{"id":7278,"date":"2026-04-02T09:48:37","date_gmt":"2026-04-02T09:48:37","guid":{"rendered":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/portfolio\/hanneke-rhodius-meester\/"},"modified":"2026-04-02T09:48:43","modified_gmt":"2026-04-02T09:48:43","slug":"hanneke-rhodius-meester","status":"publish","type":"us_portfolio","link":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/portfolio\/hanneke-rhodius-meester\/","title":{"rendered":"Hanneke Rhodius Meester"},"content":{"rendered":"","protected":false},"excerpt":{"rendered":"","protected":false},"author":8,"featured_media":7281,"comment_status":"closed","ping_status":"closed","template":"","meta":{"_acf_changed":false,"footnotes":""},"us_portfolio_category":[45],"class_list":["post-7278","us_portfolio","type-us_portfolio","status-publish","has-post-thumbnail","hentry","us_portfolio_category-new-template"],"acf":{"naam_van_het_proefschift":"Optimizing use of diagnostic tests in memory clinics; the next step","samenvatting":"Figuur 3. Verschillende methoden om informatie uit MRI scans te halen.\n\nOp de bovenste rij twee visuele beoordelingsschalen: de MTA schaal (voor de atrofie van de mediotemporaal kwab26) en de Fazekas schaal (voor witte stofafwijkingen27). Op de onderste rij drie automatische maten: voxel-based morphometry (voor verschillen in lokale depositie van hersenweefsel), tensor based morphometry (voor verschillen in lokaal volume van hersenweefsel) en multi atlas segmentation (om volume van specifieke hersenstructuren te meten). (www.radiologyassistant.nl en met dank aan Daniel Rueckert)\n\nOm werkzaam te kunnen zijn in de dagelijkse praktijk, moeten de CDSSs worden uitgebreid naar multi-class classifiers, waarin de belangrijkste soorten dementie met elkaar vergeleken worden. Verder zouden CDSSs ook moeten ondersteunen in de uitdaging van het onderscheiden van stabiele en progressieve MCI of SCD pati\u00ebnten ?13, 14, 47, of zelfs het beloop van de ziekte voorspellen in pati\u00ebnten die al een dementie hebben. Deze vraag voor verdere ontwikkeling van de CDSSs technologie, was ook de aanleiding voor het internationale, multicenter PredictND project. Figuur 4 vat het hoofddoel en de samenwerking binnen PredictND samen. In dit proefschrift zal ik werk presenteren dat is voortgekomen uit dit project.\n\nEuropees FP7project met als doel: Het ontwikkelen van computer tools om artsen te ondersteunen bij de klinische diagnose van neurodegeneratieve aandoeningen. www.predictnd.eu80 In samenwerking met: vier Europese geheugenpoliklinieken, vier technische partners (imagine en software engineers) en Alzheimer Europe. Figuur 4. Het PredictND project.\n\nDit proefschrift richt zich op manieren om de arts te ondersteunen in de uitdagingen van differentiaal diagnose, prognose en ziekteduur. Het doel van dit proefschrift was om zorg voor personen met (beginnende) neurodegeneratieve aandoeningen te verbeteren, door het gebruik van testen voor differentiaal diagnose en prognose te optimaliseren. In de volgende paragrafen, zal ik de belangrijkste resultaten van dit proefschrift samenvatten.