{"id":5452,"date":"2026-03-26T17:24:57","date_gmt":"2026-03-26T17:24:57","guid":{"rendered":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/portfolio\/carine-den-boer\/"},"modified":"2026-03-26T17:25:21","modified_gmt":"2026-03-26T17:25:21","slug":"carine-den-boer","status":"publish","type":"us_portfolio","link":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/portfolio\/carine-den-boer\/","title":{"rendered":"Carine Den Boer"},"content":{"rendered":"","protected":false},"excerpt":{"rendered":"","protected":false},"author":8,"featured_media":5453,"comment_status":"closed","ping_status":"closed","template":"","meta":{"_acf_changed":false,"footnotes":""},"us_portfolio_category":[45],"class_list":["post-5452","us_portfolio","type-us_portfolio","status-publish","has-post-thumbnail","hentry","us_portfolio_category-new-template"],"acf":{"main_text":"","naam_van_het_proefschift":"How sHall I put It?","samenvatting":"In de algemene introductie in hoofdstuk 1 beschrijven we de achtergrond van het onderzoek en de onderzoeksvragen die we in dit proefschrift hebben beantwoord.\n\nAanhoudende lichamelijke klachten (ALK) zijn \u00e9\u00e9n of meer lichamelijke klachten die tenminste enkele weken duren en het functioneren van de pati\u00ebnt beperken of lijdensdruk veroorzaken. Het kan gaan om klachten in de context van een (adequaat behandelde) ziekte, of om klachten in de afwezigheid van een bekende ziekte. Biologische, psychologische en sociale factoren kunnen een rol spelen bij het aanhouden van de klachten.\n\nDoor de jaren heen zijn er verschillende termen in omloop geweest voor klachten die pati\u00ebnten en artsen vaak voor een raadsel stellen. Vanaf 2010 werd de term \u2018somatisch onvoldoende verklaarde lichamelijke klachten\u2019 (SOLK) gebruikt. De laatste tijd geven steeds meer pati\u00ebnten, onderzoekers en behandelaren de voorkeur aan de term \u2018aanhoudende lichamelijke klachten\u2019, die neutraler is en daarom acceptabeler is dan SOLK. Bij ALK ligt de focus nog meer op het gegeven dat de klachten aanhouden en de gevolgen die dat voor het functioneren van pati\u00ebnten heeft.\n\nPati\u00ebnten met ALK vormen vaak een uitdaging voor artsen. Voorwaarden voor een effectieve behandeling zijn samenwerking, respectvolle communicatie en een goede arts-pati\u00ebnt relatie. Pati\u00ebnten hebben baat bij een acceptabele en begrijpelijke uitleg van hun klachten.\n\nAls pati\u00ebnten hun klachten presenteren bij de huisarts is een goede anamnese en lichamelijk en eventueel aanvullend onderzoek van belang om (behandelbare) ziektes uit te sluiten dan wel vast te stellen. Als de huisarts aan ALK denkt is het van belang om zo snel mogelijk te beginnen met het breed exploreren van klachten. Hierbij worden de klachten en de gedachtes, gevoelens, gedrag en reacties van de omgeving in relatie tot de klachten uitgevraagd.\n\nWanneer de huisarts en de pati\u00ebnt het er over eens zijn dat er voldoende onderzoek is gedaan en er sprake is van een gezamenlijke probleemdefinitie, kan de huisarts uitleggen waarom de klachten niet overgaan. Hier zijn verschillende verklaringsmodellen voor beschikbaar. Voorbeelden van deze verklaringsmodellen zijn somatosensorische amplificatie, verstoring van het immuunsysteem, verstoring van het stresshormoonsysteem, verstoring van het autonome zenuwstelsel en centrale sensitisatie (CS). Vervolgens kan de huisarts de factoren bespreken die invloed hebben op de klachten en samen met de pati\u00ebnt een behandelplan maken. Wij kozen er voor om CS als verklaringsmodel verder te gaan onderzoeken, omdat dit goed aansluit bij het denkkader van huisartsen en pati\u00ebnten.\n\nCentrale sensitisatie (CS) is een overgevoeligheid van het centrale zenuwstelsel voor sensorische prikkels. Bij CS worden deze prikkels versterkt door een toename van receptoren en neurotransmitters in de dorsale hoorn van het ruggenmerg. Als de prikkels als gevaar worden ge\u00efnterpreteerd, worden ze in de hersenen versterkt. Als er geen gevaar lijkt te zijn, worden ze geremd. Deze overgevoeligheid kan ontstaan door weefselschade, waarna de klachten niet meer overgaan of zelfs verergeren. CS kan ook ontstaan na fysieke of mentale overbelasting. Soms is het onduidelijk wat CS uitlokt.