{"id":23018,"date":"2026-07-22T14:52:49","date_gmt":"2026-07-22T12:52:49","guid":{"rendered":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/us_portfolio\/zjala-ebadi-2\/"},"modified":"2026-08-14T17:55:46","modified_gmt":"2026-08-14T15:55:46","slug":"zjala-ebadi","status":"publish","type":"us_portfolio","link":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/portfolio\/zjala-ebadi\/","title":{"rendered":"Zjala Ebadi"},"content":{"rendered":"","protected":true},"featured_media":10345,"template":"","meta":{"_acf_changed":false},"university_us_portfolio":[17],"class_list":["post-23018","us_portfolio","type-us_portfolio","status-publish","post-password-required","hentry","university_us_portfolio-radboud-universiteit"],"acf":{"main_text":"","naam_van_het_proefschift":"Persistent Fatigue in Chronic Respiratory Conditions","samenvatting":"Vermoeidheid is een veelvoorkomende en belastende klacht bij pati\u00ebnten met chronische obstructieve longziekte (COPD) en bij personen na een COVID-19-infectie. Ondanks de grote impact op het dagelijks functioneren, de kwaliteit van leven en de algehele gezondheidstoestand wordt vermoeidheid in de klinische praktijk vaak onvoldoende onderkend en behandeld. Dit proefschrift had tot doel meer inzicht te verkrijgen in de prevalentie, de samenhang met andere gezondheidsdomeinen en de dynamiek van vermoeidheid bij COPD en na COVID-19, met aandacht voor fysieke, psychologische, gedragsmatige en gezondheidsgerelateerde factoren.\n\nOm een overzicht te krijgen van de bestaande kennis over vermoeidheid bij COPD en de factoren die hiermee samenhangen, werd in een systematische review de beschikbare literatuur samengevat (hoofdstuk 2). In dit hoofdstuk werd duidelijk dat vermoeidheid zeer frequent voorkwam bij pati\u00ebnten met COPD, met prevalenties vari\u00ebrend van 17% tot 95%. Deze grote spreiding bleek grotendeels het gevolg te zijn van verschillen in gebruikte meetinstrumenten, afkappunten voor klinisch relevante vermoeidheid en zorgsettings. Vermoeidheid bleek samen te hangen met verschillende fysieke en psychologische factoren, waaronder dyspneu, verminderde inspanningscapaciteit, perifere spierzwakte, exacerbaties, depressieve en angstklachten en een verminderde kwaliteit van leven. De relatie tussen vermoeidheid en de mate van luchtwegobstructie was zwak of afwezig, hetgeen suggereert dat vermoeidheid bij COPD niet louter het gevolg is van pulmonale beperkingen.\n\nAangezien vermoeidheid en andere symptomen zich vooral manifesteerden in het dagelijks leven en mogelijk samenhingen met het dagelijkse bewegingsgedrag van pati\u00ebnten, werd in het volgende onderzoek ingezoomd op deze dagelijkse dynamiek (hoofdstuk 3). In dit hoofdstuk werd onderzocht hoe fysieke activiteit en sedentair gedrag samenhingen met dagelijkse fysieke en psychologische symptomen bij pati\u00ebnten met mild tot zeer ernstig COPD. Door het combineren van objectieve metingen van fysieke activiteit en sedentair gedrag met herhaalde symptoommetingen gedurende de dag werd inzicht verkregen in de richting en kortetermijndynamiek van deze relaties in het dagelijks leven. De resultaten lieten zien dat het ervaren van meer ontspanning samenhing met meer fysieke activiteit kort daarna. Concreet was een hogere mate van ontspanning geassocieerd met een hoger aantal stappen in de 15 minuten na het invullen van de symptoomvragenlijst, ook na correctie voor relevante confounders. Hoewel de absolute toename in stappen beperkt was, moest dit worden ge\u00efnterpreteerd in het licht van de zeer lage activiteitenniveaus in deze populatie, waarbij zelfs kleine veranderingen betekenisvol konden zijn. Een hoger aantal stappen in de 15 en 30 minuten v\u00f3\u00f3r de meting was geassocieerd met zich minder ontspannen voelen en met meer kortademigheid en vermoeidheid. Dit wees erop dat fysieke activiteit bij pati\u00ebnten met COPD gepaard kan gaan met een tijdelijke toename van symptomen. Wat betreft sedentair gedrag werd geen relatie gevonden tussen symptomen en daaropvolgend sedentair gedrag. Wel bleek dat meer sedentair gedrag voorafgaand aan de symptoombeoordeling samenhing met slechtere psychologische symptoomervaringen, en dat een langere duur van sedentair gedrag in de 15 en 30 minuten v\u00f3\u00f3r de meting was geassocieerd met meer gevoelens van angst.\n\nSamenvattend toonden de resultaten aan dat er een bidirectionele relatie bestond tussen ontspanning en fysieke activiteit bij pati\u00ebnten met COPD. Meer ontspanning hing samen met meer fysieke activiteit kort daarna, terwijl meer fysieke activiteit voorafgaand aan de meting gepaard ging met meer vermoeidheid en dyspneu Daarnaast leek sedentair gedrag vooraf te gaan aan een toename van angst. Deze bevindingen onderstreepten de complexe en dynamische samenhang tussen vermoeidheid, fysieke activiteit, sedentair gedrag en andere symptomen, zoals dyspneu en angst, in het dagelijks leven van pati\u00ebnten met COPD.