{"id":6318,"date":"2026-03-31T14:54:59","date_gmt":"2026-03-31T14:54:59","guid":{"rendered":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/portfolio\/denise-van-der-nat\/"},"modified":"2026-03-31T14:55:04","modified_gmt":"2026-03-31T14:55:04","slug":"denise-van-der-nat","status":"publish","type":"us_portfolio","link":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/portfolio\/denise-van-der-nat\/","title":{"rendered":"Denise Van Der Nat"},"content":{"rendered":"","protected":false},"excerpt":{"rendered":"","protected":false},"author":8,"featured_media":6319,"comment_status":"closed","ping_status":"closed","template":"","meta":{"_acf_changed":false,"footnotes":""},"us_portfolio_category":[45],"class_list":["post-6318","us_portfolio","type-us_portfolio","status-publish","has-post-thumbnail","hentry","us_portfolio_category-new-template"],"acf":{"naam_van_het_proefschift":"A personal health record to empower patients in medication reconciliation","samenvatting":"Introductie\n\nGeneesmiddelgerelateerde problemen zijn een belangrijke oorzaak van vermijdbare (letsel)schade in de gezondheidszorg. De prevalentie van medicatiefouten is momenteel hoog: ongeveer 1 op de 30 pati\u00ebnten wordt blootgesteld aan een vermijdbare medicatiefout en meer dan een kwart van deze fouten heeft ernstige of levensbedreigende gevolgen. Om de pati\u00ebntveiligheid te verhogen, is het daarom belangrijk dat er meer aandacht komt voor het verbeteren van de medicatieveiligheid.\n\nEen methode om de medicatieveiligheid te verbeteren is door het aantal medicatiefouten te verminderen. Dit kan door zogenaamde medicatiediscrepanties te identificeren. Een medicatiediscrepantie is een onverklaarbaar verschil tussen de gerapporteerde medicatie in het medicatiedossier van een pati\u00ebnt en het daadwerkelijke medicatiegebruik door de pati\u00ebnt. Medicatiediscrepanties worden in de praktijk vaak opgespoord en opgelost met medicatieverificatie. Bij medicatieverificatie vergelijkt men de geregistreerde geneesmiddelinformatie met overige geneesmiddelinformatiebronnen, zoals informatie verstrekt door de openbare apotheek en door de pati\u00ebnt zelf. Op deze manier wordt achterhaald hoe de pati\u00ebnt daadwerkelijk zijn medicatie gebruikt en kan een actueel medicatieoverzicht opgesteld worden. Omdat dit proces leidt tot een verlaging van het aantal medicatiediscrepanties, wordt het aangeraden om medicatieverificatie bij elke klinische en poliklinische pati\u00ebnt uit te voeren.\n\nDe huidige implementatie van medicatieverificatie wordt echter belemmerden door verschillende factoren. Een mogelijke oplossing om de implementatie van medicatieverificatie te verbeteren, is het toepassen van een online persoonlijk gezondheidsdossier (PGD). Om deze reden wilden we de toepasbaarheid van een online PGD in het medicatieverificatieproces onderzoeken. Naast organisatorische en economische voordelen vergroot een PGD patient empowerment: meer betrokkenheid van de pati\u00ebnt bij zijn eigen behandeling. Ondanks dat het gebruik van PGD\u2019s in het medicatieverificatieproces in verschillende studies is onderzocht, kan er vanwege de tegenstrijdige resultaten over de geschiktheid, haalbaarheid en (pati\u00ebnt)acceptatie van PGD\u2019s geen betrouwbare uitspraak worden gedaan of PGD\u2019s veilig toegepast kunnen worden voor medicatieverificatie. Het doel van dit proefschrift is daarom om de toepasbaarheid van online PGD\u2019s in het medicatieverificatieproces te onderzoeken. Aangezien de implementatie van een PGD in de gezondheidszorg afhankelijk is van de validiteit (betrouwbaarheid), het gebruiksgemak en het nut dat de gebruikers ervaren van het systeem worden deze aspecten onderzocht in dit proefschrift.\n\nValiditeit en juistheid van de medicatielijsten opgesteld door pati\u00ebnten met een online persoonlijk gezondheidsdossier\n\nIn Hoofdstuk 2 hebben we een prospectieve cohortstudie uitgevoerd om de mate van overeenstemming te bepalen tussen het identificeren van medicatiediscrepanties met de gouden standaard, medicatieverificatie uitgevoerd door een medisch professional, en een PGD gebruikt door pati\u00ebnten. Daarnaast is de juistheid van de door de pati\u00ebnten opgestelde medicatielijsten in het PGD onderzocht.