{"id":9277,"date":"2026-04-07T13:23:07","date_gmt":"2026-04-07T13:23:07","guid":{"rendered":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/portfolio\/martin-van-wezenbeek\/"},"modified":"2026-04-23T08:17:28","modified_gmt":"2026-04-23T08:17:28","slug":"martin-van-wezenbeek","status":"publish","type":"us_portfolio","link":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/portfolio\/martin-van-wezenbeek\/","title":{"rendered":"Martin Van Wezenbeek"},"content":{"rendered":"","protected":false},"excerpt":{"rendered":"","protected":false},"author":8,"featured_media":13395,"comment_status":"closed","ping_status":"closed","template":"","meta":{"_acf_changed":false,"footnotes":""},"us_portfolio_category":[45],"class_list":["post-9277","us_portfolio","type-us_portfolio","status-publish","has-post-thumbnail","hentry","us_portfolio_category-new-template"],"acf":{"naam_van_het_proefschift":"Revisional and complicated bariatric surgery","samenvatting":"De gevolgen van (morbide) obesitas zijn enorm. Obesitas heeft een grote impact op iemands leven en kan leiden tot vroege sterfte, chronische ziekten en hoge gezondheidskosten. Er wordt gesproken over obesitas indien de Body Mass Index (BMI) groter is dan 30 kg\/m2. Er wordt zelfs gesproken van een pandemie. De laatste cijfers van de World Health Organization (WHO) rapporteren dat 13% van de wereldbevolking obees was in 2016, wat neerkomt op ongeveer 650 miljoen mensen wereldwijd. Een substantieel deel van deze groep mensen heeft zelfs morbide obesitas. Er wordt gesproken van morbide obesitas bij een BMI \u226540 of een BMI \u226535 met klachten van een of meerdere obesitas gerelateerde aandoeningen. Deze aandoeningen zijn onder andere: diabetes mellitus type 2 (suikerziekte), hypertensie (hoge bloeddruk), hypercholesterolemie (hoog cholesterol), obstructief slaap apnoe syndroom (OSAS, adempauzes tijdens de slaap) en gewrichtsklachten.\n\nEr bestaan veel behandelmogelijkheden voor morbide obesitas, maar momenteel is bariatrische chirurgie (chirurgie met gewichtsverlies als doel) de enige effectieve behandeling op de lange termijn. Op de lange termijn zorgt het voor een totale gewichtsafname van 16-23% en in een groot deel van de gevallen voor de genezing van obesitas gerelateerde aandoeningen. Om uiteenlopende redenen kan een operatie niet het gewenste effect hebben. Er wordt dan gesproken van een complicatie op de lange termijn. Deze complicaties zijn divers; zo kan een pati\u00ebnt te veel zijn afgevallen, te weinig zijn afgevallen (ook wel een primaire non-responder genoemd) of na goed af te zijn gevallen weer aankomen in gewicht (secundaire non-responder). Daarnaast kan er sprake zijn van blijvende functionele problemen, zoals slikproblemen, maagzuurklachten of voedselintolerantie. In een deel van deze gevallen dient de eerdere procedure te worden omgezet door middel van een nieuwe operatie. Dit wordt ook wel revisiechirurgie of redo-chirurgie genoemd. Als een oude operatie wordt omgezet, wordt er tegenwoordig ook wel gesproken van een conversie. Bijvoorbeeld: Er is een maagband geplaatst met aanvankelijk een goed resultaat. Na een aantal jaar komt de pati\u00ebnt toch terug omdat er complicaties zijn van de maagband. Er kan dan voor gekozen worden om de band te verwijderen en een gastric bypass uit te voeren. In andere gevallen kan ervoor gekozen worden de bestaande ingreep te reviseren (herzien).\n\nNaast de zojuist genoemde nadelen op de lange termijn (waarbij in een deel van de gevallen revisiechirurgie noodzakelijk is), kunnen er ook complicaties optreden vlak na de operatie. Vaak zijn dit complicaties binnen 30 dagen na de operatie. Zo kan er bijvoorbeeld een nabloeding, een wondinfectie of een naadlekkage optreden.\n\nDit proefschrift richt zich op deze verschillende complicaties. Het proefschrift is opgesplitst in twee delen. Het eerste deel richt zich op de revisiechirurgie als behandeling van de lange termijncomplicaties na eerdere bariatrische chirurgie. Er wordt meer inzicht verkregen in zowel de gefaalde oude operaties met hun lange termijn complicaties, als in de uitkomsten en veiligheid van de hierop volgende revisieoperaties. Het tweede deel richt zich op de korte termijncomplicaties na een gastric bypass (maagomleiding), waarbij gepoogd is om met diverse methoden de complicaties te verminderen en te behandelen.