{"id":7044,"date":"2026-04-01T14:51:19","date_gmt":"2026-04-01T14:51:19","guid":{"rendered":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/portfolio\/gert-den-bakker\/"},"modified":"2026-04-01T14:51:24","modified_gmt":"2026-04-01T14:51:24","slug":"gert-den-bakker","status":"publish","type":"us_portfolio","link":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/portfolio\/gert-den-bakker\/","title":{"rendered":"Gert Den Bakker"},"content":{"rendered":"","protected":false},"excerpt":{"rendered":"","protected":false},"author":8,"featured_media":7045,"comment_status":"closed","ping_status":"closed","template":"","meta":{"_acf_changed":false,"footnotes":""},"us_portfolio_category":[45],"class_list":["post-7044","us_portfolio","type-us_portfolio","status-publish","has-post-thumbnail","hentry","us_portfolio_category-new-template"],"acf":{"naam_van_het_proefschift":"The Dutch interwar economy revisited","samenvatting":"Het interbellum is een unieke periode in de Nederlandse economische geschiedenis. V\u00f3\u00f3r 1987 was er echter geen geschikte statistische informatie beschikbaar om de economie in die jaren goed te analyseren. Om deze situatie te verbeteren, wordt in deze studie een dataset met nationale rekeningen-gegevens samengesteld. Op basis van deze nieuwe cijfers worden de economische ontwikkelingen in het interbellum geanalyseerd.\n\nHoofdstuk 2 geeft een overzicht van de in de loop van de tijd beschikbaar gekomen cijfers over de economie van Nederland in het interbellum, vanaf de eerste offici\u00eble nationale inkomensraming voor 1929 (CBS, 1933) tot de cijfers van deze studie. De nieuwe ramingen zijn opgesteld binnen het integratiekader van het systeem van nationale rekeningen. Ze vormen een consistente dataset die ook gedetailleerder is dan de bestaande fragmentarische cijfers. Bij de start van deze studie waren de meest recente cijfers die van ZWO\/CBS, deze zijn samengesteld in de jaren vijftig. De nieuwe ramingen verschillen aanzienlijk van de ZWO\/CBS-cijfers. Zo is het bbp gemiddeld met 2,7 procent naar beneden en het netto nationaal inkomen met gemiddeld 2,5 procent naar boven bijgesteld. Bovendien was de gemiddelde jaarlijkse re\u00eble groei van het netto nationaal inkomen tijdens het interbellum volgens deze studie 2,2 procent en 1,9 procent volgens eerdere cijfers. De verschillen tussen de nieuwe en oude cijfers zijn groter voor individuele jaren en voor variabelen op lagere aggregatieniveaus.\n\nIn het ZWO\/CBS-project werden geen nieuwe cijfers over de werkgelegenheid en werkloosheid in het interbellum geraamd. In de loop van de tijd zijn door het CBS slechts enkele ge\u00efsoleerde cijfers gepubliceerd. De verschillen tussen de nieuwe en bestaande cijfers zijn vrij groot; de werkloosheid was veel hoger dan eerder werd aangenomen. In 1935 overschreed de totale werkloosheid 657 000 arbeidsjaren, dat is 19,4 procent van de totale beroepsbevolking. De oude cijfers varieerden van 368 000 tot 539 000 werklozen. De hoogste werkloosheid onder loonarbeiders was 22,6 procent van de afhankelijke beroepsbevolking. De cijfers op bedrijfsklasse niveau waren zelfs nog dramatischer. In bijvoorbeeld de metaalindustrie was de werkloosheid 42,6 procent in 1935. Een jaar later was dat percentage 47,0 in de bouw en zelfs 53,5 in de bouwmaterialenindustrie.\n\nDe Nederlandse economie in het interbellum, in het bijzonder de jaren dertig, was het onderwerp van een overweldigend aantal studies. In hoofdstuk 2 wordt het debat over de ontwikkeling van de Nederlandse economie in de jaren 1921-39 gepresenteerd, te beginnen met de interpretatie van de tijdgenoten Tinbergen en Keesing. De meeste auteurs concludeerden dat het economische en monetaire beleid in de jaren dertig verantwoordelijk was voor de ernst en de lange duur van de economische crisis in Nederland. Andere genoemde redenen voor de crisis zijn onder andere de structuur van de Nederlandse economie en de zeer hoge bevolkingsgroei in Nederland. De publicatie van de eerste voorlopige resultaten van deze studie leidde tot veel media-aandacht, vooral de vergelijking van de crises in de jaren dertig en tachtig. De publicatie gaf ook aanleiding tot kritiek die gedeeltelijk in de huidige publicatie is verwerkt. Zo wordt de ontwikkeling van het volume van het bbp per hoofd van de bevolking nu ook geanalyseerd en in een internationaal perspectief geplaatst.