\n\nHet CS-model laat ook zien hoe lichaam en geest met elkaar verbonden zijn: de hersenen verwerken alle sensorische prikkels vanuit het lichaam en versterken of remmen ze afhankelijk van de interpretatie. Verschillende hersengebieden zijn hierbij betrokken, zoals de hersenstam en hypothalamus (verantwoordelijk voor reacties zoals vechten, vluchten en bevriezen), het limbisch systeem (dat emoties en sociaal gedrag reguleert) en de neocortex (ons rationele brein).\n\nWij hebben onderzocht of CS een bruikbaar verklaringsmodel kan zijn voor huisartsen en pati\u00ebnten met ALK en of het toevoegen van een test de uitleg acceptabeler en duidelijker maakt.\n\nWe hadden vier onderzoeksdoelen geformuleerd:\n\n1. Een overzicht maken van definities en operationalisaties van CS, deze te vergelijken en een inventarisatie van meetinstrumenten voor CS bij ALK maken.\n2. Onderzoeken of er valide en betrouwbare meetinstrumenten zijn om CS te kunnen meten die toepasbaar en waardevol zijn om in de eerstelijn toe te passen.\n3. Het inventariseren van factoren die behulpzaam dan wel belemmerend zijn bij het geven van uitleg aan de hand van CS bij huisartsen.\n4. Nagaan of pati\u00ebnten met ALK CS als verklaringsmodel begrijpen en accepteren voor hun klachten.\n\nIn hoofdstuk 2 beschrijven we onze systematische review van de literatuur met betrekking tot definities, operationalisaties en meetinstrumenten van CS in het onderzoek naar chronische pijn en ALK. We pasten hierbij breed geformuleerde zoektermen toe betreffende CS en mechanismes, operationalisaties en testen; we includeerden alleen publicaties over chronische pijn of ALK. We screenden 2692 artikelen op titel en lazen van 268 artikelen de volledige tekst en includeerden 126 publicaties in onze review. We voerden een thematische analyse uit van de definities en operationalisaties en maakten een overzicht van de meetinstrumenten.\n\nHet meest genoemde thema in de definities van CS was de overprikkelbaarheid van het centrale zenuwstelsel. Aanvullende thema\u2019s waren: 1. de locaties in het centrale zenuwstelsel, zoals de nociceptieve zenuwen, spinale en supraspinale structuren, en de dorsale hoorn van het ruggenmerg; 2. de aard van de sensorische input, deze kan normaal, schadelijk of onder de drempelwaarde zijn; 3. verminderde remming van prikkels in de hersenen; en 4: de activatie en modulatie van de N-methyl-d-aspartaat (NMDA) receptoren.\n\nWe vonden acht verschillende operationalisaties. Meest voorkomend waren hyperalgesie (een verhoogde gevoeligheid voor pijnlijke prikkels), allodynie (het als pijnlijk ervaren van niet pijnlijke prikkels) en temporele summatie (de gevoeligheid voor pijn neemt toe in reactie op zich herhalende schadelijke prikkels).\n\nCS wordt in de meeste gevallen gemeten met verschillende vormen van kwantitatieve sensorische testen (QST), (f)MRI, bloedonderzoek van neurotransmitters en vragenlijsten. QST meet hyperalgesie, allodynie en temporele summatie en kan getest worden door het toepassen van thermische, tactiele, vibrerende, elektrische of ischemische prikkels. Verschillende vragenlijsten waarmee CS-gerelateerde klachten kunnen worden vastgelegd zijn beschikbaar, waaronder de Central Sensitisation Inventory (CSI).\n\nConcluderend is er consensus dat overprikkelbaarheid van het centrale zenuwstelsel het belangrijkste mechanisme van CS is. Daarnaast worden er altijd structuren en mechanismen in het ruggenmerg genoemd, zoals zenuwbanen, NMDA receptoren en niet schadelijke prikkels. Regelmatig wordt ook de verwerking van de prikkels in de hersenen, met name de verminderde remming van de prikkels, genoemd als onderdeel van CS. De operationalisaties van CS verschillen meer, we vonden maar liefst acht verschillende. Tenslotte vonden we veel verschillende meetinstrumenten.\n\nIn hoofdstuk 3 rapporteren we de resultaten van onze Delphi studie naar de bruikbaarheid van testen voor CS in de huisartsenpraktijk. In dit deel van ons onderzoek wilden we nagaan welke testen meerwaarde zouden kunnen hebben in vergelijking met alleen het geven van uitleg en welke testen haalbaar zouden kunnen zijn en dus geschikt zouden zijn voor gebruik in de huisartsenpraktijk.\n\nWe hebben een Delphi studie uitgevoerd onder experts. Dit waren artsen en onderzoekers op het gebied van chronische pijn en ALK. We hebben 40 nationale en internationale experts op het gebied van chronische pijn en ALK uitgenodigd en 27 stemden in om deel te nemen. We selecteerden 12 testen die haalbaar zouden kunnen zijn in de huisartsenpraktijk; panelleden voegden in de eerste ronde nog 3 testen toe. We vroegen de panelleden om deze in totaal 15 testen te beoordelen op technische haalbaarheid voor gebruik in de huisartsenpraktijk, toegevoegde waarde en om een algemeen oordeel te geven over de geschiktheid voor gebruik in de huisartsenpraktijk. We bepaalden de drempelwaarde voor consensus op 70%.