{"id":8209,"date":"2026-04-03T12:34:23","date_gmt":"2026-04-03T12:34:23","guid":{"rendered":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/portfolio\/juul-houwen\/"},"modified":"2026-04-23T08:58:38","modified_gmt":"2026-04-23T08:58:38","slug":"juul-houwen","status":"publish","type":"us_portfolio","link":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/portfolio\/juul-houwen\/","title":{"rendered":"Juul Houwen"},"content":{"rendered":"","protected":false},"excerpt":{"rendered":"","protected":false},"author":8,"featured_media":14058,"comment_status":"closed","ping_status":"closed","template":"","meta":{"_acf_changed":false,"footnotes":""},"us_portfolio_category":[45],"class_list":["post-8209","us_portfolio","type-us_portfolio","status-publish","has-post-thumbnail","hentry","us_portfolio_category-new-template"],"acf":{"naam_van_het_proefschift":"Clinical assessment as therapy in managing medically unexplained symptoms","samenvatting":"Hoofdstuk 1. Algemene inleiding\n\nIn dit hoofdstuk beschrijven we de achtergronden, doelen en opbouw van dit proefschrift. Somatisch onvoldoende verklaarde lichamelijke klachten (SOLK) komen veel voor in de huisartsgeneeskunde. De etiologie van SOLK is multifactorieel en de factoren die hierin een rol spelen kunnen worden ingedeeld in predisponerende, luxerende en in stand houdende factoren. Daarnaast kan het gedrag van de huisarts tijdens de consulten bijdragen aan het in stand houden van SOLK. Diagnostische onzekerheid, inadequate communicatieve vaardigheden en een negatieve attitude van huisartsen ten opzichte van pati\u00ebnten met SOLK kunnen de arts-pati\u00ebnt communicatie verstoren en kunnen leiden tot negatieve ervaringen bij zowel de pati\u00ebnt als de huisarts. Deze negatieve ervaringen kunnen de arts-pati\u00ebnt relatie onder druk kan zetten.\n\nEerdere studies beschreven de effectiviteit van meer uitgebreide zorg (enhanced care) door de huisarts voor pati\u00ebnten met SOLK. Deze interventies waren gericht op reattributie, een gestructureerde interventie met als doel de cognities en attributies van pati\u00ebnten te veranderen. Uit deze onderzoeken bleek dat reattributie niet effectief was. Andere studies beschreven positieve effecten van arts-pati\u00ebnt communicatie - met daarin ook aandacht voor de niet-specifieke, therapeutische elementen en de arts-pati\u00ebntrelatie - op gezondheidsuitkomsten van pati\u00ebnten. Het verbeteren van de communicatieve vaardigheden van huisartsen en het focussen op het therapeutisch potentieel van het consult zelf, kan de gezondheidsuitkomsten van pati\u00ebnten met SOLK wellicht verbeteren. Daarom zou een communicatie interventie in consulten met pati\u00ebnten met SOLK een integraal onderdeel moeten zijn van het consult zelf. Het doel van dit proefschrift is het ontwikkelen van een communicatie trainingsprogramma voor huisartsen (in opleiding), die zich richt op communicatie-strategie\u00ebn die een integraal onderdeel zijn van het consult met daarin ook aandacht voor niet-specifieke elementen.\n\nHoofdstuk 2 SOLK: de persoon, de symptomen en de dialoog\n\nHet doel van dit hoofdstuk was het exploreren van verwachtingen en het identificeren van relevante communicatie-elementen in SOLK-consulten volgens pati\u00ebnten met SOLK. We namen hiervoor alledaagse consulten bij de huisarts op video op. Na het consult gaf de huisarts aan of er sprake was van SOLK. De pati\u00ebnten in deze SOLK-consulten keken het consult samen met de onderzoeker terug waarbij ze reflecteerden op hun eigen consult. De pati\u00ebnten met SOLK werden gevraagd om relevante communicatie-elementen te identificeren. Van deze reflecties maakten we audio-opnames die we transcribeerden en kwalitatief analyseerden. Tijdens de opnamedagen bezochten in totaal 577 pati\u00ebnten hun huisarts. In totaal wilden 393 pati\u00ebnten meedoen aan het onderzoek. De huisartsen gaven bij 43 consulten aan dat het om SOLK ging. Negenendertig pati\u00ebnten waren bereid om te reflecteren op hun consult. Alle pati\u00ebnten gaven in de interviews aan dat ze vooral wilden dat hun klachten serieus werden genomen en dat dit bereikt kon worden door aandacht te hebben voor (1) de pati\u00ebnt als persoon, (2) een gelijkwaardig gesprek, en (3) de symptomatische behandeling. Aandacht voor de persoon, het gesprek en de klachten komt overeen met de beschrijving van persoonsgerichte zorg waarbij de focus ligt op het exploreren en valideren van subjectieve ervaringen van de pati\u00ebnt en het begrijpen van de pati\u00ebnt. We concludeerden dat pati\u00ebnten met SOLK een persoonlijke benadering willen waarin huisartsen aandacht hebben voor persoonlijke omstandigheden, continu\u00efteit, een goed en gelijkwaardig gesprek en de symptomen.