{"id":8953,"date":"2026-04-07T10:00:13","date_gmt":"2026-04-07T10:00:13","guid":{"rendered":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/portfolio\/margriet-van-dijk\/"},"modified":"2026-04-23T08:29:19","modified_gmt":"2026-04-23T08:29:19","slug":"margriet-van-dijk","status":"publish","type":"us_portfolio","link":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/portfolio\/margriet-van-dijk\/","title":{"rendered":"Margriet Van Dijk"},"content":{"rendered":"","protected":false},"excerpt":{"rendered":"","protected":false},"author":8,"featured_media":13599,"comment_status":"closed","ping_status":"closed","template":"","meta":{"_acf_changed":false,"footnotes":""},"us_portfolio_category":[45],"class_list":["post-8953","us_portfolio","type-us_portfolio","status-publish","has-post-thumbnail","hentry","us_portfolio_category-new-template"],"acf":{"naam_van_het_proefschift":"Movement quality under the magnifying glass","samenvatting":"Hoofdstuk 1: Algemene inleiding\n\nDagelijkse voeren mensen veel verschillende activiteiten uit. De uitvoering van activiteiten omvat een verscheidenheid aan bewegingen en hun interactie met de taak, de omgeving en de individuele capaciteiten van een persoon. Pati\u00ebnten met lage rugpijn passen hun bewegingen aan als gevolg van hun pijn en om zichzelf te beschermen tegen verdere pijn of letsel. Als activiteiten zoals tillen, lopen of fietsen (te) pijnlijk of problematisch zijn om uit te voeren of vol te houden, kan dat iemands participatie beperken. \u201cIk wil graag weer kunnen tillen, lopen en fietsen zonder pijn in mijn onderrug\u201d, is dan ook een veelgehoorde hulpvraag van pati\u00ebnten aan fysio- en oefentherapeuten in de eerstelijnszorg. Om de hulpvraag van pati\u00ebnten te analyseren en op te lossen, observeren fysio- en oefentherapeuten de kwaliteit van bewegen, de manier HOE activiteiten worden uitgevoerd. Deze observatie kan een indruk geven van de beweging van het hele lichaam, zoals vloeiendheid en paslengte, of meer lokaal op bepaalde lichaamssegmenten focussen, zoals de positie en rotatie van de lumbale wervelkolom en heupverlenging tijdens het lopen.\n\nOndanks de centrale rol van het observeren en analyseren van kwaliteit van bewegen in het proces van klinisch redeneren, bestaat er geen eenduidige beschrijving van waarneembare kwalitatieve beweegaspecten. Dit belemmert zowel een objectieve perceptie en evaluatie als een heldere communicatie van kwaliteit van bewegen. Een valide en betrouwbare beoordeling en responsieve evaluatie van kwaliteit van bewegen zijn noodzakelijk om een therapeutische diagnose en om behandeldoelen op te stellen, interventievormen te kiezen en aan te passen en om inzicht te krijgen in de effectiviteit van de behandeling. Dit proefschrift heeft als doel fysio- en oefentherapeuten te voorzien van een gestandaardiseerde observatie om kwaliteit van bewegen bij pati\u00ebnten met lage rugpijn te beschrijven en te evalueren. Om dit doel te bereiken onderzoekt deze thesis of het nodig en mogelijk is om een valide en betrouwbaar instrument te selecteren of te ontwikkelen voor het observeren en meten van kwaliteit van bewegen bij pati\u00ebnten met aspecifieke lage rugpijn voor gebruik door eerstelijns fysio- en oefentherapeuten?\n\nDeel I\nInventarisatie in klinische praktijk en literatuur\n\nHoofdstuk 2 presenteert de resultaten van het eerste cross-sectionele digitale survey onderzoek. Dit onderzoek had als doel om kwaliteit van bewegen bij pati\u00ebnten met aspecifieke lage rugpijn te defini\u00ebren. Voor dit onderzoek hebben we aan eerstelijns fysio- en oefentherapeuten gevraagd om te beschrijven wat ze onder kwaliteit van bewegen verstaan. Daarnaast werd aan de therapeuten gevraagd om drie kernwoorden over kwaliteit van bewegen uit hun tekst te selecteren. Vanwege de onduidelijke en multi-interpreteerbare beschrijving en trefwoorden van de 91 deelnemende therapeuten, hebben we de beoogde verkennende kwalitatieve inhoudsanalyse uitgebreid met de toepassing van de ICF linking rules (International