\n\nDe cijfers in deze studie worden geraamd in het kader van de nationale rekeningen, inclusief een social accounting matrix. In hoofdstuk 3 worden enkele aspecten van deze integratiekaders besproken die belangrijk zijn voor deze studie. Het hoofdstuk behandelt ook de internationale richtlijnen voor nationale rekeningen, deze worden in bijna alle landen toegepast. Dat maakt vergelijkingen tussen landen mogelijk. De concepten die in deze studie zijn gebruikt zijn die van het SNA uit 1968. Volumeveranderingen van economische variabelen spelen een belangrijke rol bij het beschrijven van de ontwikkeling van een economie. Een voorbeeld is de verandering van het bbp-volume (economische groei of economische krimp). De belangrijkste theoretische en praktische aspecten van het bepalen van prijs- en volumeveranderingen van (historische) nationale rekeningen-gegevens komen aan de orde. Bovendien worden enkele problemen bij het samenstellen van tijdreeksen van nationale rekeningen-gegevens besproken.\n\nDe gegevensbronnen en ramingsmethoden die worden gebruikt bij het ramen van de nationale rekeningen-cijfers voor het interbellum zijn het onderwerp van hoofdstuk 4. Er is een grote verscheidenheid aan bronmateriaal gebruikt, zowel gepubliceerd als niet-gepubliceerd. Het gaat meestal om gegevens die werden verzameld en verwerkt door het CBS. Er zijn ook cijfers afkomstig van ministeries, overheidsinstellingen en bedrijven. In de gegevensbronnen zijn veel verschillende classificaties gebruikt. In deze studie worden de bedrijfsklassen geclassificeerd volgens de SBI 1974 industri\u00eble classificatie van het CBS. Dit betekent dat herclassificaties moeten plaatsvinden om tot die classificatie te komen. Voor 1920, 1930 en 1938 is meer informatie beschikbaar dan voor de andere jaren, waardoor het mogelijk is om die jaren als steekjaren te kiezen.\n\nIn hoofdstuk 5 worden de macro-economische ontwikkelingen in het interbellum geanalyseerd. Ze worden ook vergeleken met die in de jaren zeventig en tachtig. Deze jaren vertonen in sommige opzichten opmerkelijke overeenkomsten met de periode 50 jaar eerder. Bovendien worden de Nederlandse cijfers in een internationaal perspectief geplaatst. De gemiddelde jaarlijkse economische groei tijdens het interbellum als geheel verschilde nauwelijks van het gemiddelde van de OECD-24 en de EEC-12. Het Nederlandse cijfer was iets beter in de jaren twintig, maar slechter in de jaren dertig. Analyses van de jaren dertig komen meestal tot de conclusie dat de economische crisis in Nederland dieper was dan in het buitenland en langer duurde. Uit de cijfers van deze studie blijkt echter dat die conclusies genuanceerd moeten worden. Bij het vergelijken van de economische groei in Nederland met die in andere landen is van belang welke landen of landengroepen in de vergelijking worden betrokken.\n\nDe prestaties van de Nederlandse economie in de eerste helft van de jaren dertig waren relatief zwak. De opvatting dat het herstel in de tweede helft van de jaren dertig zwakker was dan in het buitenland, moet echter worden gewijzigd. In de jaren 1935-39 was de gemiddelde jaarlijkse groei van het bbp-volume (gemiddelde economische groei) in Nederland gelijk aan het gemiddelde van de EEC-12 en slechts 1,0 procentpunt lager dan het gemiddelde van de OECD-24. Het dieptepunt in Nederland (9,5 procent onder het niveau van 1929) was veel minder diep dan het gemiddelde van de OECD-24 (15,5 procent onder het niveau van 1929) en net iets dieper dan het gemiddelde van de EEC-12 (9,0 procent onder het niveau van 1929). De daling van het bbp-volume in Nederland in de jaren 1930-34 overtrof, samen met Frankrijk en Duitsland, die van alle landen van de EEC-12. Nederland was het laatste land in de OECD-24 dat zijn dieptepunt, in 1934, bereikte, twee jaar later dan het gemiddelde van zowel de OECD-24 als de EEC-12. In de jaren 1935-39 overtrof de groei in Nederland die van alle EEC-12-landen, met uitzondering van de sterk groeiende As-landen. In Nederland werd het niveau van voor de crisis weer bereikt in 1937; voor het gemiddelde van de OECD-24 was dat een jaar eerder en voor de EEC-12 was dat twee jaar eerder. Het herstel in Nederland was relatief sterk en de herstelperiode was een jaar korter dan het gemiddelde van the OECD-24 en gelijk aan het gemiddelde van de EEC-12.