{"id":5639,"date":"2026-03-30T14:38:21","date_gmt":"2026-03-30T14:38:21","guid":{"rendered":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/portfolio\/alexander-hoppe\/"},"modified":"2026-03-30T14:38:26","modified_gmt":"2026-03-30T14:38:26","slug":"alexander-hoppe","status":"publish","type":"us_portfolio","link":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/portfolio\/alexander-hoppe\/","title":{"rendered":"Alexander Hoppe"},"content":{"rendered":"","protected":false},"excerpt":{"rendered":"","protected":false},"author":8,"featured_media":5640,"comment_status":"closed","ping_status":"closed","template":"","meta":{"_acf_changed":false,"footnotes":""},"us_portfolio_category":[45],"class_list":["post-5639","us_portfolio","type-us_portfolio","status-publish","has-post-thumbnail","hentry","us_portfolio_category-new-template"],"acf":{"naam_van_het_proefschift":"THE DEVIL IS IN THE PROCESS","samenvatting":"Media-aandacht omtrent de Europese Unie (EU) gaat vooral naar grote, belangrijke kwesties zoals Brexit en de migratiecrisis van 2015. Dit is echter niet de kern van wat de EU doet. Ambtenaren en politici in Brussel houden zich vooral bezig met wetgeving. In de meeste gevallen wordt over deze wetten onderhandeld, binnen het kader van de gewone wetgevingsprocedure, tussen de Europese Commissie, het Europees Parlement (EP) en de Raad van de Europese Unie (Raad). Hoewel het Verdrag van Lissabon voor deze gewone procedure een ingewikkeld stelsel met drie lezingen in de instellingen voorschrijft, is deze procedure gedurende de laatste twee decennia (steeds vaker) vervangen door zogenaamde \u201ctrilogen\u201d: een informeel institutioneel kader waarbinnen de betrokken instellingen achter gesloten deuren onderhandelen. Tussen 2014 en 2019 zijn 99% van de wetten binnen de gewone wetgevingsprocedure aangenomen via zogenoemde \u201cearly agreements\u201d na de eerste of vroeg in de fase van tweede lezing. Daarmee zijn zij het resultaat van onderhandelingen in trilogen.\n\nIn eerste instantie beschrijft het begrip \u201ctriloog\u201d de daadwerkelijke bijeenkomst tussen vertegenwoordigers van de instellingen. Echter, het omvat tegenwoordig, en dus ook in dit proefschrift, veelal het gehele onderhandelingsproces. Dit proces begint met het geven van een formeel mandaat door de instellingen en eindigt met een ontwerpakkoord, dat tot slot door het hele EP en de Raad moet worden goedgekeurd. Aangezien trilogen een centrale plek innemen in het dagelijks werk van ambtenaren en politici in de EU, is het verrassend dat de kennis over trilogen nog altijd erg beperkt is. Sterker nog, het fenomeen triloog staat vooral bekend als een \u201cblack box\u201d: een ondoorzichtige, institutionele procedure die achter gesloten deuren plaatsvindt en waar niet-direct betrokkenen weinig tot geen grip op hebben (Reh, 2014; Laloux, 2019; Roederer-Rynning en Greenwood, 2020).\n\nHet onderzoek naar trilogen in de afgelopen twee decennia leverde al belangrijke inzichten op, maar er bestaan nog altijd veel vragen over onderhandelingen in trilogen, met name wat betreft het onderhandelingsproces. Dit proefschrift levert een bijdrage aan het uit de schaduw halen van dergelijke onderhandelingsprocessen in trilogen en toont hoe deze onderhandelingsprocessen plaatsvinden en invloed hebben op de resulterende wetgeving.\n\nHet boek bestaat uit 10 hoofdstukken die opgedeeld kunnen worden in drie delen. Deel een introduceert de onderzoeksvraag, het theoretische kader en de methodiek die gebruikt worden om een antwoord op de onderzoeksvraag te kunnen vinden. Deel twee omvat de empirische analyse, gepresenteerd in vier verschillende casestudies. Deel drie vat de bevindingen van het empirisch onderzoek samen, beantwoordt de hoofdvraag en toont welke implicaties het onderzoek heeft voor zowel andere, gerelateerde academische vragen als ook de politiek-bestuurlijke praktijk. Tot slot worden alle hoofdstukken kort samengevat en de belangrijkste inzichten uitgelegd.\n\nDeel 1 \u2013 Introductie, Theorie en Methode\nDit proefschrift zoomt in op het onderhandelingsproces in trilogen en onderzoekt in hoeverre het uiteindelijke resultaat, namelijk Europese wetgeving, wordt be\u00efnvloed door de manier waarop onderhandelingen zich voltrekken. De hoofdvraag van dit proefschrift luidt:\nHoe be\u00efnvloedt het onderhandelingsproces in trilogen de uitkomsten van wetgevingsprocessen in de Gewone Wetgevingsprocedure?