\n\nIn twee rondes bereikten de panelleden consensus over 14 van de 15 testen: 3 werden in principe geschikt geacht en 11 werden uitgesloten. In de eerste ronde werd de Central Sensitisation Inventory (CSI) geselecteerd en in de tweede ronde de algometer om drukpijndrempels te meten. We selecteerden in de tweede ronde ook het monofilament om temporele summatie te meten, omdat de score van de panelleden van 69% dicht bij de drempelwaarde van 70% lag.\n\nIn hoofdstuk 4 beschrijven we ons focusgroep-onderzoek naar de ervaringen van huisartsen bij het uitleggen van CS aan pati\u00ebnten met ALK. We hadden aan het begin van de studie 33 huisartsen ge\u00efnstrueerd hoe ze CS aan hun pati\u00ebnten met ALK konden uitleggen en hen voorzien van een toolbox met informatie over ALK en het biopsychosociale model, over CS en hoe dit uit te leggen en met links naar instructiefilms. Na 6 tot 18 maanden na het ontvangen van deze instructie namen 26 huisartsen deel aan focusgroepen en interviews om hun ervaringen te rapporteren en te bespreken. We hebben twee focusgroepen gehouden met in totaal 15 huisartsen en 11 telefonische interviews. Voor beide gebruikten we een onderwerpenlijst met vier hoofdthema\u2019s.\n\nThema 1 betrof de eerdere ervaringen van huisartsen met het geven van uitleg aan pati\u00ebnten met ALK. Huisartsen meldden dat ze er van overtuigd moeten zijn dat er sprake is van om een overtuigende verklaring aan de pati\u00ebnt te kunnen geven. Ze benadrukten dat het essentieel is om empathie te tonen en de pati\u00ebnt te coachen. Daarnaast zeiden de huisartsen dat hun empathie voor pati\u00ebnten met ALK van pati\u00ebnt tot pati\u00ebnt en van dag tot dag verschilde, vaker dan bij pati\u00ebnten met andere klachten.\n\nThema 2 focuste op de ervaringen van huisartsen met uitleg van het CS-model. Huisartsen probeerden het CS-model aan te passen voor de individuele pati\u00ebnt en namen de tijd om het in meerdere consulten uit te leggen. Sommige huisartsen vonden de term centrale sensitisatie te moeilijk voor pati\u00ebnten en gebruikten in plaats daarvan terminologie als \u2018overgevoeligheid\u2019. Huisartsen vonden dat het begrijpen van de uitleg wel enige gezondheidsvaardigheden van de pati\u00ebnt vereiste en ze gebruikten metaforen om de uitleg duidelijker te maken.\n\nThema 3 omvatte de reacties van de pati\u00ebnten op de uitleg van het CS-model. Volgens huisartsen begrepen de meeste pati\u00ebnten het CS-model en accepteerden ze dat het hun aanhoudende klachten kon verklaren. De wetenschappelijke onderbouwing van het model droeg bij aan het overtuigen van de pati\u00ebnt. Huisartsen merkten op dat de resultaten van de uitleg voor de pati\u00ebnt pas over een langere periode konden worden beoordeeld: klachten konden in eerste instantie worden geaccepteerd door de uitleg en verminderen met de behandeling maar na verloop van tijd terugkeren.\n\nThema 4 vatte de voor- en nadelen van het CS-model samen. De meeste huisartsen waren tevreden over het CS-model; ze meldden dat het meer inzicht geeft in het onderliggende mechanisme van ALK en een waardevolle hulpmiddel is om aan pati\u00ebnten uit te leggen waarom hun klachten niet over gingen. Huisartsen noemden wel dat je altijd alert moet blijven om somatische pathologie niet over het hoofd te zien. Als nadelen van het model noemden ze de complexiteit ervan en de tijd die nodig was om het model uit te leggen. Sommige huisartsen gaven aan dat ze meer training nodig hadden.\n\nWe concludeerden dat onze korte training in het uitleggen van CS voldoende leek; de meeste huisartsen konden CS uitleggen na de training en met het gebruik van de tool box. De effecten op de pati\u00ebnt moeten worden bestudeerd met een passend studieontwerp en een toereikende follow-up periode.\n\nIn hoofdstuk 5 presenteren we de bevindingen van het deelonderzoek waarin we de ervaringen nagingen van huisartsen en pati\u00ebnten met het uitleggen en testen van CS. De huisartsen maakten gebruik van de CSI, een algometer voor het testen van drukpijndrempels en een monofilament voor het testen van temporele summatie. Na de test vulden 25 huisartsen en 80 pati\u00ebnten een korte vragenlijst in en namen 15 huisartsen en 17 pati\u00ebnten deel aan respectievelijk focusgroepen en individuele interviews.