\n\nHet bbp per hoofd van de bevolking is een betere indicator om de welvaart van een land te beoordelen dan het bbp. De ontwikkeling van de Nederlandse economie in internationaal perspectief is veel minder gunstig als de volumemutatie van het bbp per hoofd van de bevolking als maatstaf wordt genomen. Dit is een gevolg van de relatief hoge bevolkingsgroei in Nederland. In de jaren 1930-39 was de gemiddelde jaarlijkse volumemutatie van het bbp per hoofd van de bevolking in Nederland lager dan het gemiddelde van zowel de OECD-24 als de EEC-12. Van de Europese OECD-24 landen was alleen in Nederland en Spanje de volumemutatie negatief. In de eerste helft van de jaren dertig was de economische groei per hoofd van de bevolking in Nederland -3,3 procent, dat was lager dan het gemiddelde van de OECD-24 (-2,7 procent) en de EEC-12 (-1,0 procent). Op het dieptepunt van de crisis was het volume van het bbp per hoofd van de bevolking in Nederland 15,5 procent lager dan het niveau van voor de crisis; voor de EEC-12 en de OECD-24 was dat respectievelijk 10,7 en 17,7 procent. Het dieptepunt in Nederland kwam twee jaar later dan het gemiddelde van de OECD-24 en de EEC-12.\n\nIn de jaren dertig was de werkloosheid in Nederland hardnekkig en bereikte pas een maximum in 1935 en 1936; de werkloosheid van loonarbeiders in die jaren was respectievelijk 22,6 en 22,5 procent van de afhankelijke beroepsbevolking. In 1939 was deze werkloosheid met 12,6 procent nog steeds hoog. De werkloosheid in de jaren dertig was de hoogste ooit in Nederland. Het beeld van de werkloosheid was erg slecht op macroniveau, maar was nog dramatischer op het niveau van de bedrijfsklassen. De werkloosheid onder loonarbeiders vertoonde grote verschillen tussen bedrijfsklassen. De bouw en aanverwante bedrijfsklassen werden het hardst getroffen: de helft van de werknemers was daar werkloos in 1936. De werkloosheid in de diensten was gemiddeld ongeveer een derde van die in de nijverheid tijdens de crisisjaren. Alleen in transport, opslag en communicatie was de werkloosheid ongeveer hetzelfde als in de nijverheid.\n\nIn hoofdstuk 6 worden de meso-economische ontwikkelingen in het interbellum geanalyseerd. De bedrijfsklassen werden niet allemaal even zwaar getroffen door de economische crisis en het herstel was ook verschillend. In de jaren 1930-32 daalde het volume van de toegevoegde waarde in de metaalindustrie gemiddeld met 17,1 procent per jaar en in de bouw en aanverwante industrie\u00ebn was dit percentage 11,0. De daling was het laagst in de voedingsmiddelen-, dranken- en tabaksindustrie: gemiddeld -1,2 procent per jaar. De metaalindustrie werd het zwaarst getroffen door de crisis en vertoonde een navenant sterk herstel. Het herstel in de ook zwaar getroffen bouw was veel minder uitgesproken. Deze grote bedrijfsklassen hadden een forse negatieve invloed op de ontwikkeling van de economie. Ze herstelden niet van de crisis v\u00f3\u00f3r het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. In de diensten lag het dieptepunt van het volume van de toegevoegde waarde 2,0 procent onder het niveau van 1929, wat veel minder was dan in de economie als geheel (8,2 procent onder het niveau van 1929). Het grote belang van de diensten voor de Nederlandse economie had een matigende invloed op de ernst van de economische crisis van de jaren dertig.\n\nOndanks de crisis was de gemiddelde jaarlijkse stijging van de re\u00eble lonen in de jaren 1930-34 met 1,5 procent nog steeds duidelijk positief en zelfs nog iets hoger dan tijdens de herstelperiode in de tweede helft van de jaren dertig. In 1939 waren de re\u00eble lonen uiteindelijk gemiddeld 15,4 procent hoger dan in 1929. Maar in de bouw en aanverwante bedrijfsklassen werd het niveau van de re\u00eble lonen van v\u00f3\u00f3r de crisis niet meer bereikt. De ontwikkeling van het re\u00eble loon per loonarbeider was opmerkelijk. Zelfs tijdens de eerste drie jaar van de economische crisis stegen deze lonen; in 1933 lagen die 24,4 procent boven het niveau van voor de crisis.