Classification of Functioning, Disability and Health). De ICF regels helpen om de inhoud van de beschrijvingen en kernwoorden op een betrouwbare wijze te koppelen aan ICF-codes. Vervolgens werden de ge\u00efdentificeerde betekenisvolle concepten (BC\u2019s) van de beschrijvingen (274) en kernwoorden (239) gekoppeld aan ICF-codes binnen de ICF domeinen: lichaamsfuncties en anatomische kenmerken, activiteiten en participatie en aan omgevings- (respectievelijk 87,5% en 80,3%) en persoonlijke factoren (respectievelijk 5,8% en 5,9%) en aan additionele codes (respectievelijk 6,6% en 13,8%). De BC\u2019s werden gekoppeld aan totaal 31 ICF-codes, met name aan code b760 \u2018controle van willekeurige bewegingen\u2019, b7602 \u2018co\u00f6rdinatie van willekeurige bewegingen\u2019, d4 \u2018mobiliteit\u2019 en d230 \u2018uitvoeren dagelijkse routine handelingen\u2019. Bovendien brachten negatief en positief geformuleerde beschrijvingen verschillende interpretaties van kwaliteit van bewegen tot uitdrukking, bijvoorbeeld \u201cgoede opbouw van de houding\u201d of \u201cbewegingen uitvoeren zonder belemmeringen\u201d. We concludeerden dat fysio- en oefentherapeuten kwaliteit van bewegen zien als een multidimensionaal fenomeen dat alle ICF domeinen omvat, inclusief contextuele factoren, waarbij co\u00f6rdinatie en functioneel bewegen worden gezien als de meest relevante concepten van kwaliteit van bewegen. Vanwege de grote diversiteit in zowel beschrijvingen als de interpretatie van kwaliteit van bewegen door therapeuten, bleek het voor deze inventarisatie nog te vroeg om het construct te defini\u00ebren.\n\nHoofdstuk 3 toont de resultaten van de tweede cross-sectionele digitale surveystudie. In dit onderzoek beschreven 114 fysio- en oefentherapeuten hoe zij kwaliteit van bewegen observeren tijdens het gaan zitten en opstaan uit een stoel, tillen, aankleden en lopen bij pati\u00ebnten met aspecifieke lage rugpijn. Bovendien gaven de therapeuten aan of en hoe ze kwaliteit van bewegen meten. Daarnaast beantwoordden de therapeuten drie gesloten vragen over de klinische relevantie van kwaliteit van bewegen. Kwalitatieve analyses van de antwoorden op de open vragen lieten vier hoofdthema\u2019s zien die fysio- en oefentherapeuten observeren om een indruk te krijgen van kwaliteit van bewegen bij pati\u00ebnten met aspecifieke lage rugpijn, namelijk 1) kenmerken van het bewegingspatroon, 2) kenmerken van motorische controle, 3) omgevingsinvloeden en 4) non-verbale uitingen van pijn en fysieke inspanning. Uit de kwantitatieve analyses kwam naar voren dat fysio- en oefentherapeuten kwaliteit van bewegen impliciet observeren in de diagnostische, therapeutische en evaluatiefase. Bovendien blijkt uit de resultaten dat 63% van de therapeuten het belangrijk vindt om een specifiek meetinstrument te hebben om de kwaliteit van bewegen bij deze populatie te observeren. Therapeuten merkten kritisch op dat een dergelijke beoordeling zowel voor- als nadelen heeft voor het klinisch redeneren en de kwaliteit van de zorg. We concludeerden dat fysiotherapeuten en oefentherapeuten het belang onderschrijven van het standaardiseren van de observatie van kwaliteit van bewegen tijdens dagelijkse activiteiten bij pati\u00ebnten met aspecifieke lage rugpijn. Er is echter geen consensus tussen therapeuten over het standaardiseren van de observatie. Voorafgaand aan standaardisatie is het belangrijk om te bepalen welke observeerbare en meetbare aspecten van kwaliteit van bewegen het meest valide en relevant zijn om te beschrijven en te evalueren en bij pati\u00ebnten met aspecifieke lage rugpijn.