\n\nIn dit onderzoek werden in totaal 155 (van de 488 benaderde) pati\u00ebnten ge\u00efncludeerd. Naast het invullen van het PGD door pati\u00ebnten werd medicatieverificatie door een medisch professional uitgevoerd. We observeerden dat apothekersassistentes die medicatieverificatie uitvoerden over het algemeen meer medicatiediscrepanties identificeerden (gemiddeld 6,2 (standaarddeviatie (SD) 4,3) medicatiediscrepanties per pati\u00ebnt) dan pati\u00ebnten die gebruikmaakten van een PGD (gemiddeld 4,7 (SD 3,7) medicatiediscrepanties per pati\u00ebnt). Er was echter geen significant verschil in het aantal ge\u00efdentificeerde klinisch relevante medicatiediscrepanties. Bovendien was de juistheid van de gerapporteerde informatie in het PGD hoog: 82,1% van de geneesmiddelinformatie die door de pati\u00ebnt gerapporteerd was in het PGD was identiek aan de informatie opgesteld met de gouden standaard. Daarnaast was bij 98,6% van de medicijnen geen klinisch relevant verschil tussen beide medicatielijsten gevonden. Samenvattend, de resultaten van deze studie wijzen erop dat pati\u00ebnten die gebruikmaken van een online PGD nauwkeurig een overzicht kunnen maken van hun eigen medicatie.\n\nRisicofactoren voor klinisch relevante medicatiedeviaties in een online persoonlijk gezondheidsdossier\n\nNadat we (in Hoofdstuk 2) hadden vastgesteld dat pati\u00ebnten in staat zijn om correct hun medicijninformatie te rapporteren in een PGD, wilden we onderzoeken welke pati\u00ebnten het meest geschikt zijn om medicatieverificatie uit te voeren met behulp van een PGD. In Hoofdstuk 3 hebben we een prospectieve cohortstudie uitgevoerd om te bepalen welke pati\u00ebnt-, ziekenhuis- en medicatiegerelateerde factoren geassocieerd zijn met het optreden van een klinisch relevante medicatiediscrepantie in de medicatielijst opgesteld door pati\u00ebnten met een PGD ten opzichte van de gouden standaard, medicatieverificatie uitgevoerd door een medisch professional.\n\nWe observeerden in totaal 24 klinisch relevante medicatiediscrepanties in de medicatielijsten van 155 ge\u00efncludeerde pati\u00ebnten. Het gebruik van een baxter (adjusted odds ratio (aOR) 14,87; 95%-betrouwbaarheidsinterval (95%-BI) 2,02\u2013110) en het aantal verschillende geneesmiddelen dat een pati\u00ebnt gebruikte (aOR 1,15; 95%-BI 1,01\u20131,32) was significant geassocieerd met het optreden van een klinisch relevante deviatie in de medicatielijst opgesteld met een PGD ten opzichte van de medicatielijst opgesteld door een apothekersassistente. Het risico op een klinisch relevante discrepantie bleek met name het hoogst te zijn bij pati\u00ebnten die acht of meer geneesmiddelen gebruikten (sensitiviteit 0,71; specificiteit 0,62; area under the curve 0,64; 95%-BI 0,52\u20130,76). Om deze reden blijft medicatieverificatie uitgevoerd door een medisch professional de voorkeursmethode voor pati\u00ebnten die een baxter en\/of acht of meer geneesmiddelen gebruiken. Pati\u00ebnten zonder deze kenmerken zouden in staat moeten zijn om zelfstandig hun medicijnlijst te controleren met een online PGD.\n\nGebruiksgemak en nut van een online persoonlijk gezondheidsdossier\n\nVolgens het technology acceptance model hangt het gebruik van een systeem af van het gebruiksgemak en het nut dat gebruikers ervaren. In Hoofdstuk 4 hebben we een multicenter cross-sectionele studie uitgevoerd in een (poli)klinische setting om inzicht te krijgen in het gebruiksgemak en het ervaren nut van een online PGD in het medicatieverificatieproces. Daarnaast hebben we de associatie tussen de pati\u00ebnt-, klinisch-, ziekenhuis- en ICT-gerelateerde factoren en het gebruiksgemak en ervaren nut bepaald.\n\nE\u00e9n maand na de ziekenhuisafspraak werd aan de PGD-gebruikers gevraagd om het gebruiksgemak (gebaseerd op de System Usability Scale (SUS) vragenlijst) en ervaren nut te beoordelen op een 5-punts Likertschaal. Vervolgens werd het gebruiksgemak en ervaren nut van de 255 (van de 743 uitgenodigden) PGD-gebruikers geclassificeerd volgens de adjective rating scale van Bangor et al.