\n\nOm tot een antwoord te komen op deze hoofdvraag, verkent dit proefschrift drie deelvragen waar bestaand onderzoek naar trilogen, tot nu toe, nauwelijks naar heeft gekeken. De eerste deelvraag betreft het verloop en de impact van de sociale interacties tussen actoren tijdens het onderhandelingsproces. Hoewel reeds bekend is wie de actoren zijn die in trilogen onderhandelen, weten we nog weinig over de processen van sociale interactie zodra het onderhandelingsproces in trilogen is begonnen. Proces- en interactie-benaderingen naar onderhandelingen tonen echter aan dat interacties kunnen verschillen, waardoor verschillende processen van onderhandelingen ontstaan.\n\nTen tweede weten we al langer uit onderzoek dat trilogen niet alleen informele onderhandelingen zijn. Door de jaren heen hebben trilogen zich ontwikkeld tot een complexe institutionele structuur. Zo zijn er verschillende routes (\u201cinstitutional venues\u201d) ontstaan om te onderhandelen, waartussen de zeggenschap en de status van de onderhandelingspartners varieert. Een black box blijft echter het ontstaan en gebruik van deze verschillende institutionele structuren tijdens trilogen en de redenen voor variatie. Hier zoomt deelvraag twee op in.\n\nTot slot staat dit proefschrift, via deelvraag 3, stil bij het karakter van de interactie tijdens de onderhandelingen. De manier waarop onderhandelaars met elkaar interacteren is al lang een belangrijk onderzoeksthema, zowel binnen als buiten de EU (Elgstr\u00f6m & J\u00f6nsson, 2000; Hopmann, 1995; Warntjen, 2010). Theoretisch gezien verwachten we dat onderhandelingen in trilogen een co\u00f6peratief karakter kennen, maar het is onbekend of dit in de praktijk zo is. Dit proefschrift onderzoekt in hoeverre dit het geval is en welke factoren het karakter van interacties in trilogen be\u00efnvloeden.\n\nDe drie deelvragen die centraal staan in dit onderzoek zijn:\n1) Hoe interacteren onderhandelaars in trilogen?\n2) Welke institutionele structuren\/kaders worden gebruikt in triloogonderhandelingen en waarom?\n3) Welke onderhandelingsaanpak\/strategie observeren we in trilogen, en hoe wordt die bepaald?\n\nHoofdstuk 1 introduceert deze deelvragen nader, waarna hoofdstuk 2 inzoomt op het bestaande onderzoek naar trilogen, dat samengevat kan worden in zes verschillende stromen. Stroom 1 omvat onderzoek naar het ontstaan van trilogen als gevolg van de groeiende invloed van het EP in het wetgevingsproces, waar trilogen vooral een experiment van institutionele innovatie waren. Onderzoek in stroom 2 focust op de redenen voor betrokken instellingen om voor trilogen te kiezen in plaats van de lange(re) wetgevingsprocedure. Dit blijkt niet alleen een kwestie van effici\u00ebntie, ook de verhouding tussen de onderhandelaars en hun rol gedurende het proces zijn bepalende factoren in de keuze voor het wel of niet overgaan tot trilogen. Stromen 3 en 4 bevatten onderzoek dat zich richt op de gevolgen van trilogen, zowel voor het gehele wetgevingssysteem als binnen de instellingen zelf, zoals het EP en de Raad. Dit soort onderzoek laat zien dat het EP heeft geprobeerd zijn eigen invloed te vergroten via trilogen, terwijl er binnen de instellingen tevens een verschuiving van macht heeft plaatsvonden. Vooral de vertegenwoordigers binnen trilogen \u2013 dus het raadsvoorzitterschap voor de Raad en de rapporteur voor het EP \u2013 hebben hierdoor aan invloed gewonnen, ten koste van andere lidstaten en parlementsleden. Vragen over transparantie staan centraal in stroom 5, waarin onderzoek zich richt op de democratische kwaliteit van trilogen. Ondanks het beperkte aantal studies in deze stroom, zijn het toch vooral deze vragen die in het publieke debat over trilogen van groot belang zijn.\n\nTot slot bevat stroom 6 onderzoek dat kijkt naar het onderhandelingsproces an sich. Onderzoek met een expliciete focus op het onderhandelingsproces is pas in de afgelopen 10 jaar ontstaan en is tot nu toe vaak beschrijvend van aard gebleven. Zo toonden Roederer-Rynning en Greenwood (2015) dat trilogen niet alleen maar een serie van bijeenkomsten zijn, maar een complexe structuur kennen met drie dominante niveaus. Van formeel naar informeel zijn dit: \u201cPolitieke trilogen\u201d, oftewel de formele triloog-bijeenkomsten, \u201ctechnische trilogen\u201d, waar politici het werk delegeren aan hun ambtenaren en medewerkers en waarin vaak over een groot deel van de wet wordt onderhandeld, en tot slot de \u201cinformele, (vaak) bilaterale bijeenkomsten\u201d tussen de centrale actoren. Dit proefschrift stelt tevens het onderhandelingsproces centraal en situeert zich daarmee in stroom 6. Dit onderzoek bouwt voort op het bestaande, beschrijvende onderzoek, onder andere door bestaande theorie\u00ebn over onderhandelingen toe te passen op trilogen, te testen en aan te vullen met nieuwe praktijkinzichten.