\n\nIn Hoofdstuk 4 hebben we een systematische review uitgevoerd in drie fasen: 1) welke bewegingsdomeinen worden gemeten?; 2) welke instrumenten worden gebruikt?; en 3) welke activiteiten zijn relevant, geschikt en methodologisch verantwoord voor het beoordelen van kwaliteit van bewegen bij pati\u00ebnten met aspecifieke lage rugpijn? Fase 1 en 2 van deze systematische review toonden aan dat de ge\u00efncludeerde 33 studies complexe (n=19) en eenvoudige (n=7) ge\u00efnstrumenteerde bewegingsanalysesystemen en gestandaardiseerde observatie testen (n=7) toepasten om de kwaliteit van bewegen te beoordelen bij pati\u00ebnten met aspecifieke lage rugpijn. Drie ge\u00efdentificeerde domeinen die representatief zijn voor kwaliteit van bewegen, namelijk range of motion (ROM), inter-segmentale co\u00f6rdinatie en bewegingen van het hele lichaam, verschilden significant tussen kwaliteit van bewegen van gezonde controles en pati\u00ebnten met aspecifieke lage rugpijn. Bovendien verbeterden ROM en bewegingen van het hele lichaam significant in de loop van de tijd bij pati\u00ebnten met aspecifieke lage rugpijn. In fase 3 bleek dat geen van de ge\u00efdentificeerde instrumenten geschikt was om kwaliteit van bewegen te beoordelen bij pati\u00ebnten met aspecifieke lage rugpijn in een eerstelijns setting van fysio- en oefentherapie. We concludeerden dat ROM, inter-segmentale co\u00f6rdinatie en bewegingen van het hele lichaam relevante uitkomsten zijn om kwaliteit van bewegen tijdens vooroverbuigen, tillen en lopen te evalueren. Aangezien zowel deze review als beide inventarisaties in de praktijk (Hoofdstukken 2 en 3) lieten zien dat er geen geschikte instrumenten beschikbaar zijn om kwaliteit van bewegen te meten bij pati\u00ebnten met aspecifieke lage rugpijn, hebben we aanbevolen om zo\u2019n instrument te ontwikkelen.\n\nConclusie Deel I\nSamen tonen de Hoofdstukken 2-4 de klinische relevantie, noodzaak en afwezigheid aan van een valide en betrouwbare observationele beoordeling van kwaliteit van bewegen bij pati\u00ebnten met aspecifieke lage rugpijn, beschikbaar voor eerstelijns fysiotherapeuten en oefentherapeuten. Bovendien leverden de resultaten van de Hoofdstukken 2-4 inhoud op voor het ontwikkelen van een gestandaardiseerde observatie van de kwaliteit van bewegen van activiteiten die door pati\u00ebnten als problematisch worden ervaren. Om fysio- en oefentherapeuten in de eerstelijnsgezondheidszorg te voorzien van een gestandaardiseerde observationele beoordeling werd besloten om een dergelijk meetinstrument binnen dit proefschrift te ontwikkelen en te valideren.\n\nDeel II\nOntwikkeling en testen van een gestandaardiseerde observatie van kwaliteit van bewegen bij pati\u00ebnten met aspecifieke lage rugpijn.\n\nOm eerstelijns fysio- en oefentherapeuten te voorzien van een gestandaardiseerde observatie voor kwaliteit van bewegen werd de Observable Movement Quality for patients with Low Back Pain (OMQ-LBP) binnen dit proefschrift ontwikkeld (Hoofdstuk 5) en gevalideerd (Hoofdstuk 6).\n\nHoofdstuk 5 laat zien hoe de resultaten van de Hoofdstukken 2-4 hebben bijgedragen aan de het ontwikkelen van de OMQ-LBP. De OMQ-LBP heeft als doel het beschrijven en evalueren van de kwaliteit van bewegen van de dagelijkse activiteiten die door pati\u00ebnten als problematisch worden gerapporteerd. De OMQ-LBP bestaat uit een bewegingscircuit met vijf activiteiten en een observatielijst met 11 items. Elk item wordt gedefinieerd en gescoord met een 5-punts likert-schaal. Bovendien is de duur van het bewegingscircuit een extra uitkomstmaat van de OMQ-LBP.\n\nHoofdstuk 6 beschrijft de resultaten van de uitgebreide cross-sectionele validatie van de OMQ-LBP. Dit onderzoek richtte zich op constructvaliditeit, interne consistentie, inter- en intrabeoordelaarsbetrouwbaarheid, inhoudsvaliditeit en de haalbaarheid van de OMQ-LBP. Bij gebrek aan een gouden standaard werd de constructvaliditeit bepaald door 11 a priori geformuleerde hypothesen te testen: twee van de zeven hypothesen bevestigden correlaties tussen waargenomen kwaliteit van bewegen en gerelateerde maar ongelijksoortige constructen, en twee van de vier hypothesen bevestigden te verwachten groepsverschillen. De bevestigde hypothesen hielden in dat: 1) kwaliteit van bewegen bij pati\u00ebnten met lage rugpijn geassocieerd is met bewegingssnelheid en met waargenomen inspanning tijdens\/na beide circuits (n=85 pati\u00ebnten), en 2) dat pati\u00ebnten significant lagere OMQ-LBP scores hebben vergeleken