{"id":16735,"date":"2026-08-19T13:02:47","date_gmt":"2026-08-19T11:02:47","guid":{"rendered":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/portfolio\/tasja-sophie-mueller\/"},"modified":"2026-08-19T13:02:55","modified_gmt":"2026-08-19T11:02:55","slug":"tasja-sophie-mueller","status":"publish","type":"us_portfolio","link":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/portfolio\/tasja-sophie-mueller\/","title":{"rendered":"Tasja Sophie Mueller"},"content":{"rendered":"","protected":true},"excerpt":{"rendered":"","protected":true},"author":8,"featured_media":16736,"comment_status":"closed","ping_status":"closed","template":"","meta":{"_acf_changed":false,"footnotes":""},"us_portfolio_category":[45],"class_list":["post-16735","us_portfolio","type-us_portfolio","status-publish","post-password-required","hentry","us_portfolio_category-new-template"],"acf":{"main_text":"","naam_van_het_proefschift":"FOR THE GREATER GOOD","samenvatting":"In dit proefschrift beogen wij te onderzoeken wanneer derde-partijobservatoren gewelddadige vergeldingsacties namens anderen steunen, wanneer zij hun steun intrekken, en wanneer zij geweld herinterpreteren als gerechtvaardigd of gemotiveerd door ogenschijnlijk minder schadelijke motieven zoals bescherming of hulp. Wij beogen daarmee een centrale theoretische puzzel te adresseren: waarom onderschrijven individuen die doorgaans schade afwijzen in sommige contexten toch geweld, maar trekken zij in andere contexten hun steun juist in? Terwijl klassieke strategische modellen binnen de internationale betrekkingen, zoals afschrikkingstheorie en spiraalconflictmodellen, gewelddadige escalatie verklaren op het niveau van staten, verschuift dit proefschrift de focus naar de psychologische oordelen van derde-partijobservatoren uit het publiek. Over drie empirische hoofdstukken en een overkoepelende theoretische integratie heen verdedigen wij de centrale stelling dat reacties van derde partijen op geweld het best begrepen kunnen worden als door wederkerigheid geleide sociale oordelen, en niet als vaste houdingen ten opzichte van geweld of als louter uitingen van algemene agressie. Tegelijkertijd onderzoeken wij hoe motivaties die doorgaans worden geassocieerd met prosocialiteit, zoals empathie en zorg voor anderen, samenhangen met deze oordelen en mogelijk be\u00efnvloeden hoe geweld wordt ge\u00efnterpreteerd.\n\nGeweld neemt een paradoxale positie in binnen het sociale leven. Het wordt breed veroordeeld als immoreel en sociaal ontwrichtend, maar kan in sommige contexten ook worden gepresenteerd als bescherming of verdediging (bijv. Fotion, 2004; Ginges, 2019; Orford, 2024). Wij betogen dat deze spanning niet volledig kan worden verklaard door benaderingen die zich voornamelijk richten op agressieve persoonlijkheidstrekken, vijandigheid of dehumanisering (bijv. Anderson & Bushman, 2002; Haslam & Stratemeyer, 2016). In plaats daarvan conceptualiseren wij evaluaties van geweld door derde partijen als dynamische oordelen die gestructureerd worden door normatieve verwachtingen, in het bijzonder de norm van wederkerigheid en de impliciete standaard van proportionaliteit (Gouldner, 1960; Fehr & G\u00e4chter, 2000; Gollwitzer et al., 2024). Observatoren beoordelen of gewelddadig handelen gerechtvaardigd lijkt in het licht van voorafgaande schade, of het gericht blijft op de oorspronkelijke dader, en daarmee of het gedeelde normen bevestigt of schendt. In die zin wordt steun voor geweld opgevat als een gewone, door normen geleide vorm van sociaal oordeel. Deze benadering stelt ons tevens in staat te onderzoeken of prosociale ori\u00ebntaties, zoals empathie, vriendelijkheid en prosociale gedragsintenties, noodzakelijkerwijs steun voor geweld remmen, of dat zij onder bepaalde normatieve omstandigheden kunnen samengaan met of zelfs bijdragen aan steun van derde partijen voor gewelddadig handelen dat wordt geframed als hulp.