\n\nHoofdstuk 3. Verbeteren van communicatie van huisartsen bij SOLK consulten: een kwalitatieve interview studie met pati\u00ebnten met SOLK\n\nIn hoofdstuk 3 exploreerden we problemen die pati\u00ebnten met SOLK ervaren in de communicatie tijdens consulten. De pati\u00ebnten in de in hoofdstuk 2 ge\u00efdentificeerde SOLK-consulten keken het consult samen met de onderzoeker terug waarbij ze reflecteerden op hun eigen consult. We selecteerden het commentaar waar pati\u00ebnten problemen signaleerden in het consult. In totaal benaderden we 577 pati\u00ebnten om het consult te filmen, hiervan gingen er 393 akkoord. We vonden 6 belangrijke thema\u2019s waarin pati\u00ebnten aangaven problemen te ervaren in de communicatie. De huisarts: (1) sluit niet aan bij de agenda van de pati\u00ebnt, (2) wekt een onplezierig gevoel op bij de pati\u00ebnt, (3) biedt geen specifiek plan in het consult, (4) heeft het consult onvoldoende voorbereid, (5) heeft vooroordelen over de pati\u00ebnt en (6) erkent zijn\/haar beperkt begrip over de oorzaak van klachten niet. We concludeerden dat huisartsen volgens pati\u00ebnten met SOLK de communicatie kunnen verbeteren door meer aandacht te besteden aan de agenda van de pati\u00ebnt, het bieden van een specifiek plan en het voorbereiden van het consult. Daarnaast zullen ze volgens pati\u00ebnten met SOLK aandacht moeten besteden aan hun houding en oordelen aangezien deze belemmerend kunnen werken bij SOLK consulten.\n\nHoofdstuk 4. Kwantificeren van positieve communicatie: het taalgebruik van de huisarts en angstniveau van pati\u00ebnten\n\nIn dit hoofdstuk onderzochten we of het taalgebruik van huisartsen verschillend is bij pati\u00ebnten met SOLK en bij pati\u00ebnten met medisch verklaarde klachten. We kwantificeerden het taalgebruik van huisartsen in termen van inhoud en directheid. Daarnaast analyseerden we de relatie tussen de mate van directheid en de verandering in angstniveau bij pati\u00ebnten. We vergeleken het taalgebruik van 18 Nederlandse huisartsen tijdens 82 consulten voor pati\u00ebnten met SOLK ten opzichte van pati\u00ebnten met medisch verklaarde klachten. In totaal werden 2590 uitingen ge\u00efdentificeerd. Huisartsen varieerden de directheid van positieve en negatieve uitingen voor pati\u00ebnten met medisch verklaarde klachten. Negatieve uitingen waren vaker indirect geformuleerd (bijv. \u201cde schildklier was niet normaal\u201d in plaats van \u201cde schildklier was afwijkend\u201d) en positieve uitingen direct (bijv. \u201cuw rug ziet er goed uit\u201d in plaats van \u201cuw rug ziet er niet slecht uit\u201d). Die variatie in taalgebruik trad niet op bij pati\u00ebnten met SOLK. Het angstniveau nam bij beide groepen toe wanneer huisartsen meer direct (versus indirect) negatief taalgebruik gebruikten. We concludeerden dat huisartsen verschillend taalgebruik gebruiken, afhankelijk van de inhoud voor pati\u00ebnten met medisch verklaarde klachten, maar niet voor pati\u00ebnten met SOLK. Huisartsen zouden het angstniveau van de pati\u00ebnt kunnen managen door negatieve boodschappen met indirecte in plaats van directe taal te uiten.