{"id":8881,"date":"2026-04-07T09:15:30","date_gmt":"2026-04-07T09:15:30","guid":{"rendered":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/portfolio\/manon-bloemen\/"},"modified":"2026-04-23T08:31:43","modified_gmt":"2026-04-23T08:31:43","slug":"manon-bloemen","status":"publish","type":"us_portfolio","link":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/portfolio\/manon-bloemen\/","title":{"rendered":"Manon Bloemen"},"content":{"rendered":"","protected":false},"excerpt":{"rendered":"","protected":false},"author":8,"featured_media":13639,"comment_status":"closed","ping_status":"closed","template":"","meta":{"_acf_changed":false,"footnotes":""},"us_portfolio_category":[45],"class_list":["post-8881","us_portfolio","type-us_portfolio","status-publish","has-post-thumbnail","hentry","us_portfolio_category-new-template"],"acf":{"naam_van_het_proefschift":"PHYSICAL FITNESS AND PHYSICAL BEHAVIOR IN (WHEELCHAIR-USING) YOUTH WITH SPINA BIFIDA","samenvatting":"In Hoofdstuk 1 is de inleiding beschreven van dit proefschrift. Spina bifida (SB) is de meest frequente aangeboren aandoening van het ruggenmerg. De malformatie van het ruggenmerg en vaak ook de hersenen kunnen resulteren in zowel motorische als sensorische stoornissen, incontinentie en cognitieve beperkingen. Afhankelijk van het type SB en de hoogte van de laesie zullen kinderen en jongeren problemen ervaren met lopen. De manier van voortbewegen wordt geclassificeerd door middel van de Hoffer classificatie, aangepast door Schoenmakers et al en varieert van \u201czelfstandig buitenhuis lopen zonder hulpmiddelen\u201d (Hoffer 1) tot \u201cvolledig rolstoel gebonden\u201d (Hoffer 5). Een groot gedeelte van kinderen en adolescenten met SB zal een handbewogen rolstoel gebruiken voor bijvoorbeeld dagelijkse activiteiten maar ook voor het overbruggen van lange afstanden of tijdens sportparticipatie. In dit proefschrift is \u201crolstoel-rijdend\u201d gedefinieerd als het gebruik van een rolstoel voor dagelijkse activiteiten maar ook voor alleen lange afstanden of tijdens sport.\n\nVanwege vooruitgang in de medische zorg groeien de meeste kinderen met SB op tot volwassenen. Dit betekent dat we ons niet alleen moeten focussen op pathologische aspecten, maar ook op secundaire consequenties van de aangeboren aandoening op latere leeftijd die wellicht voorkomen kunnen worden. In het algemeen hebben volwassenen met SB een verlaagde fysieke fitheid, ongunstig fysiek gedrag, een hogere prevalentie van obesitas en een lager gezondheids-gerelateerde kwaliteit van leven vergeleken met gezonde volwassenen. Daarnaast hebben volwassenen met SB die rolstoel gebonden zijn een lagere fysieke fitheid en vertonen zij ongunstiger fysiek gedrag dan volwassenen met SB die lopen.\n\nTesten van fysieke fitheid\nAlhoewel het testen en verbeteren van fysieke fitheid van kinderen en jongeren met lichamelijke beperkingen zoals SB belangrijke doelen zijn binnen de kinderrevalidatie, zijn er geen valide en betrouwbare testen beschikbaar voor clinici om fysieke fitheid te meten bij rolstoel-rijdende kinderen en jongeren met SB. Fysieke fitheid bestaat uit gezondheids-gerelateerde fitheid en vaardigheids-gerelateerde fitheid. Een belangrijke component van gezondheids-gerelateerde fitheid is het cardiorespiratoire uithoudingsvermogen, met piek zuurstofopname (VO2piek) als de gouden standaard. Vaardigheids-gerelateerde fitheid bestaat uit power, snelheid, behendigheid, co\u00f6rdinatie, balans en reactie tijd en is gereflecteerd in activiteiten zoals buitenspelen en rolstoelsporten.\n\nIn rolstoel-rijdende volwassenen worden vaak arm-fiets protocollen gebruikt om VO2piek te meten. Deze protocollen missen echter specificiteit vergeleken met rolstoel propulsie en daarom wordt de validiteit van deze arm-fiets protocollen bediscussieerd. Wellicht is rolstoel propulsie een geschiktere manier om VO2piek te meten bij rolstoel-rijdende kinderen en jongeren met SB. In Hoofdstuk 2 is gerapporteerd welke test (arm-fietsen of rolstoel propulsie) het beste gebruikt kan worden om VO2piek te meten bij rolstoel-rijdende kinderen en jongeren met SB. De resultaten lieten significant hogere hartslagen en hogere VO2piek zien bij de oplopende rolstoel propulsie test (Graded Wheelchair Propulsion Test \u2013 GWPT) vergeleken met de oplopende arm-fiets test (Graded Arm-cranking Exercise Test \u2013 GAET). Daarbij was de betrouwbaarheid van de GWPT goed. Gebaseerd op deze bevindingen, adviseren wij om bij rolstoel-rijdende kinderen en jongeren met SB VO2piek te meten door middel van rolstoel propulsie in plaats van arm-fietsen.