{"id":9295,"date":"2026-04-07T13:35:39","date_gmt":"2026-04-07T13:35:39","guid":{"rendered":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/portfolio\/martine-verwoerd\/"},"modified":"2026-04-23T08:17:59","modified_gmt":"2026-04-23T08:17:59","slug":"martine-verwoerd","status":"publish","type":"us_portfolio","link":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/portfolio\/martine-verwoerd\/","title":{"rendered":"Martine Verwoerd"},"content":{"rendered":"","protected":false},"excerpt":{"rendered":"","protected":false},"author":8,"featured_media":13399,"comment_status":"closed","ping_status":"closed","template":"","meta":{"_acf_changed":false,"footnotes":""},"us_portfolio_category":[45],"class_list":["post-9295","us_portfolio","type-us_portfolio","status-publish","has-post-thumbnail","hentry","us_portfolio_category-new-template"],"acf":{"naam_van_het_proefschift":"Unlocking the Transition: Prognostic Modeling for Chronic Neck Pain in Primary Care","samenvatting":"Het primaire doel van dit proefschrift was het onderzoeken van prognostische factoren die een rol spelen bij de ontwikkeling van chronische niet-specifieke nekpijn (NSNP) en het ontwikkelen van een prognostisch model dat accuraat voorspelt welke pati\u00ebnten risico lopen op het ontwikkelen van chronische pijn. Daarnaast werd de kennis, attitude en het gedrag van fysiotherapeuten in de eerstelijnszorg onderzocht met betrekking tot het klinische handelen bij pati\u00ebnten met (sub)acute NSNP.\n\nDEEL 1 van dit proefschrift begint met een systematische review in HOOFDSTUK 2, gericht op het identificeren van prognostische factoren voor het aanhouden van pijn en het ervaren van onvoldoende herstel na een episode van idiopathische, niet-traumatische nekpijn. Een literatuuronderzoek, dat studies tot 21 oktober 2017 omvatte, was gericht op prospectieve prognostische studies die pijnintensiteit en het ervaren van onvoldoende herstel beoordeelden. De kwaliteit van deze studies werd beoordeeld met het Quality in Prognostic Studies (QUIPS) instrument. Van de 2.737 gescreende artikelen werden zes prospectieve studies ge\u00efncludeerd, waarin respectievelijk 47 en 43 factoren voor pijnintensiteit en ervaren onvoldoende herstel werden geanalyseerd. Er werd matig bewijs gevonden voor de factoren leeftijd boven de 40 jaar en gelijktijdige rugpijn voor aanhoudende pijn. Voor het ervaren van onvoldoende herstel na 12 maanden werd matig bewijs gevonden voor eerdere episodes van nekpijn en bijkomende hoofdpijn. De kwaliteit van dit bewijs werd echter beoordeeld als laag tot zeer laag.\n\nNa deze systematische review, waarbij beperkt bewijs voor prognostische factoren in aspecifieke, niet-traumatische nekpijn werd gevonden, richtte HOOFDSTUK 3 zich op het identificeren en bereiken van consensus over potenti\u00eble prognostische factoren, met specifieke aandacht voor factoren die door fysiotherapeutische interventie be\u00efnvloedbaar zijn. Middels een gemodificeerde Nominal Group Technique (m-NGT) en een Delphi-studie werd input van experts verzameld om potenti\u00eble prognostische factoren te identificeren en te categoriseren. De Delphi-studie, uitgevoerd van november 2018 tot januari 2020, streefde naar consensus onder experts over de prognostische waarde van deze factoren, hun potentieel be\u00efnvloedbare karakter en meetinstrumenten voor de klinische praktijk. De m-NGT-bijeenkomst identificeerde aanvankelijk 84 factoren, die werden teruggebracht tot 47 en ingedeeld in 12 categorie\u00ebn. De daaropvolgende Delphi-studie resulteerde in consensus over 25 prognostische factoren voor chronische idiopathische, niet-traumatische nekpijn, waarvan 19 potentieel be\u00efnvloedbaar zijn door fysiotherapie, met een aanzienlijk aantal van psychologische aard. Dit benadrukt het belang van een biopsychosociale benadering in verder prognostisch onderzoek.\n\nDEEL 2 verschuift de focus van het identificeren en consensus bereiken over prognostische factoren naar empirisch onderzoek. HOOFDSTUK 4 beschrijft een onderzoeksprotocol voor het ontwikkeling en interne valideren van een prognostisch model. Het doel van deze studie was het identificeren van prognostische factoren, zowel modificeerbaar als niet-modificeerbaar, voor de ontwikkeling van chronische pijn bij pati\u00ebnten met acute of subacute aspecifieke idiopathische, niet-traumatische nekpijn. Deze prospectieve cohortstudie, uitgevoerd tussen januari 2020 en maart 2023, betrok 30 eerstelijnsfysiotherapiepraktijken en volgde pati\u00ebnten gedurende een periode van zes maanden, met meetmomenten na zes weken, drie maanden en zes maanden. De studie gebruikte uitgebreide methoden