{"id":8131,"date":"2026-04-03T11:45:04","date_gmt":"2026-04-03T11:45:04","guid":{"rendered":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/portfolio\/judith-neter\/"},"modified":"2026-04-23T09:01:21","modified_gmt":"2026-04-23T09:01:21","slug":"judith-neter","status":"publish","type":"us_portfolio","link":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/portfolio\/judith-neter\/","title":{"rendered":"Judith Neter"},"content":{"rendered":"","protected":false},"excerpt":{"rendered":"","protected":false},"author":8,"featured_media":14094,"comment_status":"closed","ping_status":"closed","template":"","meta":{"_acf_changed":false,"footnotes":""},"us_portfolio_category":[45],"class_list":["post-8131","us_portfolio","type-us_portfolio","status-publish","has-post-thumbnail","hentry","us_portfolio_category-new-template"],"acf":{"naam_van_het_proefschift":"DIETARY INTAKE OF DUTCH FOOD BANK RECIPIENTS","samenvatting":"DOEL\n\nDe algemene doelstelling van dit proefschrift was om de voedingsinname en de mate van voedselzekerheid van Nederlandse voedselbankklanten te onderzoeken en strategie\u00ebn te ontwikkelen om hun voedingsinname te optimaliseren.\n\nRESULTATEN\n\nDe prevalentie van (zeer) lage voedselzekerheid en factoren die samenhangen met (zeer) lage voedselzekerheid\n\nIn hoofdstuk 2 zijn de prevalentie (i.e. het voorkomen van) van (zeer) lage voedselzekerheid en mogelijke demografische, leefstijl en voedingsgerelateerde factoren die samenhangen met (zeer) lage voedselzekerheid onderzocht. Dit onderzoek is uitgevoerd bij 251 Nederlandse voedselbankklanten met een gemiddelde leeftijd van 46,3 jaar, van 11 voedselbanken in heel Nederland. De prevalentie van lage voedselzekerheid onder Nederlandse voedselbankklanten, vastgesteld aan de hand van de 6-item U.S. Department of Agriculture Household Food Security Survey Scale, was 72,9%. Van deze 72,9% had ruim 40% een zeer lage voedselzekerheid. Van de deelnemers met een zeer lage voedselzekerheid gaf 56,8% aan in de afgelopen drie maanden ooit honger te hebben gehad, maar niet te hebben gegeten omdat ze geen geld hadden om meer voedsel te kopen. Bovendien werd een (zeer) lage voedselzekerheid geassocieerd met de volgende demografische, leefstijl en voedingsgerelateerde factoren: vrouwelijk geslacht, laag opleidingsniveau, huishoudens met kinderen, lage tevredenheid over het voedselpakket, lage tevredenheid over de totale voedingsinname, lage perceptie van de gezondheid van de eigen totale voedingsinname en een lage eigen effectiviteit om gezond te eten.\n\nInhoud en gebruik van voedselpakketten verstrekt door Nederlandse voedselbanken\n\nHoofdstuk 3 beschrijft in hoeverre de inhoud van voedselpakketten, verstrekt door de Nederlandse voedselbanken, voldoet aan de Nederlandse voedingsrichtlijnen voor een gezonde voeding en hoe voedselbankklanten de inhoud van hun voedselpakketten gebruiken. Dit onderzoek is gebaseerd op 96 voedselpakketten en 251 Nederlandse voedselbankklanten met een gemiddelde leeftijd van 46,3 jaar, van 11 voedselbanken in heel Nederland. De resultaten, omgerekend naar een eenpersoons voedselpakket voor \u00e9\u00e9n dag, laten zien dat de inhoud van de voedselpakketten niet voldoet aan de Nederlandse voedingsrichtlijnen voor een gezonde voeding. De verstrekte hoeveelheden energie, eiwit en verzadigd vet voor een eenpersoons voedselpakket voor \u00e9\u00e9n dag waren hoger dan de voedingsrichtlijnen voor een gezonde voeding, terwijl de verstrekte hoeveelheden fruit en vis lager waren dan de richtlijnen. Het aantal dagen waarvoor macronutri\u00ebnten, groenten, fruit en vis voor een eenpersoons voedselpakket werden verstrekt, liep sterk uiteen (1-11 dagen). Van de Nederlandse voedselbankklanten kocht slechts 9,5% fruit en 4,6% vis als aanvulling op het voedselpakket. De meerderheid (60,6%) van de deelnemers gebruikte meestal niet alle voedingsmiddelen uit het voedselpakket en 75,7% was (zeer) tevreden over de inhoud van het voedselpakket. Deze resultaten suggereren dat, in het huidige concept van de voedselbanken, voedselpakketten verbeterd kunnen worden. Meer onderzoek is nodig naar hoe de voedingswaarde van de voedselpakketten effectief verbeterd kan worden en hoe dit uiteindelijk van invloed is op de voedingsinname van voedselbankklanten.