{"id":16759,"date":"2026-08-19T17:01:52","date_gmt":"2026-08-19T15:01:52","guid":{"rendered":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/portfolio\/kirsten-de-oude\/"},"modified":"2026-08-19T17:02:00","modified_gmt":"2026-08-19T15:02:00","slug":"kirsten-de-oude","status":"publish","type":"us_portfolio","link":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/portfolio\/kirsten-de-oude\/","title":{"rendered":"Kirsten de Oude"},"content":{"rendered":"","protected":true},"excerpt":{"rendered":"","protected":true},"author":8,"featured_media":16760,"comment_status":"closed","ping_status":"closed","template":"","meta":{"_acf_changed":false,"footnotes":""},"us_portfolio_category":[45],"class_list":["post-16759","us_portfolio","type-us_portfolio","status-publish","post-password-required","hentry","us_portfolio_category-new-template"],"acf":{"main_text":"","naam_van_het_proefschift":"Building Strength, Reducing Risks","samenvatting":"Hoofstuk 1: Algemene inleiding\nHoewel hart- en vaatziekten wereldwijd de belangrijkste doodsoorzaak zijn, kan het risico erop verminderd worden door het aanpakken van risicofactoren zoals lichamelijke inactiviteit, een slecht dieet en obesitas. Regelmatige lichamelijke activiteit is essentieel voor het verminderen van cardiovasculaire risicofactoren (CVRF\u2019s).\n\nVolwassenen met een verstandelijke beperking (VB) zijn kwetsbaar voor hart- en vaatziekten, en hebben vaker CVRF\u2019s in vergelijking met de algemene bevolking. Deze groep heeft te maken met unieke uitdagingen bij het handhaven van een gezonde actieve levensstijl, het op tijd verkrijgen van toegang tot gezondheidszorg en het ontvangen van passende preventie- en screeningsprogramma\u2019s. Deze uitdagingen leiden tot blijvende gezondheidsongelijkheden.\n\nIn Nederland worden voor cardiovasculair risicomanagement bij volwassenen met een VB doorgaans de richtlijnen gebruikt die ontwikkeld zijn voor de algemene bevolking. Deze richtlijnen vereisen echter individuele aanpassingen vanwege comorbiditeiten, polyfarmacie en communicatieproblemen. Het vergroten van lichamelijke activiteiten is een belangrijke aanbeveling in internationale richtlijnen. De mate van lichamelijke activiteit bij volwassenen met een VB is echter vaak laag. Ook ondervinden zij tal van barri\u00e8res, zoals gezondheidsproblemen, gebrek aan aangepaste programma\u2019s en onvoldoende ondersteuning, om deel te nemen aan lichamelijke activiteit.\n\nDeelnemen aan een krachttrainingsprogramma kan voordelen bieden voor volwassenen met een VB. Het verbetert mogelijk de spiermassa, bloedsuikercontrole, bloeddruk en cholesterol, en kan gemakkelijker worden afgestemd op individuele capaciteiten dan cardiotraining. Ondanks deze potenti\u00eble voordelen blijven volwassenen met een VB ondervertegenwoordigd in klinisch onderzoek naar krachttraining. Dit resulteert in een gebrek aan bewijs over de effecten van krachttraining op gezondheidgerelateerde factoren, zoals CVRF\u2019s, lichamelijke fitheid, lichaamssamenstelling, sarcopenie, dagelijkse activiteiten (ADL), vallen en probleemgedrag.\n\nDit proefschrift onderzoekt de effecten van progressieve krachttraining (PRET) op CVRF\u2019s en andere gezondheidsresultaten bij volwassenen met een VB. Hiermee wordt een belangrijk kennishiaat opgevuld en wordt wetenschappelijke onderbouwing geboden voor de klinische praktijk en beleidsvorming.\n\nHoofdstuk 2: Effect van verschillende krachttrainingsintensiteiten op CVRF\u2019s\nDit hoofdstuk presenteert een systematische literatuurstudie en meta-analyse over de effecten van verschillende intensiteiten (laag, matig, hoog, progressief) van krachttraining op CVRF\u2019s in de algemene bevolking. Hoewel krachttraining bekend staat om het verbeteren van CVRF\u2019s, blijft de optimale trainingsintensiteit onduidelijk.\n\nDe meta-analyses van 59 gerandomiseerde gecontroleerde studies toonden dat progressieve krachttraining positieve effecten heeft op systolische bloeddruk (SBP) en low-density lipoprote\u00efnecholesterol (LDL). Hoge intensiteit krachttraining verminderde glycohemoglobine (HbA1c), lage intensiteit krachttraining verlaagde LDL, en matige intensiteit krachttraining verbeterde zowel de taille-heup ratio (WHR) als HbA1c. Het vergelijken van de verschillende intensiteiten van krachttraining vertoonde geen statistisch significante verschillen, behalve een groter effect van hoge intensiteit op WHR. De kwaliteit van het bewijs varieerde van laag tot matig.\n\nOver het algemeen bevestigen deze bevindingen dat alle intensiteiten van krachttraining bijdragen aan verbeteringen in CVRF\u2019s. Het bewijs voor de optimale trainingsintensiteit blijft beperkt, daarom is verder onderzoek naar de optimale trainingsvoorschriften voor cardiovasculair risicomanagement noodzakelijk.