voor gegevensverzameling, waaronder vragenlijsten die potenti\u00eble prognostische variabelen konden objectiveren, gerelateerd aan symptomen, werk, algemene gezondheid, en psychologische en gedragsfactoren. Chronische nekpijn werd gedefinieerd als een score van \u2265 3 op de Numeric Pain Rating Scale (NPRS) na zes weken, drie maanden en zes maanden. De statistische analyse was gebaseerd op het Prognosis Research Strategy (PROGRESS) framework, specifiek gericht op type 3-onderzoek. Geavanceerde statistische analyses, waaronder univariabele en multivariabele logistische regressie en interne validatietechnieken zoals bootstrapping, werden ingezet om het prognostisch model te ontwikkelen en te valideren.\n\nHOOFDSTUK 5 beschrijft de resultaten van deze prognostische studie. Van de 2.567 gescreende pati\u00ebnten werden 603 deelnemers ge\u00efncludeerd, waarvan 62 (10%) chronische pijn ontwikkelden. De univariabele analyses identificeerden significante prognostische factoren voor de chronificatie van pijn, waaronder geslacht (vrouw), initi\u00eble pijnintensiteit, pijnduur, pijn in verschillende lichaamsregio\u2019s, het optreden van hoofdpijn sinds het begin van de nekpijn, meer ervaren beperkingen in activiteiten, arbeidsstatus (niet werken), hogere scores op catastroferen, ziektepercepties over herstel (zorgen en duur), depressie, distress en lagere verwachtingen van de behandeling. Belangrijke prognostische factoren in het uiteindelijke model omvatten geslacht, pijnintensiteit, pijn in verschillende lichaamsregio\u2019s, hoofdpijn, het vermogen om de houding tijdens het werk aan te passen, arbeidsstatus, en diverse ziektepercepties en psychologische factoren, te weten, ziektepercepties over de identiteit van de nekpijn en herstel, verwachtingen over de behandeling, distress en zelfeffectiviteit. Het model toonde een goede calibratie en voorspellende nauwkeurigheid met een optimisme-gecorrigeerde AUC van 0,83 en een gecorrigeerde R2 van 0,24. Het doel van deze studie was het verbeteren van het inzicht in prognostische factoren, waardoor clinici worden ondersteund bij het nemen van evidente beslissingen, het aanpassen van individuele behandelingsbenaderingen en met name het nauwkeurig voorspellen van de waarschijnlijkheid van het ontwikkelen van chronische pijn.\n\nHOOFDSTUK 6 had als doel de klinische kenmerken en herstelpercentages te vergelijken tussen pati\u00ebnten die hun eerste episode van niet-specifieke nekpijn ervaren en pati\u00ebnten met terugkerende episodes. Daarnaast onderzocht de studie de verschillen in dagelijkse activiteiten, ziektepercepties en psychologische factoren tussen pati\u00ebnten met milde pijn (1\u20132 op de Numeric Pain Rating Scale (NPRS)) en degenen met matige tot ernstige pijn (\u2265 3 NPRS) zes weken na hun eerste presentatie in de klinische praktijk. Gegevens uit de prognostische studie werden gebruikt. De onderzoeksgroep bestond uit 198 (33%) individuen die hun eerste episode van (sub)acute nekpijn ervoeren en 405 (67%) met terugkerende nekpijn. Van de 449 respondenten na zes weken, rapporteerden 278 deelnemers nog steeds nekpijn, met een gemiddelde intensiteit van 4,2 (SD = 2,0). De bevindingen toonden aan dat er geen betekenisvolle verschillen waren in de klinische kenmerken of herstelpercentages na zes weken, drie maanden en zes maanden tussen pati\u00ebnten die hun eerste episode van niet-specifieke nekpijn ervoeren en degenen met terugkerende episodes. Echter, er kwamen significante betekenisvolle verschillen naar voren in hoe milde pijn (1\u20132 NPRS) versus matige tot ernstige pijn (\u2265 3 NPRS) invloed had op beperkingen in dagelijkse activiteiten, zorgen die pati\u00ebnten hadden en zelfeffectiviteit na zes weken. Pati\u00ebnten met een hogere pijnintensiteit rapporteerden meer beperkingen, meer zorgen en een lagere zelfeffectiviteit. Specifiek waren de verschillen klinisch betekenisvol met een verschil van 1,33 punten (SD 0,84\u20131,81) in beperkingen op een 0\u20137 schaal, een verschil van -1,25 punten (SD -1,84 tot -0,65) in zelfeffectiviteit op een 0\u201312 schaal, en een verschil van 1,87 punten (SD 1,21\u20132,52) in de mate van zorgen op een 0\u201310 schaal.