met gezonde controles (n=85 pati\u00ebnten en n=63 gezonde controles), en 3) dat pati\u00ebnten met meer pijn tijdens\/na het circuit meer tijd nodig hebben om het circuit uit te voeren (n=50 pati\u00ebnten met VAS-pijn < 20\/100mm tijdens\/na het bewegingscircuit en n=35 pati\u00ebnten met meer pijn (VAS-pijn >= 20\/100mm tijdens\/na beide circuits) ten opzichte van 35 gematchte gezonde controles (geslacht, leeftijd, BMI). Aanvaardbare interne consistentie (Cronbach\u2019s alpha 0,79) werd vastgesteld bij 85 pati\u00ebnten. Om de beoordelaarsbetrouwbaarheid vast te stellen namen 14 eerstelijnstherapeuten (zeven fysio- en zeven oefentherapeuten) deel als observator. De therapeuten hadden geen eerdere ervaring met de OMQ-LBP en werden getraind om de 11 items van het video-opgenomen bewegingscircuit te leren observeren en scoren. De therapeuten waren blind voor de status van de geselecteerde pati\u00ebnten (n=10) en gezonde controles (n=2). De therapeuten bereikten een goede intrabeoordelaarsbetrouwbaarheid en matige interbeoordelaarsbetrouwbaarheid voor de OMQ-LBP-scores en een uitstekende intra- en interbeoordelaarsbetrouwbaarheid voor de duurscores. Inhoudsvaliditeit werd bereikt door kwalitatieve thematische analyse van een kort, gestructureerd interview met deelnemende pati\u00ebnten (n=38) en alle deelnemende therapeuten. Zowel pati\u00ebnten als therapeuten ervaren de inhoud van de OMQ-LBP als valide en de therapeuten geven aan dat het instrument een goede praktische toepasbaarheid heeft en waarde toevoegt aan het proces van klinisch redeneren. Daarnaast stellen de therapeuten dat de OMQ-LBP een duidelijke en eenduidige taal biedt voor kwaliteit van bewegen bij pati\u00ebnten met lage rugpijn. We concludeerden dat de OMQ-LBP veelbelovend is for gebruik in de klinische praktijk en uniforme communicatie met pati\u00ebnten en collega\u2019s vergemakkelijkt. Aangezien een enkel onderzoek een nieuw ontwikkeld meetinstrument niet volledig kan valideren, kan het validatieonderzoek worden uitgebreid door associaties met motorische controletests, andere blinde waarnemers en subgroepen van mensen met lage rugpijn te onderzoeken. Bovendien moet de interbeoordelaarsbetrouwbaarheid worden verbeterd en moeten de responsiviteit en klinische relevantie worden onderzocht.\n\nConclusie Deel II\nMet de nieuw ontwikkelde OMQ-LBP kunnen eerstelijns fysiotherapeuten en oefentherapeuten de waargenomen bewegingskwaliteit bij pati\u00ebnten met lage rugpijn op uniforme wijze beschrijven en evalueren. De objectieve beschrijving van kwaliteit van bewegen voegt waarde toe aan klinisch redeneren, vergemakkelijkt eenduidige communicatie met pati\u00ebnten en collega\u2019s en maakt vergelijking tussen pati\u00ebnt gerapporteerde en geobserveerde uitkomsten in de klinische praktijk mogelijk. Na deze exploratieve ontwikkeling en validatie van de OMQ-LBP wordt verdere validatie en onderzoek naar responsiviteit aanbevolen.\n\nHoofdstuk 7: Algemene discussie\nHoofdstuk 7 vat de belangrijkste bevindingen van de onderzoeken uit de Hoofdstukken 2-6 samen, reflecteert op de resultaten en hun impact op de klinische praktijk, onderwijs en onderzoek, en doet aanbevelingen voor deze gebieden. Naast het bevestigen van de centrale rol van het observeren van kwaliteit van bewegen binnen het klinisch redeneren van eerstelijns fysio- en oefentherapeuten, is er met de OMQ-LBP die in dit onderzoek is ontwikkeld, nu een geobjectiveerde observatie beschikbaar die de verschillende interpretaties van therapeuten over waargenomen kwaliteit van bewegen bij pati\u00ebnten met lage-rugpijn overstijgt. In onze ogen is deze gestandaardiseerde observatie een aanvullende beoordeling die klinisch gezien waarde toevoegt aan de biopsychosociale benadering van therapeuten bij de behandeling van pati\u00ebnten met zowel aspecifieke als specifieke lage-rugpijn. Dit, niet in de laatste plaats omdat de uniforme beschrijving van de geobserveerde kwaliteit van bewegen duidelijke en positieve communicatie met de pati\u00ebnt en met collega\u2019s