{"id":8353,"date":"2026-04-03T14:02:10","date_gmt":"2026-04-03T14:02:10","guid":{"rendered":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/portfolio\/kim-kortekaas\/"},"modified":"2026-04-23T08:52:54","modified_gmt":"2026-04-23T08:52:54","slug":"kim-kortekaas","status":"publish","type":"us_portfolio","link":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/portfolio\/kim-kortekaas\/","title":{"rendered":"Kim Kortekaas"},"content":{"rendered":"","protected":false},"excerpt":{"rendered":"","protected":false},"author":8,"featured_media":13958,"comment_status":"closed","ping_status":"closed","template":"","meta":{"_acf_changed":false,"footnotes":""},"us_portfolio_category":[45],"class_list":["post-8353","us_portfolio","type-us_portfolio","status-publish","has-post-thumbnail","hentry","us_portfolio_category-new-template"],"acf":{"naam_van_het_proefschift":"Towards a tailored therapeutic approach for vulvar cancer patients","samenvatting":"De vulva is het uitwendige deel van het vrouwelijk geslachtsorgaan. Deze bestaat uit de schaamlippen, opening van de vagina, de uitgang van de urinebuis en de clitoris. Schaamlipkanker, ofwel vulvacarcinoom, is een kwaadaardige aandoening van de huid van de vulva. Het is een zeldzame aandoening die in 2017 ongeveer 350 keer werd vastgesteld in Nederland. De laatste jaren neemt het aantal gevallen van vulvacarcinoom toe (hoofdstuk 1). De piekincidentie van vulvacarcinoom wordt gezien bij vrouwen rond het 70e levensjaar. Vaak presenteert schaamlipkanker zich met een afwijkende plek op de vulva, jeuk, pijn, afscheiding, bloedverlies, en\/of pijn bij het plassen.\n\nOntstaanswijze van vulvacarcinoom\nOp dit moment zijn verschillende ontstaanswijzen (subtypes) van vulvacarcinoom beschreven in de literatuur. E\u00e9n subtype kenmerkt zich door de aanwezigheid van het humaan papillomavirus (HPV), het zogenaamd HPV-geassocieerde vulvacarcinoom. Dit subtype betreft ongeveer 20% van alle vulvacarcinomen in de Westerse wereld. Ongeveer 80% van de vrouwen raakt in haar leven besmet met \u00e9\u00e9n of meerdere HPV-infecties. In de meeste gevallen zal het afweersysteem deze infecties binnen \u00e9\u00e9n \u00e0 twee jaar onder controle krijgen zonder dat er afwijkingen ontstaan. Indien het afweersysteem niet in staat is om dit virus op te ruimen, wat ongeveer in 10% van de vrouwen het geval is, zal er sprake zijn van een chronische HPV-infectie die afwijkingen aan de vulva en (voorstadia van) vulvacarcinoom kan veroorzaken. Het tweede subtype wordt gekenmerkt door genetische veranderingen (mutaties) in het DNA van de plaveiselepitheel cellen van de vulva in afwezigheid van een chronische HPV-infectie. Dit subtype wordt het HPV-onafhankelijke vulvacarcinoom genoemd. De meeste mutaties worden gezien in een gen genaamd TP53 (mutant TP53). Recent is een derde subtype beschreven, welke ook HPV-onafhankelijk is zonder mutaties in het TP53 gen (wildtype TP53).\n\nBehandeling en prognose\nDe basis van de behandeling van het vulvacarcinoom is chirurgische verwijdering van de tumor en lymfeklieren in de liezen, soms gevolgd door bestraling. Omdat een vulvacarcinoom dicht bij de plasbuis, anus en\/of clitoris kan groeien, moeten ook deze belangrijke structuren soms chirurgisch verwijderd worden. Daarnaast kunnen na de operatie complicaties zoals slechte wondgenezing, lymfoedeem en zenuwschade optreden. Hierdoor is de behandeling soms ernstig verminkend en wordt de kwaliteit van leven voor pati\u00ebnten drastisch be\u00efnvloed. Afhankelijk van het stadium van de ziekte is er soms ook uitwendige bestraling nodig. De afgelopen decennia heeft een verandering plaatsgevonden van een zeer radicale benadering naar een meer behouden vorm van chirurgie, in een poging om de ernstige gevolgen van operaties aan de vulva te beperken. Pati\u00ebnten met een vroeg stadium vulvacarcinoom hebben een relatief goede vijfjaarsoverleving van 79%. Wanneer de tumor doorgroeit naar nabijgelegen lymfklieren verminderd de vijfjaarsoverleving aanzienlijk (43-59%).