\n\nIn Hoofdstuk 2 onderzoeken wij steun van derde partijen voor dodelijke militaire interventie in de context van de Rusland-Oekra\u00efne-oorlog. Voortbouwend op wederkerigheidstheorie en onderzoek naar relationele nabijheid toetsen wij of steun voor dodelijke militaire actie door het eigen land ten behoeve van Oekra\u00efne toeneemt wanneer gewelddadig handelen kan worden ge\u00efnterpreteerd als een normbevestigende reactie op ernstig onrecht (Gouldner, 1960; Fehr & G\u00e4chter, 2000). In steekproeven uit Duitsland, de Verenigde Staten en Polen nam steun voor dodelijke militaire actie stapsgewijs toe naarmate scenario\u2019s ernstigere Russische escalatie weerspiegelden. Relationele nabijheid tot Oekra\u00efners voorspelde consistent hogere steun over de verschillende escalatieniveaus heen. Daarentegen bleken dispositionele prosociale trekken zoals empathie, vriendelijkheid en prosociale gedragsintenties geen sterke onafhankelijke voorspellers. Deze bevindingen suggereren dat steun van derde partijen voor dodelijke militaire actie primair wordt gevormd door situationele escalatie-cues en waargenomen relationele verplichting, en minder door algemene prosociale disposities.\n\nIn Hoofdstuk 3 toetsen wij de complementaire voorspelling dat wederkerigheidsnormen vergelding niet alleen legitimeren, maar ook begrenzen. Aan de hand van escalatiescenario\u2019s in de context van de oorlog tussen Isra\u00ebl en Hamas in 2023 onderzoeken wij of steun afneemt wanneer vergelding zich verplaatst van de oorspronkelijke dader, hetzij via horizontale escalatie, hetzij via verticale escalatie (Pab\u00f3n & Duyvesteyn, 2023). Steun voor dodelijke militaire interventie nam af naarmate vergeldingsacties in de scenario\u2019s steeds sterker werden verplaatst, wat erop wijst dat proportionaliteit fungeert als grensvoorwaarde voor steun van derde partijen. Relationele nabijheid tot Isra\u00ebli\u2019s voorspelde hogere steun zolang vergelding gericht bleef op Hamas, maar beschermde niet tegen normatieve terugslag wanneer acties in toenemende mate als verplaatst werden waargenomen. Deze bevindingen laten zien dat op wederkerigheid gebaseerde verwachtingen steun van derde partijen voor geweld zowel kunnen bevorderen als begrenzen.\n\nIn Hoofdstuk 4 breiden wij onze analyse uit naar een individuele daad van extreem geweld, namelijk de moord op een directeur van een zorgverzekeraar in de Verenigde Staten. Hier maken wij onderscheid tussen evaluaties van de gewelddadige daad zelf en inferenties over de motieven van de dader. Voortbouwend op attributietheorie (Weiner, 1995; Hewstone, 1990) en eerdere bevindingen over diffusie van verantwoordelijkheid (Hoofdstuk 3, covariaat), onderzoeken wij of observatoren prosociale intenties aan de dader toeschrijven wanneer verantwoordelijkheid deels wordt verschoven van het individu naar bredere systemische factoren. Slechts zeer weinig deelnemers beschouwden de daad zelf als behulpzaam of prosociaal. Niettemin bleek een deel van de observatoren eerder geneigd prosociale motieven aan de dader toe te schrijven wanneer verantwoordelijkheid werd ervaren als diffuus en toegeschreven aan externe factoren. Beperkt bewijs wees er bovendien op dat empathie mogelijk een vergelijkbaar effect heeft op het beoordelen van de daad als prosociaal gemotiveerd. Deze bevindingen tonen aan dat evaluaties van geweld door derde partijen multidimensionaal zijn: observatoren kunnen een daad verwerpen als ontoelaatbaar en tegelijkertijd de motieven van de dader deels als prosociaal interpreteren.\n\nOver de hoofdstukken heen laten wij zien dat reacties van derde partijen op geweld systematisch vari\u00ebren met situationele escalatie, relationele nabijheid, attributieprocessen en in beperkte mate ook individuele prosociale ori\u00ebntaties. Op wederkerigheid gebaseerde verwachtingen structureren oordelen over de vraag of gewelddadig handelen gerechtvaardigd of disproportioneel lijkt, terwijl relationele nabijheid de waargenomen verplichting vergroot en de gevoeligheid voor normschendingen be\u00efnvloedt. Attributieprocessen zoals diffusie van verantwoordelijkheid geven verder vorm aan hoe gewelddadige handelingen worden ge\u00efnterpreteerd.