\n\nToepassen van structurele MRI scans in de dagelijkse klinische praktijk\n\nHet eerste deel van dit proefschrift richtte zich op toepassen van structurele MRI scans. Gezien de uitdagingen bij het gebruiken van MRI scan voor diagnose en prognose in individuele pati\u00ebnten, was het doel hier om meer informatie uit MRI scans te halen. Hoofdstuk 2.1 onderzocht de waarde van veelgebruikte visuele beoordelingsschalen. Hiervoor bestudeerde ik de associaties van leeftijd en diagnose met de visuele schalen van mediotemporaal kwab atrofie (MTA), pari\u00ebtale atrofie (PA), globale corticale atrofie (GCA) en witte stofafwijkingen (WMH). En ik onderzocht hun klinische waarde, in pati\u00ebnten met dementie door de ziekte van Alzheimer, MCI en SCD. Lineaire regressie analyses toonden hoofdeffecten voor leeftijd en diagnose en een interactie effect voor leeftijd*diagnose voor MTA, PA en GCA. Voor MTA, GCA en PA was de diagnostische waarde het hoogst in pati\u00ebnten <65 jaar (optimale afkap: \u22651). WMH daarentegen was niet in staat onderscheid te maken qua diagnose en prognose. Dit leidde tot de conclusie dat de visuele schalen van atrofie en WMH allemaal verschillend be\u00efnvloed worden door leeftijd en diagnose. Bij de beoordeling van deze schalen in de klinische praktijk moet de leeftijd dus worden meegenomen. Hoofdstuk 2.2 bestudeerde of deze visuele MRI schalen ook automatisch bepaald kunnen worden. Een set MRI markers werd automatisch verkregen uit T1- en FLAIR beelden, en een regressie model werd ontwikkeld om de visuele schalen te berekenen. De automatisch berekende schalen kwamen goed overeen met de visuele schalen, wat het gebruik van deze schalen in de klinische praktijk eenvoudiger kan maken. Hoofdstuk 2.3 onderzocht welke automatische maten van structurele MRI scans het best onderscheid kunnen maken tussen dementie door AD, FTD, VaD, en DLB, en controles. Een uitgebreide set van MRI maten werd gebruikt; volumetrische en morfometrische kenmerken van T1 beelden en vasculaire schade markers van FLAIR beelden. Uit deze studie concludeerde ik dat automatische MRI maten onderscheid kunnen maken tussen de meest voorkomende soorten dementia en dat verschillende methoden elkaar hierin aanvullen.\n\nClinical decision support tools in de geheugenpolikliniek\n\nHet tweede deel van dit proefschrift onderzocht of we de onderzoeken die standaard in de geheugenpolikliniek en de hierboven beschreven MRI maten, kunnen combineren om diagnostiek te verbeteren. Om dit te doen werd een clinical decision support system (CDSS) ontwikkeld. Hoofdstuk 3.1 beschreef deze clinical decision support tool, ontwikkeld om de verschillende soorten dementie van elkaar te kunnen onderscheiden. Het combineert informatie van verschillende diagnostische onderzoeken, zoals neuropsychologische testen, MRI maten (zoals beschreven in Hoofdstuk 2.2 en 2.3) en CSF biomarkers. Hier onderzocht ik of deze tool onderscheid kan maken tussen SCD, AD, VaD, FTD en DLB. De tool was zeer accuraat in het differenti\u00ebren tussen de soorten dementie en controles. Betrouwbaarheid was het hoogst voor VaD en het laagst voor DLB. Hoofdstuk 3.2 onderzocht hoe een voorloper van deze tool artsen kan ondersteunen in het combineren van biomarker bewijs (CSF en MRI) voor de ziekte van Alzheimer in pati\u00ebnten met MCI. Uit deze studie concludeerde ik dat de tool Alzheimer pathologie kan herkennen met dezelfde precisie als individuele biomarkers. De tool heeft het voordeel dat het een risico op progressie aan alle pati\u00ebnten kan geven, ongeacht incomplete of elkaar tegensprekende data. Dit geeft de artsen de kans om biomarkers in hun dagelijkse praktijk te gebruiken. Hoofdstuk 3.3 bestudeerde of de clinical decision support tool (zoals ontworpen in Hoofdstuk 2.3 en 3.1) ook mensen met SCD die een verhoogd risico op achteruitgang hebben kan herkennen, door het combineren van