\n\nHoofdstuk 7 presenteert een analyse van de levensstandaard per sociaal-economische subgroep in 1938. Na jaren van crisis en herstel was de verdeling van inkomsten en uitgaven over sociaal-economische subgroepen nogal ongelijk. De problemen van de armste groepen om meer dan alleen de basisbehoeften te vervullen blijkt uit het zeer hoge aandeel van de uitgaven aan voedsel in hun bestedingen: ongeveer 50 procent. In de meer welvarende subgroepen was dit 20 procent. In hoofdstuk 7 wordt ook de sociaaleconomische situatie in 1938 vergeleken met die in 1987. Die jaren nemen ongeveer dezelfde positie in met betrekking tot de jaren van crisis en herstel. De cijfers voor 1938 zijn gebaseerd op de historische sociale accounting matrix die in deze studie is samengesteld. Een vergelijking tussen de twee jaren laat zien dat er in 50 jaar opmerkelijke sociaaldemografische veranderingen hebben plaatsgevonden. Het gemiddelde huishouden werd bijvoorbeeld veel kleiner: 2,5 personen in 1987 versus 4,0 in 1938. Het aantal boerenhuishoudens daalde van 10,4 tot 1,6 procent van het totaal. In 1987 was het consumptievolume per hoofd van de bevolking bijna drie keer zo hoog als in 1938. Bovendien is de verdeling van inkomsten en uitgaven over subgroepen van huishoudens veel minder ongelijk geworden. Het aandeel van de uitgaven aan voedsel in de bestedingen is in vijf decennia meer dan gehalveerd; bovendien zijn de verschillen tussen de subgroepen in 1987 veel kleiner dan in 1938.\n\nIn de afgelopen 100 jaar zijn er drie ernstige economische recessies geweest. In hoofdstuk 8 worden de crises van de jaren dertig, de jaren tachtig en 2008 met elkaar vergeleken. De crisis van de jaren dertig was de zwaarste van de drie; de daling van het bbp-volume was het grootst en bovendien duurde de crisis lang. De duur van de crisis van 2008 was hetzelfde, maar de daling van het bbp-volume was veel minder. De crisis van de jaren tachtig was relatief kort en de daling van het bbp-volume was de laagste van de drie crises. De ontwikkeling van het volume van de consumptie door huishoudens vertoont enkele opmerkelijke verschillen. Tijdens de crisis van de jaren dertig nam het volume elk jaar toe, behalve in 1934. Tijdens zowel de crisis van de jaren tachtig als die van 2008 daalde het volume echter al aanzienlijk in het eerste crisisjaar en bleef in alle jaren onder het niveau van voor de crisis. Tijdens de crisis of 2008 was de ontwikkeling van het volume van de consumptie door huishoudens het ongunstigst van de drie crises.\n\nTijdens de crisis van de jaren dertig vertoonden de overheidsbestedingen een gematigd anticyclisch verloop, alleen tijdens de eerste crisisjaren was de ontwikkeling vrij sterk. Vanaf het midden van de crisisjaren kan de ontwikkeling van de overheidsbestedingen niet als anticyclisch worden beschouwd. Zowel tijdens de crisis van de jaren tachtig als tijdens de crisis van 2008 was het verloop van de overheidsbestedingen cyclisch. De ontwikkeling van de buitenlandse handel was verschillend tijdens de drie crises; dit geldt zowel voor de uitvoer als de invoer. Tijdens de crisis van de jaren dertig werd de buitenlandse handel zwaarder getroffen dan tijdens de andere twee crises. Tijdens de crisis van de jaren tachtig daalde het uitvoervolume alleen in 1982; het volume van de uitvoer kwam niet onder het niveau van v\u00f3\u00f3r de crisis. Tijdens de crisis van 2008 daalde het volume van de uitvoer alleen in 2009, maar de daling was sterk. Het algemene beeld van de ontwikkeling van de invoer tijdens de crises was hetzelfde als die van de uitvoer.\n\nWerkloosheid stijgt aanzienlijk tijdens een economische recessie. De werkloosheid was veruit het hoogst tijdens de crisis van de jaren dertig en het laagst tijdens de crisis van 2008. In de jaren dertig piekte de werkloosheid op 19,4 procent van de beroepsbevolking. De piek in de jaren tachtig was 10,2 procent en tijdens de crisis van 2008 was het maximum 7,4 procent. Zowel tijdens de crisis van de jaren dertig als de crisis van 2008 was de werkloosheid hardnekkig; de daling begon pas na zes crisisjaren. In de jaren tachtig was dat na drie jaar het geval. De werkloosheid nam tijdens de crisis van de jaren dertig veel sneller toe dan tijdens de beide andere crises. De werkloosheid was steeds het hoogst \u00e9\u00e9n jaar na het dieptepunt van het bbp-volume en de crisis was voorbij een jaar na het hoogtepunt van de werkloosheid.