\n\nIn de Algemene Discussie integreren wij deze bevindingen in een normgebaseerde sociaalpsychologische benadering van de evaluatie van geweld door derde partijen. Wij betogen dat steun van derde partijen voor geweld een dynamisch en omkeerbaar proces is dat mee verandert met waargenomen proportionaliteit en verantwoordelijkheid. Door te focussen op de oordeelsprocessen waarmee geweld wordt ge\u00efnterpreteerd als legitiem of misplaatst, draagt dit proefschrift bij aan sociaalpsychologische theorie\u00ebn over moreel oordeel, wederkerigheid en prosocialiteit, en verduidelijkt het de omstandigheden waaronder geweld kan worden opgevat als bescherming of hulp, evenals de grenzen waar dergelijke interpretaties vervagen.","summary":"In this dissertation we aim to examine when third-party observers support violent retaliatory action on behalf of someone else, when they withdraw support, and when they reinterpret violence as justified or motivated by seemingly less harmful motives such as protection or helping. We aim at addressing a central theoretical puzzle: why do individuals who generally reject harm nevertheless endorse violence in some contexts, but withdraw support in others? While classic strategic models in international relations, such as deterrence theory and spiral conflict models, explain violent escalation at the level of states, this dissertation shifts the focus to the psychological judgments of third-party observers of the public. Across three empirical Chapters and a general theoretical integration, we advance the central claim that third-party responses to violence are best understood as reciprocity-guided social judgments, rather than as fixed attitudes toward violence or as simple expressions of generalized aggression. At the same time, we examine how motivations that are typically associated with prosociality, such as empathy and concern for others, intersect with these judgments and may shape how violence is interpreted.\n\nViolence occupies a paradoxical position in social life. It is widely condemned as immoral and socially destructive, yet in some contexts it can also be framed as protection or defense (e.g., Fotion, 2004; Ginges, 2019; Orford, 2024). We argue that this tension cannot be fully captured by explanations that focus mainly on trait aggression, hostility, or dehumanization (e.g., Anderson & Bushman, 2002; Haslam & Stratemeyer, 2016). Instead, we conceptualize third-party evaluations of violence as dynamic judgments structured by normative expectations, especially the norm of reciprocity and its implicit standard of proportionality (Gouldner, 1960; Fehr & G\u00e4chter, 2000; Gollwitzer et al., 2024). Observers assess whether violent action appears warranted in light of prior harm, whether it remains directed at the original perpetrator, and by that whether it affirms or violates shared norms. In this sense, support for violence is treated as an ordinary, norm-governed form of social judgment. This approach also allows us to examine whether prosocial orientations, such as empathy, agreeableness, and prosocial behavioral intentions, necessarily inhibit support for violence, or whether they may under certain normative conditions coexist with or shape third-party support for violent action framed as helping.\n\nIn Chapter 2, we investigate third-party support for lethal military intervention in the context of the Russia-Ukraine war. Drawing on reciprocity theory and research on relational closeness, we test whether support for lethal military action by one\u2019s own country on behalf of Ukraine increases when violent action can be construed as a norm-affirming response to severe wrongdoing (Gouldner, 1960; Fehr & G\u00e4chter, 2000). Across samples from Germany, the United States, and Poland, support for lethal military action increased stepwise as scenarios reflected increasingly severe Russian escalation. Relational closeness to Ukrainians reliably predicted higher support across escalation levels. By contrast, dispositional prosocial traits such as empathy, agreeableness, and prosocial behavioral intentions did not emerge as robust independent predictors. These findings suggest that third-party support for lethal military action is shaped primarily by situational escalation cues and perceived relational obligation, rather than by generalized prosocial dispositions.\n\nIn Chapter 3, we test the complementary prediction that reciprocity norms not only legitimize retaliation but also constrain it. Using escalation scenarios in the context of the 2023 Israel-Hamas war, we examine whether support declines when retaliation becomes displaced from the original perpetrator, either through horizontal escalation or vertical escalation (Pab\u00f3n & Duyvesteyn, 2023). Support for lethal military intervention declined as in scenarios retaliatory action became increasingly displaced, indicating that proportionality functions as a boundary condition for third-party endorsement. Relational closeness to Israelis predicted higher support when retaliation remained directed at Hamas, but it did not shield from normative backlash once actions were perceived as more and more displaced. These findings show that reciprocity-based expectations can both facilitate and constrain third-party support for violence.