\n\nHoofdstuk 3: PRET studieprotocol: ontwerp en methodologie\nDit hoofdstuk beschrijft het protocol van de PRET-studie, die het effect van progressieve krachttraining op CVRF\u2019s bij volwassenen met een VB evalueerde. Hoewel krachttraining effectief blijkt te zijn voor het verlagen van CVRF\u2019s in de algemene bevolking, blijft het effect bij volwassenen met een VB onbekend.\n\nWe hebben een herhaalde tijdsreeksstudie ontworpen met \u00e9\u00e9n studiegroep. Volwassenen met milde tot matige VB en ten minste twee CVRF\u2019s kwamen in aanmerking voor deelname. Na een periode van 12 weken met drie herhaalde metingen, voltooiden de deelnemers de 24 weken durende PRET-interventie, waarna alle metingen opnieuw werden uitgevoerd. Na een follow-up periode van 12 weken werden de laatste metingen uitgevoerd. Hi\u00ebrarchische multi-level regressiemodellen, gecorrigeerd voor mogelijke verstorende factoren, werden gebruikt om het effect van de PRET-interventie en veranderingen na de 12 weken follow-up te evalueren.\n\nDe resultaten van de PRET-studie worden gepresenteerd in de hoofdstukken 5 en 6. Primaire uitkomsten (hoofdstuk 5) zijn HbA1c, SBP, LDL en WHR. Bij de secundaire uitkomsten (hoofdstuk 6) is gekeken naar lichamelijke fitheid, lichaamssamenstelling, sarcopenie, ADL, vallen en probleemgedrag.\n\nHoofdstuk 4: Meten van spiermassa bij volwassenen met een VB\nDit hoofdstuk beschrijft de constructvaliditeit en intra-beoordelaarsbetrouwbaarheid van de kuitomtrek als een vervangende maat voor spiermassa bij volwassenen met een VB. In vergelijking met bio-elektrische impedantieanalyse (BIA) is kuitomtrek een goedkopere en meer toegankelijke methode voor volwassenen met een VB. We analyseerden de gegevens van 36 deelnemers van de PRET-studie. Pearson\u2019s correlaties toonden een zwakke associatie tussen kuitomtrek en skeletale spiermassa (SMM), en matige correlaties met segmentale spiermassa (SegMM) en skeletale spierindex (SMI). De intra-beoordelaarsbetrouwbaarheid van kuitomtrek was uitstekend.\n\nHoewel de kuitomtrekmetingen zeer betrouwbaar zijn binnen \u00e9\u00e9n beoordelaar, is de validiteit in het schatten van spiermassa in vergelijking met BIA beperkt. Kuitomtrek kan dienen als een ruwe indicator van spiermassa wanneer andere methoden niet beschikbaar zijn. Vanwege de strikte inclusiecriteria voor CVRF\u2019s in de PRET-studie kunnen deze bevindingen niet worden gegeneraliseerd naar alle volwassenen met een VB. Toekomstig onderzoek zou een meer heterogene steekproef moeten omvatten en een betrouwbaardere vergelijkingsmaat, zoals Dual-energy X-ray Absorptiometry (DXA) of Computed Tomography (CT)-scans, moeten gebruiken voor validatie.\n\nHoofdstuk 5: Effect van PRET op CVRF\u2019s\nDit hoofdstuk presenteert de resultaten van de primaire uitkomsten van de PRET-studie, zoals ge\u00efntroduceerd in hoofdstuk 3. Zesendertig volwassenen met een VB namen deel aan de studie. We gebruikten hi\u00ebrarchische multi-level lineaire regressiemodellen, gecorrigeerd voor medicijngebruik, om de effecten van de PRET-interventie te onderzoeken. Hoewel er verbeteringen werden waargenomen in HbA1c, SBP, LDL en WHR, vertoonde alleen LDL een statistisch significante verbetering. Na de follow-up periode verslechterden de waarden van HbA1c, SBP en LDL, terwijl WHR een lichte verbetering vertoonde.\n\nDe flexibiliteit van de PRET-interventie stelde trainers in staat om oefeningen aan te passen aan de mogelijkheden van de deelnemers, wat de praktische toepasbaarheid verbeterde. Ondanks het gebruik van motiverende strategie\u00ebn en individuele ondersteuning, bleef het volhouden een grote uitdaging. Er was een uitvalpercentage van 28%.\n\nDe bevindingen van deze studie suggereren dat PRET een veelbelovende interventie is voor het managen van CVRF\u2019s bij volwassenen met een VB, met name voor degenen die gemotiveerd zijn en in staat zijn zich aan gestructureerde oefenprogramma\u2019s te houden. Verder onderzoek is nodig naar hoe het volhouden van trainingsprogramma\u2019s verbeterd kan worden, en om de effectiviteit te evalueren in een grotere steekproef van volwassenen met een VB.\n\nHoofdstuk 6: Effect van PRET op secundaire gezondheidsuitkomsten\nDit hoofdstuk beschrijft de effecten van de PRET-interventie op secundaire uitkomsten, waaronder lichaamssamenstelling, lichamelijke fitheid, sarcopenie, ADL, probleemgedrag en vallen bij volwassenen met een VB.