\n\nDEEL 3 richt de aandacht op fysiotherapeuten werkzaam in de eerstelijnszorg. HOOFDSTUK 7 exploreerde de kennis, attitude en gedrag van fysiotherapeuten in het klinisch handelen van aspecifieke, niet-traumatische, (sub)acute nekpijn, met specifieke aandacht voor het identificeren en be\u00efnvloeden van prognostische factoren voor chronische pijn. Er werden semi-gestructureerde interviews afgenomen bij 13 eerstelijnsfysiotherapeuten, waarbij kwalitatieve content analyse werd toegepast voor data-interpretatie. De interviews werden uitgevoerd volgens het Knowledge-Attitude-Practice (KAP) kader, en een doelgerichte steekproefmethode werd gebruikt om een diversiteit aan perspectieven te waarborgen. Uit de analyse kwamen zeven hoofdthema\u2019s naar voren: (1) Zelfingeschatte Kennis en Attitude; fysiotherapeuten erkenden de invloed van psychosociale factoren op nekpijn en gingen geleidelijk over van een biomedische naar een biopsychosociale benadering. (2) Rolhelderheid; de percepties over de afbakening van rollen varieerden, waarbij sommigen hun rol uitbreidden om psychosociale aspecten te omvatten. (3) Therapeutische Relatie; vertrouwen en samenwerking werden als essentieel beschouwd, waarbij fysiotherapeuten hun benadering vaak afstemden op de verwachtingen van pati\u00ebnten. (4) Interne Barri\u00e8res voor de Praktijk; er was een beperkte kennis en vaardigheid in het omgaan met complexe psychosociale factoren. (5) Externe Barri\u00e8res voor de Praktijk; de terughoudendheid van pati\u00ebnten om een biopsychosociale benadering te accepteren was een veelvoorkomende barri\u00e8re. (6) Praktijkgedrag; fysiotherapeuten vertrouwden meer op ervaring dan op gestructureerde beoordelingen voor psychosociale factoren en neigden naar het prioriteren van fysieke behandelmethoden. (7) Zelfreflectie; dit werd beschouwd als essentieel voor professionele ontwikkeling en het aannemen van een breder therapeutisch perspectief. Dit hoofdstuk onthulde een complexe dynamiek tussen de kennis, houdingen en praktijkgedrag van fysiotherapeuten in het klinische handelen bij nekpijn. Ondanks een algemene verschuiving naar een biopsychosociale benadering, ondervonden fysiotherapeuten uitdagingen bij het integreren van deze benadering in hun praktijk, be\u00efnvloed door persoonlijke attitudes, verwachtingen van pati\u00ebnten en individuele competenties. Dit hoofdstuk benadrukt de noodzaak van uitgebreidere training en ondersteuning in biopsychosociale benaderingen, met nadruk op de rol van zelfreflectie in de professionele groei en het verbeteren van de praktijkvoering.\n\nAuthor affiliations\n\nProf. Dr. Rob J.E.M. Smeets, Department of Rehabilitation Medicine, Research School CAPHRI, Maastricht University, Maastricht, The Netherlands. CIR Clinics in Rehabilitation, CIR, Eindhoven, The Netherlands.\n\nDr. Harri\u00ebt Wittink, Research Group Lifestyle and Health, Research Centre Healthy and Sustainable Living, HU University of Applied Sciences Utrecht, Utrecht, The Netherlands.\n\nDr. Francois Maissan, Research Group Lifestyle and Health, Research Centre Healthy and Sustainable Living, HU University of Applied Sciences Utrecht, Utrecht, The Netherlands.\n\nDr. Edwin de Raaij, Research Group Lifestyle and Health, Research Centre Healthy and Sustainable Living, HU University of Applied Sciences Utrecht, Utrecht, The Netherlands.\n\nDr. Sander M.J. van Kuijk, Department of Clinical Epidemiology and Medical Technology Assessments, Maastricht University Medical Centre, Maastricht, The Netherlands.\n\nMarc A.T. Teunis, PhD Research Group Innovative Testing in Life Sciences and Chemistry, Research Centre Healthy and Sustainable Living, University of Applied Sciences Utrecht, Utrecht, The Netherlands.\n\nDr. Mari\u00eblle E.J.B. Goossens, Department of Rehabilitation Research, Maastricht University, Maastricht, The Netherlands.\nMartine Verwoerd, Research Group Lifestyle and Health, Research Centre Healthy and Sustainable Living, HU University of Applied Sciences Utrecht, Utrecht, The Netherlands.","summary":"The main aim of this thesis was to research the prognostic factors involved in the development of chronic non-specific neck pain (NSNP) and to develop a prognostic model that will enable better prediction of which patients are at risk of developing chronic pain. Additionally, this research explores physiotherapists\u2019 knowledge, attitude, and practice behaviors in managing (sub)acute NSNP.\n\nPART 1 of this thesis starts with a systematic review in CHAPTER 2, identifying prognostic factors for the persistence of pain and perceived non-recovery following an episode of NSNP. A comprehensive literature search, encompassing studies up to October 21, 2017, focused on prospective prognostic studies evaluating pain intensity and perceived non-recovery. Quality assessment was conducted using the Quality in Prognostic Studies (QUIPS) tool. Six prospective studies were included out of 2,737 articles screened, analyzing 47 and 43 factors for pain intensity and perceived non-recovery, respectively. Moderate evidence suggested that age over 40 years and accompanying back pain are prognostic for persistent pain intensity. For perceived non-recovery at 12 months, previous neck pain episodes and accompanying headaches showed moderate evidence as prognostic factors. However, the quality of evidence was rated as low to very low.