\n\nDe meerderheid van de pati\u00ebnten (78% van de klinische pati\u00ebnten en 83% van de poliklinische pati\u00ebnten) beoordeelde het gebruiksgemak van het PGD als goed, excellent of best mogelijk. Er was geen significante associatie gevonden tussen het gebruiksgemak en pati\u00ebnt-, klinisch-, ziekenhuis- en ICT-gerelateerde factoren. Ook het merendeel van de pati\u00ebnten (57% van de klinische pati\u00ebnten en 67% van de poliklinische pati\u00ebnten) classificeerde het ervaren nut van de PHR als goed, excellent of best mogelijk. Poliklinische pati\u00ebnten die het PGD ook voor andere geneesmiddelgerelateerde doeleinden gebruikten (aOR 20,0; 95%-BI 2,36\u2013170), rapporteerden significant vaker dat het PGD nuttig was. Verder was er geen significante associatie gevonden tussen het ervaren nut en de pati\u00ebnt-, klinisch-, ziekenhuis- en ICT-gerelateerde factoren.\n\nSamenvattend, de resultaten van deze studie laten zien dat de meerderheid van de pati\u00ebnten het PGD om medicatieverificatie mee uit te voeren nuttig en makkelijk in gebruik vindt, maar er is nog wel ruimte voor verbetering.\n\nWat stimuleert of belemmert het gebruik van een online persoonlijk gezondheidsdossier voor medicatieverificatie\n\nOm het gebruik van PGD\u2019s in het medicatieverificatieproces te verhogen en om het gebruiksgemak en ervaren nut van PGD-gebruikers beter te begrijpen, wilden we in Hoofdstuk 5 kijken welke factoren het gebruik van een PGD om medicatieverificatie uit te voeren belemmerden dan wel stimuleerden.\n\nTien pati\u00ebnten die het PGD gebruikt hadden en tien pati\u00ebnten die het PGD niet gebruikt hadden om medicatieverificatie uit te voeren, werden ge\u00efnterviewd. In totaal werden er 14 belemmerende en 10 stimulerende factoren gevonden. Deze factoren werden in vier domeinen gecategoriseerd: context, pati\u00ebnt, applicatie en proces (Figuur 1). Om de implementatie en ontwikkeling van PGD\u2019s voor medicatieverificatie te verbeteren, moeten de weergegeven factoren aangepakt worden.\n\nIn Figuur 1 worden de factoren als volgt onderverdeeld:\nBelemmerende factoren:\n- Context: Gebrek aan data-uitwisseling en connectiviteit tussen applicaties.\n- Pati\u00ebnt: Zorgen over de privacy, beperkte geletterdheid en\/of computervaardigheden, onvoldoende informatievoorziening (noodzaak, proces, applicatie), beperkt ervaren nut en\/of motivatie, zorgen over de dataveiligheid, geen computer of smartphone en een slecht geheugen.\n- Applicatie: Technische problemen, slecht gebruiksgemak en ontbrekende functionaliteiten.\n- Proces: Zorgverleners gebruiken de gevraagde gegevens niet, slechte timing voor het versturen van de uitnodigingen en herinneringen, en onduidelijk wie verantwoordelijk is: de pati\u00ebnt of de zorgverlener.\n\nStimulerende factoren:\n- Context: Integratie met verschillende applicaties.\n- Pati\u00ebnt: Ervaren belang en nut, plaats en tijd onafhankelijk, steun van professionals en\/of familie en richten op pati\u00ebnten die het meeste baat hebben en\/of vaardig zijn.\n- Applicatie: Verbeteren van het gebruiksgemak en functionaliteiten toevoegen.\n- Proces: Informatievoorziening door zorgverleners, controle door zorgverleners en frequenter updaten van de medicatielijst door zorgverleners.\n\nFiguur 1: Overzicht van de belemmerende en stimulerende factoren voor het gebruik van een PGD voor medicatieverificatie gerapporteerd door zowel PGD-gebruikers als niet-gebruikers.