\n\nIn Chapter 4, we extend our analysis to an act of extreme individual violence, namely the assassination of a health insurance executive in the United States. Here we distinguish between evaluations of the violent act itself and inferences about the perpetrator\u2019s motives. Building on attribution theory (Weiner, 1995; Hewstone, 1990) and prior findings on diffusion of responsibility (Chapter 3 covariate), we examine whether observers attribute prosocial intent to the perpetrator when responsibility is partially shifted from the individual to broader systemic forces. Very few participants judged the act itself as helpful or prosocial. Nevertheless, a subset of observers were more likely to infer prosocial motives of the perpetrator when responsibility was perceived as diffused to external forces. Some limited evidence also pointed at the potential for empathy to have the same effects on judging the act as prosocially motivated. These findings indicate that third-party evaluations of violence are multidimensional: observers may reject an act as impermissible while simultaneously construing the actor\u2019s motives in partially prosocial terms.\n\nAcross chapters, we show that third-party responses to violence vary systematically with situational escalation, relational closeness, attributional processes and limited also individual prosocial orientations. Reciprocity-based expectations structure judgments of whether violent action appears warranted or disproportional, while relational closeness increases perceived obligation and shapes sensitivity to norm violations. Attributional processes such as diffusion of responsibility further shape how violent acts are interpreted.\n\nIn the General Discussion, we integrate these findings into a norm-based social psychological account of third-party violence evaluation. We argue that third party support for violence is a dynamic and reversible process that updates in response to changes in perceived proportionality and responsibility. By focusing on the evaluative processes through which violence is interpreted as legitimate or misdirected, this dissertation contributes to social psychological theories of moral judgment, reciprocity, and prosociality, and clarifies the conditions under which violence may be construed as protection or helping, as well as the boundaries at which such interpretations erode.","auteur":"Tasja Sophie Mueller","auteur_slug":"tasja-sophie-mueller","publicatiedatum":"24 september 2026","taal":"EN","url_flipbook":"https:\/\/ebook.proefschriftmaken.nl\/ebook\/tasjasophiemueller?iframe=true","url_download_pdf":"https:\/\/ebook.proefschriftmaken.nl\/download\/78bc8597-51a6-404b-a6f7-aa24f470a6df\/highres","url_epub":"","ordernummer":"19013","isbn":"978-94-6534-569-7","doi_nummer":"","naam_universiteit":"Rijksuniversiteit Groningen","afbeeldingen":16737,"video_url":"","podcast_url":"","naam_student:":"","binnenwerk":"","universiteit":"Rijksuniversiteit Groningen","cover":"","afwerking":"","cover_afwerking":"","design":""},"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio\/16735","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/types\/us_portfolio"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/users\/8"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=16735"}],"version-history":[{"count":1,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio\/16735\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":16738,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio\/16735\/revisions\/16738"}],"wp:featuredmedia":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/media\/16736"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=16735"}],"wp:term":[{"taxonomy":"us_portfolio_category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.proefschriftmaken.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/us_portfolio_category?post=16735"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}