\n\nFollowing the systematic review revealing low-quality evidence for prognostic factors in non-specific, non-traumatic neck pain, CHAPTER 3 aimed to identify and establish a consensus on potential prognostic factors, particularly those modifiable by physiotherapy. Employing a modified Nominal Group Technique (m-NGT) and a Delphi survey, this study gathered expert input to identify and categorize potential prognostic factors. Conducted from November 2018 to January 2020, the Delphi survey sought expert consensus on the prognostic value of these factors, their modifiability, and measurement methods in clinical practice. The m-NGT meeting initially identified 84 factors, refined to 47 and categorized into 12 groups. The subsequent Delphi survey led to consensus on 25 prognostic factors of chronic idiopathic, non-traumatic neck pain, 19 of which are potentially modifiable through physiotherapy, with a significant number being psychological. This emphasizes the importance of a biopsychosocial approach to further prognostic research.\n\nTransitioning to PART 2, the focus shifts from identifying and finding experts\u2019 consensus on prognostic factors to empirical research. CHAPTER 4 outlined a study protocol for the development and internal validation of a prognostic model. This study aimed to identify independent prognostic factors, both modifiable and non-modifiable, for the development of chronic pain in patients with acute or subacute nonspecific idiopathic, non-traumatic neck pain. This prospective cohort study, conducted between January 2020 and March 2023, involved 30 primary physiotherapy practices and followed patients with a six-month follow-up period, with measurement points at six weeks, three months, and six months. The study uses comprehensive data collection methods, including baseline questionnaires measuring candidate prognostic variables related to symptoms, work, general health, and psychological and behavioral factors. Chronic neck pain was defined as a Numeric Pain Rating Scale (NPRS) score of \u2265 3 at six weeks, three months and six months. The statistical analysis in this study was conducted according to the Prognosis Research Strategy (PROGRESS) framework, specifically type 3 research. Advanced statistical analyses were employed to develop and validate the prognostic model, including univariable and multivariable logistic regression and internal validation techniques like bootstrapping.\n\nCHAPTER 5 describes the results of this prognostic study. A total of 603 participants were included after screening 2,567 patients. Out of the participants, 62 (10%) developed chronic pain. The univariable analyses identified significant prognostic factors of pain chronification, including gender (female), baseline pain intensity, pain duration, pain in different body regions, the onset of headache since the neck pain, higher disability scores, unemployment, higher scores on catastrophizing, illness beliefs about recovery (concerned and duration), depression, distress, and lower treatment beliefs. Vital prognostic factors in the final model included sex, pain intensity, pain in different body regions, headaches, ability to modify posture during work, employment status, and several illness beliefs and psychological measures, including illness beliefs about pain identity and recovery, treatment beliefs, distress, and self-efficacy. The model demonstrated good fit and predictive accuracy with an optimism-corrected AUC of 0.83 and a corrected R2 of 0.24. This study aimed to enhance the understanding of prognostic factors, aiding clinicians in making informed decisions, tailoring individual treatment approaches, and accurately predicting the likelihood of chronic pain development.