mogelijk maakt. Op basis van de gevonden behoefte en mogelijkheid om kwaliteit van bewegen op een gestandaardiseerde manier te observeren, en de huidige vastgestelde meeteigenschappen, achten we de OMQ-LBP geschikt voor gebruik in de praktijk. Gezien het vroege stadium waarin de ontwikkeling van de OMQ-LBP zich bevindt is verdere validatie en onderzoek naar responsiviteit vereist. Ten slotte, om volgende stappen te realiseren die bijdragen aan verdere ontwikkeling in de praktijk, onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, eindigt dit proefschrift met aanbevelingen voor elk van deze gebieden.","summary":"Chapter 1: General introduction\nEvery day, people perform many different activities. The performance of activities involves a variety of movements and their interaction to the task, the environment and a person\u2019s individual capabilities. Patients with low back pain adapt their movements due to the pain and to protect themselves from further pain or injury. If activities such as lifting, walking or cycling are (too) painful or problematic to perform or sustain, a person\u2019s participation may be restricted. \u201cI would like to be able to lift, walk and cycle again without pain in my lower back,\u201d is therefore a common request for help from patients to primary care physio- and exercise therapists. To analyse and resolve patients\u2019 needs for help, physio- and exercise therapists observe movement quality, the way HOW activities are performed. This observation may include an impression of whole-body movement, e.g., fluency, stride length, or focuses more local on body segments like, the position and rotation of the lumbar spine or hip extension when walking.\n\nDespite the central role of observing and analysing movement quality in the process of clinical reasoning, a unified description of observable qualitative movement aspects are lacking. This hinders both an objective perception and evaluation and clear communication of movement quality. Valid and reliable assessment and responsive evaluation of movement quality are necessary to formulate a therapeutic diagnosis and treatment goals, to choose and adjust interventions and to understand treatment effectiveness. This thesis aims to provide primary care physio- and exercise therapists with a standardized observational assessment to describe and evaluate movement quality in patients with non-specific low back pain. To realize this aim, this thesis explores whether it is necessary and possible to select or develop a valid and reliable instrument to observe and measure movement quality in patients with non-specific low back pain for use by primary care physio- and exercise therapists?\n\nPart I Inventory in clinical practice and literature\nChapter 2 presents the results of the first cross-sectional digital survey study. This study aimed at defining movement quality in patients with non-specific low back pain. For this study we invited primary care physio- and exercise therapists to articulate movement quality in open text descriptions. Additionally, the therapists were asked to select three movement quality keywords from their text. Due to the unclear and multi interpretable description and keywords of the 91 participating therapists we extended the intended exploratory qualitative content analysis with the application of the ICF linking rules (International Classification of Functioning, Disability and Health). The ICF linkage helps to reliably link the content of the descriptions and keywords to ICF codes. Then, the identified meaningful concepts (MCs) of the descriptions (274) and keywords (239) were linked to ICF codes of the ICF components: body functions and anatomical characteristics, activities and participation and to environmental (87.5% and 80.3%, respectively) and personal factors (5.8% and 5.9%, respectively), and supplementary codes (6.6% and 13.8%, respectively). The MCs were linked to a total of 31 ICF codes, especially to code b760 \u2018control of voluntary movement functions\u2019, b7602 \u2018coordination of voluntary movements\u2019, d4 \u2018Mobility\u2019, and d230 \u2018carry out daily routine\u2019. Moreover, negative and positive formulated descriptions expressed different movement quality interpretations, e.g., \u201cGood posture alignment\u201d or \u201cPerform movements without hindrance\u201d. We concluded that physio- and exercise therapists see movement quality as a multidimensional phenomenon encompassing all ICF components, including contextual factors, with coordination and functional movement seen as the most relevant concepts of movement quality. Because of the wide variety of both descriptions and therapists\u2019 interpretation of movement quality, it proved too early for this inventory to define the construct.\n\nChapter 3 shows the results of the second cross-sectional digital survey study. In this study 114 physio- and exercise therapists described in open text how they observe movement quality during sitting down and getting up from a chair, lifting, dressing, and walking in patients with non-specific low back pain. Moreover, the therapists expressed if and how they assess movement quality. In addition, the therapists answered three closed questions about the clinical relevance of movement quality. Qualitative analyses of the answers to the open questions revealed four main themes that physio- and exercise therapists observe to get an impression of movement quality in patients with non-specific low back pain namely, 1) movement pattern features, 2) motor control features, 3) environmental influences, and 4) non-verbal expressions of pain and exertion. Quantitative analyses clearly indicated that physio- and exercise therapists implicitly observe movement quality in the diagnostic, therapeutic and evaluation phases. Moreover, the results show that 63% of the therapists consider it important to have a specific measurement instrument to assess movement quality in this population. Therapists critically noticed that such an assessment has both pros and cons for clinical reasoning and quality of care. We concluded that physiotherapists and exercise therapists subscribe to the importance of standardizing the observation of quality of movement during daily activities in patients with non-specific low back pain. However, consensus among therapists on standardizing observation is lacking. Prior to standardization, it will be important to determine which observable and measurable aspects of movement quality are most valid and relevant for patients with non-specific low back pain to include in the assessment. Prior to standardization, it is important to determine which observable and measurable aspects of quality of movement are most valid and relevant to describe and evaluate and in patients with nonspecific low back pain.\n\nIn Chapter 4 we performed a systematic review in three phases: 1) which movement domains are measured?; 2) which instruments are used?; and 3) which activities are relevant, appropriate and methodologically sound for assessing movement quality in patients with non-specific low back pain? Phase 1 and 2 of this systematic review revealed that the included 33 studies applied complex (n=19) and simple (n=7) instrumented motion analysis systems and standardized observational tests (n=7) to assess movement quality in patients with non-specific low back pain. Three identified domains representative for movement quality namely, range of motion (ROM), inter-segmental coordination, and whole-body movements significantly differentiated movement quality of healthy controls and patients with non-specific low back pain. Moreover, ROM and whole-body movements significantly improved over time in patients with non-specific low back pain. In phase 3 it appeared that none of the identified instruments was appropriate to assess movement quality in patients with non-specific low back pain in primary care setting of physio- and exercise therapy. We concluded that ROM, inter-segmental coordination and whole-body movements are relevant outcome to evaluate movement quality during forward bending, lifting, and walking. Since, this review as well as both inventories in clinical practice (chapters 2 and 3) showed that there are no suitable instruments available to measure movement quality in patients with non-specific low back pain, we recommended to develop such an instrument.