\n\nDeel een\n\nRevisiechirurgie wordt vooral uitgevoerd als behandeling van een lange termijncomplicatie van een eerdere maagverkleinende ingreep. Om de redenen voor revisiechirurgie beter te kunnen begrijpen, is het essentieel om te begrijpen wat de effecten van de originele bariatrische ingreep zijn. In Hoofdstuk 2 worden de lange termijnresultaten besproken van de vertical banded gastroplasty (VBG), ook wel bekend als Mason-gastroplastiek, een oudere vorm van obesitaschirurgie welke in de jaren \u201980 is ge\u00efntroduceerd. Met gemiddeld 53% verlies van het overtollige gewicht (ook wel bekend als excess weight loss; EWL) en een verbetering bij 55% van obesitas gerelateerde aandoeningen (diabetes mellitus type 2, hypertensie, hypercholesterolemie, obstructief slaap apnoe syndroom en gewrichtsklachten) zijn de resultaten na een VBG acceptabel te noemen. Het grote nadeel van de VBG wordt echter ook aangetoond in dit hoofdstuk. Maar liefst 58% van de pati\u00ebnten heeft klachten ontwikkeld na de operatie. Bijna 40% van de onderzochte populatie heeft uiteindelijk een revisieoperatie ondergaan. Dit hoge percentage aan lange termijncomplicaties onderstreept waarom de VBG momenteel niet meer wordt uitgevoerd in Nederland.\n\nDe afgelopen decennia is het in toenemende mate duidelijk geworden dat het succes van bariatrische chirurgie ook afhankelijk is van verschillende psychologische factoren, zoals het eetgedrag van een pati\u00ebnt. Hoofdstuk 3 is erop gericht om factoren te identificeren die een goede of juist een slechte uitkomst voorspellen. De uitkomst wordt bepaald door de hoeveelheid gewichtsverlies, waarbij minder dan 50% verlies van het overtollige gewicht als een slechte uitkomst wordt beschouwd. In deze populatie worden een aantal factoren ge\u00efdentificeerd als voorspeller van een slechte uitkomst na bariatrische chirurgie. Zo blijkt in de onderzochte populatie dat pati\u00ebnten met esthetisch hogere verwachtingen minder goed afvielen op de lange termijn. Daarnaast was de hoeveelheid werkverzuim v\u00f3\u00f3r de operatie hoger in deze groep en werd er een hogere afhankelijkheid gezien van de operatie. Dit houdt in andere woorden in dat deze pati\u00ebnten meer vertrouwen op het effect van de operatie dan het effect van de leefstijlveranderingen die noodzakelijk zijn.\n\nZoals al eerder gemeld is het revisiepercentage hoog na een VBG. Omdat de literatuur verschillende opties beschrijft als revisieoperatie van een eerdere VBG, wordt in Hoofdstuk 4 gekeken welke optie het beste lijkt te zijn in een retrospectieve analyse. De 3 opties die werden onderzocht zijn het herzien van de originele operatie (revisie van de VBG), omzetting naar een sleeve gastrectomie (SG) of een Roux-en-Y gastric bypass (RYGB). De resultaten in deze studie laten duidelijk zien dat de beste revisieoperatie de conversie naar een RYGB is. Deze optie laat namelijk het hoogste gewichtsverlies op de lange termijn, de meeste verbetering van obesitas gerelateerde aandoeningen en de laagste incidentie lange termijncomplicaties zien in vergelijking met de andere twee opties. Gebaseerd op de resultaten uit deze studie wordt dan ook geadviseerd om in het geval van een gefaalde VBG te kiezen voor een omzetting naar RYGB, tenzij dit technisch niet mogelijk blijkt te zijn.