\n\nHoofdstuk 5. De associatie tussen verwachtingen en ervaringen van taak-, affect- en therapiegerichte communicatie en het angstniveau van pati\u00ebnten bij SOLK consulten\n\nIn hoofdstuk 5 onderzochten we of er verschillen zijn tussen verwachtingen en ervaringen bij pati\u00ebnten met SOLK en pati\u00ebnten met medisch verklaarde klachten en de invloed van ervaringen van pati\u00ebnten op hun angstniveau. In een prospectieve cohortstudie vulden pati\u00ebnten voor en na het consult de QUOTE-COMM-vragenlijst (voor de kwaliteit van de communicatie) in om hun verwachtingen en ervaringen over de communicatie van de huisarts te onderzoeken. De QUOTE-COMM heeft een affect-, taak- en therapiegerichte schaal. De angstscore werd voor en na het consult gemeten met de verkorte STAI (voor toestandsangst) vragenlijst. We vonden geen verschil in verwachtingen tussen pati\u00ebnten met SOLK en medisch verklaarde klachten. Pati\u00ebnten van beide groepen beoordelen hun ervaringen op taak- en affectgerichte communicatie hoger dan hun verwachtingen. Huisartsen voldeden minder vaak aan de verwachtingen bij pati\u00ebnten met SOLK ten opzichte van pati\u00ebnten met verklaarde klachten als het gaat over taakgerichte communicatie. Affectgericht communicatie lijkt het belangrijkste te zijn bij het verminderen van het angstniveau bij pati\u00ebnten met SOLK. Hoewel veel huisartsen denken dat pati\u00ebnten met SOLK verschillen van andere pati\u00ebnten, concludeerden we dat de verwachtingen van pati\u00ebnten niet verschillend zijn bij pati\u00ebnten met SOLK ten opzichte van pati\u00ebnten met verklaarde lichamelijke klachten. Verder concludeerden we dat het ervaren van affectgerichte communicatie het grootste effect had op het verminderen van angst voor pati\u00ebnten met SOLK in vergelijking met pati\u00ebnten met verklaarde lichamelijke klachten.\n\nHoofdstuk 6. Hoe en wanneer herkennen huisartsen SOLK?\n\nIn dit hoofdstuk onderzochten we hoe en wanneer huisartsen SOLK herkennen. In dit kwalitatieve onderzoek lieten we huisartsen reflecteren op video-opnamen van hun eigen SOLK-consult. We vroegen de huisartsen op welk moment in het consult zij de symptomen als SOLK interpreteerden en welke signalen hierbij een rol speelden. We vroegen hen ook of de pati\u00ebnt al eerder met de symptomen op het spreekuur was geweest. De gemiddelde tijd waarop huisartsen de symptomen als SOLK interpreteerden was 4:25 minuten voor nieuwe symptomen en 1:47 minuten voor symptomen waarmee de pati\u00ebnt al eerder was langs geweest. Huisartsen die de symptomen tijdens of na het consult als SOLK interpreteerden, deden dit aan de hand van de volgende signalen: 1) de manier waarop pati\u00ebnten de symptomen presenteren, 2) symptomen die niet in een specifiek patroon passen, 3) symptomen die pati\u00ebnten zelf aan de psychosociale context toeschrijven, en 4) een discrepantie tussen symptoompresentatie en objectiveerbare bevindingen. Dit suggereert dat het niet-analytisch redeneren een centraal onderdeel was in het denkproces van huisartsen. Bovendien suggereren onze resultaten dat huisartsen geen onzekerheid ervoeren over het herkennen en labelen van SOLK.\n\nHoofdstuk 7. Door huisartsen ervaren communicatieproblemen bij SOLK\n\nIn hoofdstuk 7 onderzochten we welke problemen huisartsen ervaren in de communicatie bij pati\u00ebnten met SOLK. In dit kwalitatieve onderzoek maakten we wederom gebruik van de in hoofdstuk 2 ge\u00efdentificeerde SOLK consulten. Bij 11 consulten gaven de deelnemende huisartsen aan geen problemen te ervaren in de communicatie met hun pati\u00ebnt met SOLK. Bij de overige consulten gaven ze aan dat er ruimte was voor verbetering. We constateerden dat er 3 gebieden waren waarop de communicatie volgens de huisartsen kon worden verbeterd: 1) het exploreren van psychosociale aspecten, 2) het structureren van het consult, en 3) persoonsgerichte communicatie. Over de meeste videofragmenten die volgens de huisartsen problematisch waren, uitten de pati\u00ebnten zich juist positief. De videofragmenten waarbij zowel huisartsen als pati\u00ebnten problemen ervoeren kenmerkten zich doordat huisartsen alleen gericht waren op hun eigen idee\u00ebn, gesloten vragen stelden en pati\u00ebnten vaak interrumpeerden. We concludeerden dat huisartsen zich bewust waren van het belang van goede communicatie. Zij zouden volgens hen de communicatie verder kunnen verbeteren door meer aandacht te besteden aan het exploreren van psychosociale aspecten, het structureren van het consult en persoonsgerichte communicatie.