\n\nEr kunnen ook elders uitzaaiingen worden gevonden, zoals bijvoorbeeld in het bekken of de longen. Hierbij is een in opzet genezende behandeling niet meer mogelijk, maar soms wordt chemotherapie en\/of bestraling gegeven om de klachten te verminderen. Naast de grote kans op complicaties van de behandeling, is \u00e9\u00e9n van de grootste uitdagingen bij het behandelen van vulvacarcinoom de hoge kans op het terugkeren van de ziekte, ook wel een recidief genoemd. De kans dat de ziekte terugkomt is het grootst de eerste twee jaar na behandeling en kan oplopen tot 40% tien jaar na de primaire behandeling. Recidieven worden op dezelfde manier als de oorspronkelijke tumor behandeld, waarbij de kans op de eerdergenoemde complicaties toeneemt.\n\nOnderzoek heeft aangetoond dat HPV-geassocieerde vulvacarcinomen minder vaak recidiveren en een betere overlevingskans hebben. Toch worden alle vulvacarcinomen nu nog op dezelfde manier behandeld. Om een meer op maat gemaakte behandeling te bewerkstelligen, is het nodig om de invloed van verschillende risicofactoren op het beloop van de ziekte te onderzoeken. Dit is belangrijk om pati\u00ebnten in risicogroepen in te kunnen delen met als doel om te kijken of pati\u00ebnten met een laag risico op recidief of overlijden een minder intensieve behandeling kunnen krijgen, en pati\u00ebnten die een hoog risico hebben, juist een intensievere behandeling. Daarnaast vraagt de hoge complicatiekans van de huidige behandeling naar onderzoek voor nieuwe behandelopties die minder mutilerend zouden kunnen zijn, zoals immunotherapie. Deze vorm van therapie zorgt voor een versterkte werking van het afweersysteem om kankercellen te herkennen en te vernietigen. Immunotherapie is een redelijk nieuwe behandelmethode bij kanker en wordt nog maar bij een aantal tumoren als standaardtherapie gegeven zoals longkanker, kwaadaardige moedervlekken (melanoom) en nierkanker. In het tweede deel van het proefschrift werden studies beschreven naar het afweersysteem in vulvacarcinoom als een eerste stap richting immunotherapie als behandeling bij het vulvacarcinoom.\n\nOp weg naar een op maat gemaakte behandeling voor vulvacarcinoom\nOm in de toekomst de behandeling van pati\u00ebnten te kunnen individualiseren, werden in dit proefschrift een aantal belangrijke voorspellers voor de uitkomst van de ziekte onderzocht. E\u00e9n van die belangrijkste voorspellers die beschreven wordt in de literatuur voor het ontwikkelen van een recidief, is de afstand van de tumor tot de snijrand na chirurgische verwijdering van de tumor. Echter, in de literatuur ontbreekt een duidelijke omschrijving hoe deze tumorvrije marges gemeten moeten worden door de patholoog. In hoofdstuk 2 wordt een klinische richtlijn beschreven voor het meten van deze marges in vulvacarcinoom. Deze richtlijn is tot stand gekomen na consultatie van een grote internationale groep van pathologen met expertise in de gynaecologische pathologie. Wanneer deze richtlijn eenduidig zal worden toepast, kunnen studies naar een meer weefsel besparende operatie met behoud van goede uitkomsten bij vulvacarcinoom beter met elkaar worden vergeleken.