\n\nHoofdstuk 3 zet het theoretische kader voor dit onderzoek uiteen. Het presenteert een analysemodel voor de studie van trilogen als zijnde onderhandelingen met vier aparte onderdelen: (1) het resultaat, (2) het proces, (3) de structurele factoren en (4) het institutionele kader.\n\nOnderdeel 1, het resultaat, wordt in deze studie beoordeeld op basis van de volledigheid van het onderhandelingsresultaat, een concept dat vooral ontwikkeld is en gebruikt wordt in de literatuur over conflictbeslechting. De volledigheid van een resultaat wordt geconceptualiseerd op basis van een viervoudige indeling. De twee politieke factoren zijn (a) in hoeverre de oorspronkelijke posities van verschillende actoren terug zijn te vinden in het uiteindelijke resultaat en (b) de tevredenheid met het resultaat van de belangrijke actoren. Deze politieke factoren worden aangevuld met twee juridische factoren: (c) wat is de rechtskracht van de verschillende oorspronkelijke posities die terug te vinden zijn in het resultaat en (d) wat is de juridische deugdelijkheid van de wet. Zo ontstaat een viervoudige indeling om de wetten uit de vier casestudies te beoordelen.\n\nOm te kunnen analyseren in hoeverre het onderhandelingsproces, onderdeel 2, invloed heeft op het resultaat, deelt dit onderzoek trilogen conceptueel op in drie factoren: (1) het onderhandelingsproces zelf, (2) structurele factoren en (3) institutionele factoren. Deze indeling komt voort uit een combinatie van drie verschillende theoretische perspectieven op onderhandelingen: (a) proces- en interactiebenaderingen, (b) structurele benaderingen en (c) institutionele analyses.\n\nOnderzoek vanuit (a) een procesbenadering laat zien dat de interactie tussen onderhandelaars belangrijk is voor het al dan niet cre\u00ebren en voortduren van onderlinge relaties, die vervolgens van invloed zijn op het resultaat. Volgens bestaande literatuur blijken vooral de frequentie en intensiteit van de sociale interactie van belang. Een hoge \u201cinteraction intensity\u201d (interactie-intensiteit) kan het vertrouwen tussen de onderhandelaars verhogen, met positieve gevolgen voor het verdere verloop en resultaat van het onderhandelingsproces.\n\nNaast de intensiteit van sociale interacties vormen de onderhandelingsarena\u2019s, \u201cde institutional venues\u201d, een belangrijk tweede aspect van het onderhandelingsproces in trilogen. Bij trilogen zien we drie hi\u00ebrarchisch georganiseerde niveaus, te weten: politieke trilogen, technische trilogen en informele, bilaterale onderhandelingen. Eerder onderzoek toont aan dat de arena-keuze een verandering in het onderhandelingsproces met zich meebrengt (Checkel, 2005; Concei\u00e7\u00e3o-Heldt, 2006; Elgstr\u00f6m & J\u00f6nsson, 2000; Lewis, 2010). Het hi\u00ebrarchisch niveau van onderhandelingen \u2013 en dus de arena \u2013 blijkt tevens een van de meest bepalende factoren voor het onderhandelingsgedrag (Ocran, 1984). Zo vinden onderhandelingen over Europese wetgeving vooral plaats in technische trilogen, aangezien zij vaak vragen om technische kennis over zeer specifieke onderwerpen, waarbij verschillende politieke, administratieve en hi\u00ebrarchische niveaus meedoen. Een informele, bilaterale onderhandeling is, in dit geval, een minder geschikte en logische keuze.\n\nDe manier van onderhandelen, de \u201cnegotiation mode\u201d, vormt het derde belangrijke aspect in een onderhandelingsproces. Bestaand onderzoek maakt gebruik van verschillende labels om het karakter van een onderhandeling te beschrijven. Deze labels laten zich rangschikken op een schaal tussen competitieve onderhandelingen aan de ene kant en co\u00f6peratieve onderhandelingen aan de andere kant, zoals confronterende, competitieve of harde onderhandelingen aan de ene kant, en herverdelende, integrerende en co\u00f6peratieve onderhandelingen aan de andere kant (Cutcher-Gershenfeld & Kochan, 2015; Greenhalgh & Chapman, 1998; Irmer & Druckman, 2009; Ocran, 1984; L. Thompson, 1990; Thompson et al., 2010). Voor de volledigheid van het resultaat is de manier van onderhandelen van enorm belang (Druckman, 1997; Hopmann, 1995; Irmer & Druckman, 2009; L. Thompson, 1990). Hoe co\u00f6peratiever een onderhandeling, hoe vollediger het resultaat, omdat onderhandelaars de posities en wensen van hun tegenhanger serieus nemen en bereid zijn deze in een overeenkomst te integreren.\n\nNaast het proces zijn in een analyse van onderhandelingen ook structurele factoren en de institutionele omgeving van belang. Structurele factoren omvatten de posities en macht van de actoren en de relevantie en het karakter van de vraagstukken in een onderhandeling. Zowel deze factoren als ook de institutionele omgeving zijn meegenomen in deze studie. Weliswaar ligt de focus van dit onderzoek op het onderhandelingsproces, maar een analyse van onderhandelingen in trilogen zou niet volledig zijn als de andere factoren niet meegenomen worden. Voor een visueel overzicht van het analysemodel en de conceptualisatie van trilogen in de EU-praktijk, zie figuur 5 in hoofdstuk 3.