\n\nDe huisartsen rapporteerden dat alle testen uitvoerbaar waren tijdens consulten, waarbij in 25% van de gevallen minder dan 5 minuten nodig was en in 60% tussen de 5 en 10 minuten. In ongeveer 50% van de gevallen was een extra consult nodig om de test uit te voeren. De resultaten van de CSI bevestigden CS-gerelateerde klachten vaker (74%) dan de algometer (46%) en het monofilament (43%) en veel huisartsen gaven daarom de voorkeur aan de CSI. Pati\u00ebnten hadden geen voorkeur voor een specifieke test, maar vonden de testen betekenisvol en de uitleg over CS verduidelijkend.\n\nUit de analyse van de focusgroepen en de interviews met de huisartsen bleek dat het uitleggen van CS in combinatie met de testen hun zelfvertrouwen vergrootte bij de consulten met pati\u00ebnten met ALK. De testen hielpen om ALK en het mechanisme van CS als uitleg voor ALK te bespreken, en huisartsen ervoeren dat pati\u00ebnten CS accepteerden als mogelijke verklaring en niet meer om nader onderzoek vroegen. Sommige huisartsen vonden het echter moeilijk om CS uit te leggen aan pati\u00ebnten bij een negatief testresultaat, terwijl anderen hierop anticipeerden door bij voorbaat de uitslag van de test te relativeren.\n\nUit de interviews met de pati\u00ebnten bleek dat sommige pati\u00ebnten alternatieve verklaringen hadden voor hun klachten. De meeste pati\u00ebnten begrepen echter het mechanisme van CS en sommigen hadden deze uitleg ook al van andere zorgprofessionals gekregen.\n\nIn hoofdstuk 6 vatten we onze belangrijkste bevindingen samen en vergelijken deze met de resultaten van eerder onderzoek. Ook bespreken we de sterke punten en beperkingen van onze methodologie. Tot slot geven we aanbevelingen voor de klinische praktijk, verder onderzoek, medische scholing en een conclusie.\n\nWe vinden het essentieel om tot (internationale) overeenstemming te komen over het concept van CS en de bijbehorende operationalisatie.\n\nWe vonden in ons onderzoek dat huisartsen na een korte training CS aan hun pati\u00ebnten kunnen uitleggen. Huisartsen meldden dat de uitleg met CS begrijpelijk en acceptabel was voor hun pati\u00ebnten. Daarom raden we aan dat huisartsen worden aangemoedigd om hun pati\u00ebnten uitleg te geven over CS, wanneer de pati\u00ebnt daar voor open staat.\n\nDrie (fysieke) testen om CS vast te stellen blijken uitvoerbaar zijn in de huisartsenpraktijk. Pati\u00ebnten vonden alle drie de testen waardevol en verhelderend. Als huisartsen een test willen toevoegen aan hun uitleg, raden we aan de CSI te gebruiken die de aanwezigheid en ernst van CS-gerelateerde klachten weergeeft.\n\nToekomstig onderzoek moet uitwijzen of de test met de algometer en het monofilament meer waarde hebben naarmate huisartsen meer ervaring hebben met het toepassen. In onze studie hadden de huisartsen onvoldoende ervaring met de testen.","summary":"In the general introduction in chapter 1, we describe the background of the research and the research questions we have studied.\n\nPersistent physical symptoms (PPS) are one or more physical symptoms that last at least weeks and cause dysfunction or significant distress. The physical symptoms may occur in the context of an (adequately treated) medical condition or in the absence of a medical condition. Biological, psychological and social factors may play a role the perpetuation of symptoms.\n\nOver the years, various terms have been used to describe symptoms that often puzzle both patients and physicians. Since 2010, the term \u2018Medically Unexplained Symptoms\u2019 (MUS) has been used. Recently, an increasing number of patients, researchers, and practitioners prefer to use the term \u2018persistent physical symptoms\u2019 (PPS), which is considered more neutral and therefore more acceptable than MUS. With PPS, the emphasis is on the recognition that the symptoms persist and the consequences this has for patients' functioning.\n\nPatients with PPS often pose a challenge for physicians. Achieving a favourable treatment outcome for the patient necessitates successful collaboration, respectful communication, and trust in the doctor-patient relationship. Patients may benefit from receiving an acceptable and understandable explanation.