\n\nNadat we bepaald hebben wat de beste laboratorium test is om VO2piek te meten, is in hoofdstuk 3 de validiteit en betrouwbaarheid bepaald van de Shuttle Rij Test (Shuttle Ride Test \u2013 SRiT) bij rolstoel-rijdende kinderen en jongeren met SB. Dit is een veldtest waarbij gebruik wordt gemaakt van rolstoel propulsie om het cardiorespiratoire uithoudingsvermogen te meten. De resultaten lieten zien dat de SRiT valide en betrouwbaar is. De klinische uitkomstmaat \u201caantal volbrachte trappen\u201d representeert aerobe fitheid en hangt samen met zowel anaerobe fitheid als behendigheid. Wanneer clinici een indruk willen krijgen van de VO2piek, dan moet er een mobiel gas analyse systeem gebruik worden tijdens de test, aangezien het niet mogelijk was om VO2piek goed te voorspellen aan de hand van de uitkomstmaat \u201ctrap\u201d. De individuele predictie intervallen waren te groot en hadden dus een te grote foutmarge bij het voorspellen van VO2piek.\n\nIn Hoofdstuk 4 zijn de klinimetrische eigenschappen beschreven van vier vaardigheids-gerelateerde fitheidstesten: de Muscle Power Sprint Test (MPST), de 10x5 Meter Sprint Test (10x5MST), de slalom test en de Een Afzet Test (One Stroke Push Test \u2013 NSPT). De MPST, aangepast naar 4 sprints, is valide en matig betrouwbaar voor het meten van anaerobe fitheid. De 10x5MST en slalom test zijn beiden valide en betrouwbaar om behendigheid te meten. De resultaten voor de NSPT lieten zien dat deze test nog niet valide en betrouwbaar bevonden is bij rolstoel-rijdende kinderen en jongeren met SB.\n\nFysiek gedrag\nFysiek gedrag bestaat uit sedentaire activiteiten en fysieke activiteiten en vindt plaats in een bepaalde context met een bepaalde motivatie. Sedentaire activiteit wordt gedefinieerd als \u201czitten of liggen gedurende de tijd dat men wakker is met een energie verbruik van minder dan 1.5 metabole equivalent (Metabolic Equivalent Task)\u201d. Fysieke activiteit wordt gedefinieerd als \u201celke beweging van het lichaam die resulteert in energie verbruik\u201d. Er is geen overzicht in de literatuur die het fysieke gedrag laat zien van rolstoel-rijdende kinderen en jongeren met SB. Tevens zijn er geen gegevens te vinden over relaties tussen fysiek gedrag en VO2piek, leeftijd, geslacht en manier van voortbewegen bij rolstoel-rijdende kinderen met SB. Informatie over het fysieke gedrag van rolstoel-rijdende kinderen en jongeren met SB en over eventuele relaties tussen het fysieke gedrag en bepaalde variabelen zal ons helpen om interventies te ontwikkelen specifiek voor deze doelgroep.\n\nIn hoofdstuk 5 hebben we laten zien dat fysiek gedrag (uitgedrukt in type activiteit en intensiteit) van rolstoel-rijdende kinderen en jongeren met SB ongunstig is vergeleken met normaal ontwikkelende kinderen, waarbij het fysiek gedrag op weekenddagen nog slechter was dan op schooldagen. De kinderen en jongeren waren minder sedentair en meer fysiek actief gedurende een schooldag ten opzichte van een weekenddag. Daarnaast lieten ze hogere intensiteiten van fysieke activiteit zien gedurende de schooldag ten opzichte van de weekenddag. Slechts 19% van alle deelnemers voldeden aan de Fysieke Activiteiten Richtlijn (>60 minuten matig tot zware intensiteit waarvan 30 minuten zware intensiteit, volgens de American College of Sports Medicine) gedurende een schooldag en slechts 8% gedurende een weekenddag. De intensiteiten van de verschillende activiteiten varieerden enorm tussen de kinderen en jongeren, wat het belang weergeeft van individueel onderzoek en behandeling bij hulpvragen gericht op fysiek gedrag.\n\nDe relaties tussen fysiek gedrag en leeftijd, geslacht, VO2piek en Hoffer classificatie zijn geanalyseerd in hoofdstuk 6. De resultaten demonstreerden dat fysiek gedrag gerelateerd was aan leeftijd en Hoffer classificatie bij rolstoel-rijdende kinderen met SB, waarbij een oudere leeftijd en niet kunnen lopen het fysieke gedrag negatief be\u00efnvloedden. Geslacht en VO2piek waren niet gerelateerd aan fysiek gedrag bij rolstoel-rijdende kinderen met SB. Een groot gedeelte van de variantie bleef onverklaard (61%-86%) hetgeen impliceert dat er andere belangrijke persoonlijke en omgevingsfactoren zijn die ge\u00ebxploreerd moeten worden wanneer we kijken naar fysiek gedrag.