\n\nIn het interbellum kunnen twee perioden worden onderscheiden. De jaren twintig met krachtige economische groei en de jaren dertig met een diepe economische crisis die gepaard ging met extreem hoge en hardnekkige werkloosheid. Vooral in de tweede helft van de jaren twintig presteerde de Nederlandse economie beter dan die in het buitenland. Nederland was het laatste land waar het dieptepunt van de crisis werd bereikt. Het daaropvolgende herstel was krachtiger dan in het buitenland.","summary":"The interwar period is a unique period in Dutch economic history. However, before 1987, adequate statistical information was not available to properly analyse the economy in those years. To improve this situation, a dataset with national accounting data was compiled in this study. Based on these new figures the economic developments in the interwar period are analysed.\n\nChapter 2 provides an overview of the available data on the Dutch interwar economy over time; from the first official national income estimate for 1929 (CBS, 1933) to the figures of this study. The new estimates are compiled within the integration framework of the system of national accounts. They form a consistent dataset that is also more detailed than the existing fragmentary figures. At the start of this study, the most recent figures available were those of ZWO\/CBS, which were compiled in the 1950s. The new estimates differ substantially from the ZWO\/CBS figures. For instance, GDP was adjusted downwards on average by 2.7 percent and net national income was revised upwards by an average of 2.5 percent. Furthermore, according to this study average annual real growth of net national income during the interwar years was 2.2 percent and 1.9 percent according to previous figures. The differences between the new and old figures are larger for individual years and for variables at lower aggregation levels.\n\nIn the ZWO\/CBS project no new figures about employment and unemployment in the interwar years were estimated. In the course of time, only a few isolated figures were published by the CBS. The differences between the new and existing figures are quite large; unemployment was much higher than previously assumed. In 1935 total unemployment exceeded 657 000 working years, which was 19.4 percent of the total labour force. The old unemployment figures varied from 368 000 to 539 000. The highest unemployment among wage labourers was 22.6 percent of the dependent labour force. The figures at industry level were even more dramatic. For example, unemployment in the metal industry in 1935 was 42.6 percent. A year later that percentage was 47.0 in construction and even 53.5 in the building materials industry.\n\nThe Dutch economy in the interwar years, especially the 1930s, was the subject of an overwhelming number of studies. In chapter 2, the debate about the development of the Dutch economy in the years 1921-39 is presented, starting with the interpretation of the contemporaries Tinbergen and Keesing. Most authors concluded that economic and monetary policy in the 1930s was responsible for the seriousness and long duration of the economic crisis in the Netherlands. Other reasons mentioned for the crisis are, for example, the structure of the Dutch economy and the very large population growth in the Netherlands. The publication of the first provisional results of this study led to much media attention; especially the comparison of the crises in the 1930s and the 1980s. The publication also gave rise to some criticism that is partly incorporated in the current publication. For example, the development of GDP per capita volume is now also being analysed and placed in an international perspective.\n\nThe figures in this study are estimated within the framework of the national accounts, including a social accounting matrix. In chapter 3, some aspects of these integration frameworks, which are important for this study, are discussed. The chapter also deals with international guidelines for national accounts that are used in almost all countries. This makes comparisons between countries possible. The concepts used in this study were those of the 1968 SNA. Volume changes of economic variables play an important role in describing an economy. An example is the GDP volume change (economic growth or economic contraction). A discussion of the most important theoretical and practical aspects of determining price and volume changes of (historical) national accounting data is presented. Moreover, some issues in compiling time series of national accounting data are discussed.