"version-history":[{"count":1,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio\/9571\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":9574,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio\/9571\/revisions\/9574"}],"wp:featuredmedia":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/media\/13219"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=9571"}],"wp:term":[{"taxonomy":"us_portfolio_category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio_category?post=9571"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}