{"id":26252,"date":"2026-08-20T23:51:04","date_gmt":"2026-08-20T21:51:04","guid":{"rendered":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/portfolio\/gijs-ten-berge-2\/"},"modified":"2026-08-27T15:24:39","modified_gmt":"2026-08-27T13:24:39","slug":"gijs-ten-berge","status":"publish","type":"us_portfolio","link":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/portfolio\/gijs-ten-berge\/","title":{"rendered":"Gijs ten Berge"},"content":{"rendered":"","protected":false},"featured_media":26250,"template":"","meta":{"_acf_changed":false},"university_us_portfolio":[20],"class_list":["post-26252","us_portfolio","type-us_portfolio","status-publish","has-post-thumbnail","hentry","university_us_portfolio-tu-eindhoven"],"acf":{"main_text":"","naam_van_het_proefschift":"Memorizing the future in socio-technical transitions","samenvatting":"Samenvatting \n\nDe Engelse schrijver George Orwell stelde in zijn befaamde roman Nineteen Eigthy-Four dat degene die bepaalt hoe een samenleving naar het verleden kijkt, bepaalt hoe de toekomst van die samenleving eruit zal zien. In de afgelopen decennia is een academisch veld ontstaan dat onderzoek doet naar duurzaamheidstransities. Daarbij bestudeert het onder meer hoe groepen mensen tot een gezamenlijk beeld van een duurzame toekomst komen. Wat onderzoekers in dit verband nog niet hebben geconceptualiseerd, is de rol van percepties van het verleden. In lijn met het statement van Orwell betekent dit dat een onmisbaar element van de wijze waarop actoren autoriteit vergaren voor toekomstbeelden buiten zicht blijft. In dit proefschrift gebruik ik het concept (collectief) geheugen om de invloed die actoren hebben op de ontwikkeling van toekomstbeelden te onderzoeken. Ik werp dit concept op als een belangrijk element waarmee actoren een rol spelen in de ontwikkeling van zogenoemde socio-technische verbeeldingen tot solide groepsidentiteiten. \n\nHet concept van socio-technische verbeeldingen adresseert hoe wetenschappelijke en technologische idee\u00ebn kunnen uitgroeien tot collectieve identiteiten in vier fasen: de ontstaansfase, inbeddingsfase, weerstandsfase en uitbreidingsfase. Er zijn echter diverse vraagstukken rondom identiteitsontwikkeling in transities die om nader onderzoek vragen. Ik ga in mijn empirische hoofdstukken op vier van deze vraagstukken in. Ten eerste ontbreekt het aan inzicht in de rol van individuen in de vorming van sociale identiteit. In hoofdstuk 2 onderzoek ik hoe collectieve narratieven discursieve voorwaarden scheppen waarmee individuen hun persoonlijke identiteit op verschillende manieren in overeenstemming kunnen brengen. Ik onderzoek dit als onderdeel van de inbeddingsfase van socio-technische verbeeldingen. Ten tweede is er weinig begrip van hoe een gevoel van verbondenheid tussen actoren op verschillende schaalniveaus tot stand komt tijdens de ontwikkeling van innovaties binnen en over schaalniveaus heen. In hoofdstuk 3 bestudeer ik hoe prominente actoren het verleden inzetten om een dergelijk gevoel van verbondenheid te bevorderen in de uitbreidingsfase van socio-technische verbeeldingen. Ten derde is het onduidelijk hoe coherente identiteiten ontstaan uit de verscheidendheid aan rollen die actoren in transities vervullen. In hoofdstuk 4 analyseer ik hoe de uiteenlopende rollen van prominente actoren in transities op coherente wijze weerspiegeld worden in de ontwikkeling van soco-technische verbeeldingen. Ik bestudeer dit als onderdeel van de weerstandsfase. Ten vierde is weinig bekend over de wijze waarop actoren het verleden inzetten om bij te dragen aan de ontwikkeling van narratieven waarmee andere actoren zich kunnen identificeren. In hoofdstuk 5 bestudeer ik de 'mnemonische retoriek' die prominente actoren hanteerden vanaf de ontstaansfase van socio-technische verbeeldingen. \n\nOm inzicht te krijgen in hoe het collectieve geheugen onderdeel is van de ontwikkeling van socio-technische verbeeldingen, doe ik een 'within-case-analyse\u2019 van de transitie naar gas en elektriciteit in Nederlandse huishoudens. Op basis van literatuuronderzoek stel ik vast dat prominente vrouwenorganisaties en hun leden tijdens deze transitie \u2013 die in de jaren 1870 inzette \u2013 uiteenlopende toekomstbeelden van het moderne huishouden ontwikkelden. Sommige van deze organisaties verbeeldden het moderne huishouden als een plek vol energietechnologie\u00ebn, beheerd door een professionele huisvrouw. Andere organisaties stelden zich een modern huishouden zonder huisvrouw voor. Zij beeldden zich in dat de industri\u00eble mechanisering van huishoudelijke taken vrouwen in staat zou stellen buitenshuis te werken. Uiteindelijk zou het beeld van de professionele huisvrouw in de jaren 1930 dominant worden. In dit proefschrift onderzoek ik hoe het collectieve geheugen onderdeel was van de ontwikkeling van toekomstbeelden