\n\nOm meer inzicht te krijgen in het beloop van vermoeidheid over de tijd en de samenhang met andere domeinen van gezondheid, werd in een longitudinale studie een multidimensionele benadering toegepast (hoofdstuk 4). In dit hoofdstuk werden tijdafhankelijke en bidirectionele relaties onderzocht tussen vermoeidheid en fysieke, psychologische, gedragsmatige en gezondheidsstatusvariabelen bij pati\u00ebnten met COPD. De resultaten lieten zien dat de prevalentie van vermoeidheid was hoog en over een periode van \u00e9\u00e9n jaar grotendeels stabiel bleef, met meer dan de helft van de pati\u00ebnten die ernstige vermoeidheid rapporteerde op beide meetmomenten. De longitudinale analyses toonden aan dat fysieke activiteit de enige factor was die vermoeidheid direct voorspelde over de tijd, waarbij hogere niveaus van fysieke activiteit op baseline samenhingen met minder vermoeidheid na \u00e9\u00e9n jaar. Vermoeidheid zelf bleek daarentegen een voorspellende rol te spelen voor een verslechtering van de gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven en een toename van dyspneu en dyspneu-gerelateerde emoties over de tijd. Directe relaties tussen vermoeidheid en indicatoren van ziekte-ernst, zoals de longfunctie en exacerbaties, bleken afwezig.\n\nNaast de directe relaties lieten de resultaten een complex netwerk van indirecte en wederkerige verbanden zien tussen fysieke, psychologische en gedragsmatige factoren. Zo be\u00efnvloedden fysieke capaciteit en fysieke activiteit elkaar wederzijds over de tijd, en bleek dyspneu een centrale rol te spelen in de samenhang tussen vermoeidheid en psychologische factoren zoals depressieve stemming, vermoeidheidsgerelateerde catastrofering en zelfeffectiviteit. Psychologische processen, waaronder fasen van rouwverwerking, angst en vermoeidheidsgerelateerde cognities, bleken sterk met elkaar verweven en droegen indirect bij aan ervaren beperkingen. Deze bevindingen lieten zien dat vermoeidheid bij COPD was ingebed in een dynamisch en multidimensioneel netwerk van onderling samenhangende factoren, waarin wederzijdse be\u00efnvloeding en feedbackmechanismen een belangrijke rol speelden.\n\nAanhoudende vermoeidheid is ook een veelvoorkomende klacht na een COVID-19-infectie, zowel bij pati\u00ebnten die tijdens de acute fase werden opgenomen in het ziekenhuis als bij niet-gehospitaliseerde pati\u00ebnten met post-acute sequelae of COVID-19. In hoofdstuk 5 werd de prevalentie, het beloop en de samenhang van ernstige vermoeidheid met gezondheidsstatus en psychologische factoren onderzocht tot een jaar na infectie. Bij pati\u00ebnten die vanwege COVID-19 waren opgenomen in het ziekenhuis bleek ernstige vermoeidheid zeer frequent aanwezig. Op het eerste meetmoment rapporteerde 67% van deze pati\u00ebnten ernstige vermoeidheid, terwijl dit \u00e9\u00e9n jaar later nog steeds gold voor 59%. Bij het merendeel van de pati\u00ebnten bleef de ernst van vermoeidheid onveranderd, terwijl slechts een minderheid klinisch relevante verbetering liet zien. Er werden geen significante verschillen gevonden in demografische, klinische, gezondheidsstatus- of psychologische kenmerken op baseline tussen pati\u00ebnten bij wie de vermoeidheid verbeterde en pati\u00ebnten bij wie dit niet het geval was. Daarnaast bleek geen van de op baseline gemeten variabelen voorspellend voor de ernst van vermoeidheid na \u00e9\u00e9n jaar. Ook bij niet-gehospitaliseerde pati\u00ebnten met post-COVID-klachten na een infectie werd een zeer hoge prevalentie van ernstige vermoeidheid gevonden. Op baseline rapporteerde 96% ernstige vermoeidheid, terwijl dit na \u00e9\u00e9n jaar nog bij 69% het geval was. Hoewel bij een deel van de pati\u00ebnten verbetering optrad, bleef bij het merendeel de vermoeidheid onveranderd. Net als bij de gehospitaliseerde groep konden geen baseline-kenmerken worden ge\u00efdentificeerd die vermoeidheid na \u00e9\u00e9n jaar voorspelden. In beide cohorten bleek vermoeidheid sterk samen te hangen met andere domeinen van gezondheidsstatus en psychologisch functioneren. De sterkste associaties werden gevonden met subjectief ervaren beperkingen in het dagelijks functioneren en een verminderde gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven. Veranderingen in vermoeidheid over de tijd gingen gepaard met veranderingen in deze gezondheidsstatusdomeinen, terwijl verbanden met andere psychologische maten minder uitgesproken waren. Deze bevindingen lieten zien dat ernstige vermoeidheid tot ten minste \u00e9\u00e9n jaar na COVID-19 zeer frequent voorkwam, een persisterend karakter had en nauw verweven was met ervaren beperkingen en kwaliteit van leven. terwijl duidelijke voorspellers voor herstel ontbraken.