\n\nIn Hoofdstuk 5 wordt de hypothese onderzocht of omzetting van een gefaalde maagband, ofwel adjustable gastric band (AGB), naar een RYGB gepaard gaat met een hoger percentage postoperatieve complicaties in vergelijking de omzetting van een gefaalde SG naar een RYGB. Dit zou een extra argument kunnen zijn om de AGB als primaire bariatrische ingreep te verlaten, naast de bekende hoge percentages lange termijncomplicaties. De resultaten laten echter vergelijkbare resultaten zien tussen de twee groepen (omzetting AGB naar RYGB versus omzetting SG naar RYGB). Zo is er een vergelijkbaar percentage postoperatieve complicaties (8.8% versus 11.8%; p=0.530), gewichtsverlies en verbetering van obesitas-gerelateerde aandoeningen. Wordt er extra zorgvuldig naar deze resultaten gekeken, dan valt op dat het totale gewichtsverlies in de SG-groep op de lange termijn iets afneemt, in tegenstelling tot de AGB-groep, waar dit juist licht toeneemt. De conclusie uit Hoofdstuk 5 is dat conversie naar een RYGB een goede revisieprocedure is voor een gefaalde AGB. Dit statement kan niet zo hard gemaakt worden voor de omzetting van een gefaalde SG naar RYGB op basis van deze resultaten. Op basis van (extra) gewichtsverlies lijken er andere opties de voorkeur te krijgen, zoals de biliopancreatic diversion met duodenal switch (BPD-DS) of een single anastomosis duodenoileal bypass (SADI, omleiding door middel van \u00e9\u00e9n aansluiting van de dunne darm op de twaalfvingerige darm), twee nieuwe types van bariatrische operaties.\n\nHet aantal bariatrische ingrepen neemt wereldwijd nog steeds toe, waarbij de behoefte aan een fast track protocol (programma gericht op een versneld herstel na een operatie) ook steeds verder toeneemt. Onderzoek heeft aangetoond dat dit veilig is in primaire bariatrische chirurgie. Met in bijna 51.000 verrichte revisieprocedures wereldwijd, een aantal dat nog steeds toeneemt, kan dit echter ook voordelen bieden bij revisiechirurgie. Daarom wordt in Hoofdstuk 6 de veiligheid onderzocht van een fast track protocol bij pati\u00ebnten die een technisch veel lastigere bariatrische revisieprocedure ondergaan. Dit retrospectieve onderzoek rapporteert een significant lager complicatiepercentage sinds de invoer van het fast track protocol bij bariatrische revisiechirurgie. Hierbij moet de kanttekening gemaakt wordt dat deze percentages niet alleen be\u00efnvloed zullen zijn door het fast track protocol, maar mogelijk ook door een toegenomen ervaring van het operatieteam, de leercurve van de chirurg en verbeterde chirurgische apparatuur. Desalniettemin mag geconcludeerd worden dat de implementatie van een fast track protocol bij bariatrische revisiechirurgie veilig is.\n\nZoals reeds vernoemd in Hoofdstuk 5, is het extra gewichtsverlies na een omzetting van een gefaalde SG naar RYGB beperkt. Er lijken betere alternatieven beschikbaar waaronder de BPD-DS en de SADI, maar het bewijs in de literatuur is beperkt. In Hoofdstuk 7 worden in een matched cohort studie de uitkomsten van de SADI als alternatieve revisieprocedure na een gefaalde SG vergeleken met die van de RYGB. Getalsmatig toont dit een iets hoger gewichtsverlies en minder postoperatieve complicaties in de SADI groep wanneer deze vergeleken wordt met de RYGB groep, maar deze verschillen zijn niet statistisch significant. Op basis van deze resultaten kan wel voorzichtig gesteld worden dat de SADI als revisieprocedure minder complicaties lijkt te geven in vergelijking met de beschikbare percentages na BPD-DS. Andere studies suggereren ook een gunstig effect van de SADI als revisieprocedure na een gefaalde SG. Het grootste nadeel van deze resultaten is het retrospectieve karakter van de studies. Goed prospectief, gerandomiseerd onderzoek is nodig om de kennis van de SADI als revisieprocedure na een gefaalde SG uit te breiden. Mede daarom wordt in Hoofdstuk 8 een protocolvoorstel voor een prospectieve randomized controlled trial die de effecten vergelijkt tussen de SADI en de RYGB als revisieprocedure na een eerdere SG.\n\nDeel twee\n\nDe focus van deel twee van dit proefschrift lag op de vroege complicaties na bariatrische chirurgie. Er wordt over het algemeen gesproken van een vroege complicatie indien deze binnen 30 dagen na de operatie optreedt. Veel onderzoek is al uitgevoerd om het percentage vroege complicaties tot een minimum te beperken, maar er is nog steeds ruimte voor verbetering. Preventie is van belang, omdat bij (morbide) obesitaspati\u00ebnten het beloop van een complicatie veel ernstiger kan zijn.