\n\nEr werden statistisch significante verbeteringen waargenomen in het spierkrachtuithoudingsvermogen van de benen en in verschillende domeinen van probleemgedrag (prikkelbaarheid, lusteloosheid, hyperactiviteit en ongepaste spraak). Er werden echter geen veranderingen gevonden in lichaamssamenstelling, andere domeinen van lichamelijke fitheid, ADL of vallen. Het effect van PRET op de aanwezigheid van sarcopenie kon niet onderzocht worden doordatgeen van de deelnemers sarcopenie had bij de start van het onderzoek, waardoor een analyse voor de uitkomst sarcopenie niet mogelijk was.\n\nGezien de kleine steekproef en het feit dat deelnemers niet specifiek waren ge\u00efncludeerd op basis van de aanwezigheid van de gemeten uitkomsten, geven deze bevindingen de potentie weer voor de PRET-interventie. De interventie heeft waardevolle positieve effecten op meerdere gezondheidscomponenten bij volwassenen met een VB.\n\nHoofdstuk 7: Algemene discussie\nDit proefschrift toont aan dat de PRET-interventie CVRF\u2019s kan verbeteren bij volwassenen met een VB. We vonden een significante verlaging van LDL-cholesterol en verbeteringen in het spierkrachtuithoudingsvermogen van de benen en probleemgedrag. De veranderingen in lichaamssamenstelling waren echter minimaal, en er werden geen significante effecten gevonden voor andere lichamelijke fitheidsmaten, ADL of vallen. Het volhouden van de interventie bleef een uitdaging, met een uitvalpercentage van 28%, ondanks verschillende maatregelen om motivatie en toegankelijkheid te verbeteren.\n\nBeperkingen van de PRET-studie waren onder andere een kleine, geselecteerde steekproef, wat de statistische power en generaliseerbaarheid beperkt. Daarnaast kan het gebrek aan verandering in lichaamssamenstelling mogelijk worden verklaard door de relatief korte interventieduur, de lage trainingsfrequentie van twee keer per week, het ontbreken van een dieet en mogelijk hoge niveaus van sedentair gedrag (zitten, liggen, slapen) buiten de training om. Rapportage door begeleiding van fysieke activiteit beperkte de betrouwbaarheid van deze gegevens waardoor fysieke activiteit niet als level in de regressiemodellen toegevoegd kon worden.\n\nToekomstig onderzoek zou grotere en meer diverse steekproeven moeten includeren, objectieve maten voor fysieke activiteit en sedentair gedrag moeten gebruiken, en multifactori\u00eble interventies moeten overwegen die fysieke activiteit combineren met een dieet. Voor de praktijk biedt de PRET interventie een haalbaar uitgangspunt voor krachttraining bij volwassenen met een VB. Optimale resultaten vereisen een multidisciplinaire benadering met betrokkenheid van begeleiders, familie en andere zorgprofessionals om de motivatie om het programma vol te houden te vergroten. Beleidsmakers zouden de ontwikkeling van motiverende en creatieve vaardigheden van zorgprofessionals moeten ondersteunen om adequaat in te spelen op de diverse behoeften van deze populatie.\n\nConcluderend kan PRET de cardiovasculaire gezondheid verbeteren bij volwassenen met een VB. Om de voordelen volledig te benutten zijn therapietrouw en een multidisciplinaire benadering essentieel.","summary":"Chapter 1: General introduction\nAlthough cardiovascular disease (CVD) is the leading cause of death worldwide, the risk of CVD can be reduced by addressing modifiable risk factors such as physical inactivity, poor diet, and obesity. Regular physical activity is essential for reducing cardiovascular risk factors (CVRFs).\n\nAdults with intellectual disabilities (ID) are particularly vulnerable for CVD, experiencing higher rates of CVRFs compared to the general population. This group faces unique challenges in maintaining a healthy lifestyle, accessing healthcare, and receiving appropriate prevention and screening programmes. These difficulties result in persistent health inequalities.\n\nIn the Netherlands, cardiovascular risk management for adults with ID generally follows guidelines developed for the general population. However, these guidelines require individualised adjustments due to comorbidities, polypharmacy, and communication barriers. Increasing physical activity levels is one of the recommendations in international guidelines. However, physical activity levels among adults with ID are often low, and they encounter numerous barriers to participate in physical activity, including health problems, lack of adapted programmes, and insufficient support.\n\nResistance training may offer unique benefits for adults with ID, such as improvements in muscle mass, glycaemic control, blood pressure, and lipid profiles, and is more easily tailored to individual abilities than aerobic training. Despite these potential benefits, adults with ID remain underrepresented in clinical research, resulting in a lack of evidence about the effects of resistance training on health-related factors, such as CVRFs, physical fitness, body composition, sarcopenia, activities of daily living (ADL), falls, and challenging behaviour.