\n\nGezamenlijk lieten de studies in dit proefschrift zien dat vermoeidheid bij COPD en na COVID-19 een complex, multidimensioneel en persisterend symptoom is, waarvoor een brede benadering noodzakelijk is in zowel onderzoek als klinische praktijk.","summary":"Fatigue is a frequent and burdensome symptom in patients with chronic obstructive pulmonary disease (COPD) and in individuals after COVID-19 infection. Despite its substantial impact on daily functioning, quality of life, and overall health status, fatigue in COPD has often been insufficiently recognised in clinical practice. Effective approaches for the assessment and management of fatigue, however, remain limited in both COPD and post-COVID. Therefore, the aim of this thesis was to improve understanding of the prevalence, associated factors, and longitudinal course of fatigue in COPD and after COVID-19 by examining physical, psychological, behavioural, and health-related domains.\n\nTo provide an overview of the existing knowledge on fatigue in COPD and the factors associated with it, a systematic review was conducted to summarise the available literature (Chapter 2). This chapter showed that fatigue was highly prevalent among patients with COPD, with prevalence estimates ranging from 17% to 95%. This wide variation was largely explained by differences in the assessment instruments used, cut-off values for clinically relevant fatigue, and clinical settings. Fatigue was associated with several physical and psychological factors, including dyspnoea, reduced exercise capacity, peripheral muscle weakness, exacerbations, depressive and anxiety symptoms, and reduced health-related quality of life. The relationship between fatigue and the degree of airflow limitation was weak or absent, suggesting that fatigue in COPD is not merely a consequence of pulmonary impairment.\n\nSince fatigue and other symptoms primarily manifest in daily life and may be associated with patients' daily movement behaviour, the next study focused on these day-to-day dynamics (Chapter 3). This chapter investigated how physical activity and sedentary behaviour were associated with daily physical and psychological symptoms in patients with mild to very severe COPD. By combining objective measurements of physical activity and sedentary behaviour with repeated symptom assessments throughout the day, insight was obtained into the direction and short-term dynamics of these relationships in daily life. The results showed that greater relaxation was associated with more physical activity shortly afterwards. Specifically, a higher level of relaxation was associated with a greater number of steps during the 15 minutes following completion of the symptoms-questionnaire, even after adjustment for relevant confounders. Although the absolute increase in the number of steps was small, this should be interpreted in the context of the very low activity levels observed in this population, where even small changes may be clinically meaningful. A higher number of steps in the 15 and 30 minutes preceding the assessment was associated with feeling less relaxed, as well as with greater dyspnoea and fatigue. This suggests that physical activity in patients with COPD may be followed by a temporary increase in symptom burden. With regard to sedentary behaviour, no association was found between symptoms and subsequent sedentary behaviour. However, more sedentary behaviour before symptom assessment was associated with poorer psychological symptom experiences, and a longer duration of sedentary behaviour in the 15 and 30 minutes preceding the assessment was associated with greater feelings of anxiety. Overall, the results demonstrated a bidirectional relationship between relaxation and physical activity in patients with COPD. Greater relaxation was associated with more physical activity shortly afterwards, whereas more physical activity before symptom assessment was associated with greater fatigue and dyspnoea. In addition, sedentary behaviour appeared to precede an increase in anxiety. These findings highlight the complex and dynamic relationships between fatigue, physical activity, sedentary behaviour, and other symptoms, including dyspnoea and anxiety, in the daily lives of patients with COPD.