\n\nDeze vroege complicaties worden vaak gegradeerd naar ernst van de complicatie met behulp van de Clavien-Dindo classificatie. Deze classificatie beschrijft de ernst van de complicatie van graad I (simpele wondinfectie) tot aan graad V (dood van een pati\u00ebnt). Hoofdstukken 9 en 10 zullen zich focussen op de complicaties van graad IIIa (complicatie waarvoor een radiologische, endoscopische of chirurgische interventie zonder algehele narcose noodzakelijk is) en hoger; ook wel serieuze complicaties of \u2018serious adverse events\u2019 genoemd.\n\nOm de hoeveelheid serieuze complicaties te verlagen lijkt preventie het beste middel. Voor een adequate preventie is het identificeren van risicofactoren noodzakelijk. Hoofdstuk 9 beschrijft een aantal van deze risicofactoren die gerelateerd zijn aan het ontstaan van serieuze postoperatieve complicaties waarvoor minstens een re-interventie (radiologisch, endoscopisch of chirurgisch) noodzakelijk is (classificatie volgens Clavien-Dindo \u22653a). In een populatie van 773 pati\u00ebnten waarbij een primaire RYGB werd uitgevoerd zijn 2 onafhankelijke risicofactoren ge\u00efdentificeerd: het mannelijk geslacht (Gemiddeld een 2,4 keer hogere kans op een complicatie ten opzichte van het vrouwelijk geslacht) en COPD (chronic obstructive pulmonary disease; gemiddeld een 3,7 keer hogere kans op een complicatie ten opzichte van pati\u00ebnten zonder COPD).\n\nEen van de hypotheses waardoor deze complicaties ontstaan, in dit geval specifiek een naadlekkage, is het doornemen van de neurovasculaire bundel bij de maag, bestaande uit de bloedvoorziening en aftakkingen van de nervus vagus (een van de 12 zogenaamde hersenzenuwen). Dit doornemen is noodzakelijk om de gastrojejunostomie te cre\u00ebren; de aansluiting tussen de nieuwe (kleinere) maag en de darm. Hierdoor zou een verhoogd bloedingsrisico kunnen ontstaan. Ook zou dit kunnen leiden tot een verhoogd risico op ischemie van de nieuw aangelegde gastrojejunostomie, wat vervolgens weer kans geeft op een naadlekkage. In Hoofdstuk 10 wordt in een retrospectieve analyse het effect vergeleken van twee technieken: het sparen van deze neurovasculaire bundel versus het doornemen van deze neurovasculaire bundel. De resultaten laten een statistisch significant lager percentage serieuze complicaties zien (Clavien-Dindo \u22653a) in de groep pati\u00ebnten waarbij de neurovasculaire bundel wordt gespaard. In deze studie lijkt dit resultaat niet af te hangen van de opererend chirurg. In deze studie is niet onderzocht wat het effect van deze twee technieken heeft op de lange termijn in het kader van mogelijke passageklachten, dumpingklachten en het gewichtsverlies.\n\nEen van de lastigst te behandelen korte termijncomplicaties is een naadlekkage. Het is een complicatie die maakt dat pati\u00ebnten ernstig ziek kunnen worden (sepsis), gaat regelmatig gepaard met het ontstaan van abcessen in de buikholte en vraagt eigenlijk altijd om een re-interventie (chirurgisch, endoscopisch of radiologisch). De aanpak van dit probleem wordt bemoeilijkt door de grote variatie aan behandelopties. Een modernere en minder invasieve methode voor de behandeling van een naadlekkage is het gebruik van endoluminale stents (stents die geplaatst worden aan de binnenzijde van maag of darmen). Een belangrijk nadeel van deze stents is migratie. Hoofdstuk 11 beschrijft de resultaten van een specifiek ontworpen stent om dit probleem te voorkomen. De resultaten tonen echter dat ook dit specifieke ontwerp het probleem van stentmigratie (66.7%) niet kan voorkomen en dat het succesvol behandelpercentage van 75% vergelijkbaar is met eerdere literatuur.\n\nIn dit proefschrift zijn zowel korte als lange termijncomplicaties onderzocht en daarbij behorende behandelopties. De gevonden resultaten en conclusies leiden tot meer inzicht in welke factoren invloed hebben op de uitkomsten na bariatrische chirurgie. Zij dragen daarmee hopelijk bij aan een betere behandelstrategie welke zal moeten zorgen voor betere uitkomsten na bariatrische (revisie)chirurgie met een verlaging van het aantal korte en lange termijncomplicaties.","summary":"DISCUSSION\n\nAs stated in the introduction, bariatric surgery is the best therapeutic option for the treatment of morbid obesity in terms of weight loss and a reduction of obesity-related comorbidities, while reducing the lifetime health care costs and 1-4 elevating the postoperative quality of life. Although the majority of bariatric patients benefit from these positive outcomes, a small but significant amount of patients is confronted with some type of complication. The aim of this thesis was to contribute to the reduction of before mentioned complications by analyzing current results of revisional surgery, finding predictors for complications and assessing the effect of different intra-operative techniques.