\n\nThis thesis aims to investigate the effects of Progressive Resistance Exercise Training (PRET) on CVRFs and other health outcomes in adults with ID, addressing a significant knowledge gap and providing evidence to inform clinical practice and policy.\n\nChapter 2: Effect of different training intensities on CVRFs\nThis chapter presents a systematic literature review and meta-analyses on the effects of different resistance training intensities (low, moderate, high, progressive) on CVRFs in the general population. While resistance training is known to improve CVRFs, the optimal training intensity remains unclear.\n\nAcross 59 randomised controlled trials, progressive resistance training intensity showed beneficial effects on systolic blood pressure (SBP) and low-density lipoprotein cholesterol (LDL). High intensity resistance training reduced glycated haemoglobin (HbA1c), low intensity training lowered LDL, and moderate intensity resistance training improved both waist-hip ratio (WHR) and HbA1c. Comparisons between intensities revealed no statistically significant differences, apart from a stronger effect of high intensity on WHR. The certainty of evidence ranged from low to moderate.\n\nOverall, these findings confirm that resistance training at various intensities contribute to improvements in CVRFs. However, evidence for the optimal training intensity remains limited, highlighting the need for further studies to determine optimal training prescriptions for cardiovascular risk management.\n\nChapter 3: PRET study protocol: Design and methodolody\nThis chapter describes the protocol for the PRET study, that aimed to evaluate the effect of progressive resistance exercise training on CVRFs in adults with ID. While resistance training has proven to be effective on reducing CVRF\u2019s in the general population, its effect in adults with ID remains unknown.\n\nWe designed a repeated time-series study with one study group. Adults with mild-to-moderate ID and at least two CVRFs were eligible for inclusion. Following a 12-week baseline period with repeated measurements, participants completed the 24-week PRET intervention, after which all outcomes were reassessed. After a12 weeks follow-up period, participants had their final assessments. Hierarchical regression models, adjusted for possible confounders, were used to evaluate intervention and follow-up effects.\n\nThe results of the PRET study are presented in chapters 5 and 6. Primary outcomes (chapter 5) included HbA1c, SBP, LDL, and WHR. Secondary outcomes (chapter 6) covered physical fitness, body composition, sarcopenia, ADL, falls, and challenging behaviour.\n\nChapter 4: Measuring muscle mass in adults with ID\nThis chapter reports on the construct validity and intra-rater reliability of calf circumference as a proxy measurement for muscle mass in adults with ID. Compared to bioelectrical impedance analysis (BIA), calf circumference is a less expensive and a more accessible method for adults with ID. We analysed data from 36 participants in the PRET study. Pearson\u2019s correlations revealed a weak association between calf circumference and skeletal muscle mass (SMM), and moderate correlations with segmental muscle mass (SegMM) and skeletal muscle index (SMI). Intra-rater reliability of calf circumference was excellent.\n\nAlthough calf circumference measurements are highly reliable within assessors, their validity in estimating muscle mass compared to BIA is limited. Calf circumference may serve as a rough indicator of muscle mass when other methods are unavailable. Due to the strict inclusion criteria for CVRFs in the PRET study, findings are not generalisable to all adults with ID. Future research should include a more heterogeneous sample and use Dual-energy X-ray Absorptiometry (DXA) or Computed Tomography (CT) scans for validation.\n\nChapter 5: Effect of PRET on CVRFs\nThis chapter presents the results for the primary outcomes of the PRET study introduced in chapter 3. Thirty-six adults with ID participated in the study. We used multilevel linear regression models, adjusted for medication use, to investigate the effects of the PRET intervention. While improvements were observed across HbA1c, SBP, LDL, and WHR only LDL showed a statistically significant improvement. After the follow-up period, levels for HbA1c, SBP, and LDL worsened, while WHR showed a slight improvement.\n\nThe flexibility of the PRET intervention allowed trainers to adapt exercises to participant capabilities, improving real-world applicability. However, adherence was still a major challenge, as we observed a 28% drop-out rate despite the use of motivational strategies and individualised support.