{"id":17358,"date":"2026-04-03T14:45:52","date_gmt":"2026-04-03T12:45:52","guid":{"rendered":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/us_portfolio\/kwame-ogero-2\/"},"modified":"2026-08-14T17:50:17","modified_gmt":"2026-08-14T15:50:17","slug":"kwame-ogero","status":"publish","type":"us_portfolio","link":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/portfolio\/kwame-ogero\/","title":{"rendered":"Kwame Ogero"},"content":{"rendered":"","protected":false},"featured_media":8737,"template":"","meta":{"_acf_changed":false},"university_us_portfolio":[29],"class_list":["post-17358","us_portfolio","type-us_portfolio","status-publish","has-post-thumbnail","hentry","university_us_portfolio-wageningen-university"],"acf":{"main_text":"","naam_van_het_proefschift":"Degeneration of Sweetpotato Seed in Tanzania","samenvatting":"Het eerste hoofdstuk van dit proefschrift is een algemene introductie over het verlies van kwaliteit (vooral gezondheid) van uitgangsmateriaal na meerdere vermeerderingen, de teelt van zoete aardappel in Tanzania en de uitdagingen die door de virussen van deze teelt worden veroorzaakt. Hoofdstukken 2 tot en met 5 beschrijven het onderzoek aan de hand van de volgende vragen:\na) Hoe snel gaat gezond en op virus getest uitgangsmateriaal van zoete aardappel achteruit in de loop van achtereenvolgende teeltseizoenen onder verschillende teeltomstandigheden? (Hoofdstuk 2)\nb) Kunnen insecten-vrije gaaskooien bijdragen aan het terugdringen van her-infecties van gezond, virus-vrij plant materiaal? (Hoofdstuk 3)\nc) Hoe be\u00efnvloedt de teelt van een hergroeigewas (in het Engels: ratooning) de productie van stekken in insectenvrije gaastunnels? (Hoofdstuk 4)\nd) Welke ervaringen hebben de boeren met kwaliteitsverlies van uitgangsmateriaal en welke acties ondernemen ze hiertegen, inclusief het verkrijgen van nieuw uitgangsmateriaal? (Hoofdstuk 5)\n\nHoofdstuk 2 is gebaseerd op experimenten die gedurende vijf teeltseizoenen in gebieden met hoge en lage virusdruk werden uitgevoerd. In deze experimenten werd kwaliteitsverlies van gezond, virusvrij uitgangsmateriaal vergeleken met dat van uitgangsmateriaal afkomstig van de boeren zelf. Gebruik van gezond, virusvrij uitgangsmateriaal remt de achteruitgang, met name bij vatbare cultivars in een omgeving met hoge virusdruk; daarentegen blijft boerenmateriaal van resistente cultivars stabiel in opbrengst. Dit hoofdstuk laat zien dat het inzetten van resistente cultivars en het rekening houden met teeltomstandigheden belangrijk zijn bij het promoten van het gebruik van gezond, virusvrij uitgangsmateriaal.\n\nHoofdstuk 3 beschrijft de effectiviteit van insectenvrije gaastunnels in het tegengaan van kwaliteitsverlies van uitgangsmateriaal. Gedurende 21 maanden werd uitgangsmateriaal geteeld in gaastunnels of geteeld in de volle grond vergeleken met betrekking tot de ontwikkeling van virusinfecties. Daarnaast werd het SeedHealth model (https:\/\/tools4seedsystems.org\/) gebruikt in een scenarioanalyse om de te verwachten opbrengstdervingen te modelleren over een periode van 10 groeiseizoenen onder hoge virusdruk. Dit hoofdstuk laat zien dat insectenvrije gaastunnels gedurende 20 maanden virusinfecties kunnen tegenhouden. Het SeedHealth model liet zien dat planten afkomstig uit de gaastunnels na 10 generaties nog 60% van hun verwachte opbrengst zouden halen, terwijl de planten in de volle grond dat al niet meer halen na slechts vier generaties. Deze resultaten vormen de basis voor de aanbeveling gaastunnels toe te passen in gebieden met hoge virusdruk om snelle infectie van gezond uitgangsmateriaal te voorkomen. Zulke gaastunnels zouden vooral ingezet kunnen worden door boeren die op middelgrote tot grote schaal uitgangsmateriaal produceren.\n\nNa de succesvolle demonstratie dat gaastunnels virusinfecties in gezond uitgangsmateriaal kunnen terugdringen was het nodig om na te gaan hoe boeren het beste hun uitgangsmateriaal kunnen vermeerderen om niet-virus-gerelateerde opbrengstverliezen te vermijden. Daartoe is onder meer onderzocht wat het effect is van het telen als hergroeigewas op de productie van uitgangsmateriaal. Hoofdstuk 4 beschrijft de resultaten van een experiment waarin gedurende 14 maanden de teelt van een hergroeigewas werd vergeleken met het herplanten van stekken. Hieruit blijkt duidelijk dat met een hergroeigewas de opbrengst aan uitgangsmateriaal kan worden verhoogd maar dat dit ook gepaard gaat met meer virusinfecties bij teelten in de volle grond. Het telen van een hergroeigewas wordt aanbevolen voor de productie van uitgangsmateriaal in gaastunnels en schermkassen. Wanneer het toegepast wordt in de volle grond dan zijn aanvullende virusbeperkende maatregelen noodzakelijk.