\n\nVoedingsinname van Nederlandse voedselbankklanten\n\nIn hoofdstuk 4 is onderzocht in hoeverre de voedingsinname van Nederlandse voedselbankklanten voldoet aan de Nederlandse voedingsrichtlijnen voor een gezonde voeding, en of hun voedingsinname vergelijkbaar is met de voedingsinname van een representatieve steekproef van de Nederlandse bevolking en van mensen met een lage SES. De voedingsinname is gemeten aan de hand van drie 24 uurs recalls (i.e. methode waarbij navraag wordt gedaan over de afgelopen 24 uur) bij 167 Nederlandse voedselbankklanten met een gemiddelde leeftijd van 48,6 jaar, van 12 voedselbanken in heel Nederland. Er is gebruik gemaakt van vergelijkingsgegevens uit de Nederlandse nationale voedselconsumptiepeiling (n=1933), waaronder een steekproef van mensen met een lage SES (n=312), 2007-2010. Uit de resultaten blijkt dat de voedingsinname van Nederlandse voedselbankklanten niet voldoet aan de Nederlandse voedingsrichtlijnen voor een gezonde voeding. Het merendeel van de Nederlandse voedselbankklanten, vergelijkbaar met de algemene en lage SES steekproef van de Nederlandse bevolking, had een lagere inname dan de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid voor voedingsvezel, fruit, groente en vis, en een hogere inname voor verzadigd vet. Bovendien was de inname van energie, voedingsvezel, groente en fruit door voedselbankklanten lager dan zowel de algemene als de lage-SES Nederlandse bevolking. De visinname van Nederlandse voedselbankklanten was, daarentegen, lager dan de algemene, maar niet dan de lage-SES Nederlandse bevolking. De inname van koolhydraten en polysachariden door voedselbankklanten was hoger dan zowel de algemene als de lage-SES Nederlandse bevolking. Deze resultaten benadrukken het belang van het verbeteren van de voedingsinname van Nederlandse voedselbankklanten. Er moeten strategie\u00ebn worden ontwikkeld om de voedingsinname van Nederlandse voedselbankklanten te optimaliseren, bijvoorbeeld door het verspreiden van informatie over een gezonde voedingsinname, het toevoegen van recepten aan het voedselpakket of het verbeteren van de inhoud van de voedselpakketten.\n\nDe perceptie van voedselbankklanten over voedselpakketten en hun voedingsinname\n\nHoofdstuk 5 beschrijft de perceptie van de Nederlandse voedselbankklanten over de inhoud van de voedselpakketten, hun voedingsinname en hoe de pakketten bijdragen aan hun totale voedingsinname. Er is gebruik gemaakt van gegevens van 11 semigestructureerde focusgroepdiscussies met 44 Nederlandse voedselbankklanten in de leeftijd van 20 tot 64 jaar, van 7 voedselbanken in heel Nederland. De voedselbankklanten waren niet altijd tevreden over de hoeveelheid, kwaliteit, variatie en het soort voedsel in het voedselpakket. Voor de deelnemers die het zich konden veroorloven, werd het aanvullen van het voedselpakket als de belangrijkste reden genoemd om voedsel te kopen. Prijs werd genoemd als het belangrijkste aspect bij de keuze van deze voedingsmiddelen. De meest genoemde voedingsmiddelen die als aanvulling op het voedselpakket werden gekocht waren: groente, fruit, brood, vlees en vleesproducten, koffie, (fris)dranken, kaas en boter\/olie. Veel deelnemers waren niet tevreden over hun totale voedingsinname. Dit kwam voornamelijk doordat de hoeveelheid niet toereikend was, maar ook vanwege een gebrek aan variatie, een gebrek aan kwaliteit, een gebrek aan keuze, en het soort voedsel. De deelnemers gaven aan dat de inhoud van het voedselpakket veel invloed had op hun voedingsinname. Bovendien gaven de deelnemers aan dat ze moeite hadden met hun ontevredenheid over de voedselpakketten, omdat ze ook dankbaar waren voor het voedsel dat ze ontvangen.