\n\nWhen patients present their symptoms to the general practitioner, a thorough medical history taking, physical examination, and possibly additional investigations, are important to rule out or to determine (treatable) diseases. When the GP considers PPS it is important to start as soon as possible with a broad exploration of the symptoms. The symptoms and the thoughts, emotions, behaviour and reactions of the social system which are related to the symptoms, are explored.\n\nOnce the GP and the patient agree that sufficient investigation has been conducted, the GP can proceed to a more comprehensive exploration of the symptoms. The symptoms will be explored, including thoughts, emotions, behaviour and the reaction of the social environment. If a shared problem definition is reached, the GP can explain why the symptoms do not resolve. Various explanatory models are available, e.g. somatosensory amplification, immune system disfunction, dysregulation of the stress hormone system, dysregulation of the autonomic nervous system, and central sensitization (CS). Subsequently, the GP can discuss the factors influencing the symptoms and collaboratively develop a treatment plan with the patient. We chose to further investigate the use of CS as explanatory model because it aligns well with the conceptual framework of both GPs and patients.\n\nCentral sensitization (CS) is a hypersensitivity of the central nervous system to sensory stimuli. In CS, these stimuli are amplified due to an increase in receptors and neurotransmitters in the dorsal horn of the spinal cord. When these stimuli are interpreted as threatening, they are further amplified in the brain. Conversely, when no danger is perceived, they are inhibited. This heightened sensitivity can be caused by clear tissue damage, leading to persistent or even worsening symptoms. CS can also arise following physical or mental overexertion. In some cases, the triggering factors for CS remain unclear.\n\nThe concept of CS also demonstrates the interconnectedness of the mind and body: the brain processes all sensory stimuli from the body and amplifies or inhibits them based on interpretation. Various brain regions are involved in this process, including the brainstem and hypothalamus (responsible for responses such as fight, flight, and freeze), the limbic system (regulating emotions and social behaviour), and the neocortex (our rational brain).\n\nWe investigated whether CS can serve as a useful explanatory model for GPs and patients with PPS, and whether the addition of a test makes the explanation more acceptable and clear.\n\nWe formulated four research aims:\n\n1. To compile an overview of definitions and operationalisations of CS, compare them, and to make an inventory of measurement instruments for CS in PPS.\n2. To investigate the availability of valid and reliable measurement instruments for assessing CS that are feasible and potentially valuable for use in primary care.\n3. To identify factors that facilitate or hinder providing an explanation based on CS for PPS by GPs.\n4. To assess whether patients with PPS understand and accept CS as an explanatory model for their symptoms.\n\nIn Chapter 2 we report on our systematic review of the literature regarding definitions, operationalisations and mechanisms of CS in chronic pain and persistent physical symptoms research. We applied broad search terms for CS in combination with mechanisms, operationalisations and tests and only included publications focusing on chronic pain or MUS. We screened the titles and abstracts of 2692 records, read 268 articles in full text and included 126 publications in our review. We performed a thematic analysis of definitions and operationalisations and listed the measurement instruments.\n\nThe most mentioned theme in the definitions of CS was the hyperexcitability of the central nervous system. Additional themes were: 1. locations in the central nervous system, such as nociceptive neurons, spinal and supraspinal structures, and the dorsal horn of the spinal cord; 2. the nature of sensory input, which can be normal, noxious or subthreshold input; 3. reduced inhibition of signals in the brain; and 4: the activation and modulation of the N-methyl-d-aspartate (NDMA) receptors.