\n\nThe subject of chapter 4 is the data sources and estimation methods used to estimate the national accounting figures for the interwar period. A wide variety of source material was used, both published and unpublished. In most cases, it concerned data collected and processed by the CBS. Data were also from ministries, government agencies and companies. In the data sources many different classifications were used. In this study, industries were classified according to the SBI 1974 industrial classification of the CBS. This meant that reclassifications had to take place in order to arrive at the SBI 1974. More information is available for 1920, 1930 and 1938 than for the other years, which makes it possible to choose those years as benchmark years.\n\nIn chapter 5, the macroeconomic developments in the interwar period are analysed. They are also compared to those in the 1970s and 1980s. These years have, in some respects, remarkable similarities with the period 50 years earlier. Furthermore, the Dutch interwar figures are placed in an international perspective. Dutch average annual economic growth during the interwar period as a whole did not differ substantially from the average of the OECD-24 and the EEC-12. The Dutch figure was slightly better in the 1920s, but worse in the 1930s. Analyses of the 1930s usually conclude that the economic crisis in the Netherlands was deeper than abroad and lasted longer. However, the figures from this study show that those conclusions must be nuanced. When comparing Dutch economic growth with growth in other countries, the question is which countries or group of countries should be included in the comparison and for which years or periods the comparison can best be done.\n\nThe Dutch economic performance was relatively weak in the first half of the 1930s. However, the view that the recovery in the second half of the 1930s was weaker than abroad should be changed. In the years 1935-39, Dutch average annual growth was equal to the average of the EEC-12 and only 1.0 percentage point lower than the average of the OECD-24. The low point in the Netherlands (9.5 percent below the 1929 level) was much less deep than the OECD-24 average (15.5 percent below the 1929 level) and just a little deeper than the EEC-12 average (9.0 percent below the 1929 level). The fall in Dutch GDP volume in the years 1930-34, together with that of France and Germany, exceeded that of all EEC-12 countries. The Netherlands was the last country in the OECD-24 to reach its low point in 1934, two years later than the average in the OECD-24 and EEC-12. In the years 1935-1939 Dutch growth exceeded that of all EEC-12 countries, apart from the exceptionally growing axis countries. In the Netherlands, the pre-crisis level was reached again in 1937; the average in the OECD-24 was reached one year earlier and in the EEC-12 that was two years earlier. The recovery in the Netherlands was relatively strong and the recovery period was one year shorter than the OECD-24 average and the same as the EEC-12 average.\n\nGDP per capita volume is a better indicator to evaluate a country\u2019s prosperity than GDP volume. The Dutch interwar economic performance in an international perspective was much less favourable when looking at the GDP per capita volume. This is a consequence of the relatively high population growth in the Netherlands. In the 1930s as a whole Dutch average annual GDP per capita volume growth was lower than the average in both the OECD-24 and the EEC-12. Of the European OECD-24 countries, only in the Netherlands and Spain average annual GDP per capita volume growth was negative. In the first half of the 1930s, Dutch average annual GDP per capita volume change was -3.3 percent, which was lower than the average in the OECD-24 (-2.7 percent) and the EEC-12 (-1.0 percent). At the low point of the crisis, Dutch GDP per capita volume was 15.5 percent below the pre-crisis level; for the EEC-12 and the OECD-24 that was 10.7 and 17.7 percent respectively. The low point in the Netherlands was two years later than the average of the OECD-24 and the EEC-12.