\n\nDe toegevoegde waarde van medicatieverificatie in de poliklinische setting\n\nIn Hoofdstuk 1 werd de klinische impact van het uitvoeren van medicatieverificatie in verschillende klinische settings weergeven. De toegevoegde waarde van het uitvoeren van medicatieverificatie in de polikliniek is echter onbekend. Om deze reden hebben we (in Hoofdstuk 6) een cross-sectioneel, observationeel onderzoek uitgevoerd op de polikliniek reumatologie. Met dit onderzoek wilden we inzicht krijgen in de hoeveelheid poliklinische consulten waarbij de pati\u00ebnt tijdens medicatieverificatie essenti\u00eble geneesmiddelinformatie aanleverde die niet aanwezig was in de digitale informatiebronnen (betreffende het elektronisch medicijndossier en het Landelijk Schakelpunt) maar wel noodzakelijk was voor reumatologen om een geneesmiddelgerelateerde actie uit te voeren.\n\nDe studie bestond uit vier stappen:\n1. Medicatieverificatie werd uitgevoerd met de pati\u00ebnt (telefonisch of door gebruik te maken van een online PGD).\n2. Een apothekersassistente observeerde de consulten en noteerde de geneesmiddelgerelateerde acties die door de reumatoloog werden uitgevoerd.\n3. Na het consult werd aan de reumatologen gevraagd welke informatie (de aanwezigheid van een geneesmiddel, de sterkte en\/of frequentie van een geneesmiddel) zij gebruikt hadden om elke geneesmiddelgerelateerde actie uit te voeren.\n4. Een expertpanel bestaande uit twee reumatologen en twee apothekers rapporteerde welke geneesmiddelinformatie volgens hen noodzakelijk was om de geneesmiddelgerelateerde acties (die tijdens het consult uitgevoerd waren) uit te voeren.\n\nVervolgens bepaalde een onderzoeker of de noodzakelijke informatie ook aanwezig was in twee digitale bronnen, betreffende:\n\u2022 het elektronisch medicatiedossier: dit dossier bevat geneesmiddelinformatie van de pati\u00ebnt samengesteld uit informatie die vermeld staat in het elektronisch voorschrijfsysteem en in de notities van de arts; en\n\u2022 het Landelijk Schakelpunt: een digitaal netwerk waarmee geneesmiddeluitgiftedata vanuit alle apotheken in Nederland wordt uitgewisseld (op voorwaarde dat de pati\u00ebnt toestemming geeft voor het delen van zijn informatie).\n\nVoor alle geobserveerde poliklinische consulten was de informatie die reumatologen nodig hadden (gerapporteerd door henzelf) om een geneesmiddelgerelateerde actie uit te voeren, beschikbaar in de digitale informatiebronnen. Met andere woorden, bij geen van de 83 geobserveerde poliklinische consulten heeft de pati\u00ebnt tijdens medicatieverificatie aanvullende informatie verstrekt (die niet aanwezig was in de digitale informatiebronnen) die noodzakelijk was om een geneesmiddelgerelateerde actie uit te voeren. Volgens het expertpanel werd er wel extra informatie verstrekt door de pati\u00ebnt tijdens medicatieverificatie: in 14% van de poliklinische consulten leverde de pati\u00ebnt extra informatie (die niet aanwezig was in de digitale informatiebronnen) aan die nodig was voor het uitvoeren van een geneesmiddelgerelateerde actie. Als er alleen rekening werd gehouden met de geneesmiddelinformatie die beschikbaar was in het elektronisch medicatiedossier, dan leverde de pati\u00ebnt in 8% (volgens de reumatologen) en in 29% (volgens het expertpanel) van de poliklinische consulten extra informatie aan die noodzakelijk was voor het uitvoeren van een geneesmiddelgerelateerde actie.\n\nVerder observeerden we dat de toegevoegde waarde van de input van de pati\u00ebnt tijdens medicatieverificatie afhing van het type uitgevoerde geneesmiddelgerelateerde actie. De toegevoegde waarde was het hoogst wanneer er een nieuw geneesmiddel werd gestart of een geneesmiddelgerelateerd probleem werd besproken met de pati\u00ebnt. Op basis van deze resultaten kan er overwogen worden om niet standaard voor elk poliklinisch consult medicatieverificatie uit te voeren. In plaats daarvan kan er overwogen worden dat een arts alleen medicatieverificatie uitvoert tijdens het consult als hij\/zij een nieuw geneesmiddel voorschrijft en\/of een geneesmiddelgerelateerd probleem bespreekt met de pati\u00ebnt. Dit zal leiden tot een doelgerichtere uitvoering van medicatieverificatie wat zal bijdragen aan een effici\u00ebntere implementatie van medicatieverificatie in de poliklinische setting.