\n\nIn hoofdstuk 7 en 8 zijn een grote variatie aan persoonlijke en omgevingsfactoren gepresenteerd op alle niveaus van het PAD (Fysieke Activiteit voor mensen met een Beperking \/ Physical Activity for persons with a Disability \u2013 PAD) model die ofwel positief ofwel negatief samen hangen met fysiek gedrag bij zowel kinderen en jongeren met SB als bij kinderen en jongeren met lichamelijke beperkingen. Verzorging in verband met incontinentie, medische ingrepen en de verminderde intentie om fysiek actief te zijn leken negatieve persoonlijke factoren specifiek voor kinderen en jongeren met SB. In het algemeen waren het competent zijn in vaardigheden, een voldoende fitheidsniveau en zelfvertrouwen belangrijke persoonlijke factoren voor kinderen en jongeren met SB of andere lichamelijke beperkingen. Omgevingsfactoren die geassocieerd werden met fysieke activiteit waren het contact met en de ondersteuning van andere mensen, het gebruik van hulpmiddelen voor verzorging en mobiliteit, adequate informatievoorziening met betrekking tot mogelijkheden voor aangepast sporten en de aanwezigheid en toegankelijkheid van speeltuinen en sportfaciliteiten.\n\nIn hoofdstuk 9 is tenslotte de bestaande evidentie uit wetenschappelijke literatuur ge\u00ebvalueerd en geanalyseerd met betrekking tot interventies en het verbeteren van de fysieke activiteit bij kinderen en jongeren met een lichamelijke beperking. Dit overzicht zal ons inzicht geven welke aspecten van interventies die al gebruikt worden effectief zijn en welke niet. Resultaten lieten zien dat er niveau-I bewijs is voor geen effect van training op het verbeteren van fysieke activiteit in kinderen en jongeren met een cerebrale parese. Daarnaast is er conflicterend bewijs voor het effect van interventies met een gedragsmatige component op de fysieke activiteit op de korte termijn en niveau-II bewijs voor geen effect van interventies met een gedragsmatige component op de fysieke activiteit op de lange termijn bij kinderen met een cerebrale parese. Er is meer innovatief onderzoek nodig om interventies met betrekking tot het verbeteren van fysiek gedrag te ontwikkelen voor kinderen met een lichamelijke beperking.\n\nConclusies\nIn Hoofdstuk 10 zijn de theoretische en klinische implicaties, de methodologische overwegingen, de richtingen voor toekomstig onderzoek en de conclusies gepresenteerd. Geconcludeerd kan worden dat er verschillende valide en betrouwbare veldtesten ontwikkeld zijn om fysieke fitheid te meten bij rolstoel-rijdende kinderen en jongeren met SB, welke gemakkelijke gebruikt kunnen worden door clinici. Rolstoel-rijdende kinderen en jongeren met SB laten ongunstig fysiek gedrag zien ten opzichte van normaal ontwikkelende leeftijdgenoten. Daarnaast be\u00efnvloeden een oudere leeftijd en rolstoel gebondenheid fysiek gedrag negatief in deze kinderen en jongeren. Er is een grote vari\u00ebteit aan persoonlijke en omgevingsfactoren gerelateerd aan fysieke activiteit in kinderen en jongeren met SB en andere lichamelijke beperkingen. Er is tot op heden helaas nog geen wetenschappelijk bewezen effectieve interventie beschikbaar om fysiek gedrag positief te be\u00efnvloeden. Individueel aangepaste interventies, waarbij de facilitators ingezet worden om de barrieres te beslechten, lijken een startpunt wanneer het doel is om fysieke gedrag te verbeteren.","summary":"Chapter 1 described the introduction of this thesis. Spina bifida (SB) is the most frequently seen congenital deformity of the neural tube. The malformation of the spinal cord and often the brain can result in both motor and sensor impairment, incontinence for bowel and bladder and cognitive impairment. Depending on the type of SB and the height of the lesion level of the spinal cord, children and adolescents with SB experience difficulties with ambulation. The ambulation level is classified according to the Hoffer classification adjusted by Schoenmakers et al. and ranges from normal ambulatory (level 1) to non-ambulatory (Level 5). A large part of children and adolescents with SB will use a manual wheelchair for different purposes. In this thesis, \u201cwheelchair-using\u201d is defined as using a wheelchair for either daily activities but also as using a wheelchair for solely long distances or sports participation.\n\nDue to advances in medical approach, most children with SB can now be expected to live to be adults. So we should not only focus on pathological aspects, but also at preventable medical and social consequences of the congenital disorder. In general, adults with SB have lower physical fitness and unfavorable physical behavior, higher prevalence of obesity and lower health-related quality of life compared to peers. Moreover, adults with SB who are not able to walk show lower physical fitness and more unfavorable physical behavior compared to ambulating adults with SB.