\n\nHoofdstuk 8. Hoe leren we vaardig te communiceren bij pati\u00ebnten met SOLK: een focusgroep studie\n\nIn hoofdstuk 9 identificeerden we de meest belangrijke leerbare communicatie elementen in SOLK consulten. We hielden een focusgroep studie met vijf homogene focusgroepen met SOLK pati\u00ebnten, huisartsen, SOLK experts en onderwijsdeskundigen. SOLK pati\u00ebnten en huisartsen identificeerden een lijst met belangrijke communicatie elementen in SOLK consulten. SOLK experts selecteerden uit deze lijst de vijf meest belangrijke communicatie elementen: (1) volledig exploreren van somatische en psychosociale dimensies, (2) communiceren met empathie, (3) cre\u00ebren van gezamenlijke probleemdefinitie, (4) geven van uitleg en (5) verdelen van regie. Onderwijsdeskundigen beschreven drie onderwijsmethoden hoe huisartsen deze communicatie elementen moesten leren: (1) bewust worden en reflecteren op eigen attitude ten opzichte van SOLK pati\u00ebnten, (2) achterhalen van individuele behoeften, en (3) cre\u00ebren van condities in huisartsenpraktijken waarin huisartsen de mogelijkheid hebben tot het reflecteren op SOLK consulten. We concludeerden dat onderwijsmethoden om huisartsen beter te laten communiceren bij pati\u00ebnten met SOLK zich het beste kunnen richten op de individuele attitude en behoefte. Het praktiseren van SOLK consulten in de praktijk, met extra aandacht voor de vijf bovengenoemde elementen, en het reflecteren op deze consulten onder supervisie van een huisarts kan de communicatie verder verbeteren.\n\nHoofdstuk 9. De ontwikkeling van een communicatie trainingsprogramma voor huisartsen voor het behandelen van pati\u00ebnten met SOLK met behulp van de intervention mapping methode\n\nIn hoofdstuk 9 beschrijven we de ontwikkeling, implementatie en evaluatie van een evidence-based communicatie trainingsprogramma voor huisartsen (in opleiding) voor het behandelen van pati\u00ebnten met SOLK. We gebruikten de Intervention Mapping methode om het communicatie trainingsprogramma systematisch te ontwikkelen. In stap 1 (\u2018behoefte-onderzoek\u2019) lieten we huisartsen consulten met pati\u00ebnten met SOLK opnemen op video waarna zowel de pati\u00ebnt als de huisarts terugkeek naar de video en er feedback over gaf. Vervolgens voegden we deze feedback samen met de uitkomsten van focusgroepen (pati\u00ebnten met SOLK, huisartsen, SOLK-experts en onderwijsdeskundigen) om in stap 2 (\u2018veranderdoelen\u2019) te bepalen welke communicatie elementen huisartsen moesten leren en vervolgens in stap 3 (\u2018methode\u2019) te exploreren hoe huisartsen deze communicatie elementen moesten leren. We gebruikten de uitkomsten uit de eerste 3 stappen om in stap 4 het communicatie trainingsprogramma te ontwikkelen. In stap 5 implementeerden we de training in het onderwijs voor huisartsen in opleiding en in stap 6 evalueerden we de training. Het resulterende programma is een blended training met een online cursus en twee trainingsdagen. Na het volgen van het trainingsprogramma rapporteerden huisartsen in opleiding een significant hogere zelf-effectiviteit voor communicatie met pati\u00ebnten met SOLK na vier weken follow-up vergeleken met baseline. Verder ervoeren huisartsen het trainingsprogramma als waardevol. Toekomstig onderzoek moet het effect van de training op de communicatieve vaardigheden van huisartsen in SOLK consulten in de dagelijkse praktijk onderzoeken.\n\nHoofdstuk 10. Algemene discussie\n\nIn dit hoofdstuk bespreken we de resultaten en methodologische kwesties van dit proefschrift. We beschrijven de aanbevelingen voor de klinische praktijk, het medisch onderwijs en toekomstig onderzoek.\n\nDe bevindingen van onze studies hebben verschillende implicaties voor de behandeling van pati\u00ebnten met SOLK in de huisartsgeneeskunde. Ten eerste suggereren onze resultaten dat huisartsen geen onzekerheid ervoeren in het herkennen van SOLK. SOLK moet worden beschouwd als een werkhypothese op basis van de veronderstelling dat pathologische ziekten zijn uitgesloten. Deze werkhypothese moet worden heroverwogen wanneer de symptomen veranderen. Ten tweede moeten huisartsen zich richten op effectieve communicatie, omdat dit de zorg voor pati\u00ebnten met SOLK kan verbeteren. We ontwikkelden een communicatie trainingsprogramma met een communicatie-strategie die toegepast kunnen worden tijdens een consult met pati\u00ebnten met SOLK. We identificeerden vijf belangrijke elementen in deze communicatie-strategie: (1) volledig exploreren van somatische en psychosociale dimensies, (2) communiceren met empathie, (3) cre\u00ebren van gezamenlijke probleemdefinitie, (4) geven van uitleg, en (5) verdelen van regie. Ten derde moeten huisartsen zich bewust zijn van hun houding ten opzichte van pati\u00ebnten met SOLK, aangezien een negatieve houding effectieve communicatie tussen arts en pati\u00ebnt kan verstoren. Om zich meer bewust te zijn van hun eigen houding kunnen huisartsen hierop reflecteren.