\n\nUit de zojuist geschetste conceptualisatie vloeien negen hypothesen voort om (1) de sociale interactie tussen de onderhandelaars, (2) de arena gebruikt voor de onderhandelingen, (3) de manier van onderhandelen en (4) het onderhandelingsresultaat te onderzoeken:\n\nHypothese 1: Hoge intensiteit van sociale interactie leidt tot delegatie van onderhandelingen naar lagere hi\u00ebrarchische niveaus.\nHypothese 2: Hoge intensiteit van sociale interactie door coalitievorming tussen onderhandelaars leidt tot informalisering van onderhandelingen.\nHypothesis 3: Hoge intensiteit van sociale interactie leidt tot co\u00f6peratieve vormen van onderhandeling.\nHypothese 4: Onderhandelingen op lagere hi\u00ebrarchische niveaus leiden tot co\u00f6peratieve vormen van onderhandeling.\nHypothesis 5: Informalisering van onderhandelingen leidt tot co\u00f6peratieve vormen van onderhandeling.\nHypothesis 6: Onderhandelingen op lagere hi\u00ebrarchische niveaus leiden tot een hogere juridische deugdelijkheid in het resultaat.\nHypothesis 7: Informalisering van onderhandelingen leidt tot lagere tevredenheid met het resultaat.\nHypothesis 8: Co\u00f6peratieve vormen van onderhandeling in informele arena\u2019s leiden tot een sterkere integratie van oorspronkelijke posities in het resultaat.\nHypothesis 9: Co\u00f6peratieve vormen van onderhandeling op lagere hi\u00ebrarchische niveaus leiden tot een hogere mate aan rechtskracht.\n\nHoofdstuk 4 introduceert de onderzoeksmethodiek en sluit daarmee deel \u00e9\u00e9n van het boek af. Om het onderhandelingsproces zorgvuldig te kunnen analyseren is gekozen voor de methodiek van \u201cprocess tracing\u201d. Process tracing maakt het mogelijk om zowel vragen over het \u2018waarom\u2019 als het \u2018hoe\u2019 te beantwoorden, omdat het de causale condities die een resultaat mogelijk maken blootlegt (Blatter & Haverland, 2014). Process tracing kan verschillende onderzoeksdoelen dienen, zoals het \u201ctesten\u201d of \u201cformuleren\u201d van theorie\u00ebn (Beach en Pedersen, 2013). Dit onderzoek heeft het eerste doel, het testen van een theorie, waarbij bestaande theorie\u00ebn over trilogen en onderhandelingen aan de hand van de hypothesen worden getoetst. Voor een zorgvuldige process tracing analyse is een brede en gecombineerde basis aan bronnen belangrijk, zodat bevindingen over het proces via verschillende vormen van observatie belicht en onderbouwd kunnen worden. Blatter en Haverland (2014) opperen hiervoor drie (opeenvolgende) vormen van observatie: (1) het presenteren van een volledig verhaal, dat wordt aangevuld met (2) \u201csmoking-gun evidence\u201d als zijnde overtuigende signalen dat de veronderstelde causale verhoudingen bestaan en dat wordt gestaafd met (3) bekentenissen uit interviews met betrokkenen.\n\nDit onderzoek voldoet aan deze voorwaarden door twee hoofdbronnen van data te combineren, namelijk (1) documenten omtrent het onderhandelingsproces en (2) 43 interviews met betrokkenen die toegang hadden tot het onderhandelingsproces, verspreid over alle drie de instellingen. De documenten omvatten wetgevingsvoorstellen, algemene aanpakken van de Raad, zogenoemde \u201cpresidency reports\u201d, ontwerpverslagen en verslagen van rapporteurs alsmede voorgestelde wijzingen door andere parlementsleden. Daarnaast wordt er gebruik gemaakt van zogenoemde \u201cfour column documents\u201d. Dit zijn onderhandelingsdocumenten die de instellingen gebruiken tijdens het onderhandelingsproces om veranderingen en vooruitgang bij te houden. Deze tussentijdse procesnotities zijn daardoor bijzonder geschikt en waardevol voor het begrijpen van het onderhandelingsproces.\n\nDit onderzoek spitst zich toe op vier casussen, die gekozen zijn op basis van twee verschillende factoren: (1) de machtsrelatie tussen de verschillende onderhandelaars en hun betreffende instellingen en (2) de relevantie van de wet waarover onderhandeld wordt.\n\nDe keuze viel op vier wetgevingsprocessen:\na) De verordening betreffende de invoering van tijdelijke autonome handelsmaatregelen voor Oekra\u00efne,\nb) De richtlijn betreffende de detachering van werknemers,\nc) De verordening betreffende de goedkeuring van en het markttoezicht op motorvoertuigen, en\nd) De verordening inzake de governance van de energie-unie en de klimaataanpak.\n\nHoofdstuk 4 geeft gedetailleerd inzicht in zowel de keuze van casussen als de gebruikte data.