\n\nOm te begrijpen hoe boeren kwaliteitsverlies begrijpen en ermee omgaan is een \u2018kleine N\u2019 enqu\u00eate gehouden onder 37 boeren (20 vrouwen en 17 mannen). De resultaten hiervan, beschreven in Hoofdstuk 5, laten zien dat vrouwen vaker kwaliteitsverlies zien dan mannen. Zij die kwaliteitsverlies ervoeren, beschreven het vooral als minder en kleinere wortels. Dit is een duidelijk aanwijzing voor lagere opbrengsten. Dit hoofdstuk laat ook zien dat als belangrijkste reactie hierop men op zoek ging naar een nieuw ras in plaats van gezond uitgangsmateriaal van het bestaand ras. Dit toont aan dat het nodig is om de boeren erop te wijzen dat hun gedegenereerde rassen virusvrij gemaakt kunnen worden en toch geteeld kunnen worden, zeker als ze gewild zijn door de markt. Hoofdstuk 5 laat ook zien dat uitgangsmateriaal van zoete aardappel uitgewisseld wordt binnen nauw verbonden netwerken (vrienden, buren en familie) en dat hergebruik van uitgangsmateriaal binnen de eigen boerderij nog steeds het belangrijkst is.\n\nHoofdstuk 6 plaatst de resultaten van Hoofdstukken 2 tot en met 5 in een bredere context. Het legt ook verbanden met kwaliteitsverlies van uitgangsmateriaal in andere wortel-, knol- en banaangewassen. Dit hoofdstuk concludeert ook dat het van belang is om meer informatie over de ervaringen van boeren met kwaliteitsverlies te verkrijgen. Zulke informatie kan, in combinatie met resultaten van biofysische experimenten, leiden tot betere gewas management strategie\u00ebn.\n\nDe resultaten beschreven in dit proefschrift laten zien dat het gebruik van virusvrij materiaal kan bijdragen aan het verbeteren van de kwaliteit van uitgangsmateriaal over meerdere generaties. Het is echter belangrijk te beseffen dat meerdere factoren hierbij van belang zijn, zoals bijvoorbeeld hoe boeren aan hun uitgangsmateriaal komen en welke risico\u2019s er zijn op nieuwe virusinfecties.\n\nHet in kaart brengen van de netwerken waarlangs uitgangsmateriaal wordt uitgewisseld kan belangrijke informatie geven over deze netwerken, duidelijk maken welke waarden ze in zich dragen en hoe ze gebruikt kunnen worden om virusvrij uitgangsmateriaal te verspreiden. Het kan ook helpen te begrijpen hoe verschillende soorten boeren toegang hebben tot uitgangsmateriaal van verschillende herkomst.\n\nFarmers packing sweetpotato seed on lesos\/kangas for transportation to their farms. Geita district, Tanzania. Credit: K. Ogero.","summary":"Seed degeneration caused by viruses is a major constraint to sweetpotato production at the Lake Zone, Tanzania. Dual infection with sweet potato feathery mottle virus (SPFMV) and sweet potato chlorotic stunt virus (SPCSV) can cause up to 100% yield losses. Use of cleaned-up, virus-tested vines disseminated through a formal system is one of the strategies to address this constraint. However, clean seed can get infected once exposed to virus-spreading vectors in the field leading to degeneration and yield losses therefore requiring replacement. There is a need to understand the interactions between viruses, the crop and the environment better. This will enable farmers to know the pattern of degeneration of planting material in their localities, which control measures to use and when to purchase new planting material. Understanding variations in yields of clean planting material after several generations of field propagation defines how seed producers can sustain the supply of quality planting material. Several practices have been promoted to aid on-farm management of sweetpotato viruses during seed production. These include use of insect-proof net tunnels to protect clean seed from virus vectors. However, their effectiveness in reducing virus infection is not well understood. Moreover, successful uptake of clean seed requires an understanding of the current seed sourcing strategies among farmers in Tanzania. This includes understanding how they perceive and react to degeneration.\n\nThis thesis sought to assess how cleaned-up, virus-tested seed can be incorporated into smallholder farming systems to address degeneration in sweetpotato. The first chapter is a General Introduction on seed degeneration, sweetpotato production in Tanzania and the challenges posed by virus-related seed degeneration. Chapters 2 to 5 are research chapters that sought to answer the following questions:\na) How does sweetpotato seed sourced from clean virus-tested plants degenerate in different agroecologies following several seasons of on-farm propagation? (Chapter 2)\nb) Can insect-proof net tunnels limit virus infection of clean sweetpotato planting material? (Chapter 3)\nc) How does ratooning affect vine production in insect-proof net tunnels? (Chapter 4)\nd) What are farmers\u2019 experiences with and actions towards degeneration including seed sourcing strategies? (Chapter 5).\n\nChapter 2 was based on experiments conducted over five seasons in a high- and low-virus-pressure environment. The experiments compared degeneration of seed sourced from clean virus-tested plants and farmer-sourced seed over the five seasons. The analysis in this chapter shows that clean virus-tested seed slows down degeneration especially for susceptible varieties grown in high-virus-pressure environments. It also shows yield stability for farmer-sourced material of resistant varieties. This provides more evidence on why farmers recycle planting material. This chapter shows that it is important to consider cultivar resistance and agroecology when promoting adoption of clean virus-tested seed.