\n\nDe belangrijkste conclusies van het proefschrift\n\nDit proefschrift beschrijft een vijftal studies gerelateerd aan de toepasbaarheid van online PGD\u2019s in het medicatieverificatieproces. Ten eerste concludeerden we dat pati\u00ebnten in staat zijn om met een PGD op een betrouwbare manier medicatieverificatie uit te voeren. Het merendeel van de informatie die gerapporteerd werd door de pati\u00ebnt in de PGD was namelijk identiek aan de informatie opgesteld tijdens medicatieverificatie uitgevoerd door een medisch professional. Daarnaast lieten we zien dat de juistheid van de opgestelde medicatielijst in de PGD afhankelijk was van pati\u00ebntkenmerken: pati\u00ebnten die een baxter gebruiken en\/of acht of meer geneesmiddelen gebruiken hebben een hoger risico op een klinisch relevante medicatiediscrepantie in hun PGD-medicijnlijst ten opzichte van de medicatielijst opgesteld door een medisch professional. Pati\u00ebnten zonder deze kenmerken zouden in staat moeten zijn om zelfstandig hun medicijnlijst te controleren in een online PGD. Ten tweede gaf de meerderheid van de pati\u00ebnten aan dat de PGD voor medicatieverificatie nuttig en makkelijk in gebruik is, maar de aangetoonde belemmerende en stimulerende factoren moeten worden aangepakt om het gebruik en de implementatie van PGD\u2019s in het medicatieverificatieproces te verbeteren. Tot slot was de toegevoegde waarde van het uitvoeren van medicatieverificatie (gebruikmakend van een PGD) in de poliklinische setting onderzocht. De toegevoegde waarde van de informatie verstrekt door een poliklinische pati\u00ebnt tijdens medicatieverificatie was beperkt en bleek afhankelijk te zijn van het type uitgevoerde geneesmiddelgerelateerde actie.","summary":"Introduction\n\nPatient safety is an important global healthcare issue that needs to be addressed, especially by increasing medication safety. As adverse drug events are a leading cause of avoidable harm in healthcare, activities to avoid, prevent, or correct medication errors are important to decrease the occurrence of these events. A method to reduce the number of medication errors is to identify medication discrepancies, defined as unexplained differences between the list of medications in the medical record (referred to as recorded medications) and what a patient actually takes based on medication packages and\/or self-reports. As most of the medication discrepancies are detected (and subsequently resolved) with medication reconciliation (MR) (the process of identifying the most accurate list of patient\u2019s current medicines), it is recommended to perform MR with each in- and outpatient. However, the current implementation of MR is hampered by several factors. Because of this, we wanted to explore the applicability of PHRs used by patients for MR in usual care. Besides organizational and economic advantages, a PHR may also increase patient empowerment 5\u20137. Although PHRs used for MR have been investigated in several studies 5,8\u201312, the inconclusive results about the appropriateness, feasibility and adoption of PHRs, make it difficult to assess whether PHRs used by patients can be (safely) applied to perform MR in standard care. Therefore, in this thesis we aimed to explore the applicability of PHRs used by patients for MR in usual care. As implementation of PHRs in patient healthcare depends on a good validity, usability and utility of the system, these aspects were investigated in this thesis 13.\n\nValidity and correctness of identified medication discrepancies with an online personal health record used by patients\n\nIn Chapter 2, we performed a prospective cohort study in the Netherlands to assess the level of agreement between identified medication discrepancies between the gold standard, MR performed by a healthcare professional, and a PHR used by patients. Furthermore, the correctness of performing MR using a PHR was investigated.