\n\nConcluderend hebben we meer inzicht gekregen in de arts-pati\u00ebnt communicatie bij SOLK consulten. We gebruikten de Intervention Mapping methode om het communicatie trainingsprogramma systematisch te ontwikkelen. We hebben deze training ge\u00efmplementeerd in de huisartsenopleiding en dit programma ge\u00ebvalueerd. Het communicatie trainingsprogramma kan leiden tot betere zorg voor pati\u00ebnten met SOLK.","summary":"Discussion\n\nThe most important communication elements during MUS consultations which should be improved according to GPs, MUS patients and MUS experts are: (1) a thorough somatic and psychosocial exploration, (2) communication with empathy, (3) creating a shared understanding of the problem, (4) providing a tangible explanation and (5) taking control. Teachers considered the following methods as appropriate for teaching the communication elements to GPs or GP trainees: (1) stimulating awareness and reflection of GPs about their feelings towards MUS patients (2) assessment of GPs\u2019 individual needs and (3) training and supervision in daily practice.\n\nComparison with existing literature\n\nOur findings of a thorough exploration (16-21), communication with empathy (17-19) a shared understanding of the patients\u2019 problem (17-19), giving a tangible explanation (16-21) and shared control (19-21) have been reported before in the context of MUS and are thus far from new. This raises the question whether GPs really use these elements in consultations and why so many GPs experience MUS consultations as challenging and feel powerless during these consultations. There are indications that GPs do not use these elements in consultations with severe MUS. Or, GPs try to use the elements but do this in a negative atmosphere. The common factor here might be the negative attitude towards patients with unexplained symptoms which is already present in medical students after a few years of education. This negative attitude may be the consequence of the predominance of the biomedical model in medical education. MUS, almost by definition, do not fit into a biomedical model. MUS is therefore being perceived as complex and many students and educators struggle to understand MUS due to the ambiguity surrounding the cause. The curriculum is focused on explainable diseases, which are less complex to learn. Therefore, many students are not equipped with adequate knowledge and communication skills, leading to ineffective doctor-patient communication. This may result in negative experiences of patients and the persistence of symptoms which may enhance the negative attitude of physicians further. Furthermore, MUS are often associated with negative stereotypes, also contributing to a negative attitude. The experience of MUS as complex, the low priority of teaching MUS, the negative attitudes of tutors, the low prestige of MUS in the hierarchy of medical problems and the opinion of physicians about the relative unimportance of MUS cause barriers for the implementation of education about MUS in the medical curriculum (22-25). Instead of being focussed on a biomedical model, medical education should focus on a broader conceptualization of illness within a biopsychosocial model and should focus on the illness experience of patients. The biopsychosocial model assumes that the symptoms presented by patients always have somatic, cognitive, emotional, social and behavioural dimensions and that the experience of symptoms takes place in a constant interaction with the environment. The model is certainly fruitful for the management of MUS. Further, a focus on the implementation of teaching methods about MUS may miss the point when we do not consider the attitudes of GPs and GP trainees concerning MUS. This could also mean