\n\nChapter 3 captures the effectiveness of insect-proof net tunnels in reducing seed degeneration. It presents findings from a 21-month experiment assessing virus infection on vines grown in net tunnels and open fields. In addition, a SeedHealth model (see https:\/\/tools4seedsystems.org\/) was used to model percentages of yield loss over ten seasons in scenario analyses for a high-virus-pressure site. The chapter shows that insect-proof net tunnels can prevent infection in a high-virus-pressure area for up to 20 months. The SeedHealth modeling showed that plants sourced from net tunnels would still attain more than 60% of the expected yields after 10 generations while those sourced from open fields would not do so after only 4 generations. The findings form a basis for recommending adoption of net-protected structures such as screenhouses in high-virus-pressure environments to reduce rapid infection of clean seed. These can be adopted by well-resourced farmers producing at medium or large scale.\n\nFollowing the successful demonstration by Chapter 3 that insect-proof net tunnels can reduce the rate of virus infection in clean seed it was necessary to assess how farmers can successfully manage the plants to avoid losses not related to virus infection. This included evaluating the effect of ratooning in vine production in the net tunnels. Chapter 4 captures findings from a 14-month experiment comparing a ratoon cropping technique and a replanting technique in net tunnels and open fields. This chapter shows that ratooning increases vine production. However, the technique leads to higher virus incidences on plants grown in the open. Ratooning is recommended for vine production in net tunnels and screenhouses. If used in the open fields, it should be accompanied with virus control measures.\n\nTo understand farmers\u2019 experiences with and actions towards degeneration, a \u2018small N\u2019 survey was conducted with 37 farmers (20 female and 17 male). The findings captured in Chapter 5 show that more women reported seed degeneration than men. Those experiencing degeneration said that the main signs were production of fewer and smaller roots. This is indicative of declining yields. The Chapter also shows that farmers associate degeneration with yellowing and stunting of plants \u2013 key signs of virus infection.\n\nIn addition, Chapter 5 shows the main action to address degeneration was to seek a new variety rather than getting cleaner planting material of the degenerated variety. This indicates the need to inform farmers that degenerated varieties can be cleaned-up and returned into the system especially if they are market-preferred. Chapter 5 also indicates that sweetpotato planting material is shared within very close networks (friends, neighbours and relatives) and that on-farm seed recycling still dominates.\n\nChapter 6 puts the results of Chapters 2 up to and including 5 in a broader context. It also draws some comparisons with seed degeneration in other root, tuber and banana crops. Chapter 6 notes the importance of getting more information on farmers\u2019 experiences with degeneration. Such data can be combined with data from biophysical experiments to come up with better management strategies.\n\nThe findings captured in this thesis show that using clean seed can help improve seed quality in sweetpotato across generations. However, it is important to consider other important factors that can influence its adoption. These include farmer seed sourcing strategies and risk of re-infection. Characterizing the farmer seed exchange networks can give a detailed description of and bring to the forefront the value embedded in them and how they can be tapped to disseminate clean seed. It can also help understand how different types of farmers have access to different types, sources and origins of planting material.","auteur":"Kwame Ogero","auteur_slug":"kwame-ogero","publicatiedatum":"7 december 2022","taal":"EN","url_flipbook":"https:\/\/ebook.proefschriftmaken.nl\/ebook\/kwameogero?iframe=true","url_download_pdf":"","url_epub":"","ordernummer":"FTP-202604031442","isbn":"978-94-6447-451-0","doi_nummer":"","naam_universiteit":"Wageningen University","afbeeldingen":8737,"video_url":"","podcast_url":"","naam_student:":"","binnenwerk":"","universiteit":"Wageningen University","cover":"","afwerking":"","cover_afwerking":"","design":""},"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio\/17358","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/types\/us_portfolio"}],"wp:featuredmedia":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/media\/8737"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=17358"}],"wp:term":[{"taxonomy":"university_us_portfolio","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/university_us_portfolio?post=17358"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}