\n\nPart one\n\nTo develop a notion on treating complications in the future, it is essential to have a proper understanding of the past. Therefore, Chapter 1 described the long-term outcome of primary vertical banded gastroplasty (VBG) in 392 patients. With a mean follow-up of 66 months, VBG provided an acceptable mean excess weight loss of 53%, with a 55% improvement of obesity-related comorbidities. Nonetheless, this chapter underlined the major disadvantage of this procedure, with a reported complaint rate of 58% and a total revision rate of nearly 40%. These numbers are similar to previously reported statistics and 5-9 strengthen the believe to abandon this old restrictive bariatric procedure. Nowadays, sleeve gastrectomy appears more suitable, as the first reported 10 results are superior to those of the VBG. Even though VBG is abandoned in the Netherlands, an interest should be taken in its anatomical similarities with the more modern banded gastric bypass. The main difference between the two procedures is the presence or absence of the pyloric valve. The results of the older VBG may be helpful in improving the banded gastric bypass, as literature is already reporting a complication rate up 11 to 20%.\n\nIt is becoming more and more clear that the success of bariatric also depends on many psychological factors such as eating behavior. Chapter 2 attempted to find more of these predictors for success or failure. Among others, it identified that successful patients depend less on the procedure than patients who failed. This supports the results presented by Mitchell et al. that proper lifestyle changes may be more important than the bariatric procedure itself for 13 achieving sufficient long-term weight loss. This chapter showed a few other potential predictors. Unfortunately, the outcome of this study does not provide the solution for a standard pre- and postoperative psychological evaluation. On the contrary, psychological guidance before and after bariatric surgery needs to be individualized, while keeping track of the major (psychosocial) risk factors associated with failure. Unfortunately, the conclusion remains similar to the majority of other psychological bariatric publications: more (high quality) research is highly needed and current results are inconsistent. 13-17\n\nAfter developing an understanding of the primary VBG, the next task was understanding its revisional procedures. Chapter 3 described the results of different revisional procedures after primary failed VBG. Even though the groups in this study were skewed and some of the groups were small, the results were still very clear. The best revisional option after failed VBG is a Roux-en-Y gastric bypass (RYGB) when compared to revision of the VBG or conversion to a sleeve gastrectomy. This study proved a superiority for conversion to RYGB in terms of (additional) weight loss, improvement of obesity-related comorbidities, the occurrence of long-term complaints or complications and the need for additional revisional surgery. Revision of the VBG or conversion to sleeve gastrectomy should be not be considered as revisional option for failed primary VBG based on these results. These statements are supported by other studies on this subject. 9,18-20 Therefore, if revision of a failed primary VBG is indicated, it is suggested to only perform a revision to RYGB unless this is technically not possible.