\n\nRecent onderzoek heeft aangetoond dat HPV-geassocieerde vulvacarcinomen een betere overleving hebben dan HPV-onafhankelijke tumoren. Het is echter onbekend wat de invloed van mutaties in het TP53 gen is op het beloop van de ziekte. Een mutatie in dit gen leidt tot een abnormale productie van het eiwit p53 in een bepaald patroon. Dit patroon kan worden aangetoond middels een simpele en goedkope eiwitkleuring, en is een betrouwbare voorspeller voor de af- en aanwezigheid van een TP53 mutatie (hoofdstuk 3). Vervolgens werd deze p53 eiwitkleuring toegepast op een groep van 413 vulvacarcinomen, samen met een eiwitkleuring voor p16 waarmee de aanwezigheid van HPV kan worden aangetoond (hoofdstuk 4). Op basis van deze twee kleuringen kon de groep in drie verschillende subtypes worden onderverdeeld. Hieruit bleek dat HPV-geassocieerde tumoren de hoogste vijfjaars overlevingskans hadden en de laagste kans op het ontwikkelen van een recidief. Het risico op een recidief was even groot voor HPV-onafhankelijke tumoren met een wildtype p53 patroon, alhoewel de vijfjaars overlevingskans lager was voor deze groep pati\u00ebnten. De slechtste vijfjaarsoverleving, met de hoogste kans op het ontwikkelen van een recidief, werd gezien in de groep pati\u00ebnten met een HPV-onafhankelijke tumor met een p53 mutant patroon.\n\nOp basis van dit onderzoek is het duidelijk dat verfijning van het individuele risico van de pati\u00ebnten mogelijk is met behulp van twee relatief simpele eiwitkleuringen, die al worden gebruikt in de hedendaagse praktijk. Wanneer meerdere risicofactoren goed in kaart worden gebracht, kan er per pati\u00ebnte een risicoprofiel bepaald worden. Samengevat kan een risicobepaling eraan bijdragen dat in de toekomst vrouwen met vulvacarcinoom een behandeling krijgen die is toegespitst op het individu.\n\nEerste stap richting immunotherapie als nieuwe behandelingsoptie bij vulvacarcinoom\nHet tweede deel van het proefschrift richt zich op het onderzoeken van een mogelijke nieuwe behandelmethode voor vulvacarcinoom, genaamd immunotherapie. De laatste jaren is het steeds duidelijker geworden dat het menselijke afweersysteem, waarvan we al wisten dat deze ons beschermt tegen virussen en bacteri\u00ebn, ook een belangrijke rol speelt in het controleren en opruimen van kankercellen. In verschillende soorten kanker is aangetoond dat de prognose en het succes van een behandeling samenhangt met de aanwezigheid van bepaalde afweercellen zoals T cellen.\n\nEen overzicht van de literatuur over afweercellen in vulvacarcinoom en de voorloper stadia van deze tumor wordt gegeven in hoofdstuk 5. Het werd duidelijk dat in de literatuur geen onderscheid werd gemaakt tussen verschillende subtypes vulvacarcinoom, en de invloed van T cellen op het verloop van de ziekte bleef onduidelijk. In hoofdstuk 6 werd in een groep van 65 vroeg-stadium vulvacarcinomen aangetoond dat er meer T cellen in HPV-geassocieerde tumoren aanwezig zijn dan in HPV-onafhankelijke vulvacarcinomen met p53 wildtype patroon. De minste T cellen werden gevonden in HPV-onafhankelijk vulvacarcinomen met een p53 mutant patroon. Een hoger aantal T cellen in de tumor had een gunstige invloed op de vijfjaars overlevings- en recidief kans.