\n\nDeel 2 \u2013 Empirisch Onderzoek\nHoofdstukken 5 tot en met 8 omvatten elk een gedetailleerde analyse van een casus. Qua opbouw zijn de vier hoofdstukken gelijk: allereerst wordt het voorstel van de Europese Commissie toegelicht. Daarna volgt een overzicht van het totstandkomingsproces van het onderhandelingsmandaat, zowel in de Raad als in het EP. Dan volgt een uitgebreide beschrijving van het onderhandelingsproces aan de hand van de drie analyse-onderdelen, te weten: (1) intensiteit van sociale interactie, (2) gehanteerde onderhandelingsarena en (d) de manier(en) van onderhandelen. Hieronder volgt een korte toelichting van de hoofdinzichten per casus.\n\nHoofdstuk 5 beschrijft de verordening over de invoering van handelsmaatregelen voor Oekra\u00efne. Deze casus toont een lage intensiteit van sociale interactie, waardoor weinig tot geen vertrouwen tussen de onderhandelaars kon ontstaan. Dit heeft ook te maken met een gebrek aan coalitievorming. De instellingen gaven de voorkeur aan onderhandelingen via de politieke triloog, wat ook verklaart waarom we geen variatie zien in onderhandelingsarena. Als gevolg van de keuze voor de politieke triloog, valt de manier van onderhandelen voornamelijk te kenmerken als \u201cconfronterend\u201d en zien we geen co\u00f6peratief gedrag bij de onderhandelaars. Wat betreft het onderhandelingsresultaat blijken de hypothesen slechts gedeeltelijk correct: terwijl we relatief weinig oorspronkelijke posities terugzien in het resultaat, en ook de tevredenheid laag is, blijkt de juridische kwaliteit hoog. Deze bevinding valt onder andere te verklaren door het feit dat de onderhandeling in kwestie relatief kort duurde en de verordening niet erg complex was.\n\nHoofdstuk 6 analyseert de vorming van een richtlijn betreffende de detachering van werknemers; \u00e9\u00e9n van de belangrijkste onderhandelingen de afgelopen jaren. De onderhandelingen kenmerken zich door een hoge mate aan intensiteit in de sociale interactie en ook door de beslissing bij de start om niet over te gaan tot technische trilogen. Ook toont de analyse een samenhang tussen de intensiteit van de sociale interactie en de arena-keuze: de hoge intensiteit van interactie zette aan tot informalisering. Daarnaast was een verandering in de manier van onderhandelen zichtbaar, alhoewel opviel dat de meer co\u00f6peratieve manier van onderhandelen in informele arena\u2019s niet werd overgedragen naar de politieke trilogen. Hierdoor bleef de invloed op het onderhandelingsresultaat beperkt: minder dan de helft van de oorspronkelijke posities zijn terug te vinden in het eindresultaat. De actoren bleken er echter wel tevreden mee. Deze casus laat daarmee zien dat het onderhandelingsproces de tevredenheid over het onderhandelingsresultaat niet op de manier be\u00efnvloedt als verwacht. De juridische kwaliteit was wel laag, zoals verwacht gezien de veronderstelde causale relaties en het gebrek aan technisch trilogen.\n\nHoofdstuk 7 behandelt de verordening betreffende de goedkeuring van en het markttoezicht op motorvoertuigen. Voor het eerst hebben we hier te maken met een onderhandelingsproces dat alle mogelijke arena\u2019s omvat, waarbij onderhandelingen zowel in politieke trilogen, in technische trilogen als in informele bijeenkomsten plaatsvinden. Dit komt mede door de complexe en technische aard van de verordening. We zien in het onderhandelingsproces een hoge intensiteit van sociale interactie, evenals verschillende manieren van onderhandelen. De hoge intensiteit van interactie heeft het verwachte gevolg: het vergrootte het vertrouwen, zowel op technisch niveau als tussen de hoofdactoren. Ook heeft de interactie invloed op de arena-keuze, waarbij veel onderwerpen gedelegeerd werden naar het technische niveau en naar informele onderhandelingen. Ook wat betreft de manier van onderhandelen is er een opmerkelijke dynamiek te zien: in technische trilogen en informele bijeenkomsten is er voornamelijk co\u00f6peratief gedrag, terwijl in politieke trilogen de onderhandelaars hoofzakelijk confronterend onderhandelden. Wat betreft het onderhandelingsresultaat zijn vele van de onderzoekshypothesen bevestigd. Zo leiden delegatie naar lagere hi\u00ebrarchische niveaus en co\u00f6peratieve onderhandelingen tot hogere kwaliteit op zowel politiek als juridisch vlak. Daarentegen blijkt dat de confronterende manier van onderhandelen in politieke trilogen weinig invloed heeft op de kwaliteit van het onderhandelingsresultaat.