\n\nCHAPTER 6 aimed to compare the clinical characteristics and recovery rates between patients experiencing their first episode of nonspecific neck pain and those with recurrent episodes. Additionally, the study investigated the differences in daily activities, illness perceptions, and psychological factors between patients with mild pain (1\u20132 on the Numeric Pain Rating Scale (NPRS)) and those with moderate to severe pain (\u2265 3 NPRS) six weeks after their initial presentation in clinical practice. Data from the prognostic study was used. The study cohort included 198 (33%) individuals experiencing their first episode of (sub)acute neck pain and 405 (67%) with recurrent neck pain. Among the 449 responders at six weeks, 278 participants still reported experiencing neck pain, with a mean intensity of 4.2 (SD = 2.0). The findings indicated no clinically meaningful differences in the clinical characteristics or recovery rates at six weeks, three months, and six months between patients experiencing their first episode of NSNP and those with recurrent episodes. However, significant differences emerged in how mild pain (1\u20132 NPRS) versus moderate to severe pain (\u2265 3 NPRS) impacted disability, patient concerns, and self-efficacy at the six-week mark. Patients with higher pain intensity reported greater disability, higher levels of concern, and lower self-efficacy. Specifically, the differences were clinically meaningful with a 1.33-point difference (SD 0.84\u20131.81) in disability on a 0\u20137 scale, a -1.25-point difference (SD -1.84 to -0.65) in self-efficacy on a 0\u201312 scale, and a 1.87-point difference (SD 1.21\u20132.52) in patient concerns on a 0\u201310 scale.\n\nPART 3 shifts the focus to physiotherapists working in primary care. CHAPTER 7 aimed to explore physiotherapists\u2019 knowledge, attitudes, and practice behaviors in managing non-specific, non-traumatic, (sub)acute neck pain, focusing on identifying and modifying prognostic factors for chronic pain. This study utilized semi-structured interviews with 13 primary care physiotherapists, employing qualitative content analysis for data interpretation. In-depth interviews were conducted following the Knowledge-Attitude-Practice (KAP) framework. A purposive sample method was used to capture diverse perspectives. Seven main themes emerged from the analysis: (1) Self-estimated Knowledge and Attitude; physiotherapists recognized the impact of psychosocial factors on neck pain and generally shifted from a biomedical to a biopsychosocial approach over time. (2) Role clarity: there were varied perceptions of role boundaries, with some expanding their roles to include psychosocial aspects. (3) Therapeutic relationships, trust, and cooperation were deemed essential. Physiotherapists often adapted their approach to align with patient expectations. (4) Internal barriers to practice, limited knowledge, and skills in dealing with complex psychosocial factors were noted. (5) External barriers to practice: patients\u2019 reluctance to engage in a biopsychosocial approach was a common barrier. (6) Practice behaviors: physiotherapists relied more on experience than structured assessments for psychosocial factors, with a tendency to prioritize physical treatment approaches. (7) Self-reflection: this was considered crucial for professional development and adopting a broader therapeutic perspective. This chapter revealed a complex relationship between physiotherapists\u2019 knowledge, attitudes, and practice behaviors in managing neck pain. Despite a general shift towards a biopsychosocial approach, physiotherapists faced challenges integrating it into their practice, influenced by personal attitudes, patient expectations, and individual competencies. This chapter highlights the need for enhanced training and support in biopsychosocial approaches, emphasizing the role of self-reflection in professional growth and practice improvement.","auteur":"Martine Verwoerd","auteur_slug":"martine-verwoerd","publicatiedatum":"18 december 2024","taal":"NL","url_flipbook":"https:\/\/ebook.proefschriftmaken.nl\/ebook\/martineverwoerd?iframe=true","url_download_pdf":"","url_epub":"","ordernummer":"FTP-202604071330","isbn":"978-94-6510-332-7","doi_nummer":"","naam_universiteit":"Universiteit Maastricht","afbeeldingen":13399,"naam_student:":"","binnenwerk":"","universiteit":"Universiteit Maastricht","cover":"","afwerking":"","cover_afwerking":"","design":""},"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio\/9295","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/types\/us_portfolio"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/users\/8"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=9295"}],"version-history":[{"count":1,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio\/9295\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":9298,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio\/9295\/revisions\/9298"}],"wp:featuredmedia":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/media\/13399"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=9295"}],"wp:term":[{"taxonomy":"us_portfolio_category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio_category?post=9295"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}