\n\nIn hoofdstuk 7 werd beschreven dat tumoren met veel T cellen, ook veel andere type afweercellen bevatten die belangrijk zijn voor een goede afweerrespons tegen tumorcellen. De functie van deze afweercellen werd onderzocht door een aantal tumoren met een laag aantal T cellen te vergelijken met tumoren die veel T cellen hebben. Hieruit bleek dat tumoren met veel T cellen beter in staat zijn om een goede afweerrespons tegen kanker aan te maken. Daarnaast hadden tumoren met veel afweercellen ook meer aangrijpingspunten voor immunotherapie. Deze bevindingen kunnen in de toekomst gebruikt worden voor ontwikkelen van immunotherapeutische strategie\u00ebn voor het vulvacarcinoom.\n\nNaast de hoeveelheid en functionaliteit van de aanwezige T cellen, is het ook belangrijk dat deze T cellen de tumor kunnen herkennen en aanvallen. In hoofdstuk 8 werd beschreven dat deze tumor-reactieve T cellen kunnen worden herkend door een molecuul op hun celoppervlak, genaamd CD39. Deze bevinding zou in de toekomst kunnen worden gebruikt om bijvoorbeeld tumor-specifieke T cellen uit het bloed van een pati\u00ebnte te verkrijgen, buiten het lichaam te laten groeien, en nadien weer in grote aantallen terug te geven aan diegene.\n\nDe toekomstige behandeling van vulvacarcinoom\nDe belangrijkste bevindingen uit de vorige hoofdstukken werden in hoofdstuk 9 in perspectief van de bestaande literatuur geplaatst. Daarnaast werd in dit hoofdstuk openstaande vragen met betrekking tot de risicofactoren en -profielen voor vulvacarcinoom pati\u00ebnten besproken, wat dit betekent voor de behandeling van vulvacarcinoom en de mogelijkheden tot het gebruiken van risicoprofielen in de kliniek. Ook werden in dit hoofdstuk voorstellen gedaan voor toekomstige studies, met het oog op immunotherapie en de selectie van vulvacarcinoom pati\u00ebnten die baat zouden kunnen hebben bij deze vorm van behandeling.\n\nLIST OF ABBREVIATIONS\n\nACT adoptive cell therapy\nAJCC American joint committee on cancer\nALA 5-aminolevulinic acid\nAnti-CTLA-4 anti-cytotoxic T-lymphocyte-associated protein 4\nAnti-PD-1 anti-programmed cell death protein 1\nAPC antigen-presenting cell\nBCC basal cell carcinoma\nBSA bovine serum albumin\nCAR T cell chimeric antigen receptor T cells\nCBA cytometric bead array\nCIN cervical intraepithelial neoplasia\nCSF1R colony stimulating factor 1 receptor\nCTLA-4 cytotoxic T-lymphocyte-associated protein 4\nCxCa cervical squamous cell carcinoma\nDAMPs danger-associated molecular patterns\nDC dendritic cell\nDeVIL differentiated exophytic vulvar intraepithelial lesion\nDN double-negative\nDoI depth of invasion\nDP double-positive\ndVIN differentiated type vulvar intraepithelial neoplasia\nFCS fetal calf serum\nFDA food and drug administration\nFFPE formalin-fixed paraffin embedded\nFIGO Federation of Gynecology and Obstetrics\nGal-3 galactin-3\nGEP gene expression profile\nGrB granzyme B\nHE haematoxylin and eosin\nHIV human immmunodeficiency virus\nHLA human leukocyte antigen\nHLA-E human leukocyte antigen type E\nHPV human papillomavirus\nHPVneg VSCC human papilloma virus negative VSCC\nHPVneg\/p53mut VSCC human papilloma virus negative vulvar squamous cell carcinoma with p53 mutant expression\nHPVneg\/p53wt VSCC human papilloma virus negative vulvar squamous cell carcinoma with p53 wildtype expression\nHPVpos VSCC human papilloma virus positive vulvar squamous cell carcinoma\nHR hazard ratio\nhrHPV high-risk HPV\nHVG highly-variable genes\nIDO indoleamine 2,3-dioxygenase\nIHC immunohistochemistry\nIFN-\u0263 interferon-gamma\nIFN-\u03b1 interferon-alpha\nIL-2 interleukin-2\nIL-4 interleukin-4\nIL-5 