\n\nPhysical fitness testing\nEven though assessment and optimizing physical fitness in youth with chronic conditions like SB are important goals in pediatric rehabilitation, there are no valid and reliable tests available for clinicians to measure physical fitness in wheelchair-using children and adolescents with spina bifida. Physical fitness consists of health-related fitness and skill-related fitness. An important component of health-related fitness is cardiorespiratory endurance, with peak oxygen uptake (VO2peak) as the single best indicator of the cardiorespiratory system. Skill-related fitness consists of power, speed, agility, coordination, balance and reaction time and is reflected in activities such as playing outside or playing wheelchair sports.\n\nIn wheelchair-using adults, arm cranking protocols are often used to assess VO2peak. However, arm cranking protocols lack specificity compared to wheelchair propulsion and therefore the validity of these types of protocols are questioned. Consequently, wheelchair propulsion might be a more appropriate way of testing VO2peak in wheelchair-using youth with SB. Chapter 2 reported which laboratory test should be used to measure VO2peak in wheelchair-using youth with SB. The Graded Wheelchair Propulsion Test (GWPT) showed significantly higher heart rate peak and higher VO2peak values compared to the Graded Armcranking Exercise Test (GAET). Furthermore, the reliability of the GWPT was good. Based on these findings, we advised to use wheelchair propulsion and not arm cranking for measuring VO2peak in wheelchair-using youth with SB.\n\nAfter determining the best laboratory test to measure VO2peak, chapter 3 analyzed the validity and reliability of the Shuttle Ride Test (SRiT) in wheelchair-using youth with SB, a field-based test using wheelchair propulsion to measure cardiorespiratory endurance. Results showed that the SRiT is highly valid and highly reliable. The clinical outcome measure \u201cnumber of completed shuttles\u201d represents aerobic fitness, while also being highly correlated with both anaerobic performance and agility. A mobile gas analysis system should be used to truly measure VO2peak as it was not possible to accurately predict VO2peak using the \u201cnumber of completed shuttles\u201d. The individual prediction intervals were too wide and thus indicating too much prediction error.\n\nChapter 4 described the clinimetric properties of four skill-related fitness tests, the Muscle Power Sprint Test (MPST), the 10x5 Meter Sprint Test (10x5MST), the slalom test and the One Stroke Push Test (NSPT). The MPST, adjusted to four sprints, is highly valid and moderately reliable to measure anaerobic performance. The 10x5MST and slalom test were both highly valid and highly reliable for measuring agility. The results for the NSPT showed that the validity and the reliability are not yet established.\n\nPhysical behavior\nPhysical behavior consists of sedentary activity and physical activity and is performed in a specific context with a certain motivation. Sedentary activity is defined as \u201csitting or lying during waking hours with an energy expenditure lower than 1.5 metabolic equivalent task (MET)\u201d whereas physical activity has been defined as \u201cany bodily movement that results in energy expenditure\u201d. There is no evidence in the literature that presents an overview of physical behavior in wheelchair-using youth with SB. Also relations with VO2peak or other determinants such as age, gender and ambulatory status are lacking. Knowing the level of physical behavior in wheelchair-using youth with SB and understanding its relations with certain determinants will help us to tailor and optimize interventions specific for this population.\n\nIn Chapter 5 we showed that physical behavior (expressed as type of activities and intensity) of wheelchair-using youth with SB was unfavorable compared to typically developing peers, with weekend days being even more unfavorable compared to school days. The participants spent less time performing sedentary activities, more time performing physical activities and showed higher intensities during a school day compared to a weekend day. Of all participants, only 19% met the Guidelines of Physical Activity (> 60 minutes moderate to vigorous intensity of which 30 minutes > vigorous intensity) during school days and 8% during weekend days. We also evaluated the intensities of different activities, which varied extensively between participants. The different intensities during activities indicate the importance of individually tailored assessments and interventions.