demografische gegevens, cognitieve testen, CSF en automatische MRI maten. Ik vond dat het combineren van deze onderzoeken in een clinical decision support tool inderdaad inzicht geeft over het beloop van eventuele achteruitgang bij cognitief normale individuen. Het voorspelmodel is vooral in staat om diegenen te identificeren die waarschijnlijk stabiel zullen blijven. Tools zoals deze, kunnen artsen ondersteunen in het interpreteren van diagnostische onderzoeken en ze te bespreken met de mensen met SCD in een geheugenpolikliniek.\n\nOverleving bij neurodegeneratieve aandoeningen\n\nHet laatste deel van dit proefschrift onderzocht of we de onderzoeken die we gebruiken voor diagnose, ook kunnen gebruiken om overleving te voorspellen in neurodegeneratieve aandoeningen. Hoofdstuk 4.1 richtte zich hierin op het vinden van voorspellers van sterfte bij pati\u00ebnten met AD. Ik vond dat, in deze relatief jonge groep van AD pati\u00ebnten, factoren gerelateerd aan de ziekte zelf geassocieerd waren met verhoogd risico op overlijden. Comorbiditeit en APOE genotype daarentegen hadden geen prognostische waarde. Tenslotte, bestudeerde Hoofdstuk 4.2 overleving in een cohort van pati\u00ebnten van de geheugenpolikliniek met een relatief jonge leeftijd en verschillende soorten dementie. Ik concludeerde dat de mediane overlevingsduur in alle pati\u00ebnten met dementie kort is, namelijk zes jaar. Jonge (\u226465 jaar) en oudere (>65 jaar) pati\u00ebnten verschilden amper van elkaar wat betreft mediane overlevingsduur. Ondanks alle inspanningen voor betere zorg en medicatie, en een toename van de levensverwachting onder de algemene Nederlandse bevolking, is de overleving van jonge pati\u00ebnten met dementie niet verbeterd sinds 2000.\n\nALGEMENE DISCUSSIE\n\nHet combineren en wegen van diagnostische onderzoeken is in de klinische praktijk lastig. Het doel van dit proefschrift was zorg te verbeteren voor pati\u00ebnten met neurodegeneratieve aandoeningen, door het gebruik van deze onderzoeken voor diagnose en prognose in samenhang inzichtelijker te maken. In de voorafgaande hoofdstukken heb ik verschillende stappen getoond die de arts kunnen helpen om onderzoeksresultaten te vertalen naar de individuele pati\u00ebnten. In deze laatste alinea\u2019s zal ik de hoofdbevindingen van dit proefschrift, als hier beneden samengevat, in de context van de huidige literatuur plaatsen. Hierbij zal ik me met name richten op methodologische aspecten, klinische implicaties en eindigen met aanbevelingen voor toekomstig onderzoek.\n\nHOOFDBEVINDINGEN VAN DIT PROEFSCHRIFT:\n\n1) Visuele schalen van atrofie en WMH worden verschillend be\u00efnvloed door leeftijd en diagnose. Dit vraagt een leeftijdsspecifieke aanpak in de praktijk. Hun diagnostische waarde lijkt het grootst bij jonge pati\u00ebnten.\n2) Visuele schalen kunnen automatisch berekend worden. Deze automatische schalen zijn even accuraat als de visuele schalen in differentiaal diagnostiek.\n3) Een combinatie van automatische MRI maten kan adequaat onderscheid maken tussen de belangrijkste soorten dementie.\n4) Een clinical decision support tool combineert en visualiseert MRI maten met cognitieve testen en CSF biomarkers, en ondersteunt de differentiaal diagnose van dementie.\n5) Een eerdere versie van deze tool is nuttig om biomarkers te combineren en wegen om bewijs te vinden voor onderliggende Alzheimer pathologie in MCI pati\u00ebnten.