that a change of focus on MUS during medical education is the most important condition for improving the care for MUS patients. In this respect, it is important to know that previous research showed that a seminar about MUS was associated with a more favorable attitude towards MUS (22). Although we consider a change of attitude as most important, improvement of the GPs\u2019 repertoire of communication skills is important to being the channel to express one\u2019s attitude. An important example here is teaching GPs and trainees in how to provide a clear and tangible explanation of the unexplained symptom. Many GPs have problems with explaining MUS to patients, which is completely understandable in the light of the lack of attention for this topic during medical education.\n\nFurther, MUS experts said that GPs should not give an explanation too quickly as patients may reject this. When GPs label symptoms as medically unexplained, it is important that GPs do not miss a somatic underlying disease. However, Eikelboom et al described in a review that the percentage of misdiagnoses in patients with MUS was relatively small (26). Furthermore, Houwen et al analysed when and how GPs recognised MUS (27). They found that GPs labelled symptoms as medically unexplained soon after the start of the consultation and that GPs clearly pointed out what triggered them in their labelling process. This suggest that GPs do not experience uncertainty about missing a diagnosis.\n\nMalterud et al state that in primary care there is more in diagnostic work than hypothesis testing and pattern recognition (28). Apart from these more or less objective actions, they address the importance of interpretive work which is inherently subjective. The interpretive actions from the GP are based on information such as knowing the person for a long time and, consequently, being familiar with the person\u2019s appearance or verbal utterances. The GP may transform this information into questions for understanding, thus giving access to an alternative understanding of the problem. This approach may have potential for the implementation of education about MUS.\n\nFurthermore, Salmon et al described that applying communication skills is not necessarily good communication because communication is always subjectively shaped (29). The concept of more or less objectively defined communication skills is inherently reductionistic. The danger of identifying communication elements as \u2018skills\u2019 is that they come to define good communication even when there is no evidence of benefit for patients. Salmon proposed that skilled communication should incorporate patients\u2019 individuality and that practitioners should be trained in flexibility and creativity in communication (29). Therefore, learners should develop the capacity to use the elements described in our study flexibly and, if necessary, to refrain from them depending on the situation.\n\nStrengths and limitations\n\nThis study has a number of strengths. First, participants with several backgrounds (GPs, MUS patients, MUS experts, teachers) participated which provided insights from different fields. Second, by comparing the analysis of the first two focus groups (with GPs and MUS patients) with the pre-existing list with important and relevant communicational elements based on previous research (11, 15), we concluded that the list was exhaustive. However, MUS experts expended the list with two communication elements (empowerment and meta-communication), which had not been mentioned before. Third, we used a qualitative approach with a cyclical process of gathering information and analysis performed independently by two researchers. This study has also some limitations. We performed only two focus groups with MUS experts. Although we expected that medical specialists and MUS researchers had their own specific perspective regarding communication in MUS consultations, we did not find differences with the results of the first focus group. Further, we did not match each communication element with a specific learning method as the teachers were more focused on overarching teaching methods rather than just focussing on each communication element separately. Another possible limitation could be the majority of females in all focus groups. To obtain sufficient variation of the data, we purposively approached participants with different backgrounds regarding age, clinical background, sex. Although the majority of the participants were women, we do not expect that a different distribution of sex would have led to different conclusions as we did not find new themes.