\n\nHoofdstuk 8 analyseert het onderhandelingsproces voor de verordening inzake de governance van de energie-unie en de klimaataanpak. De analyse toont aan dat de causale relaties grotendeels werkten zoals verwacht. De intensiteit van interactie, ook hier voor een groot deel bepaald door onderliggende posities, heeft duidelijk invloed op de manier van onderhandelen, zowel in technische trilogen als in bilaterale, informele onderhandelingen. Verder blijkt dat de arena-keuze ook be\u00efnvloed wordt door de sociale interactie: alleen door een hoge intensiteit van interactie werden informele, bilaterale onderhandelingen tussen de twee hoofdactoren mogelijk. Deze casus plaatst echter ook enkele vraagtekens bij de theoretische verwachtingen. Met name in politieke trilogen hadden was hier, ook op basis van de sociale interactie, een co\u00f6peratieve manier van onderhandelen verwacht. De praktijk laat echter een hoge mate aan institutionalisering van politieke trilogen zien. Wat betreft het onderhandelingsresultaat, is circa de helft van de belangrijke thema\u2019s niet is opgelost via een compromis, maar kon de ene of de andere kant duidelijk de eigen positie doorzetten. Daarnaast is het resultaat hoge juridische kwaliteit, wat te verklaren valt door zowel de hoge intensiteit van interactie als de grote hoeveelheid technische trilogen.\n\nDeel 3 \u2013 Bevindingen\nNa de behandeling van de vier empirische casussen volgt in hoofdstukken 9 en 10 een samenvattende analyse en het antwoord op de onderzoeksvraag. De studie richtte zich op het beantwoorden van de vraag hoe het onderhandelingsproces in trilogen de Europese wetgeving be\u00efnvloedt. Door allereerst het proces van onderhandelingen conceptueel te scheiden van andere factoren en vervolgens vier verschillende triloogonderhandelingen te analyseren, was het mogelijk om de specifieke invloed van het proces te identificeren. De analyse laat zien dat wat betreft de eerste belangrijke factor, sociale interactie, de interactie tussen rapporteur en voorzitter van de Raad het belangrijkst is. Deze interactie wordt bepaald door zowel de posities van deze actoren als de voorkeuren wat betreft het proces, oftewel de \u201cprocedural preferences\u201d.\n\nVerder laat de analyse zien dat trilogen, zoals verwacht, plaatsvinden in drie verschillende arena\u2019s voor onderhandelingen: politieke trilogen, technische trilogen en informele onderhandelingen, maar dat niet alle onderhandelingen er ook daadwerkelijk gebruik van maken. In tegenstelling tot de verwachtingen, heeft de intensiteit van sociale interactie geen invloed op het al dan niet overgaan tot onderhandelingen op lagere hi\u00ebrarchische niveaus. Een hoge intensiteit van sociale interactie leidt wel tot meer informalisering. De analyse toont verder dat het onderscheid tussen politieke en technische thema\u2019s ambigu is, en dat de beslissing \u2018welke vragen het beste in welk forum kunnen worden besproken\u2019 in elke onderhandeling opnieuw moet worden genomen.\n\n Een derde belangrijk aspect van het onderhandelingsproces vormt de manier van onderhandelen, oftewel de \u201cnegotiation mode\u201d. De verwachtingen hierover worden bevestigd in de analyse: de manier van onderhandelen wordt be\u00efnvloed door de sociale interactie alsmede de arena voor onderhandelingen.\n\nBij aanvang identificeerde dit onderzoek vier indicatoren voor de volledigheid van een wet: (1) de mate waarin oorspronkelijke posities terug te vinden zijn in het eindresultaat, (2) de tevredenheid met het resultaat, (3) de rechtskracht van posities en (4) de juridische deugdelijkheid. De analyse laat drie causale verbanden zien die het onderhandelingsresultaat en het onderhandelingsproces aan elkaar koppelen. Zo is de mate waarin oorspronkelijke posities in het resultaat terugkomen, gerelateerd aan de intensiteit van sociale interactie tussen de hoofdonderhandelaars. Ook zien we dat door een hoge mate van intensiteit in de sociale interactie de informalisering van onderhandelingen toeneemt. Dit komt doordat de vertrouwensrelatie tussen de actoren groeit, wat op zijn beurt aanzet tot informalisering. Omdat de onderhandelingen verschuiven richting een hi\u00ebrarchisch lagere en meer informele arena, verandert ook de manier van onderhandelen: actoren tonen meer co\u00f6peratief gedrag. Daardoor neemt, zoals verwacht, het aantal oorspronkelijke posities dat terugkomt in het onderhandelingsresultaat tevens toe.