\n6) Een clinical decision support tool kan individuen met SCD die stabiel blijven herkennen en zo de arts ondersteunen in de keus welke pati\u00ebnt te vervolgen en welke gerust te stellen.\n7) Bij dementia door de ziekte van Alzheimer, zijn factoren gerelateerd aan de ziekte zelf geassocieerd met een verhoogd risico op overlijden, terwijl comorbiditeit en APOE genotype geen prognostische waarde hebben.\n8) Mediane overlevingsduur in pati\u00ebnten met dementie is kort, maar zes jaar, zelfs bij jonge pati\u00ebnten.\n\nMethodologische overwegingen\n\nDit proefschrift richtte zich op wegen om de arts te ondersteunen in de uitdagingen van de dagelijkse praktijk, door resultaten van diagnostische onderzoeken te vertalen naar de individuele pati\u00ebnt. De gebruikte opzet, zoals beschreven in de voorafgaande hoofdstukken, kent verschillende sterke en zwakke kanten. Om de resultaten van dit proefschrift te gebruiken in andere geheugenpoliklinieken, is het belangrijk dat de bevindingen robuust en generaliseerbaar zijn. De volgende sterke kanten van dit proefschrift dragen hier aan bij. Ten eerste, hebben we alle pati\u00ebnten volgens hetzelfde diagnostische protocol geanalyseerd. Ook waren de pati\u00ebnten van dezelfde geheugenpolikliniek 48, 49, terwijl multicenter cohorten werden gebruikt voor externe validatie voor generaliseerbaarheid (in Hoofdstuk 2.2 en 3.3).50, 51 Veruit de meeste CSF analyses werden uitgevoerd in het Neurochemisch laboratorium van het VUmc, om zo variabiliteit tussen laboratoria te minimaliseren.52 Daarnaast, maakt het groot aantal pati\u00ebnten per studie en het brede leeftijd spectrum, van 45 tot 95 jaar, onze resultaten meer robuust. Ook was de follow-up duur in de studies die prognose onderzochten aanzienlijk, wat de uitkomsten meer betrouwbaar maken, hoewel ik niet kan uitsluiten dat stabiele mensen na de studie alsnog achteruit gingen.13, 53-57 Aangezien dit proefschrift het doel had testen te optimaliseren voor dagelijkse praktijk, moeten de gebruikte methoden ook kunnen gaan met ontbrekende data. Hiervoor, gebruikten we data typisch voor geheugenpoliklinieken, namelijk veelal incompleet en van wisselende kwaliteit, om zo diagnostiek te verbeteren in situaties die het meest lijken op die waar de arts mee te maken heeft. De ontwikkelde clinical decision support system (CDSS) kan daarnaast omgaan met incomplete data doordat de tool alle beschikbare informatie meeneemt en niet pati\u00ebnten uitsluit vanwege incomplete data.29, 30, 34, 58\n\nEnkele beperkingen moeten ook besproken worden. Ten eerste, geldt voor alle studies dat de klinische diagnose (gebaseerd op demografie, cognitieve testen, CSF en MRI) gezien werd als gouden standaard. Echter de diagnose kan in veel gevallen alleen bevestigd worden door autopsie.59-63 Vooral bij oudere pati\u00ebnten kan bijvoorbeeld atrofie ook het effect zijn van WMH of hippocampale sclerose en niet van Alzheimer pathologie.64, 65 Ik kan dus pati\u00ebnten geselecteerd hebben die onjuist gediagnosticeerd zijn met een bepaalde soort dementie. Ook waren artsen niet geblindeerd voor de CSF en MRI resultaten, wat tot cirkelredenaties kan hebben geleid. Echter alle diagnoses werden gemaakt in ons multidisciplinair overleg, waar de klinische kenmerken en het cognitief profiel leidend zijn. Ten tweede, hoewel de totale grootte van de groepen aanzienlijk waren, waren sommige subgroepen klein. Dit gold vooral voor FTD en de subtypes van FTD (in Hoofdstuk 2.2, 2.3, 3.1 en 4.1), wat de resultaten kan hebben be\u00efnvloed door een groot verschil in kliniek en