\n\nConclusion Part I\nTogether, Chapters 2-4 demonstrate the clinical relevance, need and absence of a valid and reliable observational assessment of movement quality in patients with nonspecific low back pain, available to primary care physiotherapists and exercise therapists. Moreover, the results of Chapters 2-4 provided content for developing a standardised observational assessment of the movement quality of activities perceived as problematic by patients. To provide primary care physio- and exercise therapists with a standardized observational assessment it was decided to develop and validate such measurement instrument within this thesis.\n\nPart II Development and testing of a standardized observational assessment of movement quality in patients with non-specific low back pain\nTo provide primary care physio- and exercise therapists with a standardized observational assessment the Observable Movement Quality scale for patients with LBP (OMQ-LBP) was developed (Chapter 5) and validated within this thesis (Chapter 6).\n\nChapter 5 illustrates how the results of Chapters 2-4 contribute for developing the OMQ-LBP. The OMQ-LBP aims to describe and evaluate movement quality of those daily activities reported by patients as problematic. The OMQ-LBP consists of a movement circuit with five activities and an 11-item observation list. Each item is defined and scored with a 5-point likert scale. Moreover, duration of the movement circuit is an additional outcome of the OMQ-LBP.\n\nChapter 6 describes the results of the extensive cross-sectional validation of the OMQ-LBP. This study addressed construct validity, internal consistency, inter- and intra-rater reliability, content validity, and the feasibility of the OMQ-LBP. In the absence of a gold standard, construct validity was determined by testing 11 a priori formulated hypotheses: two out of seven hypotheses confirmed correlations between observed movement quality and related but dissimilar constructs, and two out of four hypotheses confirmed known group differences. The confirmed hypotheses implied that: 1) movement quality in patients with low back pain is associated with movement speed and with perceived exertion during\/after both circuits (n=85 patients), and 2) that patients have significantly lower OMQ-LBP scores compared to healthy controls (n=85 patients en n=63 healthy controls), and 3) that patients with more pain during\/after the circuit take more time to perform the circuit (n=50 patients with VAS-pain < 20\/100mm during after the movement circuit and n=35 patients having more pain (VAS-pain \u2265 20\/100mm during\/after both circuits) relative to 35 matched healthy controls (sex, age, BMI). Acceptable internal consistency (Cronbach\u2019s \u03b1 0,79) was determined with 85 patients. To determine reliability 14 primary care therapists (seven physio- and seven exercise therapists) participated as observer. The therapists had no previous experience with the OMQ-LBP and were trained to learn to observe and score the 11 items from the video-recorded movement circuit. Moreover, the therapists were blinded to the status of selected patients (n=10) and healthy controls (n=2). The therapists achieved good intra-rater and moderate interrater reliability for the OMQ-LBP scores and excellent intra-rater and interrater reliability for the duration scores. Content validity was achieved by qualitative thematic analysis of a brief, structured interview with participating patients (n=38) and all participating therapists. Both, patients and therapists perceive the content of the OMQ-LBP as valid and the therapists indicate that the instrument has good practical applicability and adds value to the process of clinical