\n\nImplications for further research and daily practice\n\nThis study gave more insight on which important communication elements should to be taught to GPs and GP trainees, and how these elements can be trained. The next step will be to develop a communication training tool with the five elements found in this study. The tool should be acceptable for patients with MUS and feasible in daily general practice. The focus of this tool should be on attitude, needs assessment and training with supervision.\n\nConclusion\n\nMUS experts identified five categories of communication elements that should be taught and trained to GPs: (1) a thorough somatic and psychosocial exploration, (2) communication with empathy, (3) creating a shared understanding of the problem, (4) providing a tangible explanation and (5) taking control. Role-playing with simulation patients, reflection on video-consultations and joint consultations with the supervisor may increase the GPs\u2019 awareness of their attitude towards MUS patients and may help GPs to identify their individual learning-points.\n\nDeclaration\n\nEthical approval and consent to participate\nThe research ethics committee of the Radboud university medical center concluded that the study could be carried out in accordance with the applicable rules in the Netherlands (2015-1566). The authors took care that the participants could not be identified through the details of the stories. Written informed consent was obtained from all participants.\n\nConsent for publication\nNot applicable\n\nAvailability of data and materials\nAdditional data can be accessed via Radboudumc, department of primary and community care\n\nCompeting interests\nNo\n\nFunding\nThis study is supported by ZonMw (Funding number 839110010)\n\nAuthors contribution\nJH contributed to the conception and design of the work, collected and analysed data, drafted the work.\nPL contributed to the conception and design of the work, analysed data, revised the work.\nHS contributed to the conception and design of the work, collected data, revised the work.\nAvD contributed to the conception and design of the work, analysed and collected data, revised the work.\nKvS contributed to the conception and design of the work, collected data, revised the work.\nToH contributed to the conception and design of the work, analysed data, revised the work.\nSvD contributed to the conception and design of the work, revised the work.\nAll authors gave their final approval of the version to be published.","auteur":"Juul Houwen","auteur_slug":"juul-houwen","publicatiedatum":"19 april 2022","taal":"EN","url_flipbook":"https:\/\/ebook.proefschriftmaken.nl\/ebook\/juulhouwen?iframe=true","url_download_pdf":"","url_epub":"","ordernummer":"FTP-202604031230","isbn":"978-94-6423-611-8","doi_nummer":"","naam_universiteit":"Radboud Universiteit","afbeeldingen":14058,"naam_student:":"","binnenwerk":"","universiteit":"Radboud Universiteit","cover":"","afwerking":"","cover_afwerking":"","design":""},"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio\/8209","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/types\/us_portfolio"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/users\/8"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=8209"}],"version-history":[{"count":1,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio\/8209\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":8212,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio\/8209\/revisions\/8212"}],"wp:featuredmedia":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/media\/14058"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=8209"}],"wp:term":[{"taxonomy":"us_portfolio_category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio_category?post=8209"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}