\n\nVerbetering van de voedingskwaliteit van voedselpakketten en de impact op de voedingsinname\n\nIn hoofdstuk 6 is onderzocht wat het effect is van het verbeteren van de voedselkwaliteit van voedselpakketten op de voedingsinname van Nederlandse voedselbankklanten. Dit onderzoek betrof een acht weken durende gerandomiseerde cross-over gecontroleerde studie met vier interventiecondities. Aan dit onderzoek deden 163 Nederlandse voedselbankklanten mee met een gemiddelde leeftijd van 45,1 jaar, van drie voedselbanken in heel Nederland. De resultaten van dit onderzoek laten zien dat het verbeteren van de voedselkwaliteit van voedselpakketten een positieve invloed had op de daadwerkelijke voedingsinname van Nederlandse voedselbankklanten. De toevoeging van groenten en fruit aan de standaard voedselbank specifieke voedselpakketten (al dan niet in combinatie met het vervangen van ongezonde snacks uit het standaard voedselpakket door basisvoedingsmiddelen) had een positief effect op de gemiddelde groente- en\/of fruitinname van voedselbankklanten in vergelijking met de andere interventiecondities. De interventieconditie waarbij ongezonde snacks uit het standaard voedselpakket werden vervangen door basisvoedingsmiddelen verbeterde echter niet de voedingsinname van de voedselbankklanten. De gemiddelde inname van de productgroep noten, zaden en snacks verschilde niet van de andere interventiecondities en de gemiddelde inname van de productgroep suiker, snoep, zoet broodbeleg en zoete sauzen was zelfs hoger in vergelijking met de interventieconditie waarbij de ongezonde snacks werden vervangen door basisvoedingsmiddelen plus het toevoegen van groenten en fruit aan de standaard voedselpakketten. De resultaten van deze studie tonen aan dat het toevoegen van groenten en fruit aan de standaard voedselbank specifieke voedselpakketten, al dan niet in combinatie met het vervangen van ongezonde snacks door basisvoedingsmiddelen, een effectieve interventiestrategie was om de voedingsinname van voedselbankklanten te verbeteren (i.e. groenten en fruit), terwijl het vervangen van ongezonde snacks uit het voedselpakket door basisvoedingsmiddelen niet effectief was. Dit lijkt zelfs een negatief effect te hebben op de voedingsinname van voedselbankklanten. De resultaten geven een eerste inzicht in mogelijke effectieve strategie\u00ebn om voedselpakketten te verbeteren, maar er is meer onderzoek nodig om effectieve interventiestrategie\u00ebn te ontwikkelen die eenvoudig door voedselbanken kunnen worden toegepast en die een positief effect hebben op de voedingsinname van voedselbankklanten.\n\nBELANGRIJKSTE CONCLUSIE\n\nDe resultaten van dit proefschrift laten zien dat (zeer) lage voedselzekerheid bij Nederlandse voedselbankklanten frequent voorkomt. Voedselbankklanten zijn voor een groot deel afhankelijk van de voedselpakketten, waarvan de hoeveelheid en de voedingskwaliteit vaak niet voldoen aan hun voedingsbehoeften. De voedingsinname van de voedselbankklanten is slechter dan zowel de algemene als de lage-SES Nederlandse bevolking, en wordt in belangrijke mate be\u00efnvloed door de inhoud van het voedselpakket. Voedselbankklanten zijn niet tevreden over hun totale voedingsinname. Dit kwam voornamelijk doordat de hoeveelheid niet toereikend was, maar ook vanwege een gebrek aan variatie, een gebrek aan kwaliteit, een gebrek aan keuze, en het soort voedsel. Dit proefschrift toont eenduidig aan dat de voedingsinname van voedselbankklanten positief be\u00efnvloed kan worden door het verbeteren van de voedingskwaliteit van de voedselpakketten.\n\nMet het oog op het voortdurend hoge en toenemende aantal mensen dat wereldwijd gebruik maakt van voedselbanken, is het belangrijk om effectieve strategie\u00ebn te ontwikkelen om de lage voedselzekerheid van voedselbankklanten te verminderen en de voedingsinname van voedselbankklanten op structurele wijze te verbeteren. Bij de ontwikkeling van deze strategie\u00ebn is het belangrijk om rekening te houden met de voedingsbehoeften, de sociaalpsychologische aspecten van het feit dat men voedselbankklant is, en de gezondheidstoestand van voedselbankklanten. Dit is nodig om ervoor te zorgen dat de interventies en het beleid zijn afgestemd op de behoeften van de doelgroep, haalbaar, effectief en milieuvriendelijk zijn en uiteindelijk de gezondheid van de voedselbankklanten verbeteren.","summary":"INTRODUCTION\n\nSocioeconomic status (SES) is an important determinant of health inequalities. In the Netherlands, people with a lower education level have a six year shorter life expectancy than people with a higher education level. When looking at healthy life expectancy, the gap is even greater i.e. 19 years. Research has shown that these health inequalities can partly be explained by a higher exposure to a range of unfavourable lifestyle behaviours of people with a lower SES. One lifestyle behaviour that may influence the health inequalities is dietary intake. In general, people with a low SES have unhealthier dietary intakes than people with a higher SES. Unhealthier diets are associated with higher risks of nutrition-related chronic diseases.