atrofie patroon tussen de subtypen.18, 39, 60, 66-70 Een derde beperking kan het gebruik van SCD individuen als controle groep zijn. Zoals getoond in Hoofdstuk 3.3, is SCD een groep waarin een minderheid van de pati\u00ebnten onderliggende Alzheimer heeft. Echter zelfs in \u201cgezonde controles\u201d kan onderliggende neurodegeneratie niet worden uitgesloten, aangezien een derde van de \u2018normale\u2019 ouderen AD pathologie heeft en aangezien vasculaire pathologie toeneemt met de leeftijd (Hoofdstuk 2.1).71, 72\n\nKlinische implicaties\n\nUit dit proefschrift komen tevens verschillende aanbevelingen voor de dagelijkse praktijk voort. Hoofdstuk 2.1, 2.2 en 2.3 onderzochten manieren om meer informatie uit MRI scans te halen voor klinisch gebruik. De hoofdstukken beschrijven vrij eenvoudige methoden, zoals het toepassen van leeftijdsgebonden afkapwaarden en software om scans automatisch te analyseren. Deze methoden kunnen worden toegepast in de praktijk, ongeacht het niveau van ervaring van de kliniek en zou het niveau van zorg kunnen verhogen. Echter, een klinische diagnose wordt niet gebaseerd op MRI scans alleen, maar op de combinatie van verschillende soorten onderzoeken.8, 49 We moeten daarom de visuele schalen en automatische MRI maten combineren met resultaten van demografie, cognitieve testen en CSF biomarkers. Hoofdstuk 3.1 presenteerde een clinical decision support system (CDSS) als een manier om data te combineren en wegen.30, 34 Hoofdstuk 3.2 toonde dat de tool ook kan ondersteunen in het gebruik van biomarkers bij MCI waarbij de arts de NIA-AA research criteria op een gebalanceerde manier kan toepassen.4, 11 Zowel de arts als de pati\u00ebnt kunnen zo meer zekerheid krijgen over de oorzaak van de klachten en de schatting van het verdere beloop. Hoofdstuk 3.3 liet zien dat de tool ook helpen in het combineren van verschillende soorten onderzoeken bij SCD. Zo kan de tool de arts ondersteunen in de keuze de pati\u00ebnt te vervolgen of gerust te stellen.73-83\n\nClinical decision support tools als hier beschreven, kunnen vooral nuttig zijn voor minder ervaren artsen en kan zorgen voor gelijke behandeling van pati\u00ebnten ongeacht het ziekenhuis waar zij zijn. Echter de tool is geen magie en de accuraatheid niet perfect. Het doel van de CDSS is dan ook niet om de arts te vervangen, maar de arts te ondersteunen door de resultaten te visualiseren en zo overzicht te cre\u00ebren. Figuur 5 toont een voorbeeld van hoe de resultaten gevisualiseerd worden in deze tool. Deze tools kunnen ook helpen met het bespreken van resultaten met pati\u00ebnten. Recent onderzoek heeft laten zien dat pati\u00ebnten graag actief betrokken willen worden bij beslissingen omtrent onderzoeken, maar dat zij het gevoel hebben informatie over het nut van de onderzoeken te missen.47, 84\n\nTenslotte, toonde Hoofdstuk 4.1 dat we het beloop van de ziekte op zich niet kunnen voorspellen, maar wel dat op groepsniveau een hogere leeftijd en meer ernstige AD-gerelateerde factoren de kortste overleving geven. Hoofdstuk 4.2 liet zien dat op groepsniveau in pati\u00ebnten met dementie een aanzienlijk kortere mediane overleving hebben in vergelijking met de algemene Nederlandse bevolking.85 Artsen moeten zich dus bewust zijn van het feit dat neurodegeneratieve aandoeningen dodelijk zijn, vooral in jonge pati\u00ebnten. Bij deze pati\u00ebnten is het belangrijk tijdig gesprekken over advanced care planning te voeren, zelfs als zij niet kwetsbaar ogen of de surprise question\u201d, de vraag \u201czou u verbaasd zijn als deze pati\u00ebnt binnen een jaar overlijdt?