\n\nDe analyse toont ten tweede een causaal verband tussen de rechtskracht van oorspronkelijke posities die zijn terug te vinden in de uiteindelijke wet en de delegatie van onderhandelingen richting hi\u00ebrarchisch lagere niveaus. Terwijl het verwachte verband tussen sociale interactie en deze vorm van delegatie niet bevestigd is, had delegatie wel het verwachte effect. Door over te gaan tot onderhandelingen op lagere niveaus verandert de manier van onderhandelen namelijk ook: we zien meer co\u00f6peratief gedrag. De combinatie van co\u00f6peratief gedrag op hi\u00ebrarchisch lagere niveaus leidt tot een hogere rechtskracht van posities in het onderhandelingsresultaat. Terwijl co\u00f6peratief gedrag op hoog politiek niveau vooral gericht is op het vinden van enige mate van compromis, toont de analyse dat er op lagere niveaus daadwerkelijk gewerkt wordt aan oplossingen die alle posities terug laten komen in de uiteindelijke wet.\n\nTen derde toont de analyse een verband tussen de juridische deugdelijkheid en de onderhandelingsarena\u2019s. Ook hier zien we dat delegatie van onderhandelingen naar lagere niveaus een positief effect heeft op de kwaliteit. Door de delegatie besteden actoren namelijk meer tijd aan het onderhandelen en hebben de actoren vaak meer technische kennis van het onderwerp.\n\nConcluderend toont deze analyse dus aan dat het onderhandelingsproces inderdaad invloed heeft op het onderhandelingsresultaat. Vooral de delegatie van onderhandelingen naar zowel lagere als meer informele arena\u2019s blijkt buitengewoon belangrijk te zijn. De keuze voor delegatie wordt, op zijn beurt, be\u00efnvloed door de (intensiteit van) sociale interactie. Het onderhandelingsproces in trilogen heeft dus onmiskenbaar invloed op Europese wetgeving: het proces telt! Alhoewel de \u2018black box\u2019 rondom trilogen nog niet helemaal weggenomen is, vervangt dit onderzoek een hoop onduidelijkheid door waardevolle inzichten die gestoeld zijn op de praktijk. Bovendien biedt deze studie voldoende aanknopingspunten voor het zetten van volgende stappen in het verkennen van onderhandelingen in trilogen.","summary":"Media attention on the European Union (EU) is primarily directed towards large, high-profile issues such as Brexit and the 2015 migration crisis. However, this is not the core of what the EU does. Officials and politicians in Brussels are mainly occupied with legislation. In most cases, these laws are negotiated within the framework of the Ordinary Legislative Procedure between the European Commission, the European Parliament (EP), and the Council of the European Union. Although the Lisbon Treaty prescribes a complex system of three readings in these institutions for this standard procedure, it has been replaced increasingly over the last two decades by so-called \u201ctrilogues\u201d: an informal institutional setting in which the relevant institutions negotiate behind closed doors. Between 2014 and 2019, 99% of laws within the Ordinary Legislative Procedure were adopted via \u201cearly agreements\u201d after the first reading or early in the second reading phase. Consequently, they are the result of negotiations in trilogues.\n\nInitially, the term \u201ctrilogue\u201d described the actual meeting between representatives of the institutions. However, it now often encompasses, including in this dissertation, the entire negotiation process. This process begins with the granting of a formal mandate by the institutions and ends with a draft agreement, which finally must be approved by the full EP and the Council. Given that trilogues occupy a central place in the daily work of EU officials and politicians, it is surprising that knowledge about them remains very limited. In fact, the trilogue phenomenon is primarily known as a \u201cblack box\u201d: an opaque, institutional procedure taking place behind closed doors that offers little to no insight to those not directly involved.\n\nResearch on trilogues over the last two decades has provided significant insights, yet many questions remain, particularly regarding the negotiation process. This dissertation contributes to bringing these negotiation processes out of the shadows and demonstrates how they occur and influence the resulting legislation.\n\nThe book consists of 10 chapters divided into three parts. Part one introduces the research question, theoretical framework, and methodology. Part two contains the empirical analysis, presented in four different case studies. Part three summarizes the empirical findings, answers the main research question, and shows the implications for other academic questions as well as political-administrative practice. Finally, all chapters are briefly summarized and the key insights explained.\n\nPart 1 \u2013 Introduction, Theory, and Method\nThis thesis focuses on the negotiation process in trilogues and investigates to what extent the final result, European legislation, is influenced by the way negotiations unfold. The main research question is: How does the negotiation process in trilogues affect the outcomes of legislative processes in the Ordinary Legislative Procedure?