\n\nTo gain more insight into the course of fatigue over time and its relationship with other health domains, a longitudinal study applying a multidimensional approach was conducted (Chapter 4). This chapter investigated time-dependent and bidirectional relationships between fatigue and physical, psychological, behavioural, and health-related variables in patients with COPD. The results showed that the prevalence of fatigue was high and remained largely stable over a one-year period, with more than half of the patients reporting severe fatigue at both assessment points. The longitudinal analyses demonstrated that physical activity was the only variable that directly predicted fatigue over time, with higher levels of physical activity at baseline being associated with lower fatigue one year later. Fatigue itself was found to predict deterioration in health-related quality of life and increases in dyspnoea and dyspnoea-related emotions over time. Relationships between fatigue and indicators of disease severity, such as lung function and exacerbations, were limited or absent. In addition to these direct relationships, the results revealed a complex network of indirect and reciprocal associations between physical, psychological, and behavioural factors. Physical capacity and physical activity influenced each other over time, while dyspnoea appeared to play a central role in the relationships between fatigue and psychological factors, including depressive mood, fatigue-related catastrophising, and self-efficacy. Psychological processes, including stages of grief, anxiety, and fatigue-related cognitions, were closely intertwined and indirectly contributed to perceived limitations. These findings demonstrated that fatigue in COPD is embedded in a dynamic and multidimensional network of interrelated factors, in which reciprocal influences and feedback mechanisms play an important role.\n\nPersistent fatigue is a common complaint following COVID-19 infection, both in patients who were hospitalised during the acute phase and in non-hospitalised patients with post-acute sequelae of COVID-19. Chapter 5 investigated the prevalence, course, and associations of severe fatigue with health status and psychological factors for up to one year after infection.\n\nAmong patients hospitalised because of COVID-19, severe fatigue was highly prevalent. At the first assessment, 67% of the patients reported severe fatigue, and 59% continued to report severe fatigue one year later. In most patients, fatigue severity remained unchanged, whereas only a minority showed a clinically relevant improvement. No significant differences were found in demographic, clinical, health status, or psychological characteristics at baseline between patients whose fatigue improved and those whose fatigue did not improve. Furthermore, none of the baseline variables predicted fatigue severity one year later.\n\nA very high prevalence of severe fatigue was also observed in non-hospitalised patients with post-COVID following infection. At baseline, 96% reported severe fatigue, whereas 69% still reported severe fatigue one year later. Although fatigue improved in some patients, it remained unchanged in the majority. As in the hospitalised group, no baseline characteristics were identified that predicted fatigue during follow-up. In both cohorts, fatigue was strongly associated with other domains of health status and psychological functioning. The strongest associations were observed with subjective limitations in daily functioning and reduced health-related quality of life. Changes in fatigue over time were accompanied by changes in these health status domains, whereas associations with other psychological outcome measures were less pronounced. These findings demonstrate that severe fatigue remained highly prevalent for at least one year following COVID-19, had a persistent course, and was closely intertwined with perceived limitations and quality of life, while clear predictors of recovery were lacking.\n\nTaken together, the studies presented in this thesis demonstrated that fatigue in COPD and after COVID-19 is a complex, multidimensional, and persistent symptom that requires an integrative approach..","auteur":"Zjala Ebadi","auteur_slug":"zjala-ebadi","publicatiedatum":"14 september 2026","taal":"EN","url_flipbook":"https:\/\/ebook.proefschriftmaken.nl\/ebook\/zjalaebadi?iframe=true","url_download_pdf":"https:\/\/ebook.proefschriftmaken.nl\/download\/bba1efe6-badc-44ad-8490-fdfef1e78731\/optimized","url_epub":"","ordernummer":"18886","isbn":"978-94-6534-473-7","doi_nummer":"","naam_universiteit":"Radboud Universiteit","afbeeldingen":10594,"video_url":"","podcast_url":"","naam_student:":"","binnenwerk":"","universiteit":"Radboud Universiteit","cover":"","afwerking":"","cover_afwerking":"","design":""},"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio\/23018","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/types\/us_portfolio"}],"wp:featuredmedia":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/media\/10345"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=23018"}],"wp:term":[{"taxonomy":"university_us_portfolio","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/university_us_portfolio?post=23018"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}