\n\nAs shown in Chapter 3, RYGB appears to be a feasible and effective option as revisional procedure after VBG. Can this statement be extended to other restrictive procedures such as the adjustable gastric banding (AGB)? The suggestion is supported by previously published literature, which shows good results of RYGB as revision after failed AGB. Furthermore, conversion to RYGB appears to be superior after failed AGB when compared to band revision or conversion to sleeve gastrectomy. 21-24 A drawback is a high postoperative complication rate after revision, as a gastric pouch is created around the old location of the AGB. 24, 4 hypothesized that the complication rate may be lower when converting a failed sleeve gastrectomy to RYGB. The thought behind this hypothesis was to further strengthen the believe that AGB should be abandoned as a primary bariatric procedure, besides the high long-term failure rate of this procedure. 23,26,27 Furthermore, this study investigated the effectiveness of RYGB as revisional procedure after either failed AGB or sleeve gastrectomy (SG). The results did not support the believe that conversion to RYGB after sleeve is a safer procedure when compared to RYGB after failed AGB as it reported a similar postoperative complication rate (8.8% vs. 11.8%; p=0.530). Although these results suggested a similar effectiveness of RYGB as revisional procedure after either AGB or SG, they should be interpreted with caution. During follow-up, a slight decrease in total weight loss was observed in the SG group compared to an increase in the AGB group. The results in this chapter confirmed that RYGB is a valuable option as revisional procedure after failed AGB, however, it cannot be irrefutably stated that it is as valuable after failed sleeve gastrectomy for achieving additional weight loss. Keeping the high failure rate of the AGB and the high complication rate after revision in mind, AGB should not be performed routinely as a primary bariatric procedure until reliable selection criteria are developed. 23,26-28 Nowadays, both SG and RYGB are considered longer lasting and safer bariatric procedures. 29-31\n\nRecently, fast track protocols were introduced to counterattack the increasing demand for bariatric surgery and have proven to be safe and effective. 32,33 It is expected that many revisional procedures will be performed over the next years when considering the amount of performed VBG\u2019s, AGB\u2019s and SG\u2019s in the last decades. With the increasing demand for revisional surgery, the question rises whether fast track surgery would be safe in this challenging group of patients. The main goal would be to stabilize or even decrease the significant complication rate. Despite being comparable with previous literature, Chapter 3 and 4 reported a high complication rate between 8-13%. 34- 5 reported on the results of the use of a fast track protocol in revisional bariatric surgery. This study reported a significant decrease of the postoperative complication rate after implementing the fast track protocol. Based on these results, fast track care is safe to implement in bariatric revisional surgery, potentially reducing health care costs by lowering hospital stay and increasing logistics without increasing the complication rate. 32,33 Even though a significantly lower complication rate is reported (19.2% vs. 11.2%; p=0.038), caution should be taken in assuming that fast track care decreases the complication rate. Strong confounding factors such as an increased experience of the operating team, the surgeon\u2019s learning curve or improved surgical equipment may also be the cause of the reduced complication rate over the years. 39,40\n\nWhen aiming for relief of reflux complaints, RYGB appears to be effective, but the value of RYGB as revision after failed sleeve gastrectomy to achieve 41 additional weight loss, is debatable. Casillas et al. reported similar results as shown in Chapter 4, which is a decline in (additional) weight loss over time after 42 RYGB as revisional for failed primary sleeve gastrectomy. Yorke et al. reported on the lowest BMI after revision of primary sleeve gastrectomy to RYGB. A mean BMI of 36.4 kg\/m is reported. Despite the fact that this is lower than the reported BMI after primary sleeve gastrectomy, this is well within range to be 43 called morbid obesity. Even though some studies do report good results on RYGB as revisional procedure after failed primary SG, the search for a potentially better alternative has started. Homan et al. and Carmeli et al. have explored the potentials of the biliopancreatic diversion compared with Roux-en-Y gastric bypass. Even though a higher weight loss is reported, a drawback is that this type of procedure is technically more challenging and may lead to an even higher rate of postoperative complications. 