\nTo answer this, the thesis explores three sub-questions concerning social interaction between actors, institutional structures\/venues used, and the negotiation approaches\/strategies observed.\n\nChapter 1 introduces these questions, while Chapter 2 reviews existing research on trilogues across six research streams (evolution, reasons for choosing trilogues, systemic consequences, intra-institutional adaptation, democratic quality, and procedural aspects).\n\nChapter 3 sets out the theoretical framework, identifying four indicators for the comprehensiveness of an outcome: (a) inclusion of original positions, (b) actor satisfaction, (c) legal weight of positions, and (d) legal soundness. It conceptualizes trilogues through interaction intensity, institutional venues, and negotiation modes, leading to nine testable hypotheses.\n\nChapter 4 introduces the methodology of process tracing used to analyze four case studies chosen based on power relations and file salience.\n\nPart 2 \u2013 Empirical Research\nChapters 5 through 8 analyze four cases: Autonomous trade measures for Ukraine, Posting of workers directive, Type approval and market surveillance of motor vehicles, and the Governance of the energy union regulation.\n\nIn the Ukraine case (Chapter 5), low interaction intensity and lack of coalition-building led to a confrontational negotiation mode and low inclusion of original positions, though legal quality remained high due to the file's simplicity. In the Posting of Workers case (Chapter 6), high interaction intensity led to informalization, but cooperative modes in informal arenas did not transfer to political trilogues, limiting position inclusion while maintaining actor satisfaction. The Type Approval case (Chapter 7) utilized all venues and showed high trust and cooperative behavior in technical and informal settings, leading to high quality on both political and legal levels. The Energy Union Governance case (Chapter 8) largely confirmed that interaction intensity and underlying positions influenced negotiation modes and venue choice, resulting in high legal quality.\n\nPart 3 \u2013 Findings\nChapters 9 and 10 provide a summary analysis and answer the research question. The study identifies three causal links coupling the negotiation process to the result. First, interaction intensity between chief negotiators leads to informalization, which shifts negotiations to a more cooperative mode and increases the inclusion of original positions. Second, delegation to lower hierarchical levels changes the negotiation mode to be more cooperative, increasing the legal weight of original positions. Third, delegation to lower levels improves legal soundness because actors spend more time on negotiations and possess greater technical knowledge.\n\nIn conclusion, this analysis demonstrates that the negotiation process indeed influences the outcome. Particularly, delegation to lower and more informal arenas is shown to be exceptionally important. While the \u201cblack box\u201d of trilogues is not entirely removed, this research replaces uncertainty with valuable insights grounded in practice, providing a basis for further exploration of EU negotiations.","auteur":"Alexander Hoppe","auteur_slug":"alexander-hoppe","publicatiedatum":"3 juli 2020","taal":"NL","url_flipbook":"https:\/\/ebook.proefschriftmaken.nl\/ebook\/alexanderhoppe?iframe=true","url_download_pdf":"https:\/\/ebook.proefschriftmaken.nl\/download\/8f588584-fc1a-46a1-bd40-b1faef46a5fd\/optimized","url_epub":"","ordernummer":"FTP-202603301432","isbn":"978-94-6380-818-7","doi_nummer":"","naam_universiteit":"Universiteit Utrecht","afbeeldingen":5641,"naam_student:":"","binnenwerk":"","universiteit":"Universiteit Utrecht","cover":"","afwerking":"","cover_afwerking":"","design":""},"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio\/5639","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/types\/us_portfolio"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/users\/8"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=5639"}],"version-history":[{"count":1,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio\/5639\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":5642,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio\/5639\/revisions\/5642"}],"wp:featuredmedia":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/media\/5640"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=5639"}],"wp:term":[{"taxonomy":"us_portfolio_category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio_category?post=5639"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}