\n\nIn the 1930s, unemployment in the Netherlands was persistent and only reached its maximum in 1935 and 1936; the unemployment rate of wage labourers in those years was 22.6 and 22.5 percent of the dependent labour force respectively. In 1939, this unemployment was still 12.6 percent. Unemployment in the 1930s was the highest ever in the Netherlands. The picture of unemployment was very poor at the macro level, but was even more dramatic at the industry level. The unemployment of wage labourers showed great differences between industries. Construction and related industries were hit hardest: half of their workers were unemployed in 1936. Unemployment in services was on average about one third of that in industry during the crisis years. Only in transport, storage and communication unemployment was about the same as in industry.\n\nIn chapter 6, the mesoeconomic developments in the interwar period are analysed. The industries were not all equally affected by the economic crisis and the recovery was also different. The metal industry and construction were hit hard by the crisis. In the years 1930-32, the volume of the value added in the metal industry decreased on average by 17.1 percent per year and in constructions and related industries this percentage was 11.0. The decline was the lowest in the food, beverages and tobacco industry: an average of -1.2 percent per year. The metal industry was hit the hardest by the crisis and showed a correspondingly strong recovery. The recovery in construction, which was also badly hit, was much less pronounced. These large industries had a major negative impact on the development of the economy. They did not recover from the crisis before the outbreak of the Second World War. In services the low point of the volume of the value added was 2.0 percent below the level of 1929, which was much less than in the economy as a whole (8.2 percent below the level of 1929). The great importance of services in the Dutch economy had a moderating influence on the severity of the economic crisis in the 1930s.\n\nDespite the crisis, the average annual increase of the real wages in the years 1930-34 was still clearly positive at 1.5 percent and even slightly higher than during the period of recovery in the second half of the 1930s. In 1939, real wages were on average 15.4 percent higher than in 1929. During the 1930s, construction and related industries and the metal industry were hit hard by the crisis, followed by a strong recovery in the years after 1935. However, in construction and related industries the pre-crisis levels of real wages were not reached again. The development of the real wages per wage labourer was remarkable. Even during the first three years of the economic crisis, real wages of wage labourers increased. In 1933 they were 24.4 percent above the pre-crisis level.\n\nChapter 7 provides an analysis of the standard of living by socioeconomic subgroup in 1938. After years of crisis and recovery, the distribution of income and outlays among socioeconomic subgroups was rather unequal. For example, the difficulty of the poorest categories to fulfil more than just basic needs was indicated by their very high budget share of food: about 50 percent. In the more affluent subgroups this percentage was 20 percent. Chapter 7 also compares the socio-economic situation in 1938 with that in 1987. Those years take approximately the same position with respect to the years of crisis and recovery. The figures for 1938 are based on the historical social accounting matrix compiled in this study. A comparison between the two years shows that remarkable socio-demographic changes have taken place in 50 years. For instance, the average household became much smaller: 2.5 persons in 1987 versus 4.0 in 1938. Furthermore, the number of farmers\u2019 households fell from 10.4 percent to 1.6 percent of the total. In 1987, the volume of consumption per capita was almost three times as high as in 1938. Furthermore, the distribution of income and expenditure among household subgroups has become much less unequal. The food budget share has more than halved in five decades. The variance in food budget shares was much smaller in 1987 than in 1938.