\n\nIn total, 155 (of the 488 approached) patients who both used a PHR and had received MR, were included. We observed that MR performed by a pharmacy technician identified overall more medication discrepancies (on average 6.2 (SD 4.3) medication discrepancies per patient) compared to patients who used a PHR (on average 4.7 (SD 3.7) medication discrepancies per patient). However, there was no significant difference between the number of identified clinically relevant medication discrepancies between the gold standard and the PHR. Besides that, the correctness of the drug information reported in the PHR was high: 82.1% of the drug information noted by the patient in the PHR was correct compared to the drug list generated with the gold standard and 98.6% had no clinically relevant differences between the lists. Altogether, the results of this study indicate that patients who use an online PHR can relatively accurately record a list of their medication.\n\nRisk factors for clinically relevant deviations in an online personal health record used for medication reconciliation\n\nAfter we concluded that most patients were capable to correctly report their drug information in a PHR (in Chapter 2), we wanted to explore which patients were best potential candidates for MR by making use of a PHR. In Chapter 3 we performed a prospective cohort study to asses which patient-, setting-, and medication-related factors were associated with the occurrence of a clinically relevant deviation in a patient\u2019s drug list composed with a PHR (used by patients) compared to the gold standard, MR performed by a healthcare professional.\n\nIn total, 24 clinically relevant deviations were observed among 155 included patients. We observed that patients who used individual multi-dose packaging (aOR 14.8; 95% CI 2.02\u2013110) and patients who used a higher number of medications (aOR 1.15; 95% CI 1.01\u20131.32) were positively associated with the presence of a clinically relevant deviation in a patient\u2019s medication list generated with a PHR compared to MR performed by a pharmacy technician. We observed that the risk for the occurrence of a clinically relevant deviation was highest when patients used eight or more different medications (sensitivity 0.71; specificity 0.62; area under the curve 0.64; 95% CI 0.52\u20130.76). Therefore, MR performed by a healthcare professional remains the preferred method to identify medication discrepancies for patients with an individual multi-dose packaging and\/or patients who used eight or more drugs. Patients without those characteristics should be capable to check their drug list in an online PHR by themselves.\n\nPatients\u2019 experienced usability and utility of an online personal health record\n\nAccording to the technology acceptance model, adoption of a device depends on its usability and perceived usefulness 14. In Chapter 4, we performed a multicenter cross-sectional study to access the usability and perceived usefulness of an online PHR used for MR at both the in- and outpatient clinics. Besides that, we assessed the association between patient-, clinical-, hospital-, and ICT-related factors and the usability and perceived usefulness.\n\nOne month after their hospital visit, PHR-users were asked to rate usability (using the System Usability Scale (SUS) questionnaire) and perceived usefulness on a 5-point Likert scale. Subsequently, the usability and perceived usefulness of the 255 (of the 743 invited) PHR-users were classified according to the adjective rating scale of Bangor et al.\n\nWe observed that the majority of the patients (78% inpatients and 83% outpatients) indicated that the usability of the PHR was good, excellent or best imaginable. There were no patient-, clinical-, hospital-, and ICT-related factors significantly associated with usability. Also, the majority of the patients (57% inpatients and 67% outpatients) classified the perceived usefulness of the PHR as good, excellent, or best imaginable. Outpatients who also used the PHR for other drug related purposes reported a higher perceived usefulness (aOR 20.0; 95% CI 2.36\u2013170). Other associations between perceived usefulness and patient-, clinical-, hospital-, and ICT-related factors were not found.\n\nAltogether, the results of this study demonstrated that the majority of the patients indicate that the PHR for MR is useful and easy to use, but that there is still room for improvement.