\n\nThe findings of this study suggest that PRET is a promising intervention for managing CVRFs in adults with ID, particularly for those who are motivated and capable of adhering to structured exercise programs. Further research is needed to improve adherence and to evaluate the effectiveness in a larger sample of adults with ID.\n\nChapter 6: Effect of PRET on secondary health outcomes\nThis chapter describes the effects of the PRET intervention on secondary outcomes, including body composition, physical fitness, sarcopenia, ADL, challenging behaviour, and falls, in adults with ID.\n\nStatistically significant improvements were observed in lower body functional muscle strength and endurance and several domains of challenging behaviour (irritability, lethargy, hyperactivity, inappropriate speech). However, no changes were found in body composition, other domains of physical fitness, ADL, or falls. We aimed to investigate the effect of PRET on the presence of sarcopenia. However, no cases of sarcopenia were identified at baseline, and analysis was not possible.\n\nGiven the small sample size, and the fact that participants were not specifically recruited based on the presence of the measured secondary outcomes, these findings suggest that PRET has the potential to be a valuable intervention with positive effects across multiple health components in adults with ID.\n\nChapter 7: General discussion\nThis thesis shows that PRET can improve CVRFs in adults with ID, with significant reductions in LDL cholesterol and improvements in lower body performance and challenging behaviour. However, changes in body composition were minimal, and no significant effects were observed for other physical fitness measures, ADL, or falls. Adherence remained a challenge, with a 28% dropout rate, despite strategies to enhance motivation and accessibility.\n\nMethodological limitations included a small, selected sample, restricting statistical power and generalisability. The lack of change in body composition may be attributed to the relatively short intervention duration, the modest training frequency of twice a week, the absence of dietary modifications, and potentially high levels of sedentary behaviour outside the intervention. Proxy reporting of physical activity also limited data reliability.\n\nFuture research should include larger, more diverse samples, objective measurements of physical activity and sedentary behaviour and consider multicomponent interventions combining exercise with nutritional support. For practice, the PRET intervention offers a feasible tool for resistance training in adults with ID, but optimal outcomes require a multidisciplinary approach involving caregivers, family, and other healthcare professionals to increase adherence and motivation. Policymakers should support development in motivational and adaptive skills for healthcare professionals to address the diverse needs of this population.\n\nOverall, PRET can improve cardiovascular health in adults with ID, but sustained adherence and a multicomponent and multidisciplinary approach is essential for maximising benefits.","auteur":"Kirsten de Oude","auteur_slug":"kirsten-de-oude","publicatiedatum":"24 november 2026","taal":"EN","url_flipbook":"https:\/\/ebook.proefschriftmaken.nl\/ebook\/kirstendeoude?iframe=true","url_download_pdf":"https:\/\/ebook.proefschriftmaken.nl\/download\/3ef4f28e-9fea-4de5-8c34-37c114fd798f\/highres","url_epub":"","ordernummer":"18261","isbn":"978-94-6534-515-4","doi_nummer":"","naam_universiteit":"Erasmus Universiteit Rotterdam","afbeeldingen":16761,"video_url":"","podcast_url":"","naam_student:":"","binnenwerk":"","universiteit":"Erasmus Universiteit Rotterdam","cover":"","afwerking":"","cover_afwerking":"","design":""},"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio\/16759","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/types\/us_portfolio"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/users\/8"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=16759"}],"version-history":[{"count":1,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio\/16759\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":16762,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio\/16759\/revisions\/16762"}],"wp:featuredmedia":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/media\/16760"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=16759"}],"wp:term":[{"taxonomy":"us_portfolio_category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio_category?post=16759"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}