\n\nWe found eight different operationalisations. Most frequently mentioned were hyperalgesia (i.e., increased sensitivity to painful stimuli), allodynia (i.e., painful perception of non-painful stimuli) and temporal summation (increased pain perception in response to repetitive noxious stimuli over time).\n\nCS is most frequently measured with various forms of quantitative sensory testing (QST), (f)MRI, laboratory evaluation of neurotransmitters and questionnaires. QST measures hyperalgesia, allodynia and temporal summation and can be tested by applying thermal, tactile, vibratory, electrical or ischemic stimuli. Various questionnaires are available to assess CS-related symptoms, e.g. the Central Sensitisation Inventory.\n\nIn conclusion, there is consensus that central nervous system hyperexcitability is the primary mechanism of CS. Furthermore, structures and mechanisms in the spinal cord, such as nerve pathways, NMDA receptors, and non-harmful stimuli, are consistently mentioned. Additionally, the processing of stimuli in the brain, particularly the reduced inhibition of stimuli, is frequently identified as a component of CS. The operationalizations of CS differed, we found eight different ones. Furthermore, we found a wide range of measurement instruments.\n\nIn chapter 3 we report the results of our Delphi study for tests for CS in general practice. In this study we aimed to assess which tests might have added value compared with providing only an explanation and which might be feasible and thus be suitable for use in general practice.\n\nWe conducted a Delphi study of two e-mail rounds to reach a consensus among experts who were clinicians and researchers in chronic pain and PPS. We invited 40 national and international experts on chronic pain and PPS, and 27 agreed to participate. We selected 12 tests which might be feasible in general practice from our systematic review and additional searches; panellists added three more tests in the first round. We asked the panellists to rate these in total 15 tests on technical feasibility for use in general practice, added value and to provide an overall judgement for suitability in general practice. We set the threshold for consensus at 70%.\n\nIn two rounds, the panellists reached a consensus on 14 of the 15 tests: 3 were in principle included, and 11 were excluded. In the first round we included the Central Sensitisation Inventory (CSI) and in the second round the algometer to measure pressure pain thresholds (PPTs). In the second round we also selected the monofilament to measure temporal summation, because the score of the panellists of 69% was close to the threshold value of 70%.\n\nIn Chapter 4 we describe our focus group study of the experiences of GPs explaining CS to patients with PPS. Previously, we had instructed 33 GPs on how to explain CS to their patients with PPS and provided them with a toolbox containing information about PPS and the biopsychosocial model, about CS and how to explain it and links to instruction movies. After 0.5-1.5 years 26 GPs participated in focus groups and interviews to report and discuss their experiences with explaining the CS model. We conducted two focus groups with in total 15 GPs and 11 interviews by telephone. For both, we used a topic list with four main themes.\n\nTheme 1 concerned GPs\u2019 previous experiences with (explaining to) PPS patients. GPs reported that they have to be convinced that they are dealing with PPS to provide a persuading explanation to the patient. They stressed that it is essential to show empathy and to coach the patient. In the relationship with patients with PPS, GPs acknowledged that their empathy for patients with PPS differed from patient to patient and from day to day, more often than with patients with other symptoms.\n\nTheme 2 focussed on GPs\u2019 experiences with the explanation of the CS model. GPs tried to tailor the CS model to the individual patient, taking time to explain it to them using several appointments. Some GPs found the term central sensitisation too difficult for patients and used terminology like \u2018hypersensitivity\u2019 instead. GPs believed that to understand the explanation some health literacy of the patient was required and they used metaphors to make the explanation clearer.