interleukin-5\nIL-10 interleukin-10\nIL-12 interleukin-12\nLAG-3 lymphocyte-activation gene 3\nLC langerhans cell\nLOH loss of heterozygosity\nLS lichen sclerosus\nLVSI lymphovascular space invasion\nMAGEAN melanoma-associated antigen 1\nMAGEA4 melanoma-associated antigen 4\nMDSC myeloid-derived suppressor cell\nMHC major histocompatibility complex\nMoAbs monoclonal antibodies\nMPSM minimal peripheral surgical margin\nM1 macrophage macrophage type 1\nM2 macrophage macrophage type 2\nNeoAg neoantigen\nNGS next genome sequencing\nNK cell natural killer cell\nNSCLC non-small cell lung cancer\nOPSCC oropharyngeal squamous cell carcinoma\nOS overall survival\nPBMC peripheral blood mononuclear cells\nPBS phosphate buffered saline\nPD-1 programmed death 1\nPD-L1 programmed death ligand 1\nPDT photodynamic therapy\nPHA phytohemagglutinin\np53wt p53 wildtype\np53mut p53 mutant\nRANKL receptor activator NF-kB ligand\nRCT randomized controlled trial\nRER relative excess risk\nRFP recurrence-free period\nROC receiver operating characteristics\nRS relative survival\nSLN sentinel lymph node\nSN single-negative\nSP single-positive\nSTING stimulator of interferon genes\nTAA tumor-associated antigen\nTAMs tumor-associated macrophages\nTbet T-box expressed in T cells\nTcm central memory T cell\nTCR T cell receptor\nTem effector memory T cell\nTemra effector memory RA+ T cells\nTGF-\u03b2 transforming growth factor beta\nTh1 T helper 1\nTh2 T helper 2\nTIL tumor-infiltrating lymphocyte\nTIM-3 T cell immunoglobulin and mucin domain containing-3\nTLR toll-like receptor\nTME tumor microenvironment\nTNF-\u03b1 tumor necrosis factor alpha\nTP53 tumor protein p53\nTreg regulatory T cell\nTSA tumor specific antigens\nT-VEC talimogene laherparepvec\nuVIN usual type vulvar intraepithelial neoplasia\nVAAD vulvar acanthosis with altered differentiation\nVAF variant allele frequency\nVEGF vascular endothelial growth factor\nvHSIL vulvar high grade squamous intraepithelial lesion\nVISTA V-domain Ig suppressor of T cell activation\nVSCC vulvar squamous cell carcinoma\nVUS variant of unknown significance\nWLE wide local excision\n\nAUTHOR AFFILIATIONS\n\nDepartment of Gynecology\nLeiden University Medical Center, Leiden, the Netherlands\nL.S. Nooij\nM. van der Tol\nM.I.E. van Poelgeest\nK.E. Kortekaas\n\nDepartment of Medical Oncology\nLeiden University Medical Center, Leiden, the Netherlands\nJ.J. van Ham\nI. Ehsan\nL. Tas\nZ. Abdulrahman\nS.J.A.M. Santegoets\nM.J.P. Welters\nS.H. van der Burg\n\nDepartment of Pathology\nLeiden University Medical Center, Leiden, the Netherlands\nN. Solleveld-Westerink\nT. Bosse\nV.T.H.B.M. Smit\n\nDepartment of Oropharyngeal and Head and Neck Surgery\nLeiden University Medical Center, Leiden, the Netherlands\nS.I. van Egmond\n\nDepartment of Medical Oncology & Surgery\nLeiden University Medical Center, Leiden, the Netherlands\nE. Bastiaannet\n\nDepartment of Radiotherapy\nLeiden University Medical Center, Leiden, the Netherlands\nC.L. Creutzberg\n\nDepartment of Gynecology\nMaastricht UMC, Maastricht, the Netherlands\nP.J. de Vos van Steenwijk\n\nDepartment of Gynecology\nErasmus MC Cancer Institute, Rotterdam, the Netherlands\nH.C. van Doorn\n\nDepartment of Pathology\nErasmus MC Cancer Institute, Rotterdam, the Netherlands\nP.C. Ewing-Graham\nK. Akdeniz\nD.A.M. Mustafa\n\nDepartment of Pathology\nGhent University Hospital, Ghent, Belgium\nK. van de Vijver\nA.S. van Rompuy\n\nDepartment of Pathology and Laboratory Medicine or Anatomical Pathology\nUniversity