\n\nPatients\u2019 barriers and facilitators for using an online personal health record for medication reconciliation\n\nTo improve the usage of PHRs in the MR process and to better understand usability and perceived usefulness of PHRs by patients, the barriers and facilitators of PHRs used for MR were investigated. In Chapter 5, we performed a qualitative study to provide insight into patients\u2019 barriers and facilitators for the usage of a PHR for MR prior to an in- or outpatient visit.\n\nTen PHR users and ten PHR non-users were interviewed. In total 14 barriers and 10 facilitators were identified. These barriers and facilitators were categorized in four domains: context, patient, application and process. To effectively develop and implement PHRs for MR, these identified barriers and facilitators need to be addressed.\n\nFigure 1: Overview of the barriers and facilitators for using a personal health record (PHR) for medication reconciliation reported by PHR users and non-users.\n\nBARRIERS:\n- Context: Lack of data exchange and connectivity between applications; Healthcare professionals do not use the requested data.\n- Patient: Privacy concerns; Limited (health) literacy and\/or computer skills; Poor memory.\n- Application: Limited perceived usefulness and\/or motivation; Insufficient information provision (necessity, process, application); Concerns about data safety; Practical and technical issues; No computer\/smartphone; Poor usability; Missing functionalities.\n- Process: Ambiguity about who is responsible, the patient or the healthcare provider; Bad timing of invitations and reminders.\n\nFACILITATORS:\n- Context: Integration of different applications; Information provision by healthcare providers; Support of professionals and\/or family.\n- Patient: Perceived importance and perceived usefulness; Target patients who benefit most and\/or have sufficient skills.\n- Application: Improve usability; Add functionalities.\n- Process: Check by healthcare providers; More frequent medication list update; Place and time independent.\n\nAdded value of medication reconciliation in the outpatient clinics\n\nIn Chapter 1 we reported the clinical impact of performing MR in several inpatient settings. However, the added value of MR in the outpatient setting was unknown. Therefore, in Chapter 6, we performed a cross-sectional observational study at the outpatient rheumatology department to get insight into the proportion of outpatient visits in which the patient provided essential drug information in addition to the existing digital information (including the electronic medical record and Nationwide Medication Record System) during MR that was required for the rheumatologist to perform drug-related actions.\n\nThe study design consisted of four steps:\n1. MR was performed with the patient (by telephone or online using a PHR).\n2. A pharmacy technician observed the visits and reported all drug-related actions performed by the rheumatologist.\n3. The rheumatologists were asked (after the visit) which drug information (the presence of a drug, drug strength and\/or drug frequency) he\/she had used to perform each of the drug-related actions.\n4. An expert panel consisting of two rheumatologists and two pharmacists scored which drug-related information was necessary for the drug-related actions that had been performed during the visits.\n\nSubsequently, a researcher determined whether the required information was also available in the following sources:\n\u2022 Electronic medical record: contains (drug) data from patients, as well in the electronic prescribing system as in the physician\u2019s medical notes; and\n\u2022 Nationwide Medication Record System: a digital nationwide network which exchanges medication dispensing data from all pharmacies in the Netherlands (provided that the patient has given permission for this data to be shared) 15,16.