\n\nThere have been three serious economic recessions in the last 100 years. In chapter 8 they are compared: the crisis in the 1930s, the crisis in the 1980s and the crisis of 2008. The crisis in the 1930s was the heaviest of the three: the fall in GDP volume was the largest and the crisis lasted for a long time: six years. The duration of the 2008 crisis was the same, but the decline in GDP volume was much less. The crisis in the 1980s was relatively short and the decline in GDP volume was the lowest of the three crises. The development of the volume of household consumption shows some remarkable differences between the three crises. During the crisis in the 1930s, the volume increased every year except in 1934. In contrast, during both the crisis in the 1980s and the 2008 crisis, the volume decreased substantially in the first crisis year and remained below the pre-crisis year in all crisis years. During the 2008 crisis the development of the volume of household consumption was the worst of the three crises.\n\nDuring the crisis in the 1930s, the volume of general government expenditure showed a moderately anticyclical pattern, but during the first crisis years this pattern was rather strong. From the mid-crisis years onwards, general government expenditure cannot be considered anticyclical. Both during the crisis in the 1980s and the 2008 crisis, the pattern of general government expenditure was cyclical. The development of foreign trade was very different during the three crises. This applies to both exports and imports. During the crisis in the 1930s, foreign trade was hit more heavily than during the other two crises. During the crisis in the 1980s, the volume of exports decreased only in 1982. The volume of exports did not come below the pre-crisis level. During the 2008 crisis, the volume of exports fell only in 2009, but it fell sharply. The overall picture of the development of imports during the crises was the same as that of exports.\n\nUnemployment rises considerably at the time of an economic recession. Unemployment was by far the highest during the crisis in the 1930s and the lowest in the 2008 crisis. In the 1930s, unemployment peaked at 19.4 percent of the labour force. The peak in the 1980s was 10.2 percent and the maximum during the 2008 crisis was 7.4 percent. Both during the crisis in the 1930s and the 2008 crisis unemployment was persistent; the decline started only after six years. During the crisis in the 1980s, that was the case after three years. Unemployment increased rapidly during the crisis in the 1930s and was exceptionally high. During both other crises, the increase in unemployment was less explosive. In all three crises, unemployment reached the highest level in the last crisis year when the economic situation was already improving. Furthermore, during all three crises unemployment was highest one year after GDP volume reached its low point. Moreover, in case of all three crises, the crisis was over a year after unemployment peaked.\n\nTwo periods can be distinguished in the interwar period. The 1920s with strong economic growth and the 1930s with a deep economic crisis that was accompanied by extremely high and persistent unemployment. In the second half of the 1920s in particular, the Dutch economy outperformed the rest of the world. The Netherlands was the last country to reach the lowest point of the crisis. The subsequent recovery was more powerful than abroad.","auteur":"Gert Den Bakker","auteur_slug":"gert-den-bakker","publicatiedatum":"5 december 2019","taal":"EN","url_flipbook":"https:\/\/ebook.proefschriftmaken.nl\/ebook\/gertdenbakker?iframe=true","url_download_pdf":"","url_epub":"","ordernummer":"FTP-202604011443","isbn":"9789461030771","doi_nummer":"","naam_universiteit":"Universiteit Utrecht","afbeeldingen":7046,"naam_student:":"","binnenwerk":"","universiteit":"Universiteit Utrecht","cover":"","afwerking":"","cover_afwerking":"","design":""},"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio\/7044","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/types\/us_portfolio"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/users\/8"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=7044"}],"version-history":[{"count":1,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio\/7044\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":7047,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio\/7044\/revisions\/7047"}],"wp:featuredmedia":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/media\/7045"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=7044"}],"wp:term":[{"taxonomy":"us_portfolio_category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio_category?post=7044"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}