van het moderne huishouden. Hiertoe heb ik diverse vrouwenbladen en adviesgidsen voor vrouwen \u2013 uitgegeven door (leden van) vrouwenorganisaties \u2013 geanalyseerd op de historische verhalen over technologische ontwikkeling die daarin werden uitgedragen. \n\nUit mijn onderzoek blijkt dat tijdens de bestudeerde transitie de inzet van percepties van het verleden door (leden van) vrouwenorganisaties een kernaspect vormde van de ontwikkeling van toekomstbeelden van het moderne huishouden. In de inbeddingsfase cre\u00eberden vrouwenorganisaties discursieve voorwaarden die individuele huisvrouwen in staat stelden zich via historische verhalen over technologische ontwikkeling te identificeren met verbeeldingen van het moderne huishouden (hoofdstuk 2). In de uitbreidingsfase bevorderden vrouwenorganisaties sociale relaties tussen actoren die binnen, tussen en buiten het huishouden opereerden. Zo stimuleerden zij de verspreiding van voorstellingen van het moderne huishouden over verschillende schaalniveaus (hoofdstuk 3). In de weerstandsfase hingen de sociale en politieke rollen waarmee leden van vrouwenorganisaties zich identificeerden samen met de verbeeldingen van het moderne huishouden die hen aanspraken. Zij verweefden hun herinneringen, visies en verwachtingen tot een samenhangend verhaal over waarom het door hen aangehangen toekomstbeeld wenselijk en haalbaar was (hoofdstuk 4). En vanaf de ontstaansfase ging de opkomst van toekomstbeelden van het moderne huishouden gepaard met de inzet van meerdere vormen van herinneringsretoriek in historische verhalen over technologische ontwikkeling. Toen leden van \u00e9\u00e9n van de vrouwenorganisaties alle bestudeerde rhetorische patronen consistent gingen toepassen in de ontwikkeling van het toekomstbeeld van de professionele huisvrouw, werd dit toekomstbeeld dominant (hoofdstuk 5). \n\nIk concludeer dat (leden van) vrouwenorganisaties ervaringen en gebeurtenissen uit het verleden mobiliseerden om de toekomstbeelden die zij verbeeldden als haalbaar en wenselijk te presenteren. Zij fungeerden als zogeheten 'mnemonische actoren' die het verleden mobiliseerden als onderdeel van de ontwikkeling van toekomstbeelden van het moderne huishouden tot groepsidentiteiten. Met deze conclusie belicht ik de rol van actoren van een type dat binnen transitieonderzoek nog niet eerder is beschreven, en die een eveneens niet eerder beschreven vorm van mogelijke invloed uitoefenden. Het is voor transitieonderzoek van belang om dit type actoren nader te bestuderen. Toekomstig onderzoek zou kunnen ingaan op de mate waarin mnemonische actoren in staat zijn toekomstbeelden te be\u00efnvloeden. Ook kan het onderzoeken welke rol mnemonische actoren kunnen spelen bij het faciliteren van de ontwikkeling van gedeelde verhalen van het verleden door mensen met uiteenlopende achtergronden.","summary":"Summary\n\nThe English writer George Orwell stated in his renowned novel Nineteen Eigthy-Four that those who control how the past is remembered, control what the future will look like. Sustainability Transitions Research (STR) has emerged as an academic field that amply studies how actors collectively imagine sustainable futures. What STR scholars have not conceptualized in this respect is the fundamental role of perceptions of the past. In accordance with Orwell\u2019s statement, this means that an indispensable part of the way actors acquire authority for imagined futures remains out of sight. In this dissertation, I employ the concept of (collective) memory to increase understanding of actor agency in imaginary development. I propose memory as an important aspect of actor agency in the development of so-called socio-technical imaginaries into the solidity of identities. \n\nThe concept of socio-technical imaginaries accounts for the way scientific and technological ideas can evolve into collective identities through four phases: origination, embedding, resistance and extension. Yet, there are several research issues in relation to identity development in STR. I address four of them in my empirical chapters. First, there is no firm understanding of the agency of individuals in social identity development. In chapter 2, I assess discursive conditions that enable individuals to align their personal identities to collective ones in a variety of ways. I investigate this as part of the embedding phase of socio-technical imaginaries. Second, understanding is lacking how a sense of togetherness among actors across multiple scales comes about while innovations develop within and across scales. In chapter 3, I study how transition actors can mobilize the past to encourage such a sense of togetherness in the extension of socio-technical imaginaries. Third, it has remained unclear how coherent identities emerge from the multitude of roles that actors have in