of British Columbia, Vancouver, Canada\nB.C. Gilks\nB. Tessier-Cloutier\nE. Thompson\nJ. Pors\nJ. Chen\nH. Ho\nD. Huntsman\nL.N. Hoang\n\nContextual Genomics\nUniversity of British Columbia, Vancouver, Canada\nL. Prentice\nM. McConechy\n\nGenetic Pathology Evaluation Center (GPEC)\nUniversity of British Columbia, Vancouver, Canada\nC. Chow\n\nDepartment of Gynecology and Obstetrics\nUniversity of British Columbia, Vancouver, Canada\nL. Proctor\nJ.N. McAlpine\n\nDepartment of Cellular Pathology\nPrincess Alexandra Hospital, Harlow, United Kingdom\nS. Arif\n\nDepartment of Cellular Pathology\nSt. James\u2019s University Hospital, London, United Kingdom\nR. Arora\n\nDepartment of Cellular Pathology\nBarts Health NHS Trust, London, United Kingdom\nA. Faruqi\nN. Singh\n\nDepartment of Cellular Pathology\nBirmingham Women\u2019s Hospital, Birmingham, United Kingdom\nA. Ganesan\nB. Tanchel\nJ. Vella\n\nDepartment of Pathology\nAiredale General Hospital, Keighley, United Kingdom\nN.R. Griffin\n\nDepartment of Cellular Pathology\nStepping Hill Hospital, Stockport, United Kingdom\nR. Hale\n\nDepartment of Histopathology\nManor Hospital, Walsall, United Kingdom\nY.L. Hock\n\nBreast & Perinatal Pathology\nUniversity Hospital Leipzig, Leipzig, Germany\nL.C. Horn\n\nDepartment of Pathology\nBelfast Health and Social Care Trust, Belfast, United Kingdom\nW. Glenn McCluggage\n\nDepartment of Cellular Pathology\nRoyal United Hospital, Bath, United Kingdom\nP. Mukonoweshuro\n\nDepartment of Pathology\nMemorial Sloan Kettering Cancer Center, New York, United States of America\nK.J. Park\n\nDepartment of Pathology\nCambridge University Hospital NHS Trust, Cambridge, United Kingdom\nB. Rous\n\nDepartment of Pathology\nRoyal Derby Hospital, Derby, United Kingdom\nG. van Schalkwyk\n\nDepartment of Histopathology\nThe Royal Sussex County Hospital, Brighton, United Kingdom\nM. Vergine\n\nDepartment of Bioinformatics\nInnsbruck Medical University, Innsbruck, Austria\nG. Sturm\nF. Finotello\nZ. Trajanoski","summary":"No English summary is available. You can read the Dutch summary <a href=\"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/portfolio\/kim-kortekaas\/\">here<\/a>.","auteur":"Kim Kortekaas","auteur_slug":"kim-kortekaas","publicatiedatum":"27 mei 2021","taal":"NL","url_flipbook":"https:\/\/ebook.proefschriftmaken.nl\/ebook\/kimkortekaas?iframe=true","url_download_pdf":"","url_epub":"","ordernummer":"FTP-202604031358","isbn":"978-94-6423-159-5","doi_nummer":"","naam_universiteit":"Universiteit Leiden","afbeeldingen":13958,"naam_student:":"","binnenwerk":"","universiteit":"Universiteit Leiden","cover":"","afwerking":"","cover_afwerking":"","design":""},"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio\/8353","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/types\/us_portfolio"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/users\/8"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=8353"}],"version-history":[{"count":1,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio\/8353\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":8354,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio\/8353\/revisions\/8354"}],"wp:featuredmedia":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/media\/13958"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=8353"}],"wp:term":[{"taxonomy":"us_portfolio_category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio_category?post=8353"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}