\n\nThe information required for rheumatologists (indicated by themselves) to perform a drug-related action was available in the digital drug sources for all observed outpatient visits. In other words, in none of the 83 observed outpatient visits the patient provided additional information during MR compared to the digital sources that was required to perform a drug-related action. According to the assessment of the expert panel, the patient provided in 14% of the outpatient visits additional information to perform a drug-related action that was not available in digital sources. Compared to the electronic medical record alone, patient\u2019s input during MR resulted in additional information (compared to the digital sources) required to perform a drug-related action in 8% and 29% of the outpatient visits according to the assessment of the rheumatologists and expert panel, respectively.\n\nFurthermore, we observed that the added value of patient\u2019s input during MR depended on the type of performed drug-related action and was highest when a new drug was started or a drug-related problem was discussed. Based on these results, it may be considered to stop performing MR prior to an outpatient visit. Instead, in clinical practice, it may be considered that a physician only performs MR during the visit if he\/she prescribes a new drug and\/or the patient experiences a DRP. Herewith a more targeted and consequently more efficient implementation of MR at the outpatient clinics will be achieved.\n\nMain conclusions of this thesis\n\nThis thesis presents a series of studies related to the applicability of PHRs used by patients for MR in usual care. First, we concluded that PHRs used by patients for MR have a good validity as the majority of the patients can accurately record their medication list in a PHR. Furthermore, we observed that the validity of the PHR depends on patient characteristics: patients with an individual multi-dose packaging and\/or patients who used eight or more drugs were at highest risk for having a clinically relevant medication deviation in their drug list generated with a PHR compared to MR performed by a healthcare professional. So, patients without those characteristics should be capable to check their drug list in an online PHR by themselves. Second, we demonstrated that the majority of the patients indicated that the PHR was useful and easy to use, but the reported barriers and facilitators have to be addressed to further increase the implementation and consequently the adoption of PHRs in the MR process. Finally, the added value of performing MR (using a PHR) in the outpatient setting was investigated. The added value of patient\u2019s input during MR was limited in the outpatient setting and depended on the type of performed drug-related action.","auteur":"Denise Van Der Nat","auteur_slug":"denise-van-der-nat","publicatiedatum":"11 november 2022","taal":"NL","url_flipbook":"https:\/\/ebook.proefschriftmaken.nl\/ebook\/denisevandernat?iframe=true","url_download_pdf":"","url_epub":"","ordernummer":"FTP-202603311449","isbn":"978-94-6423-896-9","doi_nummer":"","naam_universiteit":"Radboud Universiteit","afbeeldingen":6320,"naam_student:":"","binnenwerk":"","universiteit":"Radboud Universiteit","cover":"","afwerking":"","cover_afwerking":"","design":""},"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio\/6318","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/types\/us_portfolio"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/users\/8"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=6318"}],"version-history":[{"count":1,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio\/6318\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":6321,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio\/6318\/revisions\/6321"}],"wp:featuredmedia":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/media\/6319"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=6318"}],"wp:term":[{"taxonomy":"us_portfolio_category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio_category?post=6318"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}