\n\nEven in high-income Western countries, like the Netherlands, there are people who cannot make ends meet. Despite the right of everyone to have access to safe and nutritious food, this is not self-evident. Even in affluent countries, an increasing number of people with low SES experience food insecurity. Food insecure people experience a lack of availability of nutritionally adequate foods. Low food security has been associated with a less-healthy diet which may lead to micronutrient deficiencies and malnutrition. Both low food security and unhealthy dietary intake are major and growing public health issues.\n\nThere are many public and private food assistance programs, like food banks, to alleviate low food security and hunger in high-income countries. In the Netherlands, food banks aims to support the poorest people and to counteract food waste by providing food parcels that supplement the normal diet for 2-3 days per week. Food bank recipients are a specific group of low-SES people as they have limited-to-no resources to purchase food and largely rely on food parcels.\n\nOVERALL AIM\n\nThe overall aim of this thesis was to assess dietary intake and food security status of Dutch food bank recipients and to identify potential strategies to optimize their dietary intake.\n\nRESULTS\n\nPrevalence of (very) low food security, and factors associated with (very) low food security\n\nIn Chapter 2, the prevalence of (very) low food security, and potential demographic, lifestyle and nutrition-related factors associated with (very) low food security, were assessed among 251 Dutch food bank recipients, mean age 46.3 years, from 11 food banks throughout the Netherlands. The prevalence of low food security among Dutch food bank recipients, assessed with the 6-item U.S. Department of Agriculture Household Food Security Survey Scale, was 72.9%. Of these 72.9%, over 40% reported very low food security. Of the very low food secure participants, 56.8% reported they were ever hungry but did not eat because they could not afford enough food in the previous three months. Furthermore, the presence of (very) low food security was associated with the following demographic, lifestyle and nutrition-related factors: female sex, low level of education, households with children, low satisfaction with the food parcel, low satisfaction with overall food intake, low perceived healthiness of overall food intake and low self-efficacy toward eating healthy.\n\nContent and use of food parcels provided by Dutch food banks\n\nChapter 3 describes to what extent the content of food parcels supplied by the Dutch food bank meet the Dutch nutritional guidelines for a healthy diet and how food bank recipients use the contents of their food parcels. The study was based on 96 food parcels and 251 Dutch food bank recipients, mean age 46.3 years, from 11 food banks throughout the Netherlands. The results, standardized for a single-person food parcel for one day, show that the content of food parcels did not meet the Dutch nutritional guidelines for a healthy diet. The provided amounts of energy, protein and saturated fat for a single-person food parcel for a single day were higher than the nutritional guidelines for a healthy diet, whereas the provided amounts of fruit and fish were lower. There was a wide range in the number of days for which macronutrients, fruit, vegetables and fish were provided for a single-person food parcel (1-11 days). Of the participants, only 9.5% bought fruit and 4.6% bought fish to supplement the food parcel. The majority (60.6%) of the participants usually did not use all foods provided in the food parcel, and 75.7% was (very) satisfied with the content of the food parcel. These results suggest that, in the present concept of the food banks, food parcels could be improved. More research is needed how to effectively improve the dietary quality of the food parcels, and how this ultimately affects the nutritional intake of food bank users.