44,45 Therefore, the single-anastomosis duodenoileal bypass (SADI) was chosen to investigate as an alternative for RYGB after sleeve gastrectomy in Chapter 6. Even though the knowledge on this relatively new procedure is limited, the first results seem promising. 46,47 After 12 months, this study showed a slightly higher weight loss and less early postoperative complications in the SADI group, which were not significantly different when compared to the RYGB group. Biggest drawbacks were the limited group sizes and the total follow-up. Based on these limited results, SADI appears to be safer compared to a biliopancreatic diversion in terms of postoperative complications.\n\nRecent studies do support the hypothesis that SADI is a valuable alternative to achieve additional weight loss after sleeve gastrectomy. 48-50 The biggest drawback of these results are the retrospective nature of the studies. Good prospective, preferably randomized controlled trials are necessary to place current results into perspective. With the current knowledge of the SADI and the results from Chapter 6 in mind, Chapter 7 reported on a study protocol for a prospective, randomized controlled trial.\n\nPart two\n\nAs mentioned before, part two of this thesis focused on postoperative complications after bariatric surgery. Obviously, prevention is the best way to lower the postoperative complication rate. Prevention is based on knowing the risk factors. Chapter 8 reported on predicting factors for the occurrence of major complications (Clavien-Dindo \u22653a) after primary RYGB. Even though the study population was small (only 773 patients), this study identified two independent risk factors: male gender and chronic obstructive pulmonary disease. It seems unlikely that the male gender itself is a risk factor for the occurrence of postoperative complications, however, the male bariatric population are more often diagnosed with metabolic syndrome. This in turn is correlated to an increased risk at postoperative complications in bariatric surgery. Is it an option to stabilize or even treat this syndrome before performing bariatric surgery so the postoperative complication rate may be lowered? Recent","auteur":"Martin Van Wezenbeek","auteur_slug":"martin-van-wezenbeek","publicatiedatum":"14 februari 2020","taal":"NL","url_flipbook":"https:\/\/ebook.proefschriftmaken.nl\/ebook\/martinvanwezenbeek?iframe=true","url_download_pdf":"","url_epub":"","ordernummer":"FTP-202604071318","isbn":"978-94-6380-686-2","doi_nummer":"","naam_universiteit":"Universiteit Maastricht","afbeeldingen":13395,"naam_student:":"","binnenwerk":"","universiteit":"Universiteit Maastricht","cover":"","afwerking":"","cover_afwerking":"","design":""},"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio\/9277","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/types\/us_portfolio"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/users\/8"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=9277"}],"version-history":[{"count":1,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio\/9277\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":9280,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio\/9277\/revisions\/9280"}],"wp:featuredmedia":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/media\/13395"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=9277"}],"wp:term":[{"taxonomy":"us_portfolio_category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio_category?post=9277"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}