transitions. In chapter 4, I assess how the different roles that prominent actors in transitions have, can be coherently reflected in the socio-technical imaginary these actors appeal to in the resistance phase. Fourth, the way actors mobilize the past to contribute to the development of narratives that other actors can identify with asks for examination. In chapter 5, I assess patterns of \u2018mnemonic rhetoric\u2019 that prominent actors employ from the origination of socio-technical imaginaries onwards. \n\nTo move forward on the role of memory in imaginary development, I conduct a within-case analysis of the transition to gas and electricity in Dutch households. Based on literature research, I find that prominent women\u2019s organizations and their members developed multiple modern household imaginaries in this transition, starting in the 1870s. Some of these women\u2019s organizations imagined the modern household as full of energy technologies adopted by a professional housewife. Other women\u2019s organizations imagined the modern household without a housewife, envisioning that the industrial mechanization of household tasks would turn women into wage earners. Eventually, the professional housewife imaginary would rise to dominance in the 1930s. I investigate how memory accompanied the development of these modern household imaginaries. Hereto, I analyse a variety of women\u2019s magazines and advisory guides for women, produced by (members of) women\u2019s organizations, for the historical narratives on technological development they entailed. \n\nMy study reveals that in the studied transition, the mobilization of perceptions of the past by (members of) women\u2019s organizations was at the core of the development of modern household imaginaries. In the embedding phase, women\u2019s organizations provided discursive conditions that enabled individual housewives to identify with modern household imaginaries through historical narratives on technological development (chapter 2). In the phase of extension, women\u2019s organizations propagated social relations between actors operating within, across, and beyond the household encouraging the spread of modern household imaginaries across scales (chapter 3). In the resistance phase, the social and political roles that members of women\u2019s organizations identified with cohered with the imaginaries that appealed to them. They paved their memories, visions, and expectations in a coherent narrative explaining how the imaginary they appropriated was desirable and achievable (chapter 4). And, from the origination phase onwards, the development of modern household imaginaries was accompanied by the employment of several patterns of mnemonic rhetoric in historical narratives on technological development. It was only when members of one of the women\u2019s organizations consistently employed each of the studied rhetorical patterns that the professional housewife imaginary rose to dominance (chapter 5). \n\nI conclude that (members of) women\u2019s organizations memorized past experiences and events to present the socio-technological futures they imagined as achievable and desirable. They operated as so-called mnemonic actors attempting to exercise mnemonic agency in the conversion of modern household imaginaries into identities. With this conclusion, I bring forward the role of actors of an in STR yet unaddressed type exercising an in STR yet unaddressed type of agency. It is important for transitions research to further study this type of agency. Future research could investigate the extent to which mnemonic actors have the capacitiy to influence future imaginaries, as well as ways for them to facilitate people with a variety of backgrounds to develop shared stories of the past.","auteur":"Gijs ten Berge","auteur_slug":"gijs-ten-berge","publicatiedatum":"9 september 2026","taal":"EN","url_flipbook":"https:\/\/ebook.proefschriftmaken.nl\/ebook\/gijstenberge?iframe=true","url_download_pdf":"https:\/\/ebook.proefschriftmaken.nl\/download\/7509b809-7a0d-4850-a9fe-ebd7213f8de0\/highres","url_epub":"","ordernummer":"19465","isbn":"","doi_nummer":"","naam_universiteit":"TU Eindhoven","afbeeldingen":26654,"video_url":"","podcast_url":"","naam_student:":"","binnenwerk":"","universiteit":"TU Eindhoven","cover":"","afwerking":"","cover_afwerking":"","design":""},"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio\/26252","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/types\/us_portfolio"}],"wp:featuredmedia":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/media\/26250"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=26252"}],"wp:term":[{"taxonomy":"university_us_portfolio","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/university_us_portfolio?post=26252"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}