\n\nDietary intake of Dutch food bank recipients\n\nThe extent to which dietary intake of Dutch food bank recipients meet the Dutch nutritional guidelines for a healthy diet, and whether their dietary intake is comparable with the dietary intake of a representative sample of the general Dutch population, and those with low SES, was examined in Chapter 4. Dietary intake was measured using three 24-hour recalls in 167 Dutch food bank recipients, mean age 48.6 years, from 12 food banks throughout the Netherlands. Comparison data were used from the Dutch National Food Consumption Survey (n=1,933), including a low SES sample (n=312), 2007-2010. The results show that dietary intake of Dutch food bank recipients does not meet the Dutch nutritional guidelines for a healthy diet. The majority of the Dutch food bank recipients, similar to the general and low SES sample of the Dutch population, had lower intakes than dietary reference intakes for dietary fiber, fruit, vegetables, and fish, and a higher intake for saturated fat. In addition, food bank recipients\u2019 intakes of energy, fiber, fruit, and vegetables were lower than both the general and low-SES Dutch population, whereas their fish intake was lower than the general, but not than the low-SES Dutch population. Food bank recipients\u2019 intakes of carbohydrates and polysaccharides were higher than both the general and low-SES Dutch population. These results emphasize the importance of improving dietary intake of Dutch food bank recipients. Strategies need to be developed to optimize the dietary intake of Dutch food bank recipients, e.g. distributing information on healthy food intake, adding recipes to the food parcel, or improving the content of the food parcels.\n\nDutch food bank recipients\u2019 perceptions on food parcels and their dietary intake\n\nChapter 5 describes Dutch food bank recipients\u2019 perceptions on the content of the food parcels, their dietary intake and how the parcels contribute to their overall dietary intake. Data from 11 semi-structured focus group discussions with 44 Dutch food bank recipients, age range 20 to 64 years, from seven food banks throughout the Netherlands were used. Food bank recipients were not always satisfied with the amount, quality, variation, and type of foods in the food parcel. For the participants who could afford to, supplementing the food parcel was reported as main reason for buying foods, and price was the most important aspect in selecting these foods. The most frequently mentioned foods bought to supplement the food parcel were: vegetables, fruit, bread, meat and meat products, coffee, (soft)drinks, cheese, and butter\/oil. Regarding participants\u2019 dietary intake, numerous participants were not satisfied mainly due to nutritional inadequacy, specifically insufficient amounts, but also due to lack of variation, lack of quality, lack of choice and the types of food. Participants reported that the content of the food parcel importantly influenced their dietary intake. Moreover, participants reported struggling with their feelings of dissatisfaction regarding the food parcels, because they were also grateful for receiving the foods.\n\nImprovement of dietary quality of food parcels and the impact on dietary intake\n\nIn Chapter 6, the effect of improving the dietary quality of food parcels, using different intervention strategies, on the actual dietary intake of Dutch food bank recipients was examined. This eight-week randomized cross-over controlled trial with four intervention condition included 163 Dutch food bank recipients, mean age 45.1 years, from three food banks throughout the Netherlands. The results show that improving the dietary quality of food parcels positively impacted the actual dietary intake of Dutch food bank recipients. Overall, adding fruit and vegetables to the standard food bank specific food parcels (either in combination with replacing unhealthy snacks from the standard food parcel by staple foods or not) positively impacted the mean fruit and\/or mean vegetable