\n\nThe associations between physical behavior and age, gender, VO2peak and Hoffer classification were analyzed in Chapter 6. Results demonstrated that physical behavior was associated with age and Hoffer classification in wheelchair-using youth with SB, with older age and the inability to walk influencing physical behavior negatively. Gender and VO2peak were not associated with physical behavior in wheelchair-using youth with SB. Interestingly, still a large percentage of the variance in physical behavior remained unexplained (61%-86%), implicating that there are other important personal or environmental factors that should be explored regarding the improvement of physical behavior.\n\nIn Chapter 7 and 8 we presented a wide variety of personal and environmental factors that were either positively or negatively associated with physical behavior in both children with SB and in children with physical disabilities on all levels of the PAD (Physical Activity for persons with a Disability) model. Bowl and bladder care, medical events and the decreased intention to be physically active seemed to be negative personal factors specific for youth with SB. Overall, competence in skills, sufficient fitness and self-efficacy were important personal factors for youth with SB and for youth with physical disabilities. Environmental factors that were associated with physical behavior included the contact with and support from other people, the use of assistive devices for mobility and care, adequate information regarding possibilities for adapted sports and availability and accessibility of playgrounds and sports facilities.\n\nFinally, the evidence of interventions for increasing physical activity was evaluated in chapter 9. This will help us to understand which aspects of interventions that are already used show effectiveness and which aspects not. Results showed that there is level-I evidence for no effect of training on improving physical behavior in children with physical disability. Furthermore, there is conflicting evidence for the effect of interventions with a behavioral component on short term physical behavior and level-II evidence for no effect of interventions with a behavioral component on long term physical behavior in children with physical disability. More research using innovative approaches are needed to develop and investigate interventions for improving physical behavior.\n\nConclusions\nChapter 10 presented the theoretical and clinical implications, methodological considerations, directions for future research and the conclusions. In this thesis, several valid and reliable field-based physical fitness tests have been developed for wheelchair-using youth with SB, which can be easily used by clinicians. Physical behavior of wheelchair-using youth with SB is unfavorable compared to typically developing youth. Furthermore, older age and the inability to walk influence physical behavior negatively in these children and adolescents. Moreover, there is a large variety of personal and environmental barriers and facilitators related to physical behavior in children and adolescents with SB or other physical disabilities. Up till now, no interventions succeeded in improving physical behavior in children and adolescents with physical disabilities. Individually tailored interventions, using the facilitators to overcome barriers, seem a starting point when aiming to improve physical behavior.","auteur":"Manon Bloemen","auteur_slug":"manon-bloemen","publicatiedatum":"7 juni 2017","taal":"EN","url_flipbook":"https:\/\/ebook.proefschriftmaken.nl\/ebook\/manonbloemen?iframe=true","url_download_pdf":"","url_epub":"","ordernummer":"FTP-202604070911","isbn":"978-94-6295-639-1","doi_nummer":"","naam_universiteit":"Universiteit Utrecht","afbeeldingen":13639,"naam_student:":"","binnenwerk":"","universiteit":"Universiteit Utrecht","cover":"","afwerking":"","cover_afwerking":"","design":""},"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio\/8881","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/types\/us_portfolio"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/users\/8"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=8881"}],"version-history":[{"count":1,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio\/8881\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":8884,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio\/8881\/revisions\/8884"}],"wp:featuredmedia":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/media\/13639"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=8881"}],"wp:term":[{"taxonomy":"us_portfolio_category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio_category?post=8881"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}