\u201d, negatief wordt beantwoord.86, 87 Tenslotte zou het kunnen dat veranderingen in pati\u00ebntenzorg, bijvoorbeeld nieuwe criteria, de afgelopen jaren hebben geleid tot meer aandacht voor dementie en zo een eerdere diagnose-stelling.88 Hoofdstuk 4.2 liet echter zien dat ondanks deze alertheid, de mediane overlevingsduur onder jonge pati\u00ebnten niet is toegenomen tussen 2000 en 2014. De angst dat alertheid zou leiden tot te vroege diagnose en dus alleen een toename van ziektejaren, lijkt hiermee ongegrond.\n\nResultaten tool\n- DLB DSI 0.74\n- Controle DSI 0.32\nxx = DLB, xx = controle\n\nResultaten tool\n- DLB DSI 0.74\n- AD DSI 0.59\nxx = DLB, xx = AD\n\nFiguur 5. Resultaten van de PredictND tool voor een pati\u00ebnt, resulterend in een disease state index en fingerprint.\n\nToekomstig onderzoek\n\nDit proefschrift leidt ook tot verschillende aanbevelingen voor verder onderzoek. Hoofdstuk 2.2, 2.3 en 3.1 toonden dat clinical decision support tools nuttig zijn, maar nog niet optimaal. Hoewel AD en VaD goed herkend worden door de tool, is dit veel minder bij DLB en FTD. Bij DLB komt dit waarschijnlijk door de veel voorkomende comorbide Alzheimer pathologie met \u2018Alzheimer light\u2019 profiel in de CSF 89 en een aspecifiek atrofie patroon op de MRI.23, 90-94 Het is dan ook niet zonder reden dat de nieuwe DLB criteria het belang van andere klinische kenmerken, zoals hallucinaties, parkinsonisme en slaapstoornissen benadrukken.6, 95 Het toevoegen van deze kenmerken aan de tool zou het herkennen van DLB kunnen verbeteren. Bij FTD is herkenning wellicht moeilijk door vaak subtiele veranderingen op de cognitieve testen en een overlap qua temporale atrofie met AD.96 Andere klinische kenmerken, met name veranderingen in gedrag en taal, zijn veel belangrijker in het klinisch beeld van FTD pati\u00ebnten.7 Ook het toevoegen van deze kenmerken aan de tool kan helpen. Verder zouden meer uitgebreide automatische MRI maten, als links-rechts en anterior-posterior verschillen, nuttig kunnen zijn bij het herkennen van atrofie patronen bij FTD.\n\nOm clinical decision support tools te gebruiken voor prognose in MCI en SCD, is het goed te kijken hoe de tool omgaat met de nieuwe A (amylo\u00efd depositie)-T (pathologisch tau)- N (neurodegeneratie) classificatie van de NIA-AA.9 Verder onderzoek zou zich ook kunnen richten op wat artsen nodig hebben en verlangen van een CDSS. Dit proefschrift toonde dat een CDSS kan helpen in het combineren en wegen van data en het visualiseren van data op een overzichtelijke manier. De vraag blijft of artsen zich hiermee geholpen voelen. Om de bijdrage van de tool aan de dagelijkse klinische praktijk te onderzoeken, wordt de tool op dit moment getest in een prospectieve studie in meerdere Europese geheugenpoliklinieken. Ook de diagnose en het vertrouwen in de diagnose voor en na het gebruik van de tool worden vastgelegd. Deze studie wordt echter uitgevoerd in klinieken volledig gespecialiseerd in cognitieve aandoeningen, terwijl artsen met minder ervaring meer profijt zouden kunnen hebben van tools zoals de CDSS en automatische MRI analyses. Een haalbaarheid en validatie studie in perifere geheugenpoliklinieken zou een volgende stap kunnen zijn om dit verder te onderzoeken.