reasoning. In addition, the therapists argue that the OMQ-LBP provides a clear and unambiguous language for movement quality in patients with low back pain. We concluded that the OMQ-LBP is promising for use in clinical practice and facilitates uniform communication with patients and colleagues. Since, a single study cannot fully validate a newly developed measurement instrument the validation research can be extended by examining associations with motor control tests, other blind observers, and subgroups of people with low back pain. Moreover, interrater reliability needs improvement and responsiveness and clinical relevance should be investigated.\n\nConclusion Part II\nThe newly developed OMQ-LBP allows first-line physiotherapists and exercise therapists to uniformly describe and evaluate observed movement quality in patients with low back pain. The objective description of movement quality adds value to clinical reasoning, facilitates unambiguous communication with patients and colleagues and enables comparison between patient-reported and observed outcomes in clinical practice. Following this exploratory development and validation of the OMQ-LBP, further validation and research on responsiveness is recommended.\n\nChapter 7: General discussion\nChapter 7 summarises the main findings of the studies from Chapter 2-6, provides a reflection on the results and their impact for clinical practice, education, and research and makes recommendations for these areas. Besides confirming the central role of observing movement quality within clinical reasoning of primary care physio- and exercise therapists, with the OMQ-LBP developed within this study, an objectified observation is now available that steps over therapists\u2019 differing interpretations on perceived movement quality in patients with low back pain. We argue that standardized observation with the OMQ-LBP is a complementary assessment that adds clinical value to therapists\u2019 bio-psycho-social approach when treating patients with both nonspecific and specific low back pain. Not least because the uniform description of observed movement quality ensures clear and positive communication with patients and colleagues. Based on the found need and ability to observe movement quality in a standardized way, and the currently established measurement properties, we consider the OMQ-LBP suitable for use in clinical practice. Given the early stage of development of the OMQ-LBP, further validation and investigation of responsiveness is required. Finally, to realize next steps that contribute to further development in clinical practice, education and scientific research, this thesis finishes with recommendations for each of these areas.","auteur":"Margriet Van Dijk","auteur_slug":"margriet-van-dijk","publicatiedatum":"16 januari 2024","taal":"EN","url_flipbook":"https:\/\/ebook.proefschriftmaken.nl\/ebook\/margrietvandijk?iframe=true","url_download_pdf":"","url_epub":"","ordernummer":"FTP-202604070955","isbn":"978-94-6469-701-8","doi_nummer":"","naam_universiteit":"Radboud Universiteit","afbeeldingen":13599,"naam_student:":"","binnenwerk":"","universiteit":"Radboud Universiteit","cover":"","afwerking":"","cover_afwerking":"","design":""},"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio\/8953","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/types\/us_portfolio"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/users\/8"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=8953"}],"version-history":[{"count":1,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio\/8953\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":8956,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio\/8953\/revisions\/8956"}],"wp:featuredmedia":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/media\/13599"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=8953"}],"wp:term":[{"taxonomy":"us_portfolio_category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio_category?post=8953"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}