\n\nTheme 3 presented the patients\u2019 responses to explaining the CS model. Most patients understood the CS model, according to GPs, and accepted that it might explain their symptoms\u2019 persistence. The model\u2019s scientific foundation contributed to convincing the patient of its validity. GPs mentioned that the results of the explanation for the patient could only be judged over a more extended period; symptoms might be accepted by the explanation and be reduced with treatment at first but could return after some time.\n\nTheme 4 summarised the benefits and drawbacks of the CS model. Most GPs were satisfied with the CS model; they reported that it provided more insight into the mechanism underlying PPS and valuable tools for explaining the persistence of their symptoms to patients. GPs mentioned that you always have to be alert not to overlook somatic pathology. They reported that the disadvantages of the model were its complexity and the time it took to explain the model; some GPs reported to need more training.\n\nWe concluded that our short training in explaining CS seemed to be sufficient; most GPs could explain CS after the training and using the toolbox. The effects on the patient should be studied using an appropriate design and follow-up period.\n\nIn chapter 5, we present the findings of the part of our study in which we investigated the experiences of GPs and patients with explaining and testing CS. The GPs used the Central Sensitisation Inventory (CSI), an algometer for testing pressure pain thresholds (PPTs), and a monofilament for testing temporal summation. 25 GPs and 80 patients completed a short questionnaire after the application of one or more of the tests and 15 GPs and 17 patients participated in focus groups and individual interviews, respectively.\n\nThe GPs reported that all tests were feasible during consultations, taking less than 5 minutes in 25% of the cases and between 5 and 10 minutes in 60%. In about 50% of the cases an additional consultation was needed to perform the test. The results of the CSI confirmed CS-related symptoms more often (74%) than the algometer (46%) and monofilament (43%), and many GPs preferred the CSI. Patients did not have a preference for a particular test, but found the tests meaningful and the CS explanation clearer when a test was used.\n\nThe analysis of the focus groups and interviews with the GPs revealed that explaining CS in combination with the provided tests boosted their confidence in consultations with patients with PPS. The tests helped to discuss PPS and the mechanism of CS as an explanation for the symptoms, and GPs reported that patients were more likely to accept CS as a possible explanation. They did not require additional diagnostic examinations. However, some GPs struggled to explain CS to patients with a negative test result, while others adressed this by relativising the results of the test in advance.\n\nThe patient interviews showed that some patients had alternative explanations for their symptoms. However, most patients understood the mechanism of CS and some had already received this explanation from other healthcare workers.\n\nChapter 6 synthesises our main findings and compares these with the existing","auteur":"Carine Den Boer","auteur_slug":"carine-den-boer","publicatiedatum":"19 oktober 2023","taal":"EN","url_flipbook":"https:\/\/ebook.proefschriftmaken.nl\/ebook\/carinedenboer?iframe=true","url_download_pdf":"","url_epub":"","ordernummer":"FTP-202603261604","isbn":"978-94-6469-445-1","doi_nummer":"","naam_universiteit":"Vrije Universiteit Amsterdam","afbeeldingen":5454,"video_url":"","podcast_url":"","naam_student:":"","binnenwerk":"","universiteit":"Vrije Universiteit Amsterdam","cover":"","afwerking":"","cover_afwerking":"","design":""},"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio\/5452","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/types\/us_portfolio"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/users\/8"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=5452"}],"version-history":[{"count":1,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio\/5452\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":5455,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio\/5452\/revisions\/5455"}],"wp:featuredmedia":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/media\/5453"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=5452"}],"wp:term":[{"taxonomy":"us_portfolio_category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio_category?post=5452"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}