\n\nTenslotte, lieten Hoofdstuk 4.1 en 4.2 zien dat we nog niet de ziekteduur per pati\u00ebnt kunnen voorspellen. Ook dit verdient nader onderzoek. Voor zowel de arts als de pati\u00ebnt is het belangrijk nauwkeurigere informatie te verkrijgen over het beloop en de duur van de ziekte. Daarom moeten we betere voorspellers vinden om de ziekteprogressie te bepalen. Nieuwe studies kunnen zich bijvoorbeeld richten op neurofilamenten in CSF, ontstekingswaarden in bloed, MRI markers die de leeftijd van het brein voorspellen, of \u201cwearables\u201d, apparaten die pati\u00ebnten kunnen gebruiken en die de activiteiten van de pati\u00ebnt thuis kunnen meten.97-99\n\nConcluderend, waren de belangrijkste bevindingen van dit proefschrift:\n\n1) Structurele MRI scans kunnen optimaler worden benut als leeftijd mee wordt genomen in het toepassen van visuele schalen. Verder kunnen deze schalen automatisch berekend worden en kan een combinatie van automatische MRI maten onderscheid maken tussen de belangrijkste soorten dementie.\n2) Een clinical decision support tool kan MRI maten combineren en visualiseren met cognitieve testen en CSF biomarkers, en helpt bij de differentiaal diagnose van dementie. Deze tool is ook in staat onderliggende Alzheimer pathologie bij MCI te tonen en individuen met SCD te herkennen die stabiel blijven.\n3) Tenslotte, in dementia door ziekte van Alzheimer, zijn factoren gerelateerd aan de ziekte zelf, geassocieerd met verhoogd risico op overlijden, terwijl comorbiditeit of APOE genotype geen prognostische waarde hadden. De mediane overleving in pati\u00ebnten met dementie is kort, maar zes jaar, zelfs bij jonge pati\u00ebnten.\n\nOm de zorg voor pati\u00ebnten met (beginnende) neurodegeneratieve aandoeningen te verbeteren, kunnen de studies van dit proefschrift worden uitgebreid, door extra kenmerken toe te voegen aan clinical decision support tools en door betere determinanten vinden voor het voorspellen van prognose. De bevindingen van dit proefschrift moeten verder gevalideerd en gerepliceerd worden in prospectieve multicenter cohort studies.","summary":"No English summary is available. You can read the Dutch summary <a href=\"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/portfolio\/hanneke-rhodius-meester\/\">here<\/a>.","auteur":"Hanneke Rhodius Meester","auteur_slug":"hanneke-rhodius-meester","publicatiedatum":"24 september 2018","taal":"EN","url_flipbook":"https:\/\/ebook.proefschriftmaken.nl\/ebook\/hannekerhodiusmeester?iframe=true","url_download_pdf":"","url_epub":"","ordernummer":"FTP-202604020944","isbn":"978-94-93019-19-5","doi_nummer":"","naam_universiteit":"Vrije Universiteit Amsterdam","afbeeldingen":7282,"naam_student:":"","binnenwerk":"","universiteit":"Vrije Universiteit Amsterdam","cover":"","afwerking":"","cover_afwerking":"","design":""},"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio\/7278","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/types\/us_portfolio"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/users\/8"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=7278"}],"version-history":[{"count":1,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio\/7278\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":7279,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio\/7278\/revisions\/7279"}],"wp:featuredmedia":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/media\/7281"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=7278"}],"wp:term":[{"taxonomy":"us_portfolio_category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio_category?post=7278"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}