intakes of the food bank receipts compared with the other intervention conditions. The intervention condition in which unhealthy snacks from the standard food parcel were replaced by staple foods did, however, not improve dietary quality of the participants; mean intake of the food group nuts, seeds and snacks did not differ from the other intervention conditions and mean intake of the food group sugar, candy, sweet filling and sweet sauces was even higher compared with the intervention strategy in which unhealthy snacks were replaced by staple foods plus adding fruit and vegetables to the standard food parcels. The results from this study revealed that adding fruit and vegetables to the standard food bank specific food parcels, either in combination with replacing unhealthy snacks by staple foods or not, was an effective intervention strategy to improve dietary intake (i.e. fruit and vegetables), whereas replacing unhealthy snacks from the food parcel by staple foods was not. This even seems to worsen the quality of food bank recipient\u2019s diet. The results provide first insights in possible effective intervention strategies to improve dietary quality of the food parcels, but more research is necessary to develop effective strategies that can be easily applied by food banks and positively impact dietary intake in food bank recipients.\n\nMAIN CONCLUSION\n\nResults from this thesis indicate that (very) low food security is highly prevalent in Dutch food bank recipients. Food bank recipients largely rely on the food parcels, of which the amount and nutritional quality do not meet their nutritional needs. Dietary intake of food bank recipients is poorer than the general Dutch population and even poorer than the low-SES Dutch population, and is importantly influenced by the content of the food parcel. Food bank recipients are not satisfied with their dietary intake, mainly due to nutritional inadequacy, specifically insufficient amounts, but also due to lack of variation, lack of quality, lack of choice and the types of food. Notably, this thesis unequivocally shows that the dietary intake of food bank recipients can be positively impacted by improving the dietary quality of the food parcels.\n\nIn view of the constantly high and rising number of people using food banks worldwide, it is important to develop effective strategies aiming to alleviate low food security and to improve dietary intake of food bank recipients in a structural way. In the development of these strategies it is important to take the nutritional needs, socio-psychological aspects of being a food bank recipient, and health status of food bank recipients into account. This is necessary to ensure that interventions and policies are tailored to the needs of the target population, are feasible, effective and environmentally sustainable, and thus ultimately do improve users\u2019 health.","auteur":"Judith Neter","auteur_slug":"judith-neter","publicatiedatum":"27 november 2019","taal":"EN","url_flipbook":"https:\/\/ebook.proefschriftmaken.nl\/ebook\/judithneter?iframe=true","url_download_pdf":"","url_epub":"","ordernummer":"FTP-202604031141","isbn":"978-94-6380-548-3","doi_nummer":"","naam_universiteit":"Vrije Universiteit Amsterdam","afbeeldingen":14094,"naam_student:":"","binnenwerk":"","universiteit":"Vrije Universiteit Amsterdam","cover":"","afwerking":"","cover_afwerking":"","design":""},"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio\/8131","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/types\/us_portfolio"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/users\/8"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=8131"}],"version-history":[{"count":1,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio\/8131\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":